|
Hoofdstuk 58
10 maart 2003
Bestuurslid van de Amsterdamse Hengelsport Vereniging
Weidelijkheid in de sportvisserij
Beste Peter,
In onze omgang met dieren en de natuur spelen emoties een
grote rol en die te verenigen met ons verstand is voor de
mens vrijwel onmogelijk. In de Westerse landen waren het
aanvankelijk de godsdiensten die standpunten bepaalden met
aan de ene kant het boeddhisme dat zich zeer "liefhebbend"
opstelt ten opzicht van het dierenleven, aan de andere kant
de Islam, die het eten verbiedt van vele eetbare dieren,
zoals het varken dat onrein is, en niet alleen om
gezondheidsredenen ten tijde dat de dogma's werden
opgesteld. Het Christendom stelt zich op een voetstuk en
ziet de mens als superieur ten opzichte van de dieren.
De biologen begonnen zich pas te roeren in de vorige eeuw
nadat Charles Darwin de evolutie theorie had opgesteld, die
echter nog tot op de dag van vandaag door dogmatische
Christenen o.a. in de Verenigde Staten wordt aangevochten en
waar hier en daar die evolutie theorie niet op scholen
onderwezen mag worden. Zelfs in Nederland is dat nog tot
voor kort een heet hangijzer geweest.
Pas in de laatste eeuw zijn er natuurbeschermingsinstanties
ontstaan o.a. met Teddy Roosevelt die het Yellowstone Park
in het Westen van de USA stichtte en met Paul Kruger die in
Zuid Afrika het naar hem genoemde park voor groot wild in de
wetgeving verankerd heeft. Het ging daarbij om de
bescherming van de grote zoogdiersoorten die met het geweer
vrijwel waren uitgeroeid. Dat was in het begin van de
twintigste eeuw.
Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden er in de minder en
minder godsdienstige samenlevingen, zoals ons kikkerland,
meer en meer zogenaamde natuurbeschermingsinstanties. Niet
alleen om de systematische uitroeiing van de walvissen in de
oceanen tegen te gaan, maar ook om tot het verbieden te
komen van het gebruik van levend aas - een visje - bij het
snoeken door de sportvisser. Van het ene uiterste in het
andere.
En het werd fanatieker en fanatieker in die
natuurbeschermingswereld, tegen het houden van kippen in
legbatterijen en het mesten van kistkalveren en de
verschillende stichtingen en verenigingen op dit gebied, van
WWF - World Wildlife Fund - dat wereldwijd opereert en o.a.
onder beschermheerschap van Prins Bernard heeft gestaan -
tot de Stichting "Doen", die uit was en is op het totaal
verbod op de jacht in Nederland. Ik noem deze Stichting
omdat die, net als vele andere zulke "groene" organisaties,
veel subsidie voor hun werk krijgen middels de Wet op de
Kansspelen, waarbij gokgelden die verdiend worden door de
Staat, uitgedeeld worden.
Het "groene" is in de politiek geraakt en heeft in Duitsland
geleid tot "Die Grunen" en Joshka Fischer met een grote stem
in de politiek, o.a. nu wat betreft het eventueel bommen
gooien op Irak, een totale ramp voor de natuur aldaar
nietwaar, zoals ook al de eerste Golfoorlog een natuurramp
betekende toen al die aardolie bronnen in de fik werden
gestoken.
In Nederland heeft een fanatieke groenlinkse rakker Pim
Fortuyn doodgeschoten en dat bleek de ommekeer in het denken
over de relatie tussen mens en dier in te hebben
bewerkstelligd. De gifgroenlinkse ideeën worden weer
langzamerhand bijgesteld en ik zou je graag eens uit de
doeken willen doen tot welke absurde toestanden dit ook
heeft geleid in mijn leven als bioloog, in dit geval
bestuurslid van de grootste hengelsportvereniging van
Nederland, de "AHV", de Amsterdamse Hengelsport Vereniging",
destijds in de zeventiger jaren met meer als 50.000 leden,
maar nu nog slechts met minder dan 20.000 leden.
Vergelijk dit met het totaal aan leden van de Koninklijke
Nederlandse Jagersvereniging die minder dan 30.000 leden
telt, naast de Nederlandse Organisatie voor Jacht en
Grondbeheer (NOJG) met enkele duizenden leden.
In het begin van de negentiger jaren werd ik door de
toenmalige adviseur en vroegere voorzitter Karel Leijdsman
verzocht opnieuw toe te treden tot het Bestuur waar ik in
het begin van de jaren zeventig deel van uitmaakte, waarbij
ik verantwoordelijk was voor het uitzetten van vissen voor
de sportvisser zoals karper bijvoorbeeld die in Nederlandse
wateren zich niet goed voortplant maar erg geliefd is door
de sportvisser.
Er woedde toen een landelijke discussie aangaande het
gebruikt van levende visjes aan de snoekhengel en dit liep
op tot een grote rel en uiteindelijk het verbod hiervan. Om
dat in al zijn saillante details te demonstreren volgt hier
een brief van 21 april 1994 van de NVVS, de Nederlandse
Vereniging van Sportvissers aan de Leden der Staten Generaal
van het Koninkrijk der Nederlanden. Ja, ja Peter de
volksvertegenwoordiging ging zich ermee bemoeien. Dit was
een belangrijke zaak des volks.
Aan de fracties van de politieke partijen in de Eerste en
Tweede Kamer.
Amersfoort, 21 april 1994
Ons kenmerk: MO/IR.04094
Betreft
: Besluit NVVS over levende aasvis
Geachte Leden der Staten-Generaal:
Hiermee hebben wij de eer ons met het volgende tot U te
richten.
Sinds enkele jaren is er een discussie over de
welzijnsbeleving van vissen. Deze discussie concentreert
zich politiek op het al dan niet gebruiken van levende
aasvis voor het vangen van roofvissen. Dit is de sinds jaar
en dag gebruikte methode om roofvis (snoek, snoekbaars en
baars) te vangen.
De NVVS heeft richting politiek meerdere malen gewezen op
het opportunistische en adhoc karakter van de nu gevoerde
discussie. Van een integrale afweging en integrale
beleidsvorming over het welzijn van en de omgang met vissen
is geen sprake. Ook de Raad voor de Binnenvisserij heeft de
Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij tevens
meermalen gewezen op de wetenschappelijke onduidelijkheid
ten aanzien van welzijnsbeleving van vissen. Een standpunt
dat blijkens zijn opvatting in de structuurnota Zee- en
Kustvisserij "Vissen naar Evenwicht" door de Minister wordt
gedeeld.
Daarnaast is door de NVVS bij voortduring aangegeven dat een
verbod op het gebruik van levende aasvis door sportvissers
volstrekt niet zal worden begrepen, maar gelet op de wijze
waarop in andere sectoren van de samenleving b.v. de
beroepsvisserij met vissen wordt omgegaan.
Het verbod zou geen enkele draagkracht bij de gebruikers
hebben met alle gevolgen van dien. De NVVS verzet zich om
bovenstaande redenen tegen een verbod op de levende aasvis
en zal zich daartegen blijven verzetten.
Het ontgaat de NVVS echter niet dat er in de samenleving
verschuivingen zijn in opvattingen over de omgang met
dieren. De NVVS is daarbij van mening, dat deze
ontwikkelingen vooral gebaseerd moeten blijven op
persoonlijke vrijheid van opvatting. De verschuivende
opvattingen hebben ook in de sportvisserij in het verleden
geleid tot wijzigingen in de omgang met vissen. Daarin
hebben sportvisserijorganisaties een belangrijke rol
gespeeld door te wijzen op alternatieve mogelijkheden. Om
deze reden zal de NVVS door het gebruik van alternatieven
voor de levende aasvis gaan propageren.
Op 16 april jl heeft het Algemeen Bestuur van de NVVS het
volgende besluit genomen over het gebruik van levende aasvis
door sportvissers:
1.De NVVS blijft zich verzetten tegen een wettelijk verbod
op de levende aasvis. Het al dan niet vissen met een levende
aasvis dient een zaak van persoonlijke vrijheid te zijn en
te blijven.
2. De NVVS is bereid om het gebruik van alternatieven te
bevorderen.
3. De NVVS bevordert het gebruik van alternatieven door:
-
artikelen,
advertenties, foto's of anderszins die het gebruik van
levende aasvis bevorderen worden niet meer geplaatst in
NVVS bladen
-
ruim aandacht
wordt in de NVVS-bladen besteed aan het gebruik van
alternatieve aassoorten voor het vangen van roofvis
-
overleg wordt
gestart met uitgevers/redacties van andere Nederlandse
hengelsportbladen ten einde het voorbeeld van de NVVS te
volgen
-
overleg wodt
gestart met Nederlandse hengelsportauteurs om het
gebruik van alternatieven in hun boeken te bevorderen
-
overleg wordt
gestart met de hengelsportbranche om te bezien of/hoe de
aanbodzijde het gebuik van alternatieven kan bevorderen
-
in de
jeugdeducatie van de NVVS, waaronder het nieuwe
cursusboek "vissen met de werphengel", zal geen aandacht
worden besteed aan de levende aasvis en
uitdrukkelijk aandacht worden besteed aan de
alternatieven
-
In geen
enkele uiting van schriftelijke voorlichting door de
NVVS zal het gebruik van levende aasvis worden genoemd
of geetaleerd. Aan het gebruik van alternatieven zal in
het bijzonder aandacht worden besteed
-
De NVVS zal
niet meewerken aan promotie of voorlichtingsactiveiten
ten gunste van het gebruik van de levende aasvis en zal
dergelijke activiteiten op door haar georganiseerde
evenementen niet toestaan.
-
De NVVS zal
aan de bij haar aangesloten autonome
hengelsportverenigingen verzoeken om het voorbeeld van
de landelijke organisatie te volgen.
Wij vertrouwen
erop u met deze informatie van dienst te zijn geweest.
Uiteraard zijn wij altijd tot een toelichting bereid.
Hoogachtend,
namens het Dagelijks Bestuur,
J,M.C Joosten, secretaris,
voor deze,
Drs. M. Openneer, directeur
Tijdens de
bestuursvergadering van de AHV waar deze brief van de NVVS
ter sprake kwam, werd als volgt besloten: "naar aanleiding
van de brief van de NVVS van maart 1994 over de acties van
de Dierenbescherming en de NVVS maakt de Heer Hilgers een
aanzet om het bestuursstandpunt te bepalen".
En die aanzet beste Peter heb ik geschreven: en luidt als
volgt (letterlijke tekst uit de notulen van destijds):
Het begrip weidelijkheid in de sportvisserij, enkele
voorbeelden
Een hengelaar die in de winter met goed verspeende visjes
gaat snoeken; die zo'n visje voorzichtig aan de haak slaat
door het neusgat; die het tuig met levende aasvis eraan
voorzichtig te water laat; die na korte tijd beet van een
snoek krijgt en niet na al te lange tijd aanslaat (kleinere
kans op slikken van de haak); die de vis netjes drilt; die
de vis vervolgens in een groot schepnet aan de kant brengt;
die dan de vis professioneel onthaakt en netjes terugzet is
een weidelijke hengelaar.
Een hengelaar die in de zomer met niet-verspeende visjes
gaat snoeken en een aasvisje door de rug slaat; die het
geheel een eind in de plomp gooit; die frequent binnenhaalt
en de visjes die snel zijn doodgegaan, nog sneller vervangt;
die bij aanbeet een eeuwigheid wacht, zodat de snoek wel
geslikt moet hebben; die de snoek ruw drilt aan de veel te
dikke lijn; die de snoek na veel pijn en wurgen van de haak
ontdoet; die het dier dan slacht om thuis te laten zien hoe
goed hij wel kan snoeken en het dier enkele dagen daarna in
de vuilnisbak gooit is een onweidelijke hengelaar.
Een snoekbaarsvisser op diep water die niet netjes vist op
grote diepte met een visje dat hij te snel laat zakken en
die bij het drillen van een snoekbaars deze te snel omhoog
haalt, zodat het dier met uitpuilende ogen meer dood dan
levend uit het water wordt gehaald is een onweidelijke
visser.
Een hengelaar die een vis mee naar huis wil nemen om zelf op
te eten, is net zo'n weidelijke visser als iemand dat dat
niet wil doen, mits hij de vis na het drillen en onthaken
snel en efficient doodt met bijvoorbeeld een zware tik op de
kop. Bij het vissen, net als bij de jacht, gaat niet aan dat
vissers die alles terugzetten, zich verheven voelen boven
diegenen die graag een vis mee naar huis nemen en
consumeren.
Het is uiterst dubieus om een wedstrijd, waarbij veel
witvisen urenlang in een leefnet worden bewaard om gewogen
of geteld te worden, het stempel wieidelijk mee te geven.
Bezinning op bestaande praktijken is hier op zijn plaats,
ook al zijn de leefnetten nog zo groot en niet meer van
metaal.
Het begrip pijn in de dierenwereld
Een mens heeft een uiterst hoog ontwikkeld centraal
zenuwstelsel van waaruit pijn wordt ervaren. Bij vissen is
zo'n centraal zenuwstelsel minder complex en is de
pijnervaring hierin moeilijk te bestuderen.
Wormen en maden hebben geen centraal zenuwstelsel en het is
voor de mens niet mogelijk om zich de pijnprikkels voor te
stellen in dergelijke dieren, zo die al bestaan. Dat ze pijn
hebben als ze vreselijk kronkelen is niet te bewijzen.
De discussie in hoeverre dieren van een lagere orde pijn
ervaren is veelal moeizaam en heilloos. Bovendien is die
discussie irrelevant.
Het gaat meer om de wijze waarop het dier door de mens wordt
behandeld. De manier waarop een dier wordt gedood of
"afgemaakt" zegt alles over de weidelijkheid van een en
ander, te weten de manier waarop wij ons gedragen ten
opzichte van het leven om ons heen, waarmee we samen "een
natuur" vormen.
Bij het vissen met levend aas kan aan de reactie van het
dier veel worden afgelezen. Daarom dient een visser daarop
te letten en moet hem dus geleerd worden daar ook goed
aandacht aan te besteden. De vis moet met zoveel mogelijk
"respect" worden behandeld, niet "beestachtig".
Alternatieven voor het vissen met levend aas en verwante
voorbeelden uit de jacht
Het vissen met kunstvliegen in plaats van met levende
insecten, het vissen met "vers de vase" in plaats van met
muggenlarven (om dichter bij huis te blijven) en het vissen
met "plugs" in plaats van met levende visjes zijn
alternatieven die zo oud zijn als Methusalem. Die hoeven
niet nog eens extra "gepromoot" te worden door de NVVS; dat
doet de handel al sinds jaar en dag en uiterst succesvol,
want er zit winst in nietwaar.
Maar het hengelen met levend aas is een traditie die nooit
zal verdwijnen, zelfs niet als die illegaal zou worden in de
Nederlandse wateren.
Zo zal jagen met een valk op een patrijs nooit verdwijnen,
omdat het alternatief, namelijk het doodschieten van een
patrijs met het geweer, bestaat.
Ook het jagen met teckels op vossen in hun holen zal niet
verdwijnen, ook al kan men de vos bejagen door het hol uit
te roken of de vos uit te graven. Maar het bejagen van de
vos op deze manier in de tijd dat ze jongen hebben in het
nest, wordt heden ten dage als onweidelijk beschouwd. "Heden
ten dage", omdat het vroeger anders was.
In de relatie tussen de jagende en vleesetende mensen en
zijn prooi kunnen opvattingen in de tijd veranderen. Ook
verschillende godsdiensten staan verschillend tegenover de
manier waarop dieren benaderd en behandeld worden. Zeer
bekend is de enorme terughoudendheid waarop het boeddhisme
staat ten opzichte van het doden van dieren. Een uiterste
consequentie van die leer is dan dat de mens vegetariër
wordt, een houding die niets meer te maken heeft met
eetgewoonten van de primitieve mens en die sterk verschilt
van de houding van het overgrote merendeel der huidige
mensheid.
Wat doet de NVVS en hoe wordt gereageerd door de politiek?
De NVVS heeft gekozen voor "struisvogelpolitiek", te weten
het afraden of liever nog het negeren van een traditionele
methode waarmee honderdduizenden hun visgenot beleven: "je
mag het wel, maar liever niet en praat er vooral niet over".
Dit is de zekerste manier om heel sportvissend Nederland op
je nek te krijgen, getuige het feit dat de Friese Federatie
al zeer snel in negatieve zin heeft gereageerd.
Een pikant verhaal in deze, uit de Friese Provincie is, dat
Wiegel (zonder overdrijving een "stem des volks" te noemen,
ook als men het niet eens is met zijn politiek) als
commissaris van de Koningin van Friesland destijds een
Europese maatregel tot verbod van het rapen van
kievitseieren naast zich neerlegde en riep dat dit in
Friesland nooit van zijn leven verboden zou worden.
Daarop liet de Tweede Kamer weten dat Friezen niet meer of
minder rechten zouden kunnen krijgen dan andere Nederlanders
en negeerde vervolgens ook het verbod, maar voerde wel de
"eierraapkaart" in en een simpel vergunningsstelsel. De
eierraper moet kunnen bewijzen dat die aan "nazorg" doet om
zo de stand van de kieviten te vergroten (overigens is de
kievitenpopulatie in Nederland niet zo sterk teruggelopen
dan die van andere weidevogels waar eieren niet van geraapt
worden).
Een besluit van de NVVS zoals dat nu voorligt, betekent dat
de AHV zijn beleid t.o.v. het vissen met levend aas moet
herzien en het visgenot zal moeten beperken door o.a.:
1. Het verbieden van snoekbaarswedstrijden als met levend
aas gevist wordt,
2. Het passief tegengaan van aanbieden van levend aas,
3. Het niet meer opnemen van visverhalen waarbij levend aas
wordt gebruikt,
Iedere weldenkende visser ( en ieder ander normaal denkend
mens) zal deze maatregelen althans in de huidige tijd te gek
voor woorden vinden.
De NVVS heeft een van haar zwakste besluiten genomen in de
geschiedenis van haar bestaan; zo zwak dat de georganiseerde
sportvisserij wel eens uit elkaar geslagen kan worden.
Hoe heeft het zo ver kunnen komen?
Na de Tweede Wereldoorlog, toen ondanks verbod van de jacht
door de Duitsers de wildstand in Nederland, ondermeer van
reeën, door stroperij sterk was teruggelopen, heeft de
georganiseerde jacht ervoor gezorgd dat er een spectaculair
herstel werd verkregen. Zo is de stand van reeën heden ten
dage groter dan ooit te voren.
Maar in het jaar van "Silent Spring" van Rachel Carson
begon de natuurbescherming op te komen (1962). Deze zag dat
het milieu veel te lijden onder de onverschillige houding
van de mens, werkend aan zijn welkaart en uitgroeiend tot
een mensenmassa zoals die op deze aarde nog niet voorkwam,
zonder eind in zicht aan de groei en de daarbij
onvermijdelijke en vermijdelijke schade aan het milieu.
De natuurbescherming vond in de jager en zijn jacht een
prachtige gemeenschappelijke vijand. Dat sterkte de
gelederen.
Vergeten was dat de jager (Teddy Roosevelt en Paul Kruger
waren verwoede jagers, net als Bernhard, voorzitter van het
WWF) de natuurbeschermer van het eerste uur was geweest en
eigenlijk de voorgangers van iedereen die zich plotseling
natuurbeschermer noemde. De jacht kwam in het verdoemhoekje
en de jagers werden "moordenaars".
De rest van het verhaal is bekend en de culminatie van een
en ander is dat een prijs van fl 10.000 werd uitgeloofd on
een foto in handen te krijgen van een jager met een stervend
dier, zojuist "ziek" geschoten. Hiermee had de
natuurbescherming zichzelf gedegradeerd tot een stel milieu
terroristen, niet meer en niet minder.
De jacht reageerde adequaat, stelde een verplicht
jachtexamen in dat wettelijk werd gemaakt en paste haar
weidelijkheidsregels aan aan de veranderende opvatting over
de relatie tussen mens en dier. In 1953 werd een begin
gemaakt, zeer tegen de zin van de toenmalige jagers in den
lande, maar nu geaccepteerd door vrijwel iedere jager
als uiterst zinvol. Na nog meer druk reageerde de
georganiseerde jacht opnieuw adequaat, door het instellen
van wildbeheereenheden, nu in de jaren negentig. Desondanks
blijft de druk toenemen. Waarom zo vraagt U zich af?
De nieuwe rijken in onze strijd voor behoud van de natuur en
hun georganiseerde aanval op jacht en sportvisserij
Natuurbeschermingsinstanties "leefden" van donaties en het
geld van vaste donateurs.
Met het verdelen van geldopbrengsten van Nationale Loterijen
en dergelijke onder dit soort instanties werden de
financieel zwakke instanties plotseling werkelijk steenrijk.
Grote campagnes waren het gevolg, o.m. een ongelooflijke
reclame campagne in alle dagbladen, op radio en TV, om de
gemeenschappelijke vijand de jager verder in diskrediet te
brengen. Die paar rijke, verwende gozers zouden nu eindelijk
maar eens van hun plezierjacht moeten afzien.
Nog professioneler werd een en ander aangepakt door de
oprichting van een gemeenschappelijke kantoor met mensen in
vaste dienst, die systematisch de zwakke punten in de jacht
en nu ook de sportvisserij onder de loupe zouden nemen en
vervolgens categorisch een en ander zouden gaan bestrijden,
met pen en fotocamera,TV en dan vooral op de zondagmorgen,
in de overige Pers en in de Kamer , in de politieke partijen
en in de huiskamer op een-hoog-achter, bij de stadsmens in
gezelschap van de te dikke kat en de verwende papagaai, die
voortdurend "moordenaar" riep tegen iedereen die binnenkwam.
De hengelaars en de jagers deelden niet mee in de pot van de
Wet op de Kansspelen; ze hadden er niet aan gedacht ook
aanspraken te maken, ze hadden zich in de verdediging laten
drukken, zich niet meer realiserend dat zij de oprichters
zijn van alles wat het natuurbeschermingspredicaat kan
dragen.
Het was de hengelaar die als een Don Quichotte zijn
zuurstofmonsters langs de waterkant had genomen en geroepen
had: "er is te weinig van dat spul in het water en mijn
visjes zijn dood". En dat, lang voor dat er ook maar een
moderne milieugroepering bestond. Tientallen jaren had hij
op windmolens gejaagd en nu de eerste resultaten er waren,
gingen anderen met de eer strijken. En dat niet alleen; hij
moest nu maar wegblijven van de waterkant en de "plasberm",
want daar zwom nog een beschermde vissoort (een grote
modderkruiper) die vooral niet gestoord mocht worden in het
zijn van zoiets zeldzaams. Weg moet de hengelaar uit het
natuurgebied en dierenkwellerij moest nu maar eens
definitief aan de kaak gesteld worden.
Wat te doen en hoe te reageren?
De strategie volgt "natuurlijk" op het voorgaande:
1. Bevorder weidelijkheid onder de hengelaars; maak schoon
schip in eigen huis en stel een examen in voor alle nieuwe
hengelaars met de nadruk op weidelijkheid. Vraag de minister
om hiervoor geduld op te brengen en nu niet met een verbod
op het vissen met levend aas en andere onomkeerbare
maatregelen te komen.
2. Ga in competitie met andere natuurbeschermingsinstanties
door (a) samen een kantoor op te richten met de
georganiseerde jacht en andere instanties zoals de Stichting
Behoud Natuur en Leefmilieu, Das en Boom en andere
verenigingen en stichtingen met verwante ideeën om de rest
(Bond tegen Vivisectie, Kritisch Faunabeheer, Vereniging
voor Natuurbescherming, etc.) aan te vallen op hun zwakke
punten, (b) samen te zoeken naar financiële middelen bij de
kansspel organisaties waar de anderen van profiteren en in
ieder geval; daar duidelijk te maken dat hun geld niet meer
gebruikt mag worden om ons in diskrediet te brengen, maar
gebruikt moet worden voor herstel van de natuur, waarvoor
dat geld (ook ons geld) immers bestemd is, (c) samen de
politieke partijen te benaderen met zakelijke en
inhoudelijke argumenten, zodat de wetgeving op reële niet al
te emotionele gronden gericht blijft, (d) als dat alles niet
werkt, moeten we samen echt de politiek in gaan, waarbij
alle hengelaars gemobiliseerd moeten worden.
Tackel, 5 juni 1994.
Het was mijn
eerste agressieve stuk "tegen de dierenbescherming", tegen
de NVVS in haar hypocriete, D66-achtige opstelling, ten
opzichte van de natuur en traditionele gebruiken. Ik
gebruikte toen een schuilnaam "Tackel" of "Tackle" in een
artikel ten faveure van een examen voor de sportvisser in
Nederland in het Verenigingsblad van de AHV.
Ik jaagde toen ook al een jaar of zes en had in de
jachtwereld natuurlijk nog meer staaltjes van overdrijving
en waanzin ten opzichte van de natuur meegemaakt. Alles en
iedereen, de biologen, mijn soort voorop, had visioenen over
een utopische samenleving waarin de dieren geen kwaad meer
zou worden gedaan, waarin we allemaal vegetariër zouden
worden en waarin het boeddhisme en vooral het Jainisme werd
aanbeden. Stromingen in India waarbij opgelet wordt geen
insect dood te trappen of zelfs in te ademen door een
monddoekje voor te binden. Kortom de liefde voor het dier en
de natuur begon ernstige vormen aan te nemen en langzaam op
verstandsverbijstering en waanzin te lijken.
Het heeft niet mogen baten want het vissen met een levend
visje op snoek werd uiteindelijk verboden. Wat de jacht
betreft kwam er zelfs een geheel nieuwe wetgeving tot stand,
de zogenaamde Flora en Fauna wet. Maar het duurde totdat die
fanatieke linkse dierengek vorig jaar Pim Fortuyn
doodschoot, alvorens het volk weer wat van al die
verstandsverbijstering over de natuur begon bij te komen en
alle politieke partijen een flinke "ruk naar rechts" maakten
wat de jachtwetgeving betreft, die middels Algemene
Maatregelen van Bestuur nu wat meer ten faveure van de jager
wordt opgedist.
Je ziet hoe in een "perfecte" democratie het verstand des
volks totaal verbijsterd kan raken en dat het af en toe een
verlicht despootje nodig heeft om weer met beide voeten op
de grond terecht te komen.
Democratie is ook niet alles, speciaal als het om de relatie
gaat tussen mens en dier waarmee de Mensheid zich geen raad
weet. Soeharto was "nodig" om die praktijken van het vechten
tussen honden en varkens te verbieden, maar de "democratie"
die er op volgde, stond het weer toe. Eigenlijk de
omgekeerde toestand van wat er zich in Nederland heeft
afgespeeld de laatste tien jaar. Daar werd de omgang met
dieren "menselijker", hier werd de omgang met dieren weer
even "beestachtig" als het vroeger was.
Willen we deze aardkloot redden van de biologische ondergang
- ik heb het niet over een eventueel physische ondergang -
dan zullen we ons voortdurend moeten bezinnen op de omgang
met de natuur en onze plaats daarin.
Wat de godsdiensten betreft is het boeddhisme een lichtend
voorbeeld op dit gebied. En daarin moeten biologen voorop
lopen. Alleen heeft er maar eentje - en dat ben ik dus - het
licht gezien, heb ik vaak het gevoel, terwijl al die andere
biologen in Nederland vooral van gekkigheid niet meer weten
waarmee ze bezig zijn "achter hun bureaus” en dat kan kwaad
als die bureaus in Den Haag staan.
Maar ach dat komt natuurlijk ook omdat ze niet in het "volle
leven" staan - die pseudobiologen - omdat ze zo ver
verwijderd zijn van de echte struggle for life zoals hier in
onze kampong aan de Indische Oceaan waar Darto vannacht 400
levend visjes aan de longline heeft gehaakt om op te laten
vreten door de grootste en gemeenste roversbenden onder
water die bestaan.
Je wordt al bang als je ze dood op de visafslag ziet liggen,
laat staan dat je ze in levende lijve tegenkomt bij het
zwemmen midden op de oceaan. En volgens mij is er nog nooit
een barracuda vegetariër geworden, ook al hing die nog zo
tussen het lekkerste zeewier, waar de zeekoeien zo van
genieten en dat zo voedzaam is,
Met vriendelijke groeten,
Jo
|