|
De Negen bij
de Demmerikse sluis
In staande vergadering bijeen
bij de Demmerikse Sluis
Na een kop koffie bij boer Leen in het voorhuis
Na de grauwe ganzenschouw in de polder van Oukoop
Lieten De Negen hun gedachten de vrije loop
Veeboeren jagers en
controleurs spuiden hun spontane gedachten
Over een wereldwonder nooit hier gezien door voorbije
geslachten
Over rijen gansjes met hun grote Gans en Gent er voor en er
achter
Tegen de gevaren rondom als voor- en achterwachter
Van het gras was er nu half
mei geen enkele snit voor hooi
Dat beloofde niet veel goeds en was niet zo mooi
Voor de rood- en zwartwitbonte koeien
Te weinig gras voor ze om buiten te grazen en te stoeien
Het wereldwonder is ontaard in
een nachtmerrie voor de boeren
Door vroeg ganzengegak gewekt en toch al over hun toeren
Wat te doen met deze grootste ganzengrazers in onze natuur
Wat te doen nu ook weidevogels broeden zoals de tureluur
De grote grauwen trekken niet
meer en zijn nu van "stand"
Voor een veranderende wereld een teken aan de wand
Is de blunderende mens een der hoofdschuldigen
Nu de mooisten onder de mooisten zich zo vermenigvuldigen
Moeten boeren dan maar
ophouden en weggaan
Moeten we weer natuurmonumentenpaaltjes slaan
Of moeten de jagers er aan te pas komen en ingrijpen
Kan en wil het reveaanse verrekijkvolk dit wel begrijpen
Ziedaar het dilemma van deze
jagende bioloog
Daarom voor jou ook deze droeve poetische monoloog
Moet de overzomerende grauwe gans gezien worden als exoot
Moet hij daarom net als de nijlgans zo gauw mogelijk dood
Waar gaat de mens met de
natuur naar toe
Waar gaat de natuur met de mens naar toe
Geef ons de kracht voor goed rentmeesterschap
In een Utrechtse polder van het Demmerikse waterschap
|