|
In de velden van de eeuwige jacht
Op een koude maartse dag draag ik je naar het graf
Mijn vriend - gouden bok - je bent terug bij af
Na een middagdutje stond je niet meer op
Je hart stond stil en het was geen tussenstop
Het gelukkigst waren onze dagen in moeder natuur
Het mooiste van minuut tot minuut van uur tot uur
Wolken regen wind en zonneschijn
Jagen deden we met hartstocht altijd wilden we jongens zijn
Je was een pater familias een bonk van een vent
Een handelaar in hart en nieren al was het voor een cent
Zo slim als een vos zo sterk als een beer
Altijd een beleefde goed gesoigneerde heer
Waar blijft de tijd waarom is alles voorbij
Wanneer zie ik je weer bij de dageraad in mei
Ik verlang naar het jachthuis en de boten op het meer
We schoten onze eenden voor de laatste keer
Naar waarde geleefd is de aanhef van jouw doodsbericht
Met een schilderijfoto van je markante kop en
vriendelijke gezicht
Je stem zal ik helaas nooit meer horen
Niemand zal je bij het jagen ooit nog storen
In mijn gedachten en geschriften zul je blijven leven
Mijn woorden en gedichten zal ik blijvend geven
In mij ben je niet dood en is het nooit nacht
Het blijft dag in de velden van de eeuwige jacht
|