
Tot en met het jaar 1967 was er een aardige
jaarlijkse wedstrijd tussen de provincie Fryslân en de rest van
Nederland met als inzet waar het eerste kievitsei gevonden zou
worden.
Traditioneel was de eierzoeksport in de
eerste provincie, het weidevogelbolwerk in ons land, het meest
ontwikkeld. Dat had ook te maken met het gegeven dat in Fryslân
sinds 1947 een sterke organisatie bestond die geleidelijk het
kievitseierenzoeken actief verdedigde, juist vanwege het feit dat de
groep van de eierzoekers (‘benutters van de groene ruimte’) een
buitengewoon gemakkelijk te mobiliseren deskundig legioen van
vrijwillige beschermers van weidevogels opleverde en niet alleen van
de kievit, maar in principe van álle (bedreigde) vogels, met name de
grutto.
De vereniging Bond van Friese Vogelbeschermings
Wachten (BFVW) ontwikkelde zich vanaf het oprichtingsjaar 1947 tot
een vereniging met rond 27.000 leden en is daarmee in het Noorden de
grootste groene organisatie en twintigste in grootte op de
jaarlijkse VARA’s Vroege Vogelparade. Er zijn 122 lokale
vogelwachtverenigingen bij aangesloten. Rond 6500 leden werken
actief mee in één van de vele beschermingsprojecten van de BFVW
(Kerkuil, Zwarte Stern, holenbroeders, Oeverzwaluw of de (28
soorten) weidevogels).
|
Provincie |
per 1000
inwoners |
aantal inwoners per
provincie |
aantal weide-vogelbeschemers |
|
| Gr. |
0,77 |
572997 |
441 |
| Dr. |
0,87 |
481254 |
421 |
| Ov. |
0,80 |
1100677 |
881 |
| Gld. |
0,27 |
1960422 |
530 |
| Utr. |
0,48 |
1152218 |
556 |
| Frl. |
9,13 |
639787 |
5843 |
| Fle |
0,46 |
351680 |
163 |
| NH. |
0,41 |
2573120 |
1055 |
| ZH |
0,24 |
3439982 |
827 |
| Zl |
0,33 |
378348 |
126 |
| NBr |
0,20 |
2400198 |
225 |
| Lim |
0,56 |
1141889 |
639 |
|
|
|
|
|
|
|
|
16192572 |
11.707 |
Het eerste kievitsei werd als een
voorjaarstrofee aangeboden aan de vorst. Deze traditie dateert van
het midden van de negentiende eeuw. De ceremonie is te vergelijken
met het aanbieden van het eerste vaatje Hollandse nieuwe.
In het voorjaar van 1968 –een periode van
herwaardering van alle normen en waarden en van ‘verhoogd ecologisch
bewustzijn’- maakte de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) onverwacht
bekend dat Hare Majesteit Koningin Juliana voortaan het eerste
landelijke kievitsei niet meer zou accepteren. Alle commissarissen
van de koningin volgden behalve Fryslân en Gelderland.
Naderhand bleek dat dit besluit gebaseerd was
op een advies van de secretaris van de Nederlandse Vereniging tot
Bescherming van Vogels in Zeist (tegenwoordig Vogelbescherming
Nederland, VBN). Het besluit werd met name in Fryslân ontvangen met
teleurstelling en ook met spot en hilariteit naar de adviseur (Ko
Zweeres) toen uit de letterlijke tekst van de RVD bleek dat de
beslissing ingegeven was om ‘verstoring van andere broedende
weidevogels te voorkomen’, terwijl in kringen van ecologen algemeen
bekend is dat de kievit veruit de eerste weidevogel is die tot eileg
komt en dat het eierzoeken al weer is afgelopen wanneer die ‘andere
soorten’ met het broeden beginnen.
De laatste eierzoekdag werd in 1993 door de
Staten-Generaal- en overgenomen in de Flora- en faunawet, artikel 60
(2001)- vastgesteld op 8 april. Momenteel is het eierzoeken verboden
in alle andere provincies. In Fryslân is het toegestaan tot 1 april,
omgeven door allerlei andere beperkende voorwaarden.
Deze manoeuvre van ‘Zeist’ luidde een periode
van onenigheid in tussen deze landelijke organisatie en de Friese
BFVW over de positie ( waarde) van het kievitseierenzoeken in de
natuurbescherming. Eerste climax in die strijd was de behandeling
van het ‘zoeken en rapen van kievitseieren’ in de Tweede Kamer in
1993, noodzakelijk vanwege de broodnodige aanpassing van de oude
Vogelwet 1936 aan nieuwe Europese eisen, neergelegd in de
Vogelrichtlijn van april 1979. BFVW en Zeist kwamen als kemphanen
tegenover elkaar te staan.
DE BFVW kwam als overwinnaar uit deze strijd.
De Friese werkwijze werd door de Tweede Kamer (maart 1993) en Eerste
Kamer (oktober 1993) vrijwel Kamerbreed ten voorbeeld gehouden voor
het hele land. De al in Fryslân gebruikte zg. aaisikerskaart (met
pasfoto) werd ingevoerd als juridisch geldig eierzoekbewijs in het
hele land.
Merkwaardigerwijs bepaalde diezelfde
Staten-Generaal slechts enkele jaren later, bij de behandeling van
de Flora- en faunawet in 1997 onder sterke aandrang van de
anti-eierzoekenprovincie Noord-Holland (gedeputeerde Frans Tielrooij
(PvdA) was persoonlijk fel tegen, Hugh Gallacher was de eerste
voorzitter van de Stichting Kritisch Faunabeheer dat zich nu DÉ
Faunabescherrming noemt; Willie Swildens (PvdA was Tweede Kamerlid
en sterk gelieerd aan Vogelbescherming Nederland) dat elke provincie
zelf verantwoordelijk was voor het kievitseierenzoeken. Frans
Tielrooij was tevens voorzitter van het invloedrijke IPO
(Interprovinciaal Overleg). Hij benaderde Van Aartsen (VVD) die toen
minister van LNV was. De minister consulteerde Sicko Heldoorn, de
Friese gedeputeerde. Heldoorn verzette zich niet tegen het idee van
decentralisatie.
Door het ontbreken van een BFVW in de andere
provincies en door toedoen van regionale consulenten van
Vogelbescherming én Landschapsbeheer Nederland (binnen die zwaar
gesubsidieerde structuur heeft Vogelbescherming weer een dominante
positie) was het binnen twee jaren gebeurd met het eierzoeken buiten
Fryslân. De BFVW-argumenten werden nog wel verwoord en op alle
provinciehuizen neergelegd, maar dat hielp niet meer.
Uit de jaarverslagen van Landschapsbeheer
Nederland in Utrecht blijkt dat de bijdrage van Fryslân (de BFVW) in
de nationale beschermingsinzet voor de weidevogels kwantitatief
buitenproportioneel hoog is. Ruim 6300 Friese eierzoekers
beschermden bijvoorbeeld in het voorjaar van 2004 rond 57.000
legsels op ca. 142.000 hectare, ongeveer tweederde van het
potentiële weidevogelareaal van de provincie Fryslân en ongeveer één
derde van het totale beschermde gebied in ons land.
(zie figuren in stuk “Vogelbescherming
Nederland!?” op BFVW-website
www.bfvw.nl
(Klik op Ingezonden op de home-page en vervolgens staat het stuk op
die bladzijde helemaal links onderaan).
De ‘ecologische onschuld’ van het
kievitseierenzoeken en rapen wordt door Nederlandse
weidevogelbiologen niet weersproken. De beschermingsinzet van
eierzoekers mag beschouwd worden als een méérwaarde van het
kievitseierenzoeken en niet als ‘compensatie voor een geslagen
wonde’. Dat geldt voor elke eierzoeker en voor elke hectare!
De BFVW, gesteund door het Provinciaal Bestuur en -tot voorjaar
2007- door de terreinbeherende natuurorganisatie It Fryske Gea, is
zuinig op zijn eierzoekers. Gesprekken met Staatbosbeheer om het
goede voorbeeld van It Fryske Gea te volgen en ook de (Friese)
SBB-graslandgebieden open te stellen voor het eierzoeken om zo het
vogelbeschermende draagvlak nog sterk te verbreden, stuiten
vooralsnog op een ‘njet’ zonder echte afweging van kosten en baten,
hoewel in het SBB-hoofdkantoor in Driebergen geluiden te horen zijn
van: “Met dat kievitseierenzoeken van jullie, BFVW, is niets mis!”.
De BFVW is van oordeel dat er veel meer
mogelijk is en dat professioneel en vrijwillig ‘groen Nederland’
elkaar wederzijds veel meer kunnen ondersteunen.
Inmiddels is op 15 oktober 2003 het dossier
kievitseierenzoeken in Europees verband gesloten. Een klacht van de
kleine maar vasthoudende Nederlandse stichting De Faunabescherming,
tegenstander van elke ‘gebruik van de natuur’ op basis van ethische
overwegingen, werd niet-ontvankelijk verklaard. Er volgt geen gang
naar het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. In correspondentie
van de Europese Commissie met de klager komt de volgende alinea
voor: “Mijn diensten zijn van mening dat er voor het rapen van
kievitseieren geen andere bevredigende oplossing bestaat, aangezien
het gaat om een oude volkstraditie die niet vervangen kan worden
door een andere activiteit met een zelfde sociaal-culturele waarde.
Het rapen van kievitseieren maakt bovendien deel uit van een reëel
programma voor de bescherming van weidevogels”.
(de wandelgangen vielen de termen: ecologisch
onschuldig, educatief kansrijk, pedagogisch zeer waardevol (voor
lichaam én geest) en sociaal-cultureel van grote waarde en
onvervangbaar)
De BFVW presenteert haar werkmodel van
kleinschalig oogsten en omvangrijk beschermen als een West-Europese,
hedendaagse vertaling en schoolvoorbeeld van de ‘wise and
sustainable use’-gedachten van de internationale
natuurbeschermingsorganisatie IUCN in Genève. ‘Gebruik de natuur,
maar doe dat behoedzaam, kweek betrokkenheid en ontwikkel
beschermende maatregelen’.
Inmiddels heeft Vogelbescherming Nederland haar
juridische strijd tegen het ljipaaisykjen opgegeven. Daarmee is een
eind gekomen aan een onverkwikkelijke broederstrijd. De enige
organisatie van belang die nog doorvecht is De Faunabescherming, een
Randstedelijke organisatie met zo’n vijfduizend leden, die ethische
bezwaren heeft tegen het fenomeen kievitseierenzoeken. Deze bizarre
strijd politiek gesteund door Groen Links en de SP Faunabescherming,
tégen het eierzoeken, het fundament van Neerlands meest succesvolle
weidevogelbeschermingsmodel, krijgt langzamerhand een hoog Don
Quichotte-gehalte.
In Fryslân is de traditie nog springlevend en
omgeven met prachtige ceremonieën. Commissaris van de koningin drs.
Ed Nijpels aanvaardt volgaarne ‘it earste Fryske ljipaai’ , gebruikt
bij die aanbieding op het Provinciehuis ‘it Lottertobke”, geschenk
van de BFVW bij het gouden jubileum in 1997 om het ei ceremonieel te
lotterjen en schenkt de unieke provinciale Sulveren Ljip aan de
vinder.
En in Nijpels’ kielzog werken alle
éénendertig Friese burgemeesters eendrachtig mee aan de
instandhouding van dit stukje cultureel erfgoed en accepteren it
earste ljipaai van hun gemeente.
Sake P. Roodbergen
Akkrum
17 juni 2007
Curriculum Vitae:
Geboren 1945 in Grou(w). Gedurende de periode
1988 tot 1998 maakte ik deel uit van het dagelijks bestuur van de
BFVW en had in die periode het ‘ljipaaisykjen’ in portefeuille,
hetgeen veel overleg inhield met alle betrokken partijen:
provinciale en landelijke overheid, Europa,
boerenstandsorganisaties, natuurorganisaties, politiek en media.
Sinds 1994 redacteur van het tweemaandelijks
verschijnende BFVW-tijdschrift Vanellus.
De BFVW is een geheel ongesubsidieerde Friese
vereniging met onbezoldigde bestuurders.
Literatuur:
-
Hijkes en Sijkes, C.J. van Dijk, 1967
-
Met een strootje te verleiden, J.A. de Vries, 1996; ISBN 90 56150158
-
B.F.V.W. in vogelvlucht en perspectief, S. P. Roodbergen
, 1999, ISBN 90 90132198
-
Voorjaar 2005, een bijzondere maitiid, S.P. Roodbergen, 2005
-
Vanellus, tweemaandelijks verenigingstijdschrift BFVW (zie
www.bfvw.nl)