Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.

Hoofdstuk 58
10 maart 2003


Bestuurslid van de Amsterdamse Hengelsport Vereniging
Weidelijkheid in de sportvisserij


Beste Peter,

In onze omgang met dieren en de natuur spelen emoties een grote rol en die te verenigen met ons verstand is voor de mens vrijwel onmogelijk. In de Westerse landen waren het aanvankelijk de godsdiensten die standpunten bepaalden met aan de ene kant het boeddhisme dat zich zeer "liefhebbend" opstelt ten opzicht van het dierenleven, aan de andere kant de Islam, die het eten verbiedt van vele eetbare dieren, zoals het varken dat onrein is, en niet alleen om gezondheidsredenen ten tijde dat de dogma's werden opgesteld. Het Christendom stelt zich op een voetstuk en ziet de mens als superieur ten opzichte van de dieren.

De biologen begonnen zich pas te roeren in de vorige eeuw nadat Charles Darwin de evolutie theorie had opgesteld, die echter nog tot op de dag van vandaag door dogmatische Christenen o.a. in de Verenigde Staten wordt aangevochten en waar hier en daar die evolutie theorie niet op scholen onderwezen mag worden. Zelfs in Nederland is dat nog tot voor kort een heet hangijzer geweest.

Pas in de laatste eeuw zijn er natuurbeschermingsinstanties ontstaan o.a. met Teddy Roosevelt die het Yellowstone Park in het Westen van de USA stichtte en met Paul Kruger die in Zuid Afrika het naar hem genoemde park voor groot wild in de wetgeving verankerd heeft. Het ging daarbij om de bescherming van de grote zoogdiersoorten die met het geweer vrijwel waren uitgeroeid. Dat was in het begin van de twintigste eeuw.

Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden er in de minder en minder godsdienstige samenlevingen, zoals ons kikkerland, meer en meer zogenaamde natuurbeschermingsinstanties. Niet alleen om de systematische uitroeiing van de walvissen in de oceanen tegen te gaan, maar ook om tot het verbieden te komen van het gebruik van levend aas - een visje - bij het snoeken door de sportvisser. Van het ene uiterste in het andere.

En het werd fanatieker en fanatieker in die natuurbeschermingswereld, tegen het houden van kippen in legbatterijen en het mesten van kistkalveren en de verschillende stichtingen en verenigingen op dit gebied, van WWF - World Wildlife Fund - dat wereldwijd opereert en o.a. onder beschermheerschap van Prins Bernard heeft gestaan - tot de Stichting "Doen", die uit was en is op het totaal verbod op de jacht in Nederland. Ik noem deze Stichting omdat die, net als vele andere zulke "groene" organisaties, veel subsidie voor hun werk krijgen middels de Wet op de Kansspelen, waarbij gokgelden die verdiend worden door de Staat, uitgedeeld worden.

Het "groene" is in de politiek geraakt en heeft in Duitsland geleid tot "Die Grunen" en Joshka Fischer met een grote stem in de politiek, o.a. nu wat betreft het eventueel bommen gooien op Irak, een totale ramp voor de natuur aldaar nietwaar, zoals ook al de eerste Golfoorlog een natuurramp betekende toen al die aardolie bronnen in de fik werden gestoken.

In Nederland heeft een fanatieke groenlinkse rakker Pim Fortuyn doodgeschoten en dat bleek de ommekeer in het denken over de relatie tussen mens en dier in te hebben bewerkstelligd. De gifgroenlinkse ideeën worden weer langzamerhand bijgesteld en ik zou je graag eens uit de doeken willen doen tot welke absurde toestanden dit ook heeft geleid in mijn leven als bioloog, in dit geval bestuurslid van de grootste hengelsportvereniging van Nederland, de "AHV", de Amsterdamse Hengelsport Vereniging", destijds in de zeventiger jaren met meer als 50.000 leden, maar nu nog slechts met minder dan 20.000 leden.
Vergelijk dit met het totaal aan leden van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging die minder dan 30.000 leden telt, naast de Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer (NOJG) met enkele duizenden leden.

In het begin van de negentiger jaren werd ik door de toenmalige adviseur en vroegere voorzitter Karel Leijdsman verzocht opnieuw toe te treden tot het Bestuur waar ik in het begin van de jaren zeventig deel van uitmaakte, waarbij ik verantwoordelijk was voor het uitzetten van vissen voor de sportvisser zoals karper bijvoorbeeld die in Nederlandse wateren zich niet goed voortplant maar erg geliefd is door de sportvisser.

Er woedde toen een landelijke discussie aangaande het gebruikt van levende visjes aan de snoekhengel en dit liep op tot een grote rel en uiteindelijk het verbod hiervan. Om dat in al zijn saillante details te demonstreren volgt hier een brief van 21 april 1994 van de NVVS, de Nederlandse Vereniging van Sportvissers aan de Leden der Staten Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden. Ja, ja Peter de volksvertegenwoordiging ging zich ermee bemoeien. Dit was een belangrijke zaak des volks.



Aan de fracties van de politieke partijen in de Eerste en Tweede Kamer.

Amersfoort, 21 april 1994

Ons kenmerk: MO/IR.04094
Betreft          : Besluit NVVS over levende aasvis

Geachte Leden der Staten-Generaal:

Hiermee hebben wij de eer ons met het volgende tot U te richten.

Sinds enkele jaren is er een discussie over de welzijnsbeleving van vissen. Deze discussie concentreert zich politiek op het al dan niet gebruiken van levende aasvis voor het vangen van roofvissen. Dit is de sinds jaar en dag gebruikte methode om roofvis (snoek, snoekbaars en baars) te vangen.

De NVVS heeft richting politiek meerdere malen gewezen op het opportunistische en adhoc karakter van de nu gevoerde discussie. Van een integrale afweging en integrale beleidsvorming over het welzijn van en de omgang met vissen is geen sprake. Ook de Raad voor de Binnenvisserij heeft de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij tevens meermalen gewezen op de wetenschappelijke onduidelijkheid ten aanzien van welzijnsbeleving van vissen. Een standpunt dat blijkens zijn opvatting in de structuurnota Zee- en Kustvisserij "Vissen naar Evenwicht" door de Minister wordt gedeeld.

Daarnaast is door de NVVS bij voortduring aangegeven dat een verbod op het gebruik van levende aasvis door sportvissers volstrekt niet zal worden begrepen, maar gelet op de wijze waarop in andere sectoren van de samenleving b.v. de beroepsvisserij met vissen wordt omgegaan.

Het verbod zou geen enkele draagkracht bij de gebruikers hebben met alle gevolgen van dien. De NVVS verzet zich om bovenstaande redenen tegen een verbod op de levende aasvis en zal zich daartegen blijven verzetten.

Het ontgaat de NVVS echter niet dat er in de samenleving verschuivingen  zijn in opvattingen over de omgang met dieren. De NVVS is daarbij van mening, dat deze ontwikkelingen vooral gebaseerd moeten blijven op persoonlijke vrijheid van opvatting. De verschuivende opvattingen hebben ook in de sportvisserij in het verleden geleid tot wijzigingen in de omgang met vissen. Daarin hebben sportvisserijorganisaties een belangrijke rol gespeeld door te wijzen op alternatieve mogelijkheden. Om deze reden zal de NVVS door het gebruik van alternatieven voor de levende aasvis gaan propageren.

Op 16 april jl heeft het Algemeen Bestuur van de NVVS het volgende besluit genomen over het gebruik van levende aasvis door sportvissers:

1.De NVVS blijft zich verzetten tegen een wettelijk verbod op de levende aasvis. Het al dan niet vissen met een levende aasvis dient een zaak van persoonlijke vrijheid te zijn en te blijven.

2. De NVVS is bereid om het gebruik van alternatieven te bevorderen.

3. De NVVS bevordert het gebruik van alternatieven door:

  1. artikelen, advertenties, foto's of anderszins die het gebruik van levende aasvis bevorderen worden niet meer geplaatst in NVVS bladen

  2. ruim aandacht wordt in de NVVS-bladen besteed aan het gebruik van alternatieve aassoorten voor het vangen van roofvis

  3. overleg wordt gestart met uitgevers/redacties van andere Nederlandse hengelsportbladen ten einde het voorbeeld van de NVVS te volgen

  4. overleg wodt gestart met Nederlandse hengelsportauteurs om het gebruik van alternatieven in hun boeken te bevorderen

  5. overleg wordt gestart met de hengelsportbranche om te bezien of/hoe de aanbodzijde het gebuik van alternatieven kan bevorderen

  6. in de jeugdeducatie van de NVVS, waaronder het nieuwe cursusboek "vissen met de werphengel", zal geen aandacht worden besteed aan de levende aasvis en     uitdrukkelijk aandacht worden besteed aan de alternatieven

  7. In geen enkele uiting van schriftelijke voorlichting door de NVVS zal het gebruik van levende aasvis worden genoemd of geetaleerd. Aan het gebruik van alternatieven zal in het bijzonder aandacht worden besteed

  8. De NVVS zal niet meewerken aan promotie of voorlichtingsactiveiten ten gunste van het gebruik van de levende aasvis en zal dergelijke activiteiten op door haar georganiseerde evenementen niet toestaan.

  9. De NVVS zal aan de bij haar aangesloten autonome hengelsportverenigingen verzoeken om het voorbeeld van de landelijke organisatie te volgen.

Wij vertrouwen erop  u met deze informatie van dienst te zijn geweest. Uiteraard zijn wij altijd tot een toelichting bereid.

Hoogachtend,

namens het Dagelijks Bestuur,
J,M.C Joosten, secretaris,
voor deze,
Drs. M. Openneer, directeur


Tijdens de bestuursvergadering van de AHV waar deze brief van de NVVS ter sprake kwam, werd als volgt besloten: "naar aanleiding van de brief van de NVVS van maart 1994 over de acties van de Dierenbescherming en de NVVS maakt de Heer Hilgers een aanzet om het bestuursstandpunt te bepalen".

En die aanzet beste Peter heb ik geschreven: en luidt als volgt (letterlijke tekst uit de notulen van destijds):



Het begrip weidelijkheid in de sportvisserij, enkele voorbeelden
Een hengelaar die in de winter met goed verspeende visjes gaat snoeken; die zo'n visje voorzichtig aan de haak slaat door het neusgat; die het tuig met levende aasvis eraan voorzichtig te water laat; die na korte tijd beet van een snoek krijgt en niet na al te lange tijd aanslaat (kleinere kans op slikken van de haak); die de vis netjes drilt; die de vis vervolgens in een groot schepnet aan de kant brengt; die dan de vis professioneel onthaakt en netjes terugzet is een weidelijke hengelaar.

Een hengelaar die in de zomer met niet-verspeende visjes gaat snoeken en een aasvisje door de rug slaat; die het geheel een eind in de plomp gooit; die frequent binnenhaalt en de visjes die snel zijn doodgegaan, nog sneller vervangt; die bij aanbeet een eeuwigheid wacht, zodat de snoek wel geslikt moet hebben; die de snoek ruw drilt aan de veel te dikke lijn; die de snoek na veel pijn en wurgen van de haak ontdoet; die het dier dan slacht om thuis te laten zien hoe goed hij wel kan snoeken en het dier enkele dagen daarna in de vuilnisbak gooit is een onweidelijke hengelaar.

Een snoekbaarsvisser op diep water die niet netjes vist op grote diepte met een visje dat hij te snel laat zakken en die bij het drillen van een snoekbaars deze te snel omhoog haalt, zodat het dier met uitpuilende ogen meer dood dan levend uit het water wordt gehaald is een onweidelijke visser.

Een hengelaar die een vis mee naar huis wil nemen om zelf op te eten, is net zo'n weidelijke visser als iemand dat dat niet wil doen, mits hij de vis na het drillen en onthaken snel en efficient doodt met bijvoorbeeld een zware tik op de kop. Bij het vissen, net als bij de jacht, gaat niet aan dat vissers die alles terugzetten, zich verheven voelen boven diegenen die graag een vis mee naar huis nemen en consumeren.

Het is uiterst dubieus om een wedstrijd, waarbij veel witvisen urenlang in een leefnet worden bewaard om gewogen of geteld te worden, het stempel wieidelijk mee te geven. Bezinning op bestaande praktijken is hier op zijn plaats, ook al zijn de leefnetten nog zo groot en niet meer van metaal.
Het begrip pijn in de dierenwereld
Een mens heeft een uiterst hoog ontwikkeld centraal zenuwstelsel van waaruit pijn wordt ervaren. Bij vissen is zo'n centraal zenuwstelsel minder complex en is de pijnervaring hierin moeilijk te bestuderen.

Wormen en maden hebben geen centraal zenuwstelsel en het is voor de mens niet mogelijk om zich de pijnprikkels voor te stellen in dergelijke dieren, zo die al bestaan. Dat ze pijn hebben als ze vreselijk kronkelen is niet te bewijzen.

De discussie in hoeverre dieren van een lagere orde pijn ervaren is veelal moeizaam en heilloos. Bovendien is die discussie irrelevant.

Het gaat meer om de wijze waarop het dier door de mens wordt behandeld. De manier waarop een dier wordt gedood of "afgemaakt" zegt alles over de weidelijkheid van een en ander, te weten de manier waarop wij ons gedragen ten opzichte van het leven om ons heen, waarmee we samen "een natuur" vormen.

Bij het vissen met levend aas kan aan de reactie van het dier veel worden afgelezen. Daarom dient een visser daarop te letten en moet hem dus geleerd worden daar ook goed aandacht aan te besteden. De vis moet met zoveel mogelijk "respect" worden behandeld, niet "beestachtig".
Alternatieven voor het vissen met levend aas en verwante voorbeelden uit de jacht
Het vissen met kunstvliegen in plaats van met levende insecten, het vissen met "vers de vase" in plaats van met muggenlarven (om dichter bij huis te blijven) en het vissen met "plugs" in plaats van met levende visjes zijn alternatieven die zo oud zijn als Methusalem. Die hoeven niet nog eens extra "gepromoot" te worden door de NVVS; dat doet de handel al sinds jaar en dag en uiterst succesvol, want er zit winst in nietwaar.

Maar het hengelen met levend aas is een traditie die nooit zal verdwijnen, zelfs niet als die illegaal zou worden in de Nederlandse wateren.

Zo zal jagen met een valk op een patrijs nooit verdwijnen, omdat het alternatief, namelijk het doodschieten van een patrijs met het geweer, bestaat.

Ook het jagen met teckels op vossen in hun holen zal niet verdwijnen, ook al kan men de vos bejagen door het hol uit te roken of de vos uit te graven. Maar het bejagen van de vos op deze manier in de tijd dat ze jongen hebben in het nest, wordt heden ten dage als onweidelijk beschouwd. "Heden ten dage", omdat het vroeger anders was.

In de relatie tussen de jagende en vleesetende mensen en zijn prooi kunnen opvattingen in de tijd veranderen. Ook verschillende godsdiensten staan verschillend tegenover de manier waarop dieren benaderd en behandeld worden. Zeer bekend is de enorme terughoudendheid waarop het boeddhisme staat ten opzichte van het doden van dieren. Een uiterste consequentie van die leer is dan dat de mens vegetariër wordt, een houding die niets meer te maken heeft met eetgewoonten van de primitieve mens en die sterk verschilt van de houding van het overgrote merendeel der huidige mensheid.
Wat doet de NVVS en hoe wordt gereageerd door de politiek?
De NVVS heeft gekozen voor "struisvogelpolitiek", te weten het afraden of liever nog het negeren van een traditionele methode waarmee honderdduizenden hun visgenot beleven: "je mag het wel, maar liever niet en praat er vooral niet over". Dit is de zekerste manier om heel sportvissend Nederland op je nek te krijgen, getuige het feit dat de Friese Federatie al zeer snel in negatieve zin heeft gereageerd.

Een pikant verhaal in deze, uit de Friese Provincie is, dat Wiegel (zonder overdrijving een "stem des volks" te noemen, ook als men het niet eens is met zijn politiek) als commissaris van de Koningin van Friesland destijds een Europese maatregel tot verbod van het rapen van kievitseieren naast zich neerlegde en riep dat dit in Friesland nooit van zijn leven verboden zou worden.

Daarop liet de Tweede Kamer weten dat Friezen niet meer of minder rechten zouden kunnen krijgen dan andere Nederlanders en negeerde vervolgens ook het verbod, maar voerde wel de "eierraapkaart" in en een simpel vergunningsstelsel. De eierraper moet kunnen bewijzen dat die aan "nazorg" doet om zo de stand van de kieviten te vergroten (overigens is de kievitenpopulatie in Nederland niet zo sterk teruggelopen dan die van andere weidevogels waar eieren niet van geraapt worden).

Een besluit van de NVVS zoals dat nu voorligt, betekent dat de AHV zijn beleid t.o.v. het vissen met levend aas moet herzien en het visgenot zal moeten beperken door o.a.:
1. Het verbieden van snoekbaarswedstrijden als met levend aas gevist wordt,
2. Het passief tegengaan van aanbieden van levend aas,
3. Het niet meer opnemen van visverhalen waarbij levend aas wordt gebruikt,

Iedere weldenkende visser ( en ieder ander normaal denkend mens) zal deze maatregelen althans in de huidige tijd te gek voor woorden vinden.

De NVVS heeft een van haar zwakste besluiten genomen in de geschiedenis van haar bestaan; zo zwak dat de georganiseerde sportvisserij wel eens uit elkaar geslagen kan worden.
Hoe heeft het zo ver kunnen komen?
Na de Tweede Wereldoorlog, toen ondanks verbod van de jacht door de Duitsers de wildstand in Nederland, ondermeer van reeën, door stroperij sterk was teruggelopen, heeft de georganiseerde jacht ervoor gezorgd dat er een spectaculair herstel werd verkregen. Zo is de stand van reeën heden ten dage groter dan ooit te voren.

Maar in het jaar van "Silent  Spring" van Rachel Carson begon de natuurbescherming op te komen (1962). Deze zag dat het milieu veel te lijden onder de onverschillige houding van de mens, werkend aan zijn welkaart en uitgroeiend tot een mensenmassa zoals die op deze aarde nog niet voorkwam, zonder eind in zicht aan de groei en de daarbij onvermijdelijke en vermijdelijke schade aan het milieu.

De natuurbescherming vond in de jager en zijn jacht een prachtige gemeenschappelijke vijand. Dat sterkte de gelederen.

Vergeten was dat de jager (Teddy Roosevelt en Paul Kruger waren verwoede jagers, net als Bernhard, voorzitter van het WWF) de natuurbeschermer van het eerste uur was geweest en eigenlijk de voorgangers van iedereen die zich plotseling natuurbeschermer noemde. De jacht kwam in het verdoemhoekje en de jagers werden "moordenaars".

De rest van het verhaal is bekend en de culminatie van een en ander is dat een prijs van fl 10.000 werd uitgeloofd on een foto in handen te krijgen van een jager met een stervend dier, zojuist "ziek" geschoten. Hiermee had de natuurbescherming zichzelf gedegradeerd tot een stel milieu terroristen, niet meer en niet minder.

De jacht reageerde adequaat, stelde een verplicht jachtexamen in dat wettelijk werd gemaakt en paste haar weidelijkheidsregels aan aan de veranderende opvatting over de relatie tussen mens en dier. In 1953 werd een begin gemaakt, zeer tegen de zin van de toenmalige jagers in den lande, maar nu geaccepteerd door vrijwel iedere  jager als uiterst zinvol. Na nog meer  druk reageerde de georganiseerde jacht opnieuw adequaat, door het instellen van wildbeheereenheden, nu in de jaren negentig. Desondanks blijft de druk toenemen. Waarom zo vraagt U zich af?
De nieuwe rijken in onze strijd voor behoud van de natuur en hun georganiseerde aanval op jacht en sportvisserij
Natuurbeschermingsinstanties "leefden" van donaties en het geld van vaste donateurs.

Met het verdelen van geldopbrengsten van Nationale Loterijen en dergelijke onder dit soort instanties werden de financieel zwakke instanties plotseling werkelijk steenrijk. Grote campagnes waren het gevolg, o.m. een ongelooflijke reclame campagne in alle dagbladen, op radio en TV, om de gemeenschappelijke vijand de jager verder in diskrediet te brengen. Die paar rijke, verwende gozers zouden nu eindelijk maar eens van hun plezierjacht moeten afzien.

Nog professioneler werd een en ander aangepakt door de oprichting van een gemeenschappelijke kantoor met mensen in vaste dienst, die systematisch de zwakke punten in de jacht en nu ook de sportvisserij onder de loupe zouden nemen en vervolgens categorisch een en ander zouden gaan bestrijden, met pen en fotocamera,TV en dan vooral op de zondagmorgen, in de overige Pers en in de Kamer , in de politieke partijen en in de huiskamer op een-hoog-achter, bij de stadsmens in gezelschap van de te dikke kat en de verwende papagaai, die voortdurend "moordenaar" riep tegen iedereen die binnenkwam.

De hengelaars en de jagers deelden niet mee in de pot van de Wet op de Kansspelen; ze hadden er niet aan gedacht ook aanspraken te maken, ze hadden zich in de verdediging laten drukken, zich niet meer realiserend dat zij de oprichters zijn van alles wat het natuurbeschermingspredicaat kan dragen.

Het was de hengelaar die als een Don Quichotte zijn zuurstofmonsters langs de waterkant had genomen en geroepen had: "er is te weinig van dat spul in het water en mijn visjes zijn dood". En dat, lang voor dat er ook maar een moderne milieugroepering bestond. Tientallen jaren had hij op windmolens gejaagd en nu de eerste resultaten er waren, gingen anderen met de eer strijken. En dat niet alleen; hij moest nu maar wegblijven van de waterkant en de "plasberm", want daar zwom nog een beschermde vissoort (een grote modderkruiper) die vooral niet gestoord mocht worden in het zijn van zoiets zeldzaams. Weg moet de hengelaar uit het natuurgebied en dierenkwellerij moest nu maar eens definitief aan de kaak gesteld worden.
Wat te doen en hoe te reageren?
De strategie volgt "natuurlijk" op het voorgaande:
1. Bevorder weidelijkheid onder de hengelaars; maak schoon schip in eigen huis en stel een examen in voor alle nieuwe hengelaars met de nadruk op weidelijkheid. Vraag de minister om hiervoor geduld op te brengen en nu niet met een verbod op het vissen met levend aas en andere onomkeerbare maatregelen te komen.
2. Ga in competitie met andere natuurbeschermingsinstanties door (a) samen een kantoor op te richten met de georganiseerde jacht en andere instanties zoals de Stichting Behoud Natuur en Leefmilieu, Das en Boom en andere verenigingen en stichtingen met verwante ideeën om de rest (Bond tegen Vivisectie, Kritisch Faunabeheer, Vereniging voor Natuurbescherming, etc.) aan te vallen op hun zwakke punten, (b) samen te zoeken naar financiële middelen bij de kansspel organisaties waar de anderen van profiteren en in ieder geval; daar duidelijk te maken dat hun geld niet meer gebruikt mag worden om ons in diskrediet te brengen, maar gebruikt moet worden voor herstel van de natuur, waarvoor dat geld (ook ons geld) immers bestemd is, (c) samen de politieke partijen te benaderen met zakelijke en inhoudelijke argumenten, zodat de wetgeving op reële niet al te emotionele gronden gericht blijft, (d) als dat alles niet werkt, moeten we samen echt de politiek in gaan, waarbij alle hengelaars gemobiliseerd moeten worden.

Tackel, 5 juni 1994.


Het was mijn eerste agressieve stuk "tegen de dierenbescherming", tegen de NVVS in haar hypocriete, D66-achtige opstelling, ten opzichte van de natuur en traditionele gebruiken. Ik gebruikte toen een schuilnaam "Tackel" of "Tackle" in een artikel ten faveure van een examen voor de sportvisser in Nederland in het Verenigingsblad van de AHV.

Ik jaagde toen ook al een jaar of zes en had in de jachtwereld natuurlijk nog meer staaltjes van overdrijving en waanzin ten opzichte van de natuur meegemaakt. Alles en iedereen, de biologen, mijn soort voorop, had visioenen over een utopische samenleving waarin de dieren geen kwaad meer zou worden gedaan, waarin we allemaal vegetariër zouden worden en waarin het boeddhisme en vooral het Jainisme werd aanbeden. Stromingen in India waarbij opgelet wordt geen insect dood te trappen of zelfs in te ademen door een monddoekje voor te binden. Kortom de liefde voor het dier en de natuur begon ernstige vormen aan te nemen en langzaam op verstandsverbijstering en waanzin te lijken.

Het heeft niet mogen baten want het vissen met een levend visje op snoek werd uiteindelijk verboden. Wat de jacht betreft kwam er zelfs een geheel nieuwe wetgeving tot stand, de zogenaamde Flora en Fauna wet. Maar het duurde totdat die fanatieke linkse dierengek vorig jaar Pim Fortuyn doodschoot, alvorens het volk weer wat van al die verstandsverbijstering over de natuur begon bij te komen en alle politieke partijen een flinke "ruk naar rechts" maakten wat de jachtwetgeving betreft, die middels Algemene Maatregelen van Bestuur nu wat meer ten faveure van de jager wordt opgedist.

Je ziet hoe in een "perfecte" democratie het verstand des volks totaal verbijsterd kan raken en dat het af en toe een verlicht despootje nodig heeft om weer met beide voeten op de grond terecht te komen.

Democratie is ook niet alles, speciaal als het om de relatie gaat tussen mens en dier waarmee de Mensheid zich geen raad weet. Soeharto was "nodig" om die praktijken van het vechten tussen honden en varkens te verbieden, maar de "democratie" die er op volgde, stond het weer toe. Eigenlijk de omgekeerde toestand van wat er zich in Nederland heeft afgespeeld de laatste tien jaar. Daar werd de omgang met dieren "menselijker", hier werd de omgang met dieren weer even "beestachtig" als het vroeger was.

Willen we deze aardkloot redden van de biologische ondergang - ik heb het niet over een eventueel physische ondergang - dan zullen we ons voortdurend moeten bezinnen op de omgang met de natuur en onze plaats daarin.
 Wat de godsdiensten betreft is het boeddhisme een lichtend voorbeeld op dit gebied. En daarin moeten biologen voorop lopen. Alleen heeft er maar eentje - en dat ben ik dus - het licht gezien, heb ik vaak het gevoel, terwijl al die andere biologen in Nederland vooral van gekkigheid niet meer weten waarmee ze bezig zijn "achter hun bureaus” en dat kan kwaad als die bureaus in Den Haag staan.

Maar ach dat komt natuurlijk ook omdat ze niet in het "volle leven" staan - die pseudobiologen - omdat ze zo ver verwijderd zijn van de echte struggle for life zoals hier in onze kampong aan de Indische Oceaan waar Darto vannacht 400 levend visjes aan de longline heeft gehaakt om op te laten vreten door de grootste en gemeenste roversbenden onder water die bestaan.

Je wordt al bang als je ze dood op de visafslag ziet liggen, laat staan dat je ze in levende lijve tegenkomt bij het zwemmen midden op de oceaan. En volgens mij is er nog nooit een barracuda vegetariër geworden, ook al hing die nog zo tussen het lekkerste zeewier, waar de zeekoeien zo van genieten en dat zo voedzaam is,

Met vriendelijke groeten,

Jo


Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz