|
Hoofdstuk 191 28 september 2005
De Burgemeester van de Plas
Beste Peter,
Jaap Catsburg heb ik ooit tijdens een bijeenkomst van jagers
in een Vinkeveense
uitspanning
de Burgemeester van de Plas horen noemen. Ik kende hem toen
al meer als tien jaar. Eerst als controleur van de
visserijwet toen ik alleen nog maar viste op de Vinkeveense
plassen, later ook als controleur van de jachtwet, toen ik
al jaagde met Henk Redegeld Zaliger, de laatste
beroepsvisser en broodjager. Nog later als jager en vriend,
die ik ook na het waterwildjachtseizoen, vanaf een februari,
mocht helpen met het afschot van grauwe ganzen. Als de
schade weer eens de pan uitliep.
Toen in de zestiger jaren de Bijlmer werd aangelegd, werd
het benodigde zand uit de door afgraving van veen en turf
ontstane laagveenplassen tussen Abcoude en Vinkeveen
gewonnen middels grote zandzuigers, die tot een diepte van
wel dertig meter het zand onder het veenpakket zogen en met
veel water erbij opspoten in het Bijlmergebied richting
Amsterdam.
Was het water tussen de legakkers pakweg zes meter diep,
de grote plas die toen ontstond was veel dieper. Hoge
kranswieren en andere waterplanten, groeiend vanaf de bodem
tussen de legakkers, zorgden voor een helder schoon milieu
van het zogenaamde snoek-baars-voorn type, zoals wij
sportvissers dat zeggen. Daar was ook enorm veel voedsel
voor duikeenden zoals het driehoeksmosseltje. Duizenden
halfjes en roodkoppen doken er dat het een lieve lust was.
De Botshol ernaast was een favoriet jachtgebied voor eenden
van Prins Bernhard en zijn jachtkornuiten. Ganzen, die zoals
je weten van gras leven op het land, waren er toen
nauwelijks. Wel overwinterende kolganzen, maar geen
overzomerende grauwe ganzen. Ook aalscholvers - die mijn
vrienden en ik oneerbiedig Urkers noemen - waren er toen nog
niet.
Daar kwam een grote verandering in tijdens de laatste
decennia. Bij droge zomers werd er te veel water weggepompt
naar de Bijlmer en werd water vanuit het
Amsterdam-Rijnkanaal ingelaten in de polder. Dat was
verontreinigd en slecht voor de kranswieren die langzaam
maar zeker verdwenen. Door de vele caravans en huisjes op de
eilandjes tussen de legakkers kwam er steeds meer
verontreining door de mens met onder andere afwasmiddelen
zoals fosfaten. Ook door de omringende intensievere
landbouw, met meer en meer gebruik van kunstmest, goed voor
de weien en dus de ganzen, trad er een te grote
voedselverrijking op van de Vinkeveense wateren, die
uiteindelijk heeft geleid tot een zogenaamd snoekbaarsbrasem
milieu met troebel water en een enorm veel hogere biomassa
aan vis.
De duikeenden, zoals halfjes, roodkoppen en minder
algemene soorten werden schaars want de driehoeksmosseltjes
konden zich in het troebele water niet meer handhaven.
Grauwe ganzen en nijlgansen en 's winters kolganzen kwamen
er voor in de plaats. De volle eenden die alleseters zijn
konden zich handhaven.
Henk de beroepsvisser zag het met lede ogen aan. De
palingstand liep terug en het afschot van eenden, beiden op
dramatische wijze. Hij schoot wel steeds meer ganzen en ving
af en toe wat snoekbaars in zijn fuiken, maar dat woog niet
op tegen de grote verliezen. Zijn inkomen werd zo laag dat
hij zijn geluk niet op kon toen hij uiteindelijk AOW kreeg.
Hij was nog nooit zo rijk geweest.
Jaap
de controleur van visserij- en jachtwetten, waarvoor hij een
lage slanke marinegrijs gekleurde geruisloze boot had, om
stropers te snappen, zag dat allemaal gebeuren, maar bleef
verschrikkelijk veel houden van zijn plassen en de natuur er
om heen. De Plas zat en zit nog in zijn bloed en hij is een
gepassioneerde waterwildjager zoals ik geen andere ken. Hij
houdt kwakertjes, lokeendjes om vollen te lokken en te
schieten. Tamme eendjes met korte snaveltjes en kleiner dan
de wilde eend, waar hij mee praat en die veel van hem
houden. Achter in zijn langgerekte tuin houdt hij ze, naast
een poldersloot in speciale hokken, in Donkerend bij
Vinkeveen en vlakbij Wilnis. Een schitterend landschap waar
vele beroemde en beruchte Nederlanders leven, in grote
villa's. Net als langs de Zuwe, de weg tussen de grootste
plassen.
Jaap is een aimabele en wijze man met een imposant
uiterlijk en een vierkante kaak, die iedereen te vriend
probeert te houden, alhoewel ook in Vinkeveen natuurlijk
enge dorpspolitiek een rol speelt in de verhouding tussen
grond- en waterbezitters, jagers en vissers, tussen
zomergasten in de huisjes op de eilanden en anderen die daar
- onder de rook van Amsterdam - hun genot in de natuur pogen
te vinden, zoals zeilers en snelheidsmaniakken in
motorboten. Zolang Jaap daar de scepter zwaait loopt het
allemaal wel los.
Burgemeesters worden benoemd door de kroon in Nederland,
in tegenstelling tot Duitsland waar ze gekozen worden door
het volk van dorp en stad. Burgemeesters voor grote wateren
bestaan niet, ze worden noch benoemd noch gekozen. Jaap is
ook niet benoemd en ook niet gekozen. In zijn geval is het
een eretitel die iemand hem gaf en die ik nooit meer vergat
en hierbij officieel aankondig in De Nederlandse Jager. Het
is een eretitel, een beetje zoals een Macnab in Engeland een
eretitel is voor een Sportsman die op een dag kans ziet een
hert met de kogel, een doublet Red Grouse met het
hagelgeweer te schieten en een zalm te vangen met de
vliegenhengel. Maar hierover later een verhaal.
De herinnering
blijft aan de koele morgens in herfst en vroege winter, met
een dieprode opkomende zon, samen met Jaap in de prachtig
gecamoufleerde hut op een der eilandjes, met op de
achtergrond het kerktorentje van Vinkeveen, met de nog niet
vermoeide wakkere kwakertjes, de vrouwtjes met een baksteen
en lang touw zwemmend op het water om ons heen, het woerdje
in zijn kistje naast de hut op het land. De vroege eenden
die verraden werden door hun tamme soortgenootjes in dienst
van de mens. De wilde eenden aankomend binnen schot en
neerkomend tussen de lokkers. De schoten zij aan zij, het
ophalen met de boot. Het tableau van vele soorten eenden en
soms ook enkele ganzen.
Hete koffie uit de thermosflessen, boterhammen voor de
late morgen, filosoferend over de jacht, het vissen, de
natuur, de wetgeving. Over vroeger en nu en de verschillen.
Over koetjes en kalfjes. Welke visser of jager raakt
bevriend met een controleur? Niemand toch beste Peter.
Inderdaad, behalve de Burgemeester van de Plas en ik.
Met vriendelijke groeten, Jo
|