Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.

 

Bekentenis van een Zalmvisser



De Sportvisser, 19, pp. 247-249, 1971, N.V. Zuid-Nederlandse Uitgevers-Maatschappij, ‘s Hertogenbosch, Redactie Jo Hilgers, John Preger, Rein van Rutten en Carel Vorstelman, Hoofdredacteur Cor van Heugten.
De laatste hoop op een zalmvergunning voor dit weekend was nu gevestigd op Ragna Bjornsson die haar broer zou bellen in Borgarfjordur en zou vragen of hij zijn eigen hengelvergunning beschikbaar wilde stellen. Maar ook dit liep op niets uit en dat terwijl het warm was geweest zodat het geen zin had om naar de Thorlauksleikur te gaan op zeeforel. De zuidelijke gletsjerrivieren waren nu te hoog door het smeltwater. De forellen zouden in het bruine water nauwelijks een spinner, laat staan een vlieg kunnen zien.

Ik besloot een goede maaltijd te genieten in het Saga Hotel en dan naar het noorden te rijden om te gaan zien of er nog boeren waren die mij alsnog aan een vergunning konden helpen. Dit was toch te gek; midden in de paaitrek van de zalm (die dit jaar zeer goed was!) op IJsland zijn en niet te kunnen vissen.

Het zou niet helemaal donker worden vannacht. Bovendien reed ik naar het noorden en dus naar het licht toe. De zon was eerst verbleekt en daarna rood geworden. De zwarte bergen ten noorden van de walsvisfjord tekenden zich scherp af tegen het rood van de nachtelijke hemel. De weg viel mee. Het was droog geweest zodat de steenslag niet slipperig was en ik goed kon opschieten. Eigenlijk was ik wat vroeg vertrokken en zou ik  het "dal aan de zalmrivier" (waar de Laxdaela Saga zich afspeelde) reeds om vijf uur in de morgen kunnen bereiken.
 
Daar lag Borgarnaes. Het was eigenlijk maar een kleine verzameling huizen om een haventje. Hier en daar lagen boerderijen maar ze werden steeds schaarser en nu had ik al zeker geen half uur lang geen boerderij of huis meer gezien. Op de kaart zag ik dat de Langa naderde. Eem klein stippellijntje naar rechts duidde op een "weg" stroomopwaarts en landinwaarts. Het was pas vier uur maar nu toch geheel licht.

Een lage nevel hing over het zwak glooiende , boomloze landschap. Een kleine gedrongen Salix waarvan ik de precieze naam niet kende, was de aspectbepalende struik. De nevelslierten hingen in de dalen, maar ondanks de mist had ik toch enige schitterende rivieren gezien en op dit moment betreurde ik het ten zeerste dat ik niet gezorgd had voor een vergunning door naar mijn vriend Guamundsson te schrijven. Ik besloot de stippellijn te volgen, hetgeen steeds moeilijker werd.

De mist werd dichter en ik kon de rivier slechts nu en dan zien schitteren in de koude morgenlucht. Het werd iets heuvelachtiger en ik rook nu een zwavellucht. Een zeer smal bruggetje doemde voor me op. Geelachtige dampen stegen op uit geelachtig water. Steeds weer kwam je voor verrassingen te staan in dit sagenlandschap. Ik kon nu eigenlijk niet meer verder en besloot een kijkje te nemen bij de rivier.


Het was vrij vlak hier en het kille zwarte water stroomde over afgeronde kiezels. Hier werd duidelijk kiezel gehaald voor de IJslandse wegen. Stroomafwaarts lopend zag ik dat het zwarte water zich mengde met het gele zwavelwater. Dit was zeker geen plaats waar Salmo salar lang zou verblijven.

Ik draaide mijn auto  en reed aarzelend terug. De mist was iets lichter en plotseling zag ik een kleine onderbroken heuvelrug. Daar moest de Langa stromen. Zou ik doorrijden?

Ik stopte en ging kijken en misschien was dat al het moment waarop ik de grootste zonde deed die een hengelaar maar bedrijven kan. Het was sterker dan mijzelf. Vergeef mij, zelfs dit excuus is niet op zijn plaats: dit is een bekentenis, zonder excuus, niet voor U en niet voor mezelf.

Het was de prachtigste "pool" die ik ooit van mijn leven had gezien. Die "pool" was nu van mij en niemand kon hem op dit moment van me afnemen. Aarzelend daalde ik af naar het water en op hetzelfde moment sprong een prachtige zalm als in een vertraagde opname uit het water om enigszins stroomopwaarts er weer in te duiken met een duidelijk hoorbare plons in deze ongestoorde stilte.

Als in een roes liep ik terug naar de auto en tuigde mijn vliegenhengel op. Deze prachtige hengel die Cor voor mij gebouwd had kon een nummer acht lijn werpen. De leader liep uit in een punt 24/100ste, hetgeen ik eigenlijk wat licht vond, maar de tijd drong. Ieder moment immers kon een woeste IJslandse boer met een grote Vikingbijl opdoemen in de mist.

Intuïtief koos ik  de juiste plaats en begon ik voor- en achteruit te zwaaien. Een lange worp was  niet noodzakelijk. Tien meter zou ruim voldoende zijn. Ik had mij laten verleiden door het prachtige verenpak dat Green Highlander  heet, een vlieg die ik bij Jim Deren in New York gekocht had. Het was een grote vlieg op haak 2/0 zelfs. Ik voelde hem nu langs mijn  oren suizen. Ze zakte snel nadat ze aan een gestrekte lijn van hooguit  acht meter het wateroppervlak doorbroken had.

In de felle stroom vlak onder de stroomversnelling, in de top van de "pool" verdween hij toch vrijwel onmiddellijk in de diepte en op hetzelfde moment kwam de beet. Als een flits kwam de zilveren zalm na de aanslag het water uit om met een verschrikkelijke vaart stroomafwaarts te zwemmen. Daar verdween de groene vliegenlijn. De "backing" vloog van de reel. Langzaam vermeerderde ik de druk, maar ik moest voorzichtig zijn vanwege de dunne tip.

De hengel schokte en ving  de stoten van de vluchtende vis op in een prachtig gekromde houding. De lijn viel slap. De vis kwam terug. Snel maar uiterst voorzichtig draaide ik de lijn op de reel. Op het moment dat ik strakdraaide, kwam de vis uit het water. De gehele leader zag ik mee uit het water komen en met de zalm weer terugvallen. Hij begon aan zijn tweede run. Ik realiseerde mij dat ik een goede kans had deze naar schatting achtponder te vangen en dat was het moment dat ik ook weer besefte dat ik viste zonder vergunning.

Een kil gevoel bekroop me. Ze zouden me wel in de gevangenis zetten of iets dergelijks. Mijn handen trilden nu niet alleen van de met zijn kop schuddende vis, het typische gebaar van een zalm die het ergens niet mee eens is. Langzaam zwom hij van zijn plaats, nog meer de sterke hoofdstroom in, enigszins stroomopwaarts naar het midden van de "pool". Zenuwachtig keek ik om. Was daar iemand?

Met een machtige sprong kwam de vis het water uit. Mijn reflex was een fractie van een seconde te laat. In de sprong draaide zijn kop van me af en met een felle ruk brak hij de leaderpunt, op de knoop met de 28/100ste. Ik wist het al nog voordat ik het gezien had. Mijn angst had mij doen verliezen en het was alsof de vis afkeurend geknikt had toen hij mij geheel volgens de regelen der zalmkunst in de morgenkou liet staan.

Wanneer ik op dat moment opgehouden was met vissen was ik een alsnog held geweest en had ik hier geen bekentenis gedaan. Maar ik was te zwak. Ik word trouwens toch zeer gauw kwaad, niet alleen op mijzelf maar ook op de vissen, als ik om God weet wat voor reden een vis verspeel. En een dergelijke kwaadheid gaat pas over als ik een andere vis gevangen heb of totdat de tijd die kwaadheid langzaam heeft doen vergeten.

Met trillende handen bond ik de volgende vlieg aan de nieuwe tip, nu 26/100ste. Dit was een zelfgemaakte Thunder and Ligthning op haak 1/0, opnieuw een grote haak. Drie worpen waren voldoende voor de volgende beet.

De geschiedenis herhaalde zich, maar de anticlimax was nabij.

De spanning was geweken op het moment dat ik voelde dat ik deze vis, die de zes pond niet eens zou halen, zou vangen. Ik wist dat ik me geen enkele zenuwachtigheid kon veroorloven en op dat moment was ik de kalmte zelf. Dan ben ik koelbloedig en laten mijn reflexen me niet in de steek. Alleen mijn noodlot kan in zo'n geval de vis redden. Ik zag bij een van zijn sprongen dat hij was gehaakt in de mondhoek en was dat niet het duidelijkste teken dat ik deze vis inderdaad vangen zou ?

Ik voelde nu dat er niemand zou opdagen in de mist, daarvoor was het nog te vroeg. En ik realiseerde mij dat ik dit alles eens zou moeten bekennen. Het stropersbloed van mijn vader zat ook in mezelf. Ik wist ook dat iedere zalm die ik nog ooit zou vangen een pijnlijke herinnering zou oproepen aan dit eenzame, mysterieuze avontuur in het land der oeroude sagen.


Jo Hilgers

 

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz