Aaisykje?

Het lijdt geen enkele twijfel. De BFVW zit in het eind van de fuik, wendt zich in allerlei kronkels, maar is kansloos. De Faunabescherming wint. Niet op argumenten, maar de wet zit domweg tegen.

Moet Fryslân zich opmaken voor een situatie dat het eierzoeken verleden tijd is? Dan zal het in het hele land verboden zijn en verdwijnt definitief een gezond en inspirerend stuk voorjaarsvertier. Dat was het dan. En wint de kievit ? Ook daarover geen enkele twijfel: de bescherming die op het eierzoeken staat zal geleidelijk verdwijnen. Naast de eierzoeker is de weidevogel de grote verliezer.

De huidige finale is eigenlijk een potsierlijke aangelegenheid. De ultieme Don Quichotterie. Het wordt tijd voor daden en het behoud van de BFVW is als Fries groen instituut zo’n daad waard.

Er is natuurlijk geen enkel verband tussen de daling van de kievitenstand en het eierzoeken. Nooit geweest ook. En denkt u nu werkelijk dat dat kleine stukje eierzoeken dat nog over is ook maar enige invloed heeft op de populatie van de kievit? Het is naar mijn opvatting juist zo dat het te korte eierzoeken een negatieve factor is. Anne Osinga en ik hebben daarover op 5 april van dit voorjaar in het Friesch Dagblad onze mening gegeven. Als straks die allereerste paar eieren niet meer mogen worden gezocht, dan worden ze simpelweg vermorzeld onder de landbouwwerktuigen, net zoals dat nu in grote delen van het land met vrijwel alle eieren gebeurt. Ik kan u in Brabant een enorm gebied wijzen waar dat op honderden, nee duizenden hectaren nu de praktijk is, onbebroed én bebroed. De Friese neisoargers zullen steeds meer afhaken of  -in het beste geval- langzaam uitsterven.

Over het karakter van De Faunabescherming moeten we ons geen illusies maken. Dat is geen beschermingsclub maar een fundamentalistische stichting met maar een doel: het eierzoeken (en jacht) moet uit de maatschappij gebannen worden, wat ook de consequenties zijn. Mededogen met de kievit drijft hen niet. De Faunabescherming uit Amsterdam heeft aan het zwarte scenario geen enkele boodschap. Dat ze daar ooit op aangesproken zouden kunnen worden, dat zal Harm Niesen en zijn rotgenoten dan geen zeer meer doen.

Hoe heeft het zover kunnen komen dat het prima draaiende en zich steeds uitbreidende en verfijnende systeem van weidevogelbescherming van de grote organisatie BFVW –de unieke, grootste groene organisatie in het Noorden- nu concessie op concessie moet stapelen en zuchtend en krakend, maar onontkombaar geheel tot stilstand dreigt te komen? Na de introductie van de Flora- en Faunawet in april 2002, na een voorbereidingstijd van maar liefst 15 jaar, mocht je toch een natuurwet verwachten die de beschermingssituatie juist verbeterde? De getalletjes laten zien dat de werkelijkheid van het Friese platteland is, dat er sinds dat jaar introductiejaar 2002 alleen maar erosie van bescherming heeft plaatsgevonden. Het foute ganzenbeleid lijkt de nekslag te geven. Vermindering van beschermend draagvlak, vermindering van weidevogelpopulaties, vermindering van gewone menselijke betrokkenheid. De conclusie kan alleen maar luiden dat de nieuwe natuurregels een ramp zijn voor die specifieke Friese plattelandsnatuur, die drijft op wise use. Deze wet biedt aan die vorm van bescherming geen onderdak. De BFVW heeft vanaf 1987 niet opgehouden te waarschuwen, maar de kaasstolp over Den Haag maakt en maakte luisteren naar de geluiden uit het veld moeilijk.

Naast het bezit van een eigen oeroude taal was sinds halverwege de vorige eeuw ook het bezit van de unieke Bond van Friese Vogel(beschermings)wachten (BFVW) onlosmakelijk en betrouwbaar deel van het Friese ‘âldfaers’ erf’. Het bestaan van een verstandige aaisykjen/neisoarch-cultuur is niet natuur-exploiterend maar natuur-verdedigend, een tegenkoppelingsmechanisme tegen verdere verloedering. Als men dat niet ziet, dan snapt men niets van de subtiele evenwichten rond de kievit in de (Friese) velden en evenmin iets van de zo zorgvuldig opgebouwde BFVW.

De situatie rond de BFVW en de afbraak van de bescherming én van de internationaal unieke weidevogelpopulaties is het beste bewijs in ons land voor het fiasco van de Flora-en Faunawet. Het is de hoogste tijd voor een daad. Geart Benedictus, CDA-statenlid, beoogd lid van de Eerste Kamer en huidig voorzitter van de BFVW, werpt zich terecht en met enthousiasme op als hoeder van de Friese de taal en maakte onlangs een reis naar Den Haag.

Ik denk dat de tweede bedevaart de Friese weidevogels en weidevogelzorg moet betreffen. En de Friese vertegenwoordiging moet zo zwaar mogelijk: Commissaris van de Koningin John Jorritsma weer mee natuurlijk, en Anita Andriesen als verantwoordelijk gedeputeerde, de oude rot Ed Nijpels, net als Hans Wiegel altijd prima ambassadeur, landbouwvoorzitters en Nerus Sytema, ook Henk Kroes, actief op de barricaden voor de aaisiker rond 1975, Ultsje Hosper, aaisiker en neisoarger, misschien nog SBB-er Arend Timmerman en Natuurmonumenten-man Jelle de Boer, alle burgemeesters, en ‘fansels in bus fol ljipaaisikers’, polsstok op het dak. Vanuit Brussel rijdt een tweede bus met europarlementariërs, Dorette Corbey voorop, alle andere positieve Europese natuurwoordvoerders, en oud-Eurocommissaris Margot Wallström plus alle ambtenaren die bezig waren met het dossier, dan is ie wel zo’n beetje vol. “Minister Verburg, wat wilt u?” Het fenomeen kievitseierenzoeken moet uit de Flora- en Faunawet getild worden. Die wet is toegeschreven naar de ééndimensionale natuurbescherming van het prikkeldraad, een ramp voor de weidevogel én voor de gewone mens die naar een stukje vrijheid snakt. Wetgeving is gelukkig slechts mensenwerk. We hebben het ljipaaisykjen er ‘met elkaar’ ingebracht, dankzij ideologisch bevooroordeelde Haagse ambtenaren, dan kan het er ook weer uit, al duurt vijftien jaar te lang! Deze wet is een stedelijke wet die de sociale (Friese) en duurzame plattelands-natuurbescherming verweesde en afbreekt inplaats van stimuleert. Deze wet biedt door de gekozen systematiek alleen De Faunabescherming kansen, niet de Friese natuurbescherming en evenmin de Friese ongekroonde keizer en koning van de greiden, ljip en skries. Het is de hoogste tijd voor een tweede tocht naar Den Haag, nu rechtstreeks naar het ministerie van LNV. En de tijden zijn rijp: het nieuwe biedwoord op het ministerie is: ruimte. En dan graag in het hele land!

 

Sake P. Roodbergen   

Akkrum

  Laatst gewijzigd op :17 December 2008