Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.
Hoofdstuk 79

25 april 2004

De Puszta, het land van de kapitale reebokken: een doublet wilde honden

Beste Peter,

De eerste mei is niet alleen de opening van het waadseizoen op de Roer in Duren voor het vliegvissen, het is ook de opening van het reebokkenseizoen, niet alleen in Nederland, maar ook in Hongarije, het land van de puszta. Een land zo plat en vlak als het Hollandse polderland met dien verstande dat er een soort grote kuilen in zitten die een diameter hebben van pakweg enkele honderden meters. Hoe dat geologisch precies zit weet ik niet maar het zal wel te maken hebben met een terugtrekkende ijskap na de ijstijden waarbij dus hier en daar een soort ondiepte - van hooguit enkele tientallen meters - achterbleef, toen het ijs weg was. Maar dan snap ik weer niet waarom we zoiets ook niet in Oost-Nederland hebben, zo'n gatenkaaslandschap.

In die grote kuilen bevindt zich soms een klein meertje met veel riet erin en struiken en bomen erom heen, met name wilgen van vele soorten en acacia's. Dit zijn ideale schuilplaatsen overdag voor de reeën die hier veel voorkomen en huizen in dit landschap. In overvloed omdat er voedsel is in overvloed, grote vlakten met alfalfa en allerlei granen en grassen, voedsel voor mens en dier dus. En ook omdat de dekking overdag zo fantastisch is in die ondiepten met altijd drinkwater op de soms hete puszta.

En omrasteringen hebben ze daar nog niet uitgevonden. Er is hier en daar hooguit een ondiep slootje. En op de puszta bij Scolnock ten zuiden van Boedapest pakweg midden in Hongarije, zijn er ook nauwelijks verharde wegen in dat landschap. De dorpjes hebben nog bijna geen straatverlichting en zien er uit zoals de vooroorlogse dorpen in de zandstreken in Oost-Nederland, zoals Posterholt en Herkenbosch waar ik als kind mijn grootouders, ooms en tantes bezocht (met als grootste wapenfeit op mijn zesde jaar, dat ik met een kinderkruiwagen het middenpad van een volle kerk inliep - tijdens de Hoogmis - om mijn Moeder te zoeken, want ik ging nog niet mee naar de kerk en mocht de heilige communie toen nog niet doen).

Je kunt er dus ver kijken, daar op de puszta, vrijwel altijd tot aan de horizon. Er is een enorme wildstand van hazen, patrijzen en fazanten en een der spectaculairste jachtvogels komt hier nog in het wild voor nl de Grote Trap, een soort 747 onder de vogels die meer als 10 kilo zwaar kan worden en waarvan een nauw verwante soort in Afrika voorkomt, hetgeen ik al opmerkte in mijn jachtverhaal over Namibië en die daar op zijn Zuid-Afrikaans gompou heet: de pauw die gom eet van de acacia's.

Een kleinere soort de Kleine Trap is ook vrijwel verdwenen in Europa maar komt bijvoorbeeld nog voor op Sicilië en meer zuidoostwaarts tot in het Midden Oosten waar in Arabië die vogel met de valk bejaagd wordt en een enorm aantrekkelijke jachtbuit is. De Grote Trap werd honderd jaar geleden nog in het Duitse Brandenburg bejaagd trouwens, waar een Nederlander ooit een boek over schreef omdat hij daar jachtrechten had, ongetwijfeld een vriend van Prins Bernard. Is nu beschermd ook in Hongarije alhoewel de Scolnockse jachtvereniging nog een opgezet exemplaar heeft staan in haar clubhuis. Waar natuurlijk een hele muur met reebok tropheeen ook volhangt.

Er vliegt hier en daar een kiekendief ook, de bruine vooral, zoals in de polder. Maar kraaien en eksters worden te vuur en te zwaard bejaagd omdat die slecht zijn voor de wildstand. De Hongaarse jagers zijn vanouds zeer goed georganiseerd en beheren per groot dorp tienduizenden hectares tezamen. Het benodigde geld voor een goed beheer komt van de trofeeënjagers op de reebok in mei en de kleinwildjagers op haas en fazant in het najaar.

Hongarije heeft scholen voor jachtopzichters tot op universitair niveau. Hongarije heeft ongelooflijk veel en goede jachtschilders. De jacht werd onder de communisten niet werkelijk geschaad en nu tijdens het kapitalisme op verantwoorde wijze uitgevoerd. Er is een heel systeem van "punten" voor tropheeen en de kapitaalste bokken met "goud" op de kop worden voor zeer veel geld "verkocht" aan kapitaalkrachtige jagers uit Oostenrijk, Italië en Duitsland vooral. Hongarije valt vaak in de hoogste prijzen op Europees niveau met haar tropheeen.

Van gifgroen antijacht gespuis hebben ze in Hongarije nog nooit gehoord omdat de mensen er meer bij de natuur betrokken zijn en er ook weinig grote steden zijn. Het zijn ook mycophielen, terwijl Nederlanders wat paddestoelen betreft ook al een fobie hebben. Verder zijn het karpereters, terwijl zeevis etende Nederlanders daar te "verwend" voor zijn en het eten van zo'n graterig geval maar lastig en vervelend vinden.

Swarowski, de Oostenrijkse meester van het geslepen glas en de verrekijkers en schathemeltjerijk, is daar ieder jaar op de eerste Mei, daar in Scolnock en "koopt" de bokken van 500 gram en meer aan geweigewicht op hun kop, of zelfs een pruikenbok. Zoiets vreselijks om te zien - zo'n "pruik" van wildgroei - vind ik zelf, staat soms op de kop van een oud ree dat met zijn ballen ergens tussenin heeft gezeten of aan de prikkeldraad gehangen, zodat de hormonen ontregeld zijn, speciaal het testosteron zoals je wel zult raden, beste Peter, want dat is hard nodig voor de opbouw van een gewei op een mannelijke kop. En zo'n pruik kan wel tot een kilo zwaar worden en is dan natuurlijk "te gek" voor sommige vreselijke rijke jagers en jachtidioten. en brengt dan prijzen op van 5000 marken en meer (er werd toen nog in Duitse marken gerekend)

Dus Weijburg en ik kwamen er niet precies op de eerste mei aan, maar enkele dagen later toen Swarowski zijn buit al weer binnen had voor dat jaar en wij er twaalf "besteld" hadden, zes voor Henk van meer als 300 gram en zes voor mij van 250-300 gram. Die laatste zijn de goedkoopste en in de buurt van enkele honderden marken per stuk, terwijl die van Henk tegen en over de duizend mark moesten opbrengen voor de plaatselijke club. Een prijskaartje dus voor mij van pakweg 2000-3000 mark aan trofeeën en voor Henk van 6000-10.000 mark, alleen voor de trofeeën dus.


We logeerden in het plaatselijke hotel van oude sjiek en veel traditie. Met een kuurbad en bruin gemeubileerde kamers, alles nog niet echt hersteld van mensenlevens lang communistisch bewind. Er was daar een bruiloft en die nacht hebben we niet geslapen en heb ik de Czardas gedanst met de bruid. Ze viel bijna van haar stokje toen ik haar in een echte Wiener Walz, want die worden ook in Hongarije gespeeld, dol heb gedraaid, zo dol dat ze in het huwelijksbed nog lag te tollen als je het mij vraagt en haar man mij achteraf nog vervloekt moet voor die wilde dans die hijzelf had moeten dansen, maar waarvoor hij al te veel in de olie was, of het moet zijn dat hij van ellende naast haar in slaap is gevallen zonder de daad te plegen.

God wat zijn Hongaarse bruiden mooi. Ik zie haar nog steeds in mijn gedachten en ik weet bijna zeker dat het omgekeerde ook het geval is. Haar oudste zal nu wel tegen de zes a zeven jaar zijn, misschien wel acht van het is al weer een hele tijd geleden.

De derde dag in mei begon de jacht bij Scolnock
Op de geweidragende Hongaarse reebok
Gastvrijheid, Weidmannsheil en een boerenland
Met zandpaden zoals in vooroorlogs Nederland

Schaarse geluiden en weinig nachtelijk licht
Behalve van sterren en het maangezicht
hebben we daar gezocht en ook gevonden
en heeft de Puszta aan ons hart gebonden

September was nog niet aangebroken
Of de passie was opnieuw ontloken
Henk stuurde de Jeep met vaste hand
Nu naar het Punitzerwoud in Burgenland

We reden snel en met grote vaart
En die klus naar Oostenrijk werd snel geklaard
Naar enorme herten op schitterende bronstweide
Nooit gezien op de Veluwse heide

Het was te mooi om waar te zijn
En zelfs dat ene dodelijke schot deed pijn
Machtige Dertigenders in ons brein gegrift
Maar niet gezien in wilde drift

In December zijn we naar Duitsland gekomen
In hoop op vervulling van jongensdromen
Met grote keilers in gedachten
Stonden we ze langs het bospad te wachten

's Morgens reden we er op uit naar een hoogzit toe of gewoon door het vroege veld om te zien of er nog reeën "buiten" stonden op de vlakte en niet alweer hun dutje deden in een van die voornoemde inzinkingen in het landschap. In de middag werd gerust in het hotel en in de vroege avond reden we rond in onze Grand Cherokee, dan wel in een heel oud minuscuul vrachtwagentje van Russisch makelij, het vervoermiddel van de jachtclub van het dorp bij Scolnock waar we dus te gast waren en waar tientallen jagers meeleefden met onze avonturen en de jachtopzieners met ons meegingen, want die wisten waar het wild zich ophield en die konden op honderd meter en verder middels goede kijkers bepalen hoeveel het gewicht zou zijn van een gewei op de kop van een mannelijk ree. En meestal werd dat tot op 10 gram nauwkeurig geschat bleek later. En ik had er uiteindelijk twee van 298 gram dus betrekkelijk goedkoop vergeleken met een gewei van pakweg 305 gram.

Terwijl Swarowski hier boven de 200 meter schoot en goed schoot, want de jachtopzichters konden er nog steeds niet over uit, schoten Henk en ik eigenlijk nooit boven de 200 meter afstand en liefst tussen de 100 en 150 meter. Van de eerste vijf schoot ik er vier met een schot dood op het blatt, waarbij we lang moesten zoeken naar de vijfde reebok die een nekschot kreeg - omdat ik alleen de kop en de nek ervan zag - van mij en omviel in de hoge alfalfa en niet meer te vinden was, totdat er zweethonden bij gehaald werden. Henk schoot ook vrijwel ieder keer raak en goed raak, zoals het een "Gouden Bok der Jagers" betaamt. Want ik noemde hem vaak "Goude Bok", een eretitel natuurlijk. Soms ook wel "Zilveren Bok" want hij heeft zilvergrijze haren.

Af en toe werd op een verre vos geschoten en ik schoot er een dood op 180 meter. Onze buksen met de grote Zeiss kijkers en de 3-12 variomaten waren dus goed dodelijk, maar overmoed kwam uiteindelijk ook bij mij en daarmee enkele schoten die totaal mis waren op een veel te verre bok. Swarowski kon ik nu eenmaal niet overtreffen, dat was wel duidelijk aan het eind van de jacht, die erg intens was, maar die maar drie dagen geduurd heeft trouwens, want toen kwam de derde groep aan de bak, ongetwijfeld weer iets armer dan Henk en ik. Wat overblijft na de maand mei wordt verloot onder de plaatselijke jagers.

Het beheer is er op gericht dat er het volgend jaar weer minstens even veel is aan trofeeën, liefst meer natuurlijk. En dat is nou net de kunst mijn liefje.

Tot die laatste dag van mijn overmoed, was alles volgens plan verlopen en ik mocht dus voor het eerst "alleen" er op uit, op dat minuscule vrachtwagentje met twee jachtopzichters, zonder Henk's toezicht, zeer strenge toezicht overigens, want Henk is streng en secuur als het om de jacht gaat. Ik zat naast de bestuurder in het kleine cabinetje en de tweede opzichter zat bovenop in het bakkie op een losse stoel. Als hij iets zou zien zou hij op het cabinetjesdak (dit woord om aan te duiden hoe minuscuul dat minkukeltje onder de vrachtwagentjes wel niet is) slaan met zijn hand en moesten we stoppen.

En ja hoor we waren het dorp nog niet uit - het was nog wat nevelig zo in de vroege morgen van die vroege meidag - en hobbelden de puszta in, of er werd voorzichtig op het dak getikt. Ik stap snel uit met geladen Winchester Sporting Rifle Nr. 70 met vijf in het oude Joegoslavië vervaardigde kogels in het magazijn van 30.06 kaliber en de grote Zeiss kijker erop en loop naar achter het miniscuultje, waar gefluisterd werd; "Hunde, Hunde". Ja ze spreken een beetje Duits die Hongaren, niet veel, maar genoeg voor mij om te weten dat het over honden ging. Ik denk nog, wat zullen we nu hebben, of ik zie twee hartstikke grote honden op pakweg 50 meter afstand, een chocoladebruine en een zwarte, een op zijn achterwerk zittend, de tweede liggend en halfverborgen in het gras.

"Schiessen, schiessen", beet hij me toe. Zoiets had ik nooit van zijn leven verwacht. Ik heb een hele bibliotheek jachtboeken gelezen, maar over hondenjacht op de puszta was ik nooit iets tegen gekomen. Later bleek dat halfverwilderde herdershonden, of weet ik wat voor groot Hongaars of ander ras, hier inderdaad rondschuimen en een terreur zijn voor het wild. Ze zijn maar heel moeilijk aan de kleren te komen ondanks dat ze vogelvrij zijn; het schadelijkste wild van de puszta, schadelijker dan vossen. Een soort vervangers van de wolven wellicht, die hier natuurlijk ook al lang uitgeroeid zijn.

Ik richtte rustig staand met het zware geweer tegen de schouder, zonder ergens steun te zoeken en uit de vrije hand zoals dat genoemd wordt en schoot de halfzittende hond dood. Als door de bliksem getroffen rent de andere schuin van ons af en weg en hem volgend in het vizier, na de grendel overgehaald te hebben, schoot ik die tweede ook dood. Een doublet honden beste Peter.

Ik had er nooit van gehoord, toen niet en nu nog niet. Maar in dat dorp op de puszta praten ze er nog over, neem dat van mij aan. Die twee jachtopzichters stonden als aan de grond genageld en namen tegelijkertijd hun jachthoed af en riepen uit volle borst: "Weidmannsheil, Herr Doctor". God wat voelde ik me. Dit was nog eens een verhaal dat bij de kampvuren van alle jagers in de hele wereld, waarmee ik aan het kampvuur heb gezeten, goed zou kunnen zijn voor veel eerbiedig hoofdgeknik en gemompel en voor vele extra "proosts". En dat was ook zo. En hier goed genoeg voor de climax van een dagboekverhaal, nietwaar beste jongen.

Een uurtje later schoot ik dus op een reebok die te ver stond een heel magazijn leeg, zonder te raken. Overmoed komt voor de val beste Peter en Swarowski is daar dus nog steeds de Ster van het Veld, wat scherpschieten betreft. Maar die gekke Hollandse doctor, ondanks dat hij een beetje verstrooid was, heeft toch de plaatselijke annalen en verhalen gehaald die geschreven zijn en gesproken worden bij iedere reegulash met veel paprika, die daar wordt opgediend op de afscheidsavond aan de rijke jagers van verre, ja zelfs helemaal vanuit Nederland.

Jammer dat op die avond geen vrouwvolk mocht komen anders had ik van blijdschap nog een keer de Czardas gedanst, beste Peter, want ik ben een danser, geen zanger.

Met vriendelijke groeten nu vanuit Pangandaran waar Rakimin en Darto nu op vrijdag nog steeds niet terug zijn van de kreeftenvisserij (al op maandag vertrokken) en waar de ketelbinkies Karsim en Wagino er met de Mees op uit zijn geweest op de tenggiri maar zonder resultaat. Ze worden al gevangen maar nog sporadisch, sommige hebben al een hele buit van 30-100 een tot twee kilo zware vissen per net, maar de meeste netten zijn nog leeg. Kiki en ik gaan nu naar Papa Imin om zijn visser aan de gang te krijgen, maar die heeft alleen nog maar een layur net.De tenggiri netten zijn op in het dorp en de machines van Cilacap kunnen de vraag niet aan, terwijl de voorraden in Cirebon ook op zijn.

Jo, de hondenjager

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz