|
|
|
Plattelands
Alliantie
Nederland
(PAN)
200.000 leden in 2008
Inleiding
en doelstelling
In
april 2007 werd de Plattelands Alliantie Nederland (PAN)
opgericht als samenwerkingsverband van organisaties die
begaan zijn met en betrokken zijn bij het gebruik, de
inrichting en de toekomst van de groene ruimte waarin de
bevolking van Nederland leeft. Het verstandig gebruik
van de groene ruimte staat voorop.
In de statuten is opgenomen dat de PAN de belangen van
de leden zal behartigen die verband houden met de
uitoefening en de voortzetting van een verstandig en
duurzaam gebruik van de groene en blauwe ruimte met
aandacht voor de instandhouding en verbetering van de
natuurwaarden van deze ruimte. Zij wil dit
verwezenlijken onder andere adequaat beheer en het
ontwikkelen van beschermende maatregelen.
De PAN staat voor een verstandig en duurzaam gebruik van
de natuur. Natuurbescherming is echter al te vaak
verworden tot een middel, een bewust instrument, om
mensen te bannen uit de natuur om daarmee elke vorm van
beleving en verstandig gebruik (“wise use”) door de mens
van de natuur, ook op het Nederlandse platteland te
beperken dan wel onmogelijk te maken. De
maatschappelijke opvattingen aangaande deze materie zijn
zich aan het verengen zodat ethische beginselen en
sentimenten prevaleren boven verstandelijke argumenten
en wetenschappelijk onderbouwde stellingen. Het gevolg
is dat er nogal eens richtlijnen worden uitgevaardigd en
maatregelen genomen die mogelijkerwijze beantwoorden aan
bepaalde maatschappelijke gevoelens, maar die objectief
en deskundig bezien onverstandig zijn of zelfs
contra-productief. Wij zijn van mening dat er steeds
meer sprake is van onbenutte, grote kansen voor de
onbetaalde natuurbescherming op basis van intieme
beleving en onschuldig natuurgebruik.
Krachtenbundeling
De traditionele vormen van verstandig gebruik van de
natuur en de natuurrecreatie waren in Nederland buiten
Fryslân niet eerder overkoepelend georganiseerd. Toch is
er sprake van een groot aantal gemeenschappelijke
belangen. De afzonderlijke organisaties concentreren
zich, begrijpelijk, in eerste instantie op hun eigen
deelbelangen en blijven daarvoor ook de meest aangewezen
partij. Het gevolg van dit afzonderlijke optreden is dat
er per organisatie beperkingen worden opgelegd, alsmede
verbodsbepalingen worden ingevoerd ten aanzien van het
(mede-)gebruik, zonder dat het brede front van
verstandige gebruikers van de natuur in Nederland zich
hiertegen heeft kunnen verzetten.
Natuur- en recreatiegebieden worden schaars in
Nederland. Respectvol wederzijds gebruik wordt daardoor
steeds noodzakelijker om aan partijen in deze een
toekomst te bieden. Zo kan bijv. In en op
terreinen voor openluchtrecreatie actief aan
natuurontwikkeling worden gedaan en moet ook in
natuurgebieden recreatief medegebruik mogelijk blijven.
Het huidige natuurbeleid laat hier kansen onbenut.
In het Nederlandse en Europese overheidsbeleid dreigen
bepaalde inhoud- en beeldbepalende functies, zoals
akkerbouw, veeteelt, bosbouw, visserij, toerisme en
“wise use”- activiteiten, zoals paardrijden,
sportvissen,watersportactiviteiten, eierzoeken en jagen
te worden beknot in hun uitvoering en ontwikkeling door
de natuur en de intrinsieke waarde van de dieren,
planten en insecten te verheffen tot de enige
structuurbepalende maatgever. De intrinsieke waarde van
de mens als genieter, gebruiker en beheerder van de
natuur blijft zo stelselmatig onderbelicht. Daarnaast
lijken ééndimensionale belangenverenigingen te streven
naar het ideaal van een “natuurlijke leegte”. De PAN
ondersteunt de plicht tot natuurbescherming, doch staat
ook pal voor het recht op natuurbeleving en
natuurgebruik door de mens.
Doelstellingen
In concreto zijn de doelstellingen dan ook de volgende:
- Het bevorderen
van een duurzaam en verstandig gebruik van de groene
ruimte voor de land- en tuinbouw, de bosbouw, de jacht,
de visserij, het eierzoeken en beschermen van
bodembroeders en voor andere natuurverbonden
activiteiten die geen schade doen aan de flora en fauna.
Deze opvatting houdt in dat er naast het gebruik van de
natuur ook sprake moet zijn van ontwikkeling en
bescherming om daarmee de duurzaamheid veilig te
stellen. De PAN gaat hierbij niet uit van de
bescherming van individuele dieren, planten en insecten
doch van de soorten en hun leefomgeving.
- Het bevorderen
van het gebruik van de groene ruimte door mensen die
daarvan willen genieten en die een bijdrage willen
leveren aan de instandhouding ervan.
- Het verbeteren
en vergroten van biotopen als dat voor de in
standhouding van bepaalde soorten binnen de flora en
fauna vereist is. Daarbij staat voor agrarische
gebieden de bedrijfsvoering van de boer als ondernemer
voorop. Gegeven deze bedrijfsvoering en in goed overleg
met de grondgebruiker kunnen maatregelen genomen worden
die het voortbestaan van bepaalde soorten kunnen
bevorderen. Zodra dergelijke maatregelen wel een
ingrijpen in de bedrijfsvoering eisen, dient de overheid
volledig tegemoet te komen in de kosten die deze
maatregelen met zich meebrengen. Gedacht wordt hierbij
bijv. aan perceelsrandenbeheer, het gebruik van
strorijke mest, het toepassen van maaitrappen en het
aanpassen van het waterpeil, het aanbrengen van heggen
om de percelen. De agrarisch ondernemer dient voor dit
natuurbeheer langjarige contracten te worden aangeboden,
die opgenomen kunnen worden in de normale
bedrijfsplanning.
- Het reguleren
van overmatige predatie door vliegende, zwemmende en
bodemgebonden predatoren. De PAN wil bevorderen dat de
eerste verantwoordelijkheid voor het beleid van deze
regulering komt te liggen bij de Faunabeheereenheden en
de bij hun aangesloten Wildbeheereenheden en niet direct
bij de overheden. Het Faunabeleidsplan van de provincie
dient te worden ontwikkeld op basis van de goedgekeurde
Faunabeheerplannen. In de rapportage achteraf wordt aan
de overheid verantwoording afgelegd over de verkregen
resultaten. De extra bescherming die de vos en de
kraaiachtigen hebben gekregen in de nieuwe Flora- en
Faunawet (2002) is een voorbeeld van beleid dat
gebaseerd was op onjuiste argumenten en sentimenten.
- Het in overleg
met de overheden (gemeenten, provincie, rijk en EU)
bevorderen van maatregelen die aan de doelstellingen
tegemoet komen, aanvallen op de PAN of de bij haar
aangesloten provinciale allianties afwenden en
bestrijden dan wel de dialoog aangaan met
andersdenkenden. Voorkomen moet worden dat de zaken
worden geregeld door gerechtelijke uitspraken.
- Het bevorderen
van het democratisch gehalte in de besluitvorming over
de groene ruimte; plausibele argumenten dienen zwaarder
wegen dan subjectieve sentimenten. Aldus onderbouwde
besluiten zullen door de PAN of de bij haar aangesloten
provinciale allianties (PA’s) worden gestimuleerd dan
wel haar instemming krijgen.
- Het bevorderen
van veldwerkzaamheden die in het kader van de
doelstellingen worden uitgevoerd. Daartoe behoren
opleiding, nascholing en bijscholing van betrokkenen en
educatie van derden, in het bijzonder van de jeugd. De
laatstgenoemde groep is erg belangrijk. Hen dient al
jong liefde, respect bij het juiste gebruik van de
natuur te worden bijgebracht, zodat ze zullen uitgroeien
tot waardevolle voorvechters van de doelstellingen van
de PAN of bij haar aangesloten PA’s , ook als de stad
hun woon- en werkterrein wordt. Deze activiteiten worden
als regel door de participanten in de PA’s uitgevoerd.
- Het
gevraagd en ongevraagd adviseren aan overheden,
instellingen en overige organisaties, die opereren in de
groene ruimte uit de aard van hun activiteiten en
derhalve hebben te rekenen met de impact daarvan op
alles wat leeft en groeit in de groene en blauwe ruimte.
Toegevoegde waarde
Op deze wijze zal de PAN en de bij haar aangesloten PA’s
de groene krachten bundelen en een breed gedragen
signaalfunctie hebben richting overheden en publiek. Zij
bedient zich daarbij van evenwichtige, op feiten
gebaseerde voorlichting. De participanten verbinden zich
met en verplichten zich tot elkaar via de alliantie en
behouden daarnaast hun eigen bloedgroepgebonden
verantwoordelijkheid. In bijzondere gevallen kunnen
organisaties en instellingen ad hoc participeren in de
PAN of bij de haar aangesloten PA’s
De organisatievorm van de Plattelands Alliantie
Nederland is eenvoudig en gericht op slagvaardigheid.
Iedere deelnemende PA levert één bestuurslid. Indien het
aantal leden groter is dan 6 volgt de benoeming van een
dagelijks bestuur, dat de agenda voor de
bestuursvergaderingen voorbereidt. Iedere PA heeft
evenveel rechten en plichten in het bestuur. De
geldmiddelen worden per reglement geregeld.
De PAN bestaat uit de volgende participanten:
- Fryske
Plattelandsalliantie (FPA);
- Limburgse
Platteland Alliantie (LPA)
- Utrechtse
Platteland Alliantie (UPA)
-
Noord-Hollandse Platteland Alliantie (NHPA)
- Drenthse
Platteland Alliantie (DPA)
Bij de FPA zijn bijvoorbeeld aangesloten;
- De Bond van
Friese Vogelbeschermingswachten (BFVW)
- Agrarische
Jongeren Fryslân (AJF)
- Koninklijke
Nederlandse Jagersvereniging Friesland (KNJV)
- Federatie
Friesland van Sportvissersverenigingen (FFvS)
-
Stichting Beheer Natuur en
Landelijk Gebied (SBNL), organisatie voor
particulier en agrarisch natuurbeheer. Regionale
beheerscommissie
- Nederlandse
Vereniging voor Natuurtoezicht (NVvN)
- Vereniging
“Het Reewild”
- Koninklijk
Nederlandse Hippische Sportfederatie Friesland KNHS)
- Nederlandse
Organisatie voor Jacht en Grondbeheer (NOJG)
- De
Kooikersvereniging
Mission Statement
(1-4-2007)
De Plattelandsalliantie van Nederland (PAN) is een
koepel van zelfstandige organisaties zonder onderscheid
van politieke, religieuze of ethische overtuiging, die
als gemeenschappelijke noemer hebben: de wens van het
verstandig gebruiken (beleven en benutten) van en het zo
goed mogelijk zorgen voor de groene ruimte en haar
wateren.
Dat gebruik van de
groene ruimte en haar wateren, kan zowel een economisch,
een recreatief als een traditioneel karakter hebben.
De PAN is voorts van
opvatting dat het zorgvuldig gebruiken en intensief
beleven van het buitengebied leidt tot waarachtige
betrokkenheid. Hét startpunt én fundament voor
bescherming. Medegebruik van de gehele groene en blauwe
ruimte behoort te worden gerealiseerd op een wijze
waardoor een toegevoegde waarde voor de natuur zelf
ontstaat. Dit zonder dat de historische rechten van de
traditionele gebruikers worden beknot.
De doelen komen mede
voort uit de opvatting dat bescherming van onze
gezamenlijke natuur en ons milieu weliswaar eveneens een
overheidsdoelstelling is, maar dat de inzet van
betrokken en gemotiveerde burgers (belanghebbenden) en
hun organisaties als draagvlak en klankbord daarbij niet
gemist kan worden.
De uiteindelijke doelstelling is
het zorgvuldig gebruik van, de duurzame instandhouding,
de bescherming, het mede vorm geven en het creëren van
een zo breed mogelijk draagvlak voor het gebruik van de
natuur in Nederland, ook voor de toekomstige generaties.
De PAN wil daarom een betrouwbare partner zijn voor haar
aangesloten organisaties, maar ook voor de politiek om
haar doelstellingen te kunnen realiseren.
‘wat ús besielet, wat besielet ús’
(Fries)
A Poem for our Mission
Statement
10-2-2007
The Keeper
of the Countryside Grail
The keeper of the grail in
spring walked in lapwing’s meadow
He walked into the light out of skyscraper’s shadow
A dozen eggs under his hat was the price on that misty day
The farmer smiled and waved and went his way
The keeper of the grail in
summer walked along the waterside
He threw his rod with artificial fly with quite some pride
In his bag a brace of trout was the price on that sunny day
The farmer smiled and waved and went his way
The keeper of the grail in
autumn harvested the grain
He looked at the fields now dry after the rain
In his barn he stacked his price on that cloudy day
At dusk when ducks and geese are on the way
The keeper of the
grail in winter walked in the wood
With the hunter’s rifle where the deer stood
On his shoulder he carried the price on that snowy day
The farmer smiled and waved and went his way
Jo Hilgers
|