Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.
Hoofdstuk 191

28 september 2005

De Burgemeester van de Plas


Beste Peter,


Jaap Catsburg heb ik ooit tijdens een bijeenkomst van jagers in een Vinkeveense uitspanning de Burgemeester van de Plas horen noemen. Ik kende hem toen al meer als tien jaar. Eerst als controleur van de visserijwet toen ik alleen nog maar viste op de Vinkeveense plassen, later ook als controleur van de jachtwet, toen ik al jaagde met Henk Redegeld Zaliger, de laatste beroepsvisser en broodjager. Nog later als jager en vriend, die ik ook na het waterwildjachtseizoen, vanaf een februari, mocht helpen met het afschot van grauwe ganzen. Als de schade weer eens de pan uitliep.

Toen in de zestiger jaren de Bijlmer werd aangelegd, werd het benodigde zand uit de door afgraving van veen en turf ontstane laagveenplassen tussen Abcoude en Vinkeveen gewonnen middels grote zandzuigers, die tot een diepte van wel dertig meter het zand onder het veenpakket zogen en met veel water erbij opspoten in het Bijlmergebied richting Amsterdam.

Was het water tussen de legakkers pakweg zes meter diep, de grote plas die toen ontstond was veel dieper. Hoge kranswieren en andere waterplanten, groeiend vanaf de bodem tussen de legakkers, zorgden voor een helder schoon milieu van het zogenaamde snoek-baars-voorn type, zoals wij sportvissers dat zeggen. Daar was ook enorm veel voedsel voor duikeenden zoals het driehoeksmosseltje. Duizenden halfjes en roodkoppen doken er dat het een lieve lust was. De Botshol ernaast was een favoriet jachtgebied voor eenden van Prins Bernhard en zijn jachtkornuiten. Ganzen, die zoals je weten van gras leven op het land, waren er toen nauwelijks. Wel overwinterende kolganzen, maar geen overzomerende grauwe ganzen. Ook aalscholvers - die mijn vrienden en ik oneerbiedig Urkers noemen - waren er toen nog niet.

Daar kwam een grote verandering in tijdens de laatste decennia. Bij droge zomers werd er te veel water weggepompt naar de Bijlmer en werd water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal ingelaten in de polder. Dat was verontreinigd en slecht voor de kranswieren die langzaam maar zeker verdwenen. Door de vele caravans en huisjes op de eilandjes tussen de legakkers kwam er steeds meer verontreining door de mens met onder andere afwasmiddelen zoals fosfaten. Ook door de omringende intensievere landbouw, met meer en meer gebruik van kunstmest, goed voor de weien en dus de ganzen, trad er een te grote voedselverrijking op van de Vinkeveense wateren, die uiteindelijk heeft geleid tot een zogenaamd snoekbaarsbrasem milieu met troebel water en een enorm veel hogere biomassa aan vis.

De duikeenden, zoals halfjes, roodkoppen en minder algemene soorten werden schaars want de driehoeksmosseltjes konden zich in het troebele water niet meer handhaven. Grauwe ganzen en nijlgansen en 's winters kolganzen kwamen er voor in de plaats. De volle eenden die alleseters zijn konden zich handhaven.

Henk de beroepsvisser zag het met lede ogen aan. De palingstand liep terug en het afschot van eenden, beiden op dramatische wijze. Hij schoot wel steeds meer ganzen en ving af en toe wat snoekbaars in zijn fuiken, maar dat woog niet op tegen de grote verliezen. Zijn inkomen werd zo laag dat hij zijn geluk niet op kon toen hij uiteindelijk AOW kreeg. Hij was nog nooit zo rijk geweest.

Jaap de controleur van visserij- en jachtwetten, waarvoor hij een lage slanke marinegrijs gekleurde geruisloze boot had, om stropers te snappen, zag dat allemaal gebeuren, maar bleef verschrikkelijk veel houden van zijn plassen en de natuur er om heen. De Plas zat en zit nog in zijn bloed en hij is een gepassioneerde waterwildjager zoals ik geen andere ken. Hij houdt kwakertjes, lokeendjes om vollen te lokken en te schieten. Tamme eendjes met korte snaveltjes en kleiner dan de wilde eend, waar hij mee praat en die veel van hem houden. Achter in zijn langgerekte tuin houdt hij ze, naast een poldersloot in speciale hokken, in Donkerend bij Vinkeveen en vlakbij Wilnis. Een schitterend landschap waar vele beroemde en beruchte Nederlanders leven, in grote villa's. Net als langs de Zuwe, de weg tussen de grootste plassen.

Jaap is een aimabele en wijze man met een imposant uiterlijk en een vierkante kaak, die iedereen te vriend probeert te houden, alhoewel ook in Vinkeveen natuurlijk enge dorpspolitiek een rol speelt in de verhouding tussen grond- en waterbezitters, jagers en vissers, tussen zomergasten in de huisjes op de eilanden en anderen die daar - onder de rook van Amsterdam - hun genot in de natuur pogen te vinden, zoals zeilers en snelheidsmaniakken in motorboten. Zolang Jaap daar de scepter zwaait loopt het allemaal wel los.

Burgemeesters worden benoemd door de kroon in Nederland, in tegenstelling tot Duitsland waar ze gekozen worden door het volk van dorp en stad. Burgemeesters voor grote wateren bestaan niet, ze worden noch benoemd noch gekozen. Jaap is ook niet benoemd en ook niet gekozen. In zijn geval is het een eretitel die iemand hem gaf en die ik nooit meer vergat en hierbij officieel aankondig in De Nederlandse Jager. Het is een eretitel, een beetje zoals een Macnab in Engeland een eretitel is voor een Sportsman die op een dag kans ziet een hert met de kogel, een doublet Red Grouse met het hagelgeweer te schieten en een zalm te vangen met de vliegenhengel. Maar hierover later een verhaal.

De herinnering blijft aan de koele morgens in herfst en vroege winter, met een dieprode opkomende zon, samen met Jaap in de prachtig gecamoufleerde hut op een der eilandjes, met op de achtergrond het kerktorentje van Vinkeveen, met de nog niet vermoeide wakkere kwakertjes, de vrouwtjes met een baksteen en lang touw zwemmend op het water om ons heen, het woerdje in zijn kistje naast de hut op het land. De vroege eenden die verraden werden door hun tamme soortgenootjes in dienst van de mens. De wilde eenden aankomend binnen schot en neerkomend tussen de lokkers. De schoten zij aan zij, het ophalen met de boot. Het tableau van vele soorten eenden en soms ook enkele ganzen.

Hete koffie uit de thermosflessen, boterhammen voor de late morgen, filosoferend over de jacht, het vissen, de natuur, de wetgeving. Over vroeger en nu en de verschillen. Over koetjes en kalfjes. Welke visser of jager raakt bevriend met een controleur? Niemand toch beste Peter. Inderdaad, behalve de Burgemeester van de Plas en ik.

Met vriendelijke groeten, Jo

 

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz