|
Het Noordzeekanaal
Verschrikkelijk koud was het
in die midwinterse dagen
De Friese wateren die vol met ijs lagen
Waren al lang vergeten
En in geen tijden hadden we eendeborstbiefstuk gegeten
Verschrikkelijk koud was het
ook op die dag
Dat onze jachtboot vanaf de trailer al in het water lag
Bij Zaandam in de luwte van een overslaghaven
En nog kouder met de wind tegen toen we de Amsterdamse kant
zagen
Met stampende zeeschepen in
het Noordzee kanaal in het woelige water
Waren we voorzichtig over gestoken maar er klonk geen
eendengesnater
Hier lagen en vlogen ze ondanks de gunstige wind niet
We moesten terug of we wilden of niet
We waren bang en hebben de
dood in de ogen gekeken
Maar God is ons in het minuscule bootje barmhartig gebleken
De boot met laag gangboord heeft het maar op het nippertje
gehaald
Maar Henk’s nachtmerries erover hebben nooit meer gefaald
De grote hijskranen werkten
daar met de regelmaat van de klok
Het graan uit de zeeschepen werd er gelost op een dok
Grote koppels roodkoppen en halfjes doken naar het gemorste
graan
En vlogen tussen de zeeschepen en onze lokkers af en aan
We hebben nog heel wat eenden
geschoten op die dag
Maar de lol was er af na die bijna-tegenslag
Onze passie was ons weer eens naar het hoofd gestegen
En Henk heeft er tegenover mij nooit meer over gezwegen
|