| Interview met minister Gerda Verburg van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV) op 17 augustus 2007, na het nieuwsjournaal van vijf uur. |
|
(Tekst interview:) “It Fryske belied mei it aaisykjen soe wat minister Verburg oanbelanget yn hiel Nederlân ynfierd wurde kinne. It is yn Fryslân sa goed regele dat de ljip dêrfan profiteart en de ljippestân better wurdt. Verburg regarearret op Keamerfragen fan de Partij voor de Dieren dy hie dat aaisykjen ter diskusje steld en dy’t seit yn it aaisykseizoen mei der yn Fryslân op syn meast 7000 aaien meinommen wurde. Dat betsjut per aaisiker op syn meast 15 aaien en boppedat moatte aaisikers dêrnei ek oan neisoarch dwaan. En Verburg fynt dat dat goed wurket.
“En dan werom nei de minister,
Gerda Verburg. Oer it aaisykjen dus. Se hat antwurd jûn op
de fragen fan de Partij voor de Dieren. Dy woe dat aaisykjen
ter diskusje stelle en leafst ferbiede, mar de minister
fielt dêr neat foar. Sy seit dat it belied sa as dat hjir yn
Fryslân is, krekt hiel goed wurket en dat dat ek wol yn de
rest fan Nederlân ynfierd wurde kin.
De minister: “Waar het om gaat is
dat de Bond van Friese Vogelbeschermingswachten en andere
onderzoekers, bijvoorbeeld ook de Universiteit van Leiden
regelmatig controleert, hoe zit het met de kievitstand in de
gebieden waar gezocht wordt en als er terugloop is van het
aantal kieviten en dus ook van het aantal nesten en het
aantal eieren, dan wordt het aantal te zoeken eieren
teruggeschroefd. Maar daar is geen enkele aanleiding voor
omdat zelfs uit onderzoek blijkt dat het kievitenbestand in
die percelen waar kievitseieren gezocht mogen worden en dus
ook worden, dat het kievitenbestand daar eerder toe- dan
afneemt”.
Vraag Omrop Fryslân: “Dus in die zin
zou je bijna kunnen zeggen, nou gaat dat beleid wat in
Friesland wordt gevoerd dan maar in heel Nederland
uitvoeren”.
Minister: “Als er andere gebieden
zouden zijn, als er andere provincies zouden zijn die zouden
zeggen: wij zien hoe het er in Friesland toegaat en wij
willen op dezelfde zorgvuldige wijze ook zo’n soort beleid
opzetten dan ga ik daar heel serieus over nadenken, want
natuurlijk moet je respect hebben voor de vogelstand en we
hebben een Vogelrichtlijn die een aantal zaken heel
zorgvuldig regelt, maar als je een mooie traditie kunt
combineren met toch een vitale kievitenstand, dan zeg ik:
doen!”.
Vraag Omrop Fryslân: “Maar u noemt
al die Vogelrichtlijn. Daar is het toch helemaal mee in
strijd?”
Minister: “Nee, de Vogelrichtlijn en
op grond van de Vogelrichtlijn heeft de Raad van State, u
weet wel, een belangrijk besluitvormend en adviserend orgaan
op rijksoverheidsniveau, heeft gezegd: wij erkennen de
traditie en wij zien dat binnen die zorgvuldige
randvoorwaarden in Friesland het toegelaten is en dus moet
het kunnen en dus moet het mogen op voorwaarde dat je die
spelregels ook hanteert en handhaaft en blijft meten hoe het
gaat met het kievitenbestand”.
Vraag Omrop Fryslân: “Maar ook met
het oog op het beleid vanuit Brussel is dit beleid op
termijn toch moeilijk te verdedigen, denk ik”.
Minister: “Nou, daar ben ik helemaal
niet bang voor. We doen dit nu al jaren zo, de Gedeputeerde
Staten van Friesland stelt per jaar ongeveer vast hoeveel
eieren er geraapt mogen worden, aan de hand ook van het
kievitenbestand en de onderzoeken die regelmatig
plaatsvinden. Als nu uit datzelfde onderzoek of een
soortgelijk onderzoek zelfs blijkt dat het het
kievitenbestand ten goede komt, dan zie ik niet in waarom
Brussel zou zeggen: het mag niet meer. Sterker nog: het zou
dus zo kunnen zijn dat Brussel zegt: hé, dit is interessant,
wat kunnen we daar van leren!”. Omrop Fryslân: “De Minister van
Lânbou is dus posityf oer it Fryske greidefûgelbelied.. De
bijdrage kaam van Sybren Terpstra”.
Omrop Fryslân Aktueel, 17 augustus
2007, na het nieuws van vijf uur. |