Artikel in Vanellus Vanellus en Brief van BFVW aan de VZ Natuurmonumenten de heer Wijffels

Duurzaamheid

‘Wereldwijd verdwijnen de ecosystemen, de natuurlijke eenheden van onze planeet met enorme snelheid met als oorzaak voornamelijk menselijk handelen. Elk jaar sterven er meer soorten plant- en diersoorten uit. Wetenschappers wijzen ons hier regelmatig op. zoals in het door 1300 wetenschappers uitgevoerde Millennium Ecosystem Assessment van de Verenigde Naties.
Wij, mensen werkzaam in nationale en ineternationale bedrijven en instellingen, maken ons grote zorgen hierover en vinden dat deze problematiek de afgelopen jaren te weinig aandacht heeft gehad in de nationale politieke discussie’.
Dit schreven 80 Nederlandse captains of industry (van o.a. Schiphol, ABN Amro, KLM, Shell, Akzo Nobel en Unilver) op persoonlijke titel in een brief aan de kabinetsinformateur, de oorspronkelijk uit Dokkum afkomstige Friese boerenzoon Rein Jan Hoekstra. De open brief is een initiatief van Willem Ferwerda, werkzaam als directeur van IUCN Nederland.
Hij formeerde de denktank Leaders for Nature.
Belangrijkste reden voor de brief: het ontbreekt onze regering aan een langetermijn visie op wereldschaal.
Pikant is natuurlijk dat een groot aantal van de ondertekenaars leiders zijn van bedrijven die zelf aanzienlijk bijdragen aan vervuiling en overexploitatie van milieu en natuur.
Toch zijn dit soort initiatieven absoluut noodzakelijk. Gebruik van de wereldnatuur is onafwendbaar en onontkoombaar. Elk mens gebruikt de natuur en de natuurlijke hulpbronenen, elke dag en elke minuut van de dag. Al onze energie is afkomstig van centrales die gas, steenkool, bruinkool of andere energiedragers verstoken. Windenergie is absoluut ontoereikend en kansloos om in de huidige, geweldige behoefte te voorzien.
Dergelijke systemen kunnen alleen dankzij enorme subsidie-bijdragen blijven bestaan en zijn in ons land in feite niet meer dan dure grappen. Leuk voor de individuele exploitant in de huidige systematiek maar geen bijdrage voor de oplossing van het energievraagstuk.

Herman Wijffels
Hoekstra deed zijn werk en gaf het stokje door aan de Zeeuwse boerenzoon Herman Wijffels, voormalig SER-voorzitter en oud-Raboman. Wijffels, geboren in 1942, probeert een kabinet te maken met CDA, PvdA en Christen Unie, een niet eerder vertoonde coalitie.
De keuze van de koningin voor Wijffels is een aardige. Hij is een prominente beleidsmaker zonder veel openijk aan de weg te timmeren. ‘Politiek ben ik links noch rechts’, zegt hij zelf. In kringen van natuur en milieu is Wijffels een bekende. Hij is naast voormalig voorzitter van de Sociaal Economische Raad en Rabotopman, namelijk ook de voorzitter van de Vereniging Natuurmunumenten. Eijffels werd gevraagd om op 11 mei 2005 de 7e Victor Westhoff-lezing In Nijmegen te verzorgen. In Van Nature, Natuurmonumenten-magazine, van juni 2005 werd Wijffels, als verenigingsvoorzitter geciteerd. Hij stelde dat in het debat over normen en waarden veel te weinig aandacht gegeven is aan de natuur. Behalve over respect voor mensen, moet het debat ook gaan over respect voor de natuurlijke leefomgeving, aldus Wijffels. “Wil de mens overleven, dan moet duurzaamheid richtinggevend zijn op alle niveaus”, zo poneerde Wijffels.

‘de Friezen’
Het spreekt vanzelf dat de redactie van di blad met meer dan normale belangstelling dit onderwerp en de mening van de heer Wijffels volgde. De volledige tekst van de Victor Westhoff-lezing, een jaarlijks gebeuren sinds 1998 als een hommage aan één van onze beste floristen, werd opgevraagd. Het zou in het geheel niet onlogisch zijn geweest wanneer door de inleider de combinatie van het kievitseierenzoeken plus de (weide)vogelbescherming als voorbeeld zou zijn gebruikt waar men op diverse manieren, mét respect, maar ook daarzonder, zou kunnen reageren. Groot was dus mijn teleurstelling dat het eierzoeken alleen was gebruikt door de heer Wijffels om de lachers op zijn hand te krijgen (zie hierna volgende brief aan Wijffels van november 2005)
Uw redactie reageerde per brief. Citeerde de opmerking van Wijffels over het kievitseierenzoeken in zijn lezing en verklaarde aard en werkzaamheid van de vereniging Bond van Friese Vogelbeschermingswachten en de grote betekenis van het ljipaaisykjen als stimulans voor bescherming. Vanwege de actualiteit en de bijzondere omstandigheid dat de heer Wijffels momenteel probeert een kabinet te ‘informeren’ wordt de brief in zijn geheel afgedrukt.

Platteland en duurzaamheid
Wijffels staat voor een club die als typisch randstedelijk verschijnsel weinig affiniteit heeft met het gebruiken van de natuur in de vorm van jacht, kievitseierenzoeken en sportvissen. Toch is de inzet en het boerenverstand dat in deze instituten verzameld is die deze fenomenen begeleiden van enorm belang, om niet te spreken onmisbaar, voor het bereiken van ons aller doel: verstandig en duurzaam gebruik van de ons omringende natuur met zijn natuurlijke hulpstoffen. Of, om het in de internationaal gehanteerde IUCN-terminologie te zeggen: wise and sustainable use. Het is goed te bedenken dat het Nederlandse platteland dichter bij dat einddoel staat dan de randstedelijke samenleving.

Respect
Het zou goed om daarvoor respect te genereren en om daarvoor adequate ruimte te creëren. Dat is verstandiger dan oppervlakkige, maar slecht doordachte grapjes over ‘de Friezen’.
Het zou Wijffels sieren om nu al de voorzetten te geven die de Flora- en Faunawet in deze zin kunnen wijzigen, dat de ruimte die er nu binnen de wet bestaat voor dwarsliggers zoals de Stichting Faunabescherming om gewenste doelen van duurzaamheid te frustreren, beperkt zou worden of beter nog: geheel verdwijnen.

Redactie (SPR).


Brief aan Herman Wijffels, voorzitter van de Vereniging Natuurmonumenten, de Sociaal Economische Raad, voormalig Rabo-topman en kabinetsformateur

Aan de heer dr.Herman Wijffels
Voorzitter Vereniging Natuurmonumenten
Noordereinde 60
1243 JJ 's-Graveland

Akkrum, 16 november 2005.

Geachte heer Wijffels,

Ook al is het aan de late kant, toch neem ik de gelegenheid te baat om u als voorzitter in dit feestelijke jaar alsnog geluk te wensen met het honderdjarig bestaan van de Vereniging Natuurmonumenten. Ik doe dat namens de redactie van het BFVW-tijdschrift Vanellus van de Bond van Friese Vogelbeschermingswachten (BFVW).

Maar ik zoek contact met u vanwege een geheel andere zaak.
Ik las dezer dagen met grote aandacht uw Victor Westhoff-lezing van 11 mei van dit jaar. Als abonnee op de reeks heb ik ook het genoegen gehad om het verhaal van 2003 van Frank Berendse onder ogen te krijgen. Ik heb dat vanwege uw verwijzing nog eens gelezen.

De directe aanleiding om even te reageren is de volgende intrigerende opmerking die ik in uw verhaal tegenkwam over 'de Friezen'. Ik citeer: "In deze lijn doorgaand zal over 10-20 jaar ook de achteruitgang van de kievit schrikbarende vormen aan gaan nemen. Maar u begrijpt dat dat vooral zal komen doordat er geen eieren meer geraapt mogen worden, tenminste als we de Friezen moeten geloven…..".

Uw opmerking roept meer vragen op dan dat ze beantwoordt, maar ik ga er even van uit dat ze vooral met milde humor is bedoeld. Uw opmerking zal bij het publiek terecht een lach hebben opgeroepen. Ik denk dat dat effect ook uw bedoeling was. En daarbij zouden we het kunnen laten.
Toch roept uw opmerking bij mij een reactie op vanwege de misleidende beeldvorming. Uw opmerking kan gemakkelijk het beeld oproepen dat die onnozele Friezen menen met folklore het probleem van de weidevogels op te lossen. Dat beeld behoeft nadere precisering.

Uw opmerking geeft aan dat u weet heeft van het bestaan van de cultuur van kievitseierenzoeken en -rapen (de Friezen spreken van ljipaaisykje en bedoelen dan een activiteit inclusief het rapen). Als enige provincie nog, want alle andere hebben het verboden met de nieuwste wet in de hand. Dat is al opmerkelijk, want in een eerdere fase, bij het repareren van de Vogelwet in 1993, werd het voorstel van staatssecretaris Gabor voor decentraliteit in dezen nog vrijwel Kamerbreed van tafel geveegd. Friesland werd als voorbeeld gesteld voor het hele land. Wat is er in de vier jaren op weg naar de Flora- en Faunawet (de beslissingen vielen in 1997) toch politiek én op het ministerie gebeurd?
.
U weet ook ongetwijfeld dat juist op dit moment 'de Friezen' met spanning zitten te wachten op de uitspraak van de Raad van State of ze hun omgang met deze zaken op hun zelf-ontwikkelde, 'bottom up'-manier van omgaan met de kievitseieren en de bescherming van weidevogels voort zullen mogen zetten. Die omgang is eeuwenoud en intensief. En in de laatste tientallen jaren uitgebouwd tot een fraai ogend bouwwerk van weidevogelbescherming. Als ik uw rede goed heb begrepen dan betreft het zelfs een mate van intensiteit van betrokkenheid bij de natuur die u wel voor een ieder in dit land zou wensen. Misschien niet de vorm, maar wel de kwaliteit van omgang met de natuur lijkt inderdaad voorbeeldig. Het is mede daarom dat de Europese Commissie bij monde van Margot Wallström, destijds Commissaris van Milieu, deze schijnbare paradox goed begrijpend, in oktober 2003 groen licht gaf voor wat de Friezen terzake doen. "Ecologisch onschuldig, educatief kansrijk, pedagogisch zeer aanvaardbaar", het zijn niet de geringste kwalificaties.

Maar zoals u ook de titel van Frits Maas' jubileumboek gebruikt: de BFVW had de stroom mee, maar kreeg de wind tegen. De uitkomst wordt uitgevochten tot in de rechtszaal van het hoogste juridisch college in ons land. In deze bizarre rechtsgang staan tegenover de Friezen (provinciebestuur en BFVW) de twee organisaties De Faunabescherming (vroeger: Stichting Kritisch Faunabeheer) en Vogelbescherming Nederland. Dat al die andere provincies het zoeken en rapen van kievitseieren hebben verboden heeft natuurlijk alles te maken met het simpelweg ontbreken van een krachtige organisatie die het fenomeen kievitseierenzoeken verdedigde. In Fryslân was die factor 'wederhoor' wél aanwezig (sinds 1947) in de vorm van de Bond van Friese Vogelbeschermingswachten (BFVW). Zij gaf vrijwel vanaf haar ontstaan weerstand aan de sterk negatieve, repressieve benadering van Vogelbescherming tegenover het kievitseierenzoeken en -rapen.
Ik raad u ter lezing het boek aan dat in december 1999 verscheen, eigenlijk als een ietwat verlaat jubileumboek, met als titel 'B.F.V.W. in vogelvlucht en perspectief'. (Banda, Heerenveen, ISBN 90-9013219-8). Ik had het genoegen dat te mogen schrijven.

Het verbod in de andere provincies laat nu al zijn negatieve sporen na. De motivatie om aan de bescherming mee te doen daalt daar in verontrustende snelheid. Als de nationale politiek kiest voor het bewaren van deze vorm van weidevogelbescherming dan is de keuze om hier aan lagere overheden (decentraal) bevoegheid toe te kennen zonder enige twijfel een slechte geweest. Hier is sprake van een voor de agrarische natuur buitengewoon contraproductieve ontwikkeling.

Natuurlijk zijn de Friezen zich bewust van de betrekkelijkheid van de waarde van haar harmoniemodel. Vanzelfsprekend bestaan er alternatieve benaderingen en misschien wel kansrijkere wegen die naar Rome leiden. Maar de ontwikkelingen lijken aan te geven dat de achteruitgang van weidevogels voorlopig slechts vástgesteld kan worden. De nauwkeurige óórzaken leveren alleen maar vraagtekens op. Een kentering te bewerkstelligen lijkt een ingewikkelde opgave. Daarbinnen moet mijns inziens alles, ook al lijkt het een strohalm, worden aangegrepen om dat tij te keren. U formuleert ergens: "Onze industriële omgang met de natuur is in misschien wel de meest letterlijke zin een doodlopende weg". Is het laten voortbestaan van de kievitseierenzoeken/weidevogelbescherming-cultuur een stukje tegenkoppelingsmechanisme voor dat perspectief? Een brongerichte zoektocht naar oorzaken kan alleen maar een positieve grondhouding tegenover het eierzoeken opleveren.
U schetst ook een ideaal. "In feite is daarmee een herdefinitie van de plaats van de mens ten opzichte van de natuur aan de orde". Mag het ljipaaisykjen deel uitmaken van die nieuwe houding? Het aaisykjen is veeleer het vullen van hoofd en hart dan van de pet!

Mijn persoonlijke opvatting is: het voortbestaan van deze traditionele wijze van omgaan met de natuur, het normaal vinden van de plus en de min, het oogsten én de bescherming, 'het wise and sustainable use' (een moderne wijze van definiëren van een duizenden jaren oud humaan fenomeen), acht ik zelf in die mate positief dat graslandbeherende natuurorganisaties zich zouden moeten bezinnen op de vraag op welke wijze zij het voortbestaan van die cultuur, de laatste waarschijnlijk met enige schaal waar natuurbescherming nog volkszaak is in plaats van (semi-)overheidszaak, zouden kunnen ondersteunen. It Fryske Gea, de Natuurmonumenten-dochter in Fryslân, doet dat door eenvoudigweg haar graslandgebieden in het voorjaar open te stellen voor de Friese ljipaaisiker. Een waardevolle opstelling en en positief signaal naar de samenleving!

De moeite die de BFVW doet om dat geheel van grootschalige betrokkenheid en massale inzet te laten overleven verdient een positieve benadering. In dat licht vind ik uw opmerking daarom qua plaats en zeker ook qua context een beetje misplaatst. En natuurlijk vooral waar die komt uit de mond van de voorzitter van de allergrootste natuurorganisatie van ons land. Ik neem u dat natuurlijk niet kwalijk, maar u onderscheidde zich daarmee ook niet van de man aan de borreltafel. Ik vond er in ieder geval toch aanleiding in voor deze reactie.

Ik stuur als bijlage mee de tekst van een artikel dat op 12 november als reactie op een verhaal van De Tegenstander in het Agrarisch Dagblad verscheen. Daarbij hoort een grafische voorstelling die een beeld geeft van de inzet voor legselgerichte weidevogelbescherming, uitgedrukt in een percentage van het inwonertal per provincie. Ik stuur u die separaat via de mail eveneens toe. En via de post, gericht aan de Vereniging Natuurmonumenten, tevens een exemplaar van het meest recente BFVW-tijdschrift Vanellus (= kievit) toe, waarin vanzelfsprekend de komende ontknoping voor de Raad van State een prominente plaats inneemt.

Ik zou een reactie van uw kant op hoge prijs stellen.

U veel succes bij uw werk toewensend, tekent,

Met vriendelijke hoogachting,

Sake P.Roodbergen
F.Kuipersstrjitte 15
8491 DE Akkrum
0566-651480
oud-dagelijks bestuurslid van de BFVW
en redacteur van Vanellus,
het tweemaandelijks BFVW-verenigingsblad.


F