| Datum: 11-04-2010 |
aanvullende gegevens eierzoeken maart 2010 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
In het navolgende overzicht zijn cijfers bijeengebracht over de getelde
aantallen kievitsnesten in het nazorggebied van de BFVW en de einddatum van het
kievitseierenzoeken in dat jaar. Met plus en min zijn de verhogingen/verlagingen
aangegeven. Getelde aantallen nesten in BFVW-nazorggebied en de einddatum voor het ljipaaisykjen in de laatste vijftien jaren:
![]() De bedoeling van het bijeenbrengen van bovenstaand cijfermateriaal is te proberen of er een relatie valt te ontdekken tussen een vroege(re) einddatum voor het kievitseierenzoeken en de kievitenpopulatie in het volgende jaar. Opvallend zijn in elk geval de vier jaren 2003 en 2004, en 2007 en 2009. In de jaren 2003 en 2004 was de einddatum in beide jaren 8 april. In de daaropvolgende jaren werden meer nesten geteld. In 2007 en 2009 was de einddatum een stuk vroeger; in beide jaren daaropvolgend werden vrij sterk lagere aantallen nesten geteld. Allereerst moet worden gezegd dat het niet verantwoord is ál te forse conclusies te trekken op basis van bovenstaand beperkte cijfermateriaal. Er kunnen gemakkelijk factoren een rol spelen die wel te ontdekken zijn maar niet genoemd zijn, Bovendien kan er gemakkelijk sprake zijn van onbekende factoren. Duidelijk is in ieder geval dat het moeilijk beweerd kan worden dat er een duidelijke één-opéén-relatie is. Daarmee wordt bedoeld: een vroegere sluitngsdatum levert meer kieviten op. Op basis van bovenstaande gegevens lijkt het omgekeerde eerder waar. Het lijkt niet te gewaagd om vast te stellen dat er eerder sprake is van een negatieve relatie –hoe vroeger de sluitingsdatum hoe slechter de resultaten- dan van een positieve. De verklaring lijkt eenvoudig: een vroegere sluiting levert sneller een nieu legsel op, zo snel, dat op het moment van (massaal) maaien er net (massaal) jonge kievitskuikentjes zijn. De gevolgen laten zich raden. Weidevogelmeetnet Bovenstaande cijfers geven inzicht in de telresultaten van de totale groep van rond vijfduizend BFVW-nazorgers vanaf 1995. Op dat moment was nog niet sprake van een volledige provinciale dekking. In 1995 ging het om 94.355 ha. In het jaar 2000 betrof het 106.762 ha en in het topjaar 2006 om 170.828 ha. Daarbij moet bedacht worden dat het bij de laatste pakweg 30 à 50.000 bunder gaat om meer marginale weidevogelgebieden. De tellingen door de duizenden BFVW-nazorgers –als nevenproduct van de bescherming- vormen een kolossaal weidevogelmeetnet. Een uniek meetnet in landelijk perspectief bovendien, want nergens elders bestaat een grote organisatie als de BFVW. De gehanteerde telmethode wijkt af van een bestaand landelijk meetnet. De organisatie daarvan is nu in handen van de Stichting Vogelonderzoek Nederland (SOVON).In Fryslân wordt in dit SOVON-meetnet door een honderdtal mensen in een honderdtal zg. plots geteld, met een sterk accent op gebieden van de drie terreinbeherende instanties. Elk plot wordt niet ieder jaar geteld; de ontbrekende getallen worden via een wiskundige omrekening ingevuld. Aan het BFVW-weidevogelmeetnet wordt momentaal door 4780 vrijwilligers meegeteld. De deelnemers zijn alle nazorgers. Dat aantal loopt terug. In 1995 toen de positieve gevolgen van de goede discussies van maart en oktober in de Staten-Generaal doorwerkten in de stijgende deelname in de weidevogelbescherming in het hele land, waren dat er in Fryslân 4352. Vijf jaar later was dat aantal gestaag gestegen naar 4751. In het topjaar 2004 -het all times high voor de BFVW- toen de sluitingsdatum nog 8 april was en de negatieve gevolgen van de invoering van de Flora- en faunawet van april 2002 het BFVW-systeem nog niet hadden aangetast, waren dat er 6446. Daarna volgde de volslagen overbodige, ontwrichtende invoering van de provinciale ontheffing met de mogelijkheden van bezwaar door TEGENSTANDERS, werd de einddatum met een week vervroegd -en later nog meer- en daalde de deelname van nazorgers/tellers tot 4774 in dit voorjaar 2010, het niveau van het jaar 2000. Maar nog altijd is sprake van een buitengewoon omvangrijk weidevogelmeetnet, dat bij vergelijking met het SOVON-meetnet weliswaar anders van methodiek is, maar door zijn omvang zeker zo betrouwbaarheid. En hoe zal het verder gaan? Men hoeft geen waarzegger te zijn om te voorspellen dat de negatieve trend zich versterkt zal voortzetten. Dit voorjaar heeft een bevoorrechte ljipaaisiker in de VUT of met pensioen vier of vijf dagen kunnen zoeken. Het weekend van 20-21 maart werden de allereerste kievitseieren gevonden, op de avond van de 26e werden de laatste eieren van het provinciale quotum gemeld. Een iets minder gelukkige zag de weg naar de greiden geblokkeerd vlak voor het lokkende weekend.. Een seizoen dat alleen maar mensen kwaad maakt en naar de jongerein geen enkele wervende kracht heeft gehad. En een sluitingsdatum die alleen maar meer toekomstige rampspoed voor de kievit inhoudt. Ook dáárvoor hoeft men geen waarzegger te zijn. Alle kerngegevens zijn negatief; alle seinen staan op rood. It giet op de kop ferkeard!! En volgend jaar zal De Faunabescherming roepen dat het SOVON-meetnet uitwijst dat het met de kievitenstand slecht gaat. En de overijverige provinciale ambtenaren in Leeuwarden zullen binnen twee dagen het quotum neerwaarts aangepast hebben, net als dit jaar. En de einddatum zal nog vroeger komen te liggen en de woede en demotivatie zullen nog nog omvangrijker. En de neerwaartse spiraal zal onverdroten doorzetten. En zo helpt een nieuwe wet die mensen hebben bedacht en die natuurbescherming ten doel heeft diezelfde natuurbescherming, in Fryslân op een intelligente manier georganiseerd, binnen tien jaar naar z’n mallemoer. En zo raakt Nederland het allerbeste, meest grootschalige en meest stimulerende weidevogelbeschermingsmodel binnen luttele jaren kwijt. Niet door een of ander onontkoombaar noodlot als een tsunami, maar door keuzes gemaakt door mensen. Kwijt voor altijd. En we –minister Gerda Verburg, Tweede Kamer, Eerste Kamer, Brussel, professionele natuurbeschermers, nazorgers en ljipaaisikers- stonden erbij en keken ernaar. In wat voor land leven wij eigenlijk.. Sake P. Roodbergen Akkrum roodbergen@chello.nl sluitingsdatum kievitseierenzoeken, 27 maart 2010 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||