Projectplan “Wyldhimrik”

Inhoud:

  1. Inleiding
  2. Het gehele plan
  3. Hazen en konijnen
  4. Reeën en damherten
  5. Vissen
  6. Wilde zwijnen
  7. Weidevogels
  1. Vee
  2. Voorlichting en onderwijs.
  3. Horeca
  4. Kinderboerderij
  5. Overige activiteiten
  6. Verdere werkwijze.
  7. Begroting van de haalbaarheidsstudie

Inleiding
 

Het idee is om te komen tot een soort wildboerderij waarin alle in Nederland voorkomende dieren die aaibaar en eetbaar zijn onder geoptimaliseerde omstandigheden te houden en te benutten. De optimalisatie van de omstandigheden heeft betrekking op het voorkomen en beperken van predatie, preventieve en mogelijk curatieve gezondheidszorg, het bieden van voedsel en dekking en het bevorderen van de reproductie. Wat de diersoorten betreft wordt naast vleesvee gedacht aan hazen, reeën, mogelijk damherten, mogelijk wilde zwijnen, zoetwatervis, zowel in stilstaand als stromend water (forellen), eend-achtigen en konijnen. De weidevogels zouden ook gebruik moeten maken van optimale omstandigheden. In het project zou tevens een mogelijkheid geboden moeten worden om opleidingen te verzorgen en voorlichting te geven over wildbeheer, optimalisatie van biotopen, wildverwerving (jacht en vangtechnieken, hengelsport) en verwerking (behandeling, slachten, fileren, roken). Uiteraard mag een wildrestaurant niet ontbreken. Voor de jeugd zou een bescheiden kinderboerderij en manege met pony’s een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan het geheel. Eigenlijk moet het een permanente manifestatie worden van het wise-use principe dat de FPA nastreeft.

Het gehele plan
 

Gedacht wordt aan een agrarisch bedrijf (of een cluster van bedrijven) van enkele duizenden hectare, waarin voldoende weidevogels voorkomen ( meer dan 50 broedparen per 100 hectare) en waar ook voldoende water voorhanden is met een mogelijkheid voor eigen peilbeheer. Er moet gelegenheid zijn om lage bosbeplanting aan te brengen als dekking voor het wild (bijv. Kerstbomen en bosplantsoen) en er moet een bedrijfsvoering zijn met voldoende maaitrappen om een mozaïekbeheer te waarborgen. Een dergelijk beheer biedt ruimte aan de weidevogels en is tevens van betekenis voor de preventie van wildziekten. Er moet een (kunstmatig) meertje zijn met zoetwatervis en een gedeelte met stromend water waarin forellen kunnen worden uitgezet en gekweekt. Een combinatie van zandgrond en veen lijkt het meest gewenst.

Hazen en konijnen
 

Hazen en konijnen kunnen onder optimale omstandigheden voor een groot aantal nakomelingen zorgen. De vraag naar hazen is in Nederland vele malen groter dan het aanbod. Jaarlijks worden er grote aantallen hazen geïmporteerd. Een aantal van 20 moeren kunnen onder deze omstandigheden wel 140 nakomelingen per jaar voortbrengen en dat is toch een bruto-opbrengst van ongeveer € 1400. En hiervoor is nog geen hectare grasland nodig. Voor de dekking kan gebruikgemaakt worden van kerstbomen die rond de kerstdagen in combinatie met de hazen of konijnen worden verkocht. Hetzelfde geldt voor konijnen. Het is gewenst een vanginrichting te hebben in plaats van afschieten; dat levert wild zonder hagel op en verstoort niet de andere activiteiten van het Himrik.

Reeën en damherten
 

Eigenlijk hetzelfde verhaal als bij de hazen en konijnen. Naar schatting kan een hectare grasland met een N-bemesting van 150 kg zuivere N een 15 reeën of damherten trekken. De dieren zouden in het fokprogramma geselecteerd kunnen worden op tweelinggeboorten waarbij dan één van de twee kalveren bij de moeder blijft en de andere kunstmatig wordt opgefokt met kunstmelk. Daarbij worden uitstekende groeicijfers verkregen. Het vlees zou panklaar verkocht kunnen worden, nadat het in de eigen slagerij is geslacht en verwerkt. Ook hier geldt weer dat vangen beter is dan schieten, hoewel daarover de literatuur verdeeld is.

Vissen
 

De gangbare vissoorten zouden voorhanden moeten zijn in de waterpartijen. De deskundigen moeten termen aandragen voor een optimalisatie van de omstandigheden in het water. Ook de (eetbare) vis kan in de slagerij verwerkt worden en er kan ruimte worden geboden om tegen betaling te vissen (met hengels) in de wateren van het Himrik hetzij op de gewone zoetwatervis of op de forel. Met dit laatste zijn in Engeland zeer goede ervaringen ook en vooral in bedrijfseconomische zin. Forellen eisen stromend water maar dat is wel kunstmatig te verwezenlijken.

Wilde zwijnen
 

Nagegaan moet worden in hoeverre zwijnen gehouden kunnen worden op een wijze die niet tekort doet aan hun natuurlijke gedrag en aan de omstandigheden waaronder ze gewend zijn te leven. De dieren kunnen in de wintermaanden goed worden bijgevoerd om de bedrijfsvoering te optimaliseren.

Weidevogels

De voorzieningen voor de vissen zouden tevens een plas-dras-gedeelte moeten omvatten dat naast als paaigelegenheid voor de vissen zeer waardevol is voor de weidevogels in de tijd dat ze in de broedgebieden aankomen en daaruit vertrekken. Het weiland moet geschikt zijn als biotoop voor de weidevogels en zo nodig moet het biotoop worden aangepast. Het gebruik van strorijke stalmest kan de stand van de vogels bevorderen evenals een mozaïekbeheer. Voor eenden moet er voldoende water zijn maar ook broedgelegenheid. Te denken valt aan een vangende eendenkooi die gecombineerd wordt met de bossages voor het wild.

Vee
 

Als vee wordt met name gedacht aan vleesvee dat op vrij intensieve wijze wordt gehouden. Dat betekent vleesstieren en koeien op stro met een rantsoen van snijmaïs en krachtvoer. Verder zoogkoeien van kruislingen van Nederlands melkvee met buitenlandse vleesrassen. Enkele vertegenwoordigers van het ras Blonde d’Aquitaine kunnen bijdragen aan de diversiteit. Ook hier zou weer het slachten kunnen horen bij het aanbod van het Himrik. De veedichtheid, waarin ook de wildsoorten worden meegerekend, zou ongeveer 2 grootvee-eenheden (gve) per hectare moeten bedragen, waarbij het bos voor de noodzakelijke dekking niet wordt meegerekend.

Voorlichting en onderwijs.

Het Himrik zou als een centrum kunnen fungeren voor voorlichting en onderwijs op het gebied van wildbeheer, jacht, visserij, weidevogelbeheer, natuurvriendelijke bedrijfsvoering, slachten en behandelen van wild en vlees, bereiding ervan en presentatie in de horeca. In samenwerking met het Van Hall Instituut zou ook een bijdrage geleverd kunnen worden aan onderzoek op genoemde gebieden. Het onderwijs zou kunnen bestaan uit volledige cursussen maar ook uit korte bijscholingen in de vorm van enkele dagdelen en bijv. symposia. Voor de jeugd zou het Himrik moeten uitgroeien tot een gewild centrum voor schoolreisjes met een educatief doel.

Horeca
 

Het restaurant heeft een belangrijke functie voor cursisten en bezoekers, maar ook voor het promoten van vlees en vis uit de natuur. Het vlees en de vis die op het Himrik worden geproduceerd kunnen daar ook geconsumeerd worden. De Horecavakscholen in Leeuwarden zijn ongetwijfeld geïnteresseerd om bij te dragen aan het bereiden en uitserveren van de gerechten. Ook daaraan is weer een extra dimensie verbonden omdat deze scholen als regel geen wild leren bereiden omdat de ingrediënten als te duur worden beschouwd.

Kinderboerderij

Gedacht wordt met name aan dwerggeiten, konijnen en pony’s, waarbij andere soorten uiteraard niet op voorhand zijn uitgesloten. De functie is vooral die van knuffeldieren waarbij de pony’s vooral kunnen dienen om mogelijke toekomstige ruiters en menners te stimuleren in hun wensen.

Overige activiteiten

opsommingsteken Expositieruimte met opgezette vogels en hun geluiden (samenwerking mat Fries Natuurhistorisch Museum)
opsommingsteken Een leslokaal dat multifunctioneel gebruikt kan worden o.a. voor een quiz om vogelgeluiden en dierengeluiden te herkennen
opsommingsteken Een grote volière met inheemse vogels
opsommingsteken Een brug en een visstek bij het water waar ook iets te zien is van de beroepsvisserij(fuiken).
opsommingsteken Een halfoverdekte ruimte met rooktonnen voor vis en wild
opsommingsteken Verwerking van boerenmelk tot kaas.
opsommingsteken Het maken van eendenkorven
opsommingsteken Demonstratieruimte voor hoefverzorging en hoefsmeden
opsommingsteken Moeras met bijbehorende vegetatie
opsommingsteken Speeltuin met bijbehorende toestellen en attracties.

Verdere werkwijze.

Een haalbaarheidsonderzoek laten uitvoeren in goed overleg met het bestuur van de FPA waarin de volgende aspecten worden uitgediept:

  1. Het idee nader uitwerken en per diersoort voorzien van een bedrijfseconomische benadering.
  2. Nagaan wat de gewenste en optimale omvang van het bedrijf moet zijn.
  3. Aangeven at de beste structuur is voor het beheer en het bestuur en met welke personen en instellingen samengewerkt zou kunnen worden, bijv. It Fryske Gea, SBNL, PTC+ en/of anderen.
  4. Berekenen hoeveel er geïnvesteerd moet worden en in hoeverre de investeringen terugverdiend kunnen worden uit de exploitatie. Daarbij ware uit te gaan van pacht en van eigendom en de mogelijke rol van de zittende boer(en). Dergelijke boeren zouden bereid moeten zijn hun quotum te verkopen of te verleasen om vervolgens “Himrikboer” te worden.
  5. Voor de noodzakelijke investeringen nagaan in hoeverre projectsubsidie mogelijk is bij de provincie en andere donoren.
  6. Een mogelijke pachter vinden voor het horecagedeelte die bereid is onder de hoede van het stichtingsbestuur samen te werken met VHI en horecavakscholen. Dit ook nagaan bij de scholen en VHI.
  7. Vrijwilligers zien te vinden die voorlichting en onderwijs willen geven en die bereid zijn werkzaamheden op het Himrik te verrichten voorzover die niet behoren tot de taken van de bedrijfsboer.
  8. Nader te formuleren wensen en eisen.

Geldelijke zaken:

Begroting van de haalbaarheidsstudie:

  • 800 arbeidsuren, € 50 per uur € 40.000,-
  • reiskosten, telefoon, fax, portie 2.000,-
  • druk en verspreiding van het rapport 3.000,-
  • onvoorzien 5.000,-

Totaal € 50.000,-

 

Laatst gewijzigd:24-02-2009   | contact: info@plattelandalliantienederland.nl    | ©2008 PAN