|
Op drijfjacht bij Jan Tijssen
in de Anna Paulowna polder
Tussen Kleine Sluis en
Breezand ligt Anna Paulowna’s westpolderland
Zuidelijk van het Amstelmeer en westelijk van het Lage Veer
Is de oogst nu van het veld
En zijn de zomerse dagen geteld
Een stuk maïs en een strook
met suikerbiet
Wikkezaad late zonnebloemen en het riet
Is wat Dirk de boer ons nog liet
Daar waar de IJsselmeerdijk ligt in het verschiet
Oktober is gekomen en bij de
eerste drijfjacht
Betaalden menig haas en fazant het gelag
Eerstdaags stemt de Tweede Kamer over de jacht
En beslist het volk of het allemaal nog wel mag
Nu op negentien december heeft
de Tweede Kamer gesproken
In negentienzevenennegentig is de Flora en Faunawet ontloken
God’s zegen rust nog op de jacht en is ons genegen
Het Parlement is er nog niet helemaal op tegen
Diepe kou uit Rusland is
gekomen bij de tweede drijfjacht
Opnieuw is menig haas gesneuveld nu in dikke wintervacht
Jan Thijssen jachtmeester en hereboer uit Breezand
Hield het allemaal streng en keurig in de hand
En ook al zitten we hier niet
rond een open haard
Hier is gezelligheid in het Wapen van de Wieringerwaard
De Limburgse jachthoorns hebben er geklonken
En er zijn vele Friese Berenburgers geschonken
De duiven zijn er nog op
zonnebloemen en gekiemde wikke
De eenden eten voorzichtig om niet in de vele maïs te
stikken
Volop hebben we genoten in de vrieskoude Hollandse polder
Maar nu duiken we in ons warme nestje op zolder
|