Projectplan
“Wyldhimrik”
Inhoud:
Het idee is om te komen tot een soort
wildboerderij waarin alle in Nederland voorkomende
dieren die aaibaar en eetbaar zijn onder
geoptimaliseerde omstandigheden te houden en te
benutten. De optimalisatie van de omstandigheden
heeft betrekking op het voorkomen en beperken van
predatie, preventieve en mogelijk curatieve
gezondheidszorg, het bieden van voedsel en dekking
en het bevorderen van de reproductie. Wat de
diersoorten betreft wordt naast vleesvee gedacht aan
hazen, reeën, mogelijk damherten, mogelijk wilde
zwijnen, zoetwatervis, zowel in stilstaand als
stromend water (forellen), eend-achtigen en
konijnen. De weidevogels zouden ook gebruik moeten
maken van optimale omstandigheden. In het project
zou tevens een mogelijkheid geboden moeten worden om
opleidingen te verzorgen en voorlichting te geven
over wildbeheer, optimalisatie van biotopen,
wildverwerving (jacht en vangtechnieken,
hengelsport) en verwerking (behandeling, slachten,
fileren, roken). Uiteraard mag een wildrestaurant
niet ontbreken. Voor de jeugd zou een bescheiden
kinderboerderij en manege met pony’s een waardevolle
bijdrage kunnen leveren aan het geheel. Eigenlijk
moet het een permanente manifestatie worden van het
wise-use principe dat de FPA nastreeft.
Gedacht wordt aan een agrarisch bedrijf (of een
cluster van bedrijven) van enkele duizenden hectare,
waarin voldoende weidevogels voorkomen ( meer dan 50
broedparen per 100 hectare) en waar ook voldoende
water voorhanden is met een mogelijkheid voor eigen
peilbeheer. Er moet gelegenheid zijn om lage
bosbeplanting aan te brengen als dekking voor het
wild (bijv. Kerstbomen en bosplantsoen) en er moet
een bedrijfsvoering zijn met voldoende maaitrappen
om een mozaïekbeheer te waarborgen. Een dergelijk
beheer biedt ruimte aan de weidevogels en is tevens
van betekenis voor de preventie van wildziekten. Er
moet een (kunstmatig) meertje zijn met zoetwatervis
en een gedeelte met stromend water waarin forellen
kunnen worden uitgezet en gekweekt. Een combinatie
van zandgrond en veen lijkt het meest gewenst.
Hazen en konijnen kunnen onder optimale
omstandigheden voor een groot aantal nakomelingen
zorgen. De vraag naar hazen is in Nederland vele
malen groter dan het aanbod. Jaarlijks worden er
grote aantallen hazen geïmporteerd. Een aantal van
20 moeren kunnen onder deze omstandigheden wel 140
nakomelingen per jaar voortbrengen en dat is toch
een bruto-opbrengst van ongeveer € 1400. En hiervoor
is nog geen hectare grasland nodig. Voor de dekking
kan gebruikgemaakt worden van kerstbomen die rond de
kerstdagen in combinatie met de hazen of konijnen
worden verkocht. Hetzelfde geldt voor konijnen. Het
is gewenst een vanginrichting te hebben in plaats
van afschieten; dat levert wild zonder hagel op en
verstoort niet de andere activiteiten van het Himrik.
Eigenlijk hetzelfde verhaal als bij de hazen en
konijnen. Naar schatting kan een hectare grasland
met een N-bemesting van 150 kg zuivere N een 15
reeën of damherten trekken. De dieren zouden in het
fokprogramma geselecteerd kunnen worden op
tweelinggeboorten waarbij dan één van de twee
kalveren bij de moeder blijft en de andere
kunstmatig wordt opgefokt met kunstmelk. Daarbij
worden uitstekende groeicijfers verkregen. Het vlees
zou panklaar verkocht kunnen worden, nadat het in de
eigen slagerij is geslacht en verwerkt. Ook hier
geldt weer dat vangen beter is dan schieten, hoewel
daarover de literatuur verdeeld is.
De gangbare vissoorten zouden voorhanden moeten
zijn in de waterpartijen. De deskundigen moeten
termen aandragen voor een optimalisatie van de
omstandigheden in het water. Ook de (eetbare) vis
kan in de slagerij verwerkt worden en er kan ruimte
worden geboden om tegen betaling te vissen (met
hengels) in de wateren van het Himrik hetzij op de
gewone zoetwatervis of op de forel. Met dit laatste
zijn in Engeland zeer goede ervaringen ook en vooral
in bedrijfseconomische zin. Forellen eisen stromend
water maar dat is wel kunstmatig te verwezenlijken.
Nagegaan moet worden in hoeverre zwijnen gehouden
kunnen worden op een wijze die niet tekort doet aan
hun natuurlijke gedrag en aan de omstandigheden
waaronder ze gewend zijn te leven. De dieren kunnen
in de wintermaanden goed worden bijgevoerd om de
bedrijfsvoering te optimaliseren.
De voorzieningen voor de vissen zouden tevens een
plas-dras-gedeelte moeten omvatten dat naast als
paaigelegenheid voor de vissen zeer waardevol is
voor de weidevogels in de tijd dat ze in de
broedgebieden aankomen en daaruit vertrekken. Het
weiland moet geschikt zijn als biotoop voor de
weidevogels en zo nodig moet het biotoop worden
aangepast. Het gebruik van strorijke stalmest kan de
stand van de vogels bevorderen evenals een
mozaïekbeheer. Voor eenden moet er voldoende water
zijn maar ook broedgelegenheid. Te denken valt aan
een vangende eendenkooi die gecombineerd wordt met
de bossages voor het wild.
Als vee wordt met name gedacht aan vleesvee dat
op vrij intensieve wijze wordt gehouden. Dat
betekent vleesstieren en koeien op stro met een
rantsoen van snijmaïs en krachtvoer. Verder
zoogkoeien van kruislingen van Nederlands melkvee
met buitenlandse vleesrassen. Enkele
vertegenwoordigers van het ras Blonde d’Aquitaine
kunnen bijdragen aan de diversiteit. Ook hier zou
weer het slachten kunnen horen bij het aanbod van
het Himrik. De veedichtheid, waarin ook de
wildsoorten worden meegerekend, zou ongeveer 2
grootvee-eenheden (gve) per hectare moeten bedragen,
waarbij het bos voor de noodzakelijke dekking niet
wordt meegerekend.
Het Himrik zou als een centrum kunnen fungeren
voor voorlichting en onderwijs op het gebied van
wildbeheer, jacht, visserij, weidevogelbeheer,
natuurvriendelijke bedrijfsvoering, slachten en
behandelen van wild en vlees, bereiding ervan en
presentatie in de horeca. In samenwerking met het
Van Hall Instituut zou ook een bijdrage geleverd
kunnen worden aan onderzoek op genoemde gebieden.
Het onderwijs zou kunnen bestaan uit volledige
cursussen maar ook uit korte bijscholingen in de
vorm van enkele dagdelen en bijv. symposia. Voor de
jeugd zou het Himrik moeten uitgroeien tot een
gewild centrum voor schoolreisjes met een educatief
doel.
Het restaurant heeft een belangrijke functie voor
cursisten en bezoekers, maar ook voor het promoten
van vlees en vis uit de natuur. Het vlees en de vis
die op het Himrik worden geproduceerd kunnen daar
ook geconsumeerd worden. De Horecavakscholen in
Leeuwarden zijn ongetwijfeld geïnteresseerd om bij
te dragen aan het bereiden en uitserveren van de
gerechten. Ook daaraan is weer een extra dimensie
verbonden omdat deze scholen als regel geen wild
leren bereiden omdat de ingrediënten als te duur
worden beschouwd.
Gedacht wordt met name aan dwerggeiten, konijnen
en pony’s, waarbij andere soorten uiteraard niet op
voorhand zijn uitgesloten. De functie is vooral die
van knuffeldieren waarbij de pony’s vooral kunnen
dienen om mogelijke toekomstige ruiters en menners
te stimuleren in hun wensen.
 |
Expositieruimte met opgezette vogels en hun
geluiden (samenwerking mat Fries
Natuurhistorisch Museum) |
 |
Een leslokaal
dat multifunctioneel gebruikt kan worden
o.a. voor een quiz om vogelgeluiden en
dierengeluiden te herkennen |
 |
Een grote
volière met inheemse vogels |
 |
Een brug en
een visstek bij het water waar ook iets te
zien is van de beroepsvisserij(fuiken). |
 |
Een
halfoverdekte ruimte met rooktonnen voor vis
en wild |
 |
Verwerking van
boerenmelk tot kaas. |
 |
Het maken van
eendenkorven |
 |
Demonstratieruimte voor hoefverzorging en
hoefsmeden |
 |
Moeras met
bijbehorende vegetatie |
 |
Speeltuin met
bijbehorende toestellen en attracties.
|
Een haalbaarheidsonderzoek laten uitvoeren in
goed overleg met het bestuur van de FPA waarin de
volgende aspecten worden uitgediept:
- Het idee nader uitwerken en per diersoort
voorzien van een bedrijfseconomische benadering.
- Nagaan wat de gewenste en optimale omvang
van het bedrijf moet zijn.
- Aangeven at de beste structuur is voor het
beheer en het bestuur en met welke personen en
instellingen samengewerkt zou kunnen worden,
bijv. It Fryske Gea, SBNL, PTC+ en/of anderen.
- Berekenen hoeveel er geïnvesteerd moet
worden en in hoeverre de investeringen
terugverdiend kunnen worden uit de exploitatie.
Daarbij ware uit te gaan van pacht en van
eigendom en de mogelijke rol van de zittende
boer(en). Dergelijke boeren zouden bereid moeten
zijn hun quotum te verkopen of te verleasen om
vervolgens “Himrikboer” te worden.
- Voor de noodzakelijke investeringen nagaan
in hoeverre projectsubsidie mogelijk is bij de
provincie en andere donoren.
- Een mogelijke pachter vinden voor het
horecagedeelte die bereid is onder de hoede van
het stichtingsbestuur samen te werken met VHI en
horecavakscholen. Dit ook nagaan bij de scholen
en VHI.
- Vrijwilligers zien te vinden die
voorlichting en onderwijs willen geven en die
bereid zijn werkzaamheden op het Himrik te
verrichten voorzover die niet behoren tot de
taken van de bedrijfsboer.
- Nader te formuleren wensen en eisen.
Geldelijke zaken:
- 800 arbeidsuren, € 50 per uur € 40.000,-
- reiskosten, telefoon, fax, portie 2.000,-
- druk en verspreiding van het rapport 3.000,-
- onvoorzien 5.000,-
Totaal € 50.000,-