|
Artikel in Vanellus Vanellus en
Brief van BFVW aan de VZ Natuurmonumenten de heer Wijffels Duurzaamheid ‘Wereldwijd verdwijnen de ecosystemen, de natuurlijke eenheden
van onze planeet met enorme snelheid met als oorzaak voornamelijk
menselijk handelen. Elk jaar sterven er meer soorten plant- en
diersoorten uit. Wetenschappers wijzen ons hier regelmatig op. zoals
in het door 1300 wetenschappers uitgevoerde Millennium Ecosystem
Assessment van de Verenigde Naties. Herman Wijffels ‘de Friezen’ Platteland en duurzaamheid Respect Brief aan Herman Wijffels, voorzitter van de Vereniging Natuurmonumenten, de Sociaal Economische Raad, voormalig Rabo-topman en kabinetsformateur Aan de heer dr.Herman Wijffels Akkrum, 16 november 2005. Geachte heer Wijffels, Ook al is het aan de late kant, toch neem ik de gelegenheid te baat om u als voorzitter in dit feestelijke jaar alsnog geluk te wensen met het honderdjarig bestaan van de Vereniging Natuurmonumenten. Ik doe dat namens de redactie van het BFVW-tijdschrift Vanellus van de Bond van Friese Vogelbeschermingswachten (BFVW). Maar ik zoek contact met u vanwege een geheel andere zaak. De directe aanleiding om even te reageren is de volgende intrigerende opmerking die ik in uw verhaal tegenkwam over 'de Friezen'. Ik citeer: "In deze lijn doorgaand zal over 10-20 jaar ook de achteruitgang van de kievit schrikbarende vormen aan gaan nemen. Maar u begrijpt dat dat vooral zal komen doordat er geen eieren meer geraapt mogen worden, tenminste als we de Friezen moeten geloven…..". Uw opmerking roept meer vragen op dan dat ze beantwoordt, maar ik
ga er even van uit dat ze vooral met milde humor is bedoeld. Uw
opmerking zal bij het publiek terecht een lach hebben opgeroepen. Ik
denk dat dat effect ook uw bedoeling was. En daarbij zouden we het
kunnen laten. Uw opmerking geeft aan dat u weet heeft van het bestaan van de
cultuur van kievitseierenzoeken en -rapen (de Friezen spreken van
ljipaaisykje en bedoelen dan een activiteit inclusief het rapen).
Als enige provincie nog, want alle andere hebben het verboden met de
nieuwste wet in de hand. Dat is al opmerkelijk, want in een eerdere
fase, bij het repareren van de Vogelwet in 1993, werd het voorstel
van staatssecretaris Gabor voor decentraliteit in dezen nog vrijwel
Kamerbreed van tafel geveegd. Friesland werd als voorbeeld gesteld
voor het hele land. Wat is er in de vier jaren op weg naar de Flora-
en Faunawet (de beslissingen vielen in 1997) toch politiek én op het
ministerie gebeurd? Maar zoals u ook de titel van Frits Maas' jubileumboek gebruikt:
de BFVW had de stroom mee, maar kreeg de wind tegen. De uitkomst
wordt uitgevochten tot in de rechtszaal van het hoogste juridisch
college in ons land. In deze bizarre rechtsgang staan tegenover de
Friezen (provinciebestuur en BFVW) de twee organisaties De
Faunabescherming (vroeger: Stichting Kritisch Faunabeheer) en
Vogelbescherming Nederland. Dat al die andere provincies het zoeken
en rapen van kievitseieren hebben verboden heeft natuurlijk alles te
maken met het simpelweg ontbreken van een krachtige organisatie die
het fenomeen kievitseierenzoeken verdedigde. In Fryslân was die
factor 'wederhoor' wél aanwezig (sinds 1947) in de vorm van de Bond
van Friese Vogelbeschermingswachten (BFVW). Zij gaf vrijwel vanaf
haar ontstaan weerstand aan de sterk negatieve, repressieve
benadering van Vogelbescherming tegenover het kievitseierenzoeken en
-rapen. Het verbod in de andere provincies laat nu al zijn negatieve sporen na. De motivatie om aan de bescherming mee te doen daalt daar in verontrustende snelheid. Als de nationale politiek kiest voor het bewaren van deze vorm van weidevogelbescherming dan is de keuze om hier aan lagere overheden (decentraal) bevoegheid toe te kennen zonder enige twijfel een slechte geweest. Hier is sprake van een voor de agrarische natuur buitengewoon contraproductieve ontwikkeling. Natuurlijk zijn de Friezen zich bewust van de betrekkelijkheid
van de waarde van haar harmoniemodel. Vanzelfsprekend bestaan er
alternatieve benaderingen en misschien wel kansrijkere wegen die
naar Rome leiden. Maar de ontwikkelingen lijken aan te geven dat de
achteruitgang van weidevogels voorlopig slechts vástgesteld kan
worden. De nauwkeurige óórzaken leveren alleen maar vraagtekens op.
Een kentering te bewerkstelligen lijkt een ingewikkelde opgave.
Daarbinnen moet mijns inziens alles, ook al lijkt het een strohalm,
worden aangegrepen om dat tij te keren. U formuleert ergens: "Onze
industriële omgang met de natuur is in misschien wel de meest
letterlijke zin een doodlopende weg". Is het laten voortbestaan van
de kievitseierenzoeken/weidevogelbescherming-cultuur een stukje
tegenkoppelingsmechanisme voor dat perspectief? Een brongerichte
zoektocht naar oorzaken kan alleen maar een positieve grondhouding
tegenover het eierzoeken opleveren. Mijn persoonlijke opvatting is: het voortbestaan van deze traditionele wijze van omgaan met de natuur, het normaal vinden van de plus en de min, het oogsten én de bescherming, 'het wise and sustainable use' (een moderne wijze van definiëren van een duizenden jaren oud humaan fenomeen), acht ik zelf in die mate positief dat graslandbeherende natuurorganisaties zich zouden moeten bezinnen op de vraag op welke wijze zij het voortbestaan van die cultuur, de laatste waarschijnlijk met enige schaal waar natuurbescherming nog volkszaak is in plaats van (semi-)overheidszaak, zouden kunnen ondersteunen. It Fryske Gea, de Natuurmonumenten-dochter in Fryslân, doet dat door eenvoudigweg haar graslandgebieden in het voorjaar open te stellen voor de Friese ljipaaisiker. Een waardevolle opstelling en en positief signaal naar de samenleving! De moeite die de BFVW doet om dat geheel van grootschalige betrokkenheid en massale inzet te laten overleven verdient een positieve benadering. In dat licht vind ik uw opmerking daarom qua plaats en zeker ook qua context een beetje misplaatst. En natuurlijk vooral waar die komt uit de mond van de voorzitter van de allergrootste natuurorganisatie van ons land. Ik neem u dat natuurlijk niet kwalijk, maar u onderscheidde zich daarmee ook niet van de man aan de borreltafel. Ik vond er in ieder geval toch aanleiding in voor deze reactie. Ik stuur als bijlage mee de tekst van een artikel dat op 12 november als reactie op een verhaal van De Tegenstander in het Agrarisch Dagblad verscheen. Daarbij hoort een grafische voorstelling die een beeld geeft van de inzet voor legselgerichte weidevogelbescherming, uitgedrukt in een percentage van het inwonertal per provincie. Ik stuur u die separaat via de mail eveneens toe. En via de post, gericht aan de Vereniging Natuurmonumenten, tevens een exemplaar van het meest recente BFVW-tijdschrift Vanellus (= kievit) toe, waarin vanzelfsprekend de komende ontknoping voor de Raad van State een prominente plaats inneemt. Ik zou een reactie van uw kant op hoge prijs stellen. U veel succes bij uw werk toewensend, tekent, Met vriendelijke hoogachting, Sake P.Roodbergen |