De Friese Plattelands Alliantie.
Mission Statement
Inleiding en doelstelling
De Friese Plattelands Alliantie (FPA) is in 2002 opgericht
als samenwerkingsverband van organisaties die begaan zijn met en
betrokken zijn bij het gebruik, de inrichting en de toekomst van
de groene ruimte waarin de bevolking van Fryslân leeft. Het
verstandig gebruik van de groene ruimte staat voorop.
In de statuten is opgenomen dat de FPA de belangen van de leden
zal behartigen die verband houden met de uitoefening en de
voortzetting van een verstandig en duurzaam gebruik van de
Fryske groene ruimte met aandacht voor de instandhouding en
verbetering van de natuurwaarden van deze groene ruimte. Zij wil
dit verwezenlijken onder andere adequaat beheer en het
ontwikkelen van beschermende maatregelen.
Aanleiding tot de oprichting
De FPA staat voor een verstandig gebruik van de natuur.
Natuurbescherming is echter al te vaak verworden een middel, een
bewust instrument, om mensen te bannen uit de natuur om daarmee
elke vorm van beleving en verstandig gebruik (“wise use”) door
de mens van de natuur, ook op het Friese platteland te beperken
dan wel onmogelijk te maken. De maatschappelijke opvattingen
aangaande deze materie zijn zich aan het verengen zodat ethische
beginselen en sentimenten prevaleren boven verstandelijke
argumenten en wetenschappelijk onderbouwde stellingen. Het
gevolg is dat er nogal eens maatregelen en richtlijnen worden
uitgevaardigd die weliswaar mogelijk beantwoorden aan
maatschappelijke gevoelens, maar die objectief en deskundig
bezien kant noch wal raken.
De traditionele vormen van verstandig gebruik van de natuur en
de natuurrecreatie waren in Fryslân niet eerder overkoepelend
georganiseerd. Toch is er sprake van een groot aantal
gemeenschappelijke belangen. De afzonderlijke organisaties
concentreren zich, begrijpelijk, in eerste instantie op hun
eigen deelbelangen en blijven daarvoor ook de meest aangewezen
partij. Het gevolg van dit afzonderlijke optreden is dat er per
organisatie beperkingen worden opgelegd, alsmede
verbodsbepalingen worden ingevoerd ten aanzien van het
(mede-)gebruik, zonder dat het brede front van verstandige
gebruikers van de natuur in Fryslân zich hiertegen heeft kunnen
verzetten.
Natuur- en recreatiegebieden worden schaars, ook in Fryslân.
Respectvol wederzijds gebruik wordt daardoor steeds
noodzakelijker om aan partijen in deze een toekomst te bieden.
Zo kan bijv. op terreinen voor openluchtrecreatie actief aan
natuurontwikkeling worden gedaan en moet ook in natuurgebieden
recreatief medegebruik mogelijk blijven. Het huidige
natuurbeleid laat hier kansen onbenut.
In het Nederlandse en Europese overheidsbeleid dreigen bepaalde
inhoud- en beeldbepalende functies, zoals akkerbouw, veeteelt,
bosbouw, visserij, toerisme en “wise use”- activiteiten, zoals
sportvissen, eierzoeken en jagen te worden beknot in hun
uitvoering en ontwikkeling door de natuur te verheffen tot de
enige structuurbepalende maatgever. De intrinsieke waarde van de
mens als genieter, gebruiker en beheerder van de natuur blijft
zo stelselmatig onderbelicht. Daarnaast lijken ééndimensionale
belangenverenigingen te streven naar het ideaal van een
“natuurlijke leegte”. De FPA ondersteunt de plicht tot
natuurbescherming, doch staat ook pal voor het recht op
natuurbeleving en natuurgebruik door de mens, inclusief de
daarmee onlosmakelijk verbonden zorgplicht.
Bij dit alles wil de FPA als belangengroepering een scherp oog
hebben voor de identiteit en entiteit van de afzonderlijke
leden. Het werkterrein van de FPA beslaat het gezamenlijk belang
en kan bogen op een breed maatschappelijk draagvlak voor
duurzame oplossingen die de FPA nastreeft. Zo ontstaat een breed
gedragen visie op de natuur, wordt op het platteland de
leefbaarheid vergroot en krijgt de natuur volop kansen voor een
evenwichtige ontwikkeling.
Nadere uitwerking van de doelstellingen
De FPA wil opkomen voor een verstandig gebruik van de groene
ruimte. Enerzijds betreft dit mensen die om den brode leven van
en in de natuur (de agrarische sector, inclusief de
beroepsvissers), anderzijds betreft het mensen die op een
verstandige manier uit de natuur oogsten door jacht,
sportvisserij, eierzoeken, recreatief verblijf en het verzamelen
van planten en dieren. In concreto zijn de doelstellingen dan
ook de volgende:
• Het bevorderen van een duurzaam en verstandig gebruik van de
groene ruimte voor de land- en tuinbouw, de bosbouw, de jacht,
de visserij, het eierzoeken en beschermen van bodembroeders en
voor andere natuurverbonden activiteiten die geen schade doen
aan de flora en fauna. Deze opvatting houdt in dat er naast het
gebruik van de natuur ook sprake moet zijn van ontwikkeling en
bescherming om daarmee de duurzaamheid veilig te stellen. De FPA
gaat hierbij niet uit van de bescherming van individuele dieren
en planten doch van de soorten en hun biotopen.
• Het bevorderen van het gebruik van de groene ruimte door
mensen die daarvan willen genieten en die een bijdrage willen
leveren aan de instandhouding ervan.
• Het verbeteren en vergroten van biotopen als dat voor de in
standhouding van bepaalde soorten binnen de flora en fauna
vereist is. Daarbij staat voor agrarische gebieden de
bedrijfsvoering van de boer als ondernemer voorop. Gegeven deze
bedrijfsvoering en in goed overleg met de grondgebruiker kunnen
maatregelen genomen worden die het voortbestaan van bepaalde
soorten kunnen bevorderen. Zodra dergelijke maatregelen wel een
ingrijpen in de bedrijfsvoering eisen, dient de overheid
tegemoet te komen in de kosten die deze maatregelen met zich
meebrengen. Gedacht wordt hierbij bijv. aan perceelsrandenbeheer,
het gebruik van strorijke mest, het toepassen van maaitrappen en
het aanpassen van het waterpeil.
• Het reguleren van overmatige predatie door vliegende,
zwemmende en bodemgebonden predatoren. De FPA wil bevorderen dat
de verantwoordelijkheid voor deze regulering komt te liggen bij
de beheerders van de groene ruimte en niet bij de overheden die
verstrikt dreigen te raken in een beklemmend vergunningenbeleid.
Vooraf zal een eigen beleid worden ontwikkeld. In de rapportage
achteraf wordt aan de overheid verantwoording afgelegd over de
verkregen resultaten. De extra bescherming die de vos en de
kraaiachtigen hebben gekregen in de nieuwe Flora- en Faunawet
(2002) is een voorbeeld van beleid dat gebaseerd is op onjuiste
argumenten en sentimenten.
• Het in overleg met de overheden (gemeenten, provincie, rijk en
EU) bevorderen van maatregelen die aan de doelstellingen
tegemoet komen, aanvallen op de FPA afwenden en bestrijden dan
wel de dialoog aangaan met andersdenkenden.. Voorkomen moet
worden dat te zaken worden geregeld door gerechtelijke
uitspraken.
• Het bevorderen van het democratisch gehalte in de
besluitvorming over de groene ruimte; plausibele argumenten
dienen zwaarder wegen dan subjectieve sentimenten. Aldus
onderbouwde besluiten zullen door de FPA worden gestimuleerd dan
wel haar instemming krijgen.
• Het bevorderen van veldwerkzaamheden die in het kader van de
doelstellingen worden uitgevoerd. Daartoe behoren opleiding,
nascholing en bijscholing van betrokkenen en educatie van
derden, in het bijzonder van de jeugd, De laatstgenoemde groep
is erg belangrijk. Hen dient al jong liefde en respect voor de
natuur te worden bijgebracht, zodat ze zullen uitgroeien tot
waardevolle voorvechters van de doelstellingen van de FPA, ook
als de stad hun woon- en werkterrein wordt. Deze activiteiten
worden als regel door de participanten in de FPA worden
uitgevoerd.
• Het gevraagd en ongevraagd adviseren aan overheden,
instellingen en overige organisaties, die opereren in de groene
ruimte uit de aard van hun activiteiten en derhalve hebben te
rekenen met de impact daarvan op alles wat leeft en groeit in de
groen ruimte.
Op deze wijze zal de FPA de groene krachten bundelen en een
breed gedragen signaalfunctie hebben richting overheden en
publiek. Zij bedient zich daarbij van evenwichtige, op feiten
gebaseerde voorlichting. De participanten verbinden zich met en
verplichten zich tot elkaar via de alliantie en behouden
daarnaast hun eigen bloedgroepgebonden verantwoordelijkheid. In
bijzondere gevallen kunnen organisaties en instellingen ad hoc
participeren in de FPA.
Organisatievorm
De organisatievorm van de Fryske Plattelands Alliantie is
eenvoudig en gericht op slagvaardigheid. Iedere deelnemende
organisatie levert één bestuurslid. Indien het aantal leden
groter is dan 6 volgt de benoeming van een dagelijks bestuur,
dat de agenda voor de bestuursvergaderingen voorbereidt. Iedere
organisatie heeft evenveel rechten en plichten in het bestuur.
De geldmiddelen worden per reglement geregeld.
De FPA bestaat uit de volgende participanten:
• De Bond van Friese Vogelbeschermingswachten (BFVW)
• Agrarische Jongeren Fryslân (AJF)
• Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging Friesland (KNJV)
• Federatie Friesland van Sportvissersverenigingen (FFvS)
• Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied (SBNL),
organisatie voor particulier en agrarisch natuurbeheer.
Regionale beheerscommissie
• Nederlandse Vereniging voor Natuurtoezicht (NVvN)
• Vereniging “Het Reewild”
• Koninklijk Nederlandse Hippische Sportfederatie Friesland KNHS)
• Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer (NOJG)
• De Kooikersvereniging
Het bestuur is per 1 januari 2006 als volgt samengesteld:
*) zijn DB-leden
Joop Atsma, (Tweede Kamerlid voor het CDA), voorzitter
Dr.Ir. A. Osinga (BFVW), secretaris*), Dr. Wassenberghstr. 1
9061 AL GYTSJERK tel.. 058-2561549, email : antjitsosi@isnetadsl.nl
J. van Eijden (AJF), lid
A. Kemink (FFvS), penningmeester*)
Drs. J.W. van der Berg (KNJV), vice voorzitter*)
B. Hoogland (SBNL), lid
J.G. Mestemaker (Het Reewild), lid
G. Stuiver (NVvN), lid
A. Valkema (KNHS), lid
Sj Westra (NOJG), lid
R. Stekelenburg (Kooikersvereniging), lid