Datum:
24-12-2009
Mozaiekbeheer bewijst zijn waarde met name voor de kievit en scholekster

Nieuws PAN

Nieuws Alg.

Nieuwsarchief

Startpagina

 


De acht agrarische natuurverenigingen die in Noord Nederland collectief weidevogelmozaïekbeheer toepasten hebben in vaste telgebieden van in totaal 2.571 hectare de aantallen nesten of broedparen bijgehouden. De broedpaardichtheid van de grutto in de mozaïekgebieden was in 2009 ongeveer de helft van die in de Friese weidevogelreservaten, maar met 18 paar per 100 hectare nog heel redelijk. De dichtheid van de tureluur was ongeveer gelijk en die van kievit en scholekster respectievelijk 40% en bijna 50% hoger. Dat blijkt uit het rapport ‘Weidevogelmozaïekbeheer Noord-Nederland Resultaten 2009’.

Met uitzondering van de scholekster vertonen de steltloperweidevogels in 2009 in het algemeen een daling ten opzichte van 2008. Het aantal gebieden met een negatieve ontwikkeling overtreft het aantal met een positieve ontwikkeling. Een positieve uitschieter is ‘t Bûtlân, waar sinds de start van het mozaïekbeheer de gruttostand verdubbelde en het aantal tureluurs verdrievoudigde. De droogte in april lijkt minder dan in 2007 de aantallen broedparen en nesten parten te hebben gespeeld. De weersomstandigheden leken gunstig voor opgroeiende pullen.

Op de totale oppervlakte mozaïekbeheer gaat de grutto sinds 2004 achteruit. Over de hele periode 2000-2009 is de populatie echter nog stabiel. De kievit neemt gemiddeld met 4% per jaar toe. De tureluur en de scholekster zijn stabiel, zij het met soms flinke schommelingen. De ontwikkelingen van de aantallen bij het mozaïekbeheer onderscheiden zich positief van de algemene ontwikkelingen in de provincie Friesland, waar de vier stelloperweidevogels tot en met 2008 met 4 tot 8% per jaar achteruitgingen. Het goede resultaat lijkt niet hoofdzakelijk het gevolg van immigratie uit andere gebieden. In de jaren 2006-2008 werden in de mozaïekgebieden voldoende jonge grutto’s en tureluurs groot om de jaarlijkse sterfte onder volwassen vogels te compenseren.

De jongenproductie bij de grutto was in 2006-2008 in de mozaïekgebieden beter dan in Friese reservaten en bij de tureluur even goed. Alleen bij de kievit leidde het mozaïekbeheer tot een ombuiging van een negatieve naar een positieve trend. Voor de andere soorten was dat niet het geval. Het positieve resultaat is dus niet zonder meer aan het mozaïekbeheer toe te schrijven. Er zijn ook andere factoren die de gebieden tot goede weidevogelgebieden maken.
Mozaïekbeheer lijkt ertoe bij te kunnen dragen om goede weidevogelgebieden goed te houden. Daarom moet het met voorrang in de resterende goede weidevogelgebieden worden toegepast, samen met andere beschermingsmaatregelen zoals herstellen van landschappelijke openheid, vermindering van predatie en waar mogelijk waterpeilverhoging.

Het rapport ‘Weidevogelmozaïekbeheer Noord-Nederland Resultaten 2009’ is te vinden op de website van BoerenNatuur.

bron: BoerenNatuur, 22/12/09