Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.

Hoofdstuk 1
10 mei 2006
Jachtdagboeken literaturelurelier NOP Perceel 9


De eerste twee jachtdagen in Perceel Negen van de Noordoostpolder (NOP)
bij
Jachtopzichter, pardon faunabeheerder, Rob van Moerkerken en (split?)erwtenboer Hans
met
Ton Pols als medejager en Jaap van Ekris en Kees van Driel als (mede)vogeltjeskijkers

Beste Peter,

Een slordige 7650 euro zijn de kosten voor het eerste jachtjaar in de Noordoostpolder in een perceel van 1080 hectare (was 1200 hectare want enkele boeren brengen hun land niet meer in bij de jacht via de Stichting ) - nummer negen genoemd - met minder dan dertig boeren nu, die het land wel nog inbrengen voor de jacht bij de Stichting Faunabeheer Flevolanden. Voor Peter en Binnert Rauwerda en voor Servaas en mij, de nieuwe combinanten voor zes jaar vanaf dit jaar.

Met een stand aan hazen van naar schatting enkele tientallen en daarbij enkele tientallen standeenden die hier broeden in de vaarten, met enkele honderden duiven althans nu in het voorjaar, geen konijnen, enkele fazanten (twee hanen en een hen gezien gisteren hetgeen als een regelrecht wereldwonder aangemerkt mag worden), in de winter 40.000 ganzen maar nauwelijks in ons perceel 9 van de NOP. En wat verdwaalde kraaien en kauwen en stropende hongerige vossen vanuit het roversnatuurreservaat "Het Voorsterbos van de Gifgroenlinkse Natuurmonumenten", met groeiende populaties van roofwild zoals daar zijn de vos, de buizerd, de havik, de slechtvalk, de bunzing, de boommarter en andere concurrenten der jagers wat betreft een lekker stukje wildbraad.

Een stukje wild van een wilde vogel die nog nooit gevaccineerd is voor niks niet en dus te prefereren is boven een mals, tegenwoordig meestal opgehokt kippetje, na pakweg twintig vaccinaties tegen infectieuze ziektekiemen om het beestje op korrels van slacht- en visafval in leven te houden, vanwege de economie en de winst, in zeer grote concentraties op hele kleine plekjes, met weinig of geen poot-, lig- en ronddraai-ruimte, dus zwakke bleke spiertjes die wij als eten krijgen aangeboden voor weinig geld.

Rob van Moerkerken is daar de jachtopzichter, pardon de faunabeheerder, want de tijden zijn veranderd, nu jacht zo ongeveer gelijk staat met moord en je dus niemand moordopzichter meer mag noemen. Gifgroenlinks heeft dus reeds een geweldige verandering van onze taal op gang gebracht rond de tweede millenniumwisseling na de geboorte Des Heren.

Stel je voor Donald Duck en de zijnen hadden een jachtopzichter gekend in hun verhaal want toen werden ze zo nog genoemd in de dertiger jaren van de vorige eeuw. Dan had er natuurlijk vroeg of later een stoute eend doodgeschoten moeten worden en hadden de lieve lezers dat ten zeerste getreurd en wellicht en masse hun abonnement opgezegd. Daarom heeft de creator van het wereldberoemdste eendenverhaal dan ook maar geen jachtopzichter in zijn verhaal laten opdraven.

Maar in deze gifgroenlinkse tijden bijna een eeuw later, had hij - de schrijver - dat misschien nog net wel kunnen doen - nu dus als faunabeheerder - om een vervaarlijke in het verhaal opduikende roofvogel die het op Donald's jonge eendjenneefjes zou hebben gemunt, middels enige afleidingsmanoeuvres zoals met een grote vangkooi, weg te laten lokken (let wel niet dood te schieten), om zo Donald's nazaten en Dagobert's erfgenamen, te sparen voor het lezende nageslacht, zo vatbaar voor eenden-aaibaarheid en eendengeluk.

Rob, de faunabeheerder dus, had vorige week toen ik een weekje vakantie vierde in Ierland met een deel van mijn eigen nageslacht, al opgebeld dat er reeds enige tientallen boeren hadden gebeld omdat ze duiven hadden waargenomen op hun ingezaaide velden met uitkomende erwtenplantjes, nu enkele centimeters hoog.

Ik had namelijk het ijskoude miezerige Nederland nog niet de rug toegekeerd voor het idem dito Ierland, of het werd hier een lekker weertje met hoge temperaturen en sterk groeiend ingezaaid gewas, overigens tot mijn chagrijn want in Ierland bleef het miezeren en regenbogen kijken.

En het is bekend dat zo'n piepklein mals erwtenplantje door duiven graag wordt opgegeten, want de kropmelk wordt daar erg voedzaam en vitaminerijk van, voor hun nageslacht en jonkies, die in deze tijd al wel in de nesten zitten, ofschoon een late duif met relatieproblemen, hier en daar ook pas nu op eieren zit. Gelukkig laten ze het niet bij een keer per jaar zullen wij jagers maar zeggen.

Toch nog vijf miljoen duiven in het najaar op pakweg drie keer zo veel Nederlandse inwoners, met minder dan een derde jagers, dus genoeg duiven voor de 25.000 Nederlandse jagers, nietwaar beste Peter. Maar als al die jagers in een jaar ieder gemiddeld 200 duiven zouden schieten en sommigen doen dat, dan was dat de laatste keer dat er duiven geschoten zouden worden in ons kikkerlandje. Zoiets vreselijks doe je maar een keer, dan is het ook voorgoed afgelopen.

Wat dit betreft kan ik reeds meedelen dat ik samen met Toine morgen twee weken geleden, dus nog in april, een ouderduif hier in een boom bij mijn flatgebouw aan de Zaaier in Leusden, jonge duiven zag "aanvallen" om ze van hun tak af te stoten en zo een noodgedwongen eerste vliegles te nemen. Toine, zoon van een beroepsduivenmelker had dat goed gezien en vertelde het aan mij, want ik kende dit duivengedrag nog niet. Dat was dus hier in Leusden in het Hart van Holland in de Gelderse Vallei, een stel duivenouders die er in het jaar Onzes Heren 2006 vroeg bij was geweest ondanks de langdurige voorjaarskou. Want nu pas bloeit de Gouden Regen dit jaar.

Overigens zijn duiven cultuurvolgers want in West Ierland even groot als Nederland zijn er naar mijn schatting nog geen half miljoen, tien procent van de stand van Nederland. In die woeste onbebouwde schapenweilandnatuur is lang niet zoveel duivenvoedsel als in onze bouwlandcultuur. Maar als het aan gifgroenlinks zou liggen mag je die pakweg viereneenhalfmiljoen teveel aan duiven niet decimeren met het geweer want dat is zielig. En indien niet te vermijden zonder een boerenrevolutie te riskeren, dan alleen door daarvoor opgeleide ambtenaren in dienst der Overheid, hetgeen ook nog eens goed is voor de werkgelegenheid nietwaar. Geld genoeg immers. Jagers zijn nu eenmaal rijke moordenaars die met geld pogen aan hun genot te komen.

Door op mijn handen het duivengekoer na te bootsen in de paartijd onder een boom met een stelletje kan ik ze aan het paren krijgen, maar pikgedrag kan ik met mijn pseudogekoer niet aan de gang krijgen. Waarom weet ik nog niet en hoe wel, moet ik nog eens uitdokteren als ik tijd van leven heb en nog een voorjaar meemaak.

Als een boer met een gigantisch erwtenveld op onze voormalige zuiderzeebodem een duif ziet neerstrijken, krijgt hij gegarandeerd de volgende nacht een nachtmerrie. Bij enkele boeren begint de psychische ellende pas als een hele zwerm van enkele tientallen duiven zich op zijn plantjes stort en hij zijn winst van dat jaar met de minuut kleiner ziet worden. De ene boer is gieriger dan de andere. Een enkele ruimerdenkende landbouwer belt nooit naar de faunabeheerder en laat de wrede natuur over zich komen. Dat zou politiek gemotiveerd kunnen zijn alhoewel ik geen ene gifgroenlinkse boer ken. Die moeten zeldzaam zijn.

En ach Peter, ik denk niet dat er sinds de inpoldering ook maar een boer in de NOP failliet is gegaan wegens vermeende dan wel werkelijke duivenschade in het voorjaar. Al gauw zijn de plantjes hoog genoeg om die schade in te dammen. Zo zie je maar, alles in dit leven is erg betrekkelijk, zelfs voor een bouwlandboer op een voormalige zeebodem.

Er is dus tot op zekere hoogte een smoes nodig om hier en daar een jager reeds in het voorjaar naar zijn jacht te doen gaan. Jagen in het voorjaar doe je niet als er niet sprake zou zijn van schade. Want bij iedere duif die je ziet en doodschiet weet je dat een maatje erg bedroefd wordt en het nageslacht wellicht niet meer groot kan brengen. Ach misschien het sterkste jong, wie weet. Maar erg bevorderlijk om de populatie flink te laten groeien, om zo in de echte jachttijd mooi jachtgenot en lekkere soep te hebben in het najaar en een verdubbeling van de populatie ten opzichte van het voorjaar, is een en ander niet. Het is dus alles bijelkaar een afweging met voor- en nadelen voor de boer, de jager en ook de jachtopzichter die er zijn geld verdiend.

Een historisch gegroeid spel in de natuur van de bouwlandboer waarvan er in de Flevopolders zo veel zijn. Ook erwtenboeren zoals Boer Hans, maar Ton wist niet of het spliterwten waren of peultjes. Dat zal ik later nog rapporteren als we een strookje erwten hebben opgekocht bij Boer Hans, nu onze vriend, om te laten staan en te rijpen en zo ook later weer wat extra duiven te kunnen schieten. Moet geen duizenden euro's kosten natuurlijk.

En ik bleek de enige jagende gek te zijn binnen dat 15.000 hectare grote gebied van Rob, te weten het een derde oostelijke deel van de Noordoostpolder, die ik vanaf nu de NOP noem. Waarmee ik niet wil zeggen dat daar de jacht helemaal voor nop is.

Rob had dus gebeld toen ik niet thuis was en zondag jongstleden, toen in hem belde, zei hij dat er werk aan de winkel was. Hij was eerlijk en zei dat het meer op verjagen dan om bejagen ging. En hij ocharm had al van dertig boeren in zijn deel van de NOP van 15000 hectare nachtmerrie geïnduceerde telefoontjes gehad. Dus reed hij met zijn auto de hele dag door de Polder om zijn gezicht te laten zien en een schot in de lucht te schieten liefst binnen oorbereik van de boer ter plekke, die vervolgens zag dat zich enkele duiven in de lucht verhieven en effetjes wegvlogen om een uurtje later weer op te duiken, maar dat laatste hopelijk niet, althans in de gedachten van Rob die wenste dat de boer dan effe aan de koffie zat, liefst met de boerin en zijn loonwerkers.

Rob had in de loop der tijden geleerd dat twee keer op een dag per boer voldoende was om hem enigszins gerust te stellen en van een volgende telefoontje af te houden. Maar als hij een gek - zoals ik ben - ver genoeg kon krijgen om bij zo'n boer in het veld te gaan zitten jagen, dan had hij minder moeite zijn plicht goed te vervullen en werd het wat makkelijker, zeker als die jager dan ook nog eens twintig euro voor het genot zou willen neertellen. Ja beste Peter, zo zit dat met voorjaarsjacht op duiven in een bouwlandpolder. Dan hoefde hij maar bij zestig min twee keer bij die dertig boeren per dag te komen voor dat dure verjagende, niet dodelijke hagelschot. En met zestig hagelpatronen a 30 eurocent per stuk zit je toch al gauw op negen euro nietwaar. Tel uit je verlies. Nu vermoed ik wel dat er af en toe toch een duifje sneuvelt en in de soep terechtkomt bij de faunabeheerder en zijn gezin, want daar is een stukje wildbraad een favoriet onderdeel van het genetisch gemodificeerde en gevaccineerde moderne vleesvoedselpakket.

Nu hebben normale werkzame Nederlandse mensen natuurlijk niet zomaar even tijd - zelfs niet met een mobieltje bij de hand om urgente probleempjes in het leven van de moderne alledag snel op te lossen - om een hele dag in de Polder te gaan zitten. Dus mijn twee plaatselijke combinanten zoon Servaas en vriend Binnert wilden wel maar konden niet en Peter woont in Noord Frankrijk. Trouwens zo'n mobieltje in de hand kan je een duif kosten omdat je dan niet vlug genoeg bent met je geweer.

En dan zie je hoe belangrijk het is dat er in ons land gepensioneerden zijn die dit soort zwaar fysieke bouwlandpoldertaken in de natuur vervullen en daar ook nog eens goed geld voor over hebben. Een jaarlijkse jachtpacht en een tip voor de dag waarmee arbeidsplaatsen gemoeid zijn.

Alles bijelkaar natuurlijk een doorn in het oog van de gifgroenen die bereid zijn om een en ander uit de Staatskas te financieren mits er maar geen duiven vermoord worden. Groenen maken graag goede sier met het geld van de belastingbetaler. Wat betreft hun eigen geld draaien ze ieder eurodubbeltje minstens twee keer om alvorens het aan Moeder Natuur te besteden. Stel je voor zeg en die boeren zijn toch al rijk genoeg, die moeten niet klagen over een verdwaalde duif. In arme landen speelt dit soort discussies niet, die beginnen pas in rijke landen als er toch geld genoeg is in de ogen der gifgroenen om een utopische wereld vol dierenliefde te creëren. Geen keiharde roofdierenwereld maar een aaibare eendenwereld.

Maar laat ik niet al te cynisch (humoristisch?) te keer gaan hier, want het waren twee prachtige zonnige dagen, weg tussen vier muren in Leusden, met een temperatuurtje van bij de vijfentwintig graden celcius en een heerlijk straf windje uit het oosten, die de windmolens richting Urk snel deed ronddraaien. In noordwestelijke richting "leit Emmeloord aan de horizon" goed te zien aan de wel erg onelegante stompe toren van dat "onderzeese" grote polderdorp vanuit ons jachtveld aan het einde van de Sloefweg bij Hans de erwtenboer. Een duivenjager zit in zijn eigengemaakte camouflagehutje immers altijd met de wind in de rug, want duiven vallen in tussen de lokkers tegen de wind in, als het tenminste waait natuurlijk. Daarvandaan die voortdurend draaiende windmolens in ons zicht, ver weg langs de Kamperweg tussen Ens en Emmeloord, met Urk onzichtbaar voor ons en nog verder het IJsselmeer waar enkele V-vormige vluchten van Uruburu's oftewel Urkers - in des jagers' jargon - vandaan kwamen. Ofwel aalscholvers in goed Nederlands.

Laat ik het hebben over de saillante details van twee mooie verjaag- , wat zeg ik toch ook nog net wel echte jachtdagen. Een vanaf twee uur in de middag tot half acht in de avond met Ton Pols als medejager (die trouwens pas om zes uur kwam) en Jaap van Ekris als oude jachtkijkvriend omdat vier ogen nu eenmaal meer zien dan twee. En die van Jaap zien meer als die van mij, dus in dit geval is twee plus twee meer als vier.

En de tweede jachtdag vanaf negen uur in de morgen, na een overnachting in het Van der Valk hotel van Emmeloord en met Kees van Driel mijn beste vriend uit jonge studentenjaren aan onze Alma Mater te Utrecht, die om drie uur in de middag kwam. Tot zes uur die dag, het uur dat duiven volgens Ton Pols gaan drinken en dus vliegen. Maar daar steek ik mijn jagershand niet voor in het vuur, voor deze plattelandswetenschappelijke wijsheid uit andere jagerskringen, die ik niet gekend heb.

Het hutje werd in een blubbersloot gezet maar later werd met een pallet van de boer een heus vloertje gelegd. Onze hoofden kwamen maar net boven het maaiveld uit. Strikt genomen zaten we dus onder de zeebodem en wat zagen we. Geen vissen natuurlijk, maar vogels, de prachtige evolutionair meest succesvolle dieren, te weten de afstammelingen der vliegende reptielen uit het dinosauriertijdperk. Niet veel trouwens. We hebben in anderhalve dag niet meer als dertig duiven gezien en daarvan weten we niet of het allemaal verschillende waren. Ik denk het niet. En misschien evenveel kauwen.

De eerste dag schoot ik een kauw en geen ene duif voor zes patronen. Ton schoot een duif voor drie patronen. Dat is twee vogels waarvan er maar een voor de pan en die nam Ton mee. De volgende dag schoot ik op een hele dag drie duiven, waarvan een holeduifje met afschotpermissie en nog een kauw voor acht patronen. Overigens tot grote vreugde dit keer van de boerin, want kauwen halen altijd de zwaluwnestjes uit zei ze, die rotvogels vond ze (zwaluwen trouwens die in Nederland niet als lekkernij gelden zoals in Indonesië waar ieder vliegend ding behalve zwaluwen dood geschoten wordt door iedere Indonesiër die zich een geweer kan veroorloven, binnen en buiten de bebouwde kom). Ja er waren naar schatting twee huiszwaluwpaartjes, een boerenzwaluw stelletje en als ik het goed heb een hoger vliegend slank gierzwaluw koppeltje. Ook al niet al te veel. Spreeuwen en meeuwen zagen we nauwelijks. Eigenlijk is zo'n midlentepolder een vogelwoestijn in de lucht.

Een buizerd merkten we op, ver weg in de erwten, toen die bezig was een muis te verslinden en daar zittend een hele tijd over gedaan heeft. In het verste deel van de erwten waar de duiven steeds vaker invielen toen ze die stomme lokkers niet meer vertrouwden. Overigens zet ik altijd tussen de plastic lokkers de op het veld van eer gesneefde duiven op met de vleugels naar voren en onder het hangende kopje met de staart als evenwichtsorgaan. Ton vleit ze met gespreide vleugels op een ingenieus gebouwde stangencontraptie van bijna een meter hoog boven het maaiveld. Dat schijnt nog beter te werken.

Een kauw zet je nooit op als lokker, want kauwen zijn daar veel te slim voor. Die blijven dan uit de buurt, zo link als ze zijn. Duiven zijn eigenlijk hartstikke stom. Wist je dat Peter? Rob nam overigens die tweede dag kauw mee om thuis op te hangen ter afschrikking.

Dus nu ligt mijn tableau onder in een plastic bak in de koelkast, twee vette houtduiven en een kleiner maar ook vet holeduifje, met kroppen vol melk van verteerde malse erwtenblaadjes. Kees legde ze er in en waarschuwde mij dat ik moest oppassen voor al die luizen en vlooien van dat gevogelte, niet in de smiezen hebbend dat er een wereld van luizen- en vlooienverschil is tussen een gefokte opgehokte postduif en een vrije luchtduif. Die laatste hebben dat soort ongedierte normaliter niet of nauwelijks, laat staan dat die voor de mens schadelijk zijn en dat ze er gelukkig niet tegen ingeënt zijn.

Zo zie je maar weer hoe ik van een verjagingexpeditie om bij erwtenboeren met nachtmerries een wit voetje te halen, met een halve duivenkop en een kauwestaart in de lucht, een plezant natuuravontuur maak met nog een smeuïg verhaal erachteraan nu de inspiratie al weer is gaan gedijen, beste Peter. En dat kan omdat ik nu eenmaal een optimistische natuurliefhebbende biologische moordenaar ben. Zo rechts als maar zijn kan en van zuivergroene politieke kleur, de schrik der gifgroenlinkse natuurterroristen (nou ja in mijn dromen dan, maar dat is immers goed genoeg).

Bij Van der Valk aten Jaap, Ton en ik de eerste avond een grote Noordzeetong in de goeie Nederlandse boter gebakken met gebakken aardappeltjes en een Chardonnay van de Chablis streek. Want jagers laten hun geld rollen voor natuur en bijkomend vertier, zeker nu ze zoals ik, geen vrouw meer hoeven te onderhouden en er wat extra's overblijft.

Lang leve de duivenjacht en de poldererwtenbouwlandboer met nachtmerries alsook de faunabeheerder, wat zeg ik, de jachtopzichter van de traditionele stempel.

Met vriendelijke groeten van een pasgeboren Noordoostpolderjager met nieuw dagboek en vol verwachtingen voor de toekomst, een late lente en zomer van duivenjacht en vele beschouwende, politieke verhalen met de e-mailpen als zwaard der gerechtigheid, zo die gerechtigheid die we "Goed Christen-Democratisch Rentmeesterschap" noemen, ooit nog komen zal in een Vereurope(e)ste globaliserende wereld.

Want ik ben voor de tweede keer en juist nu weer CDA politicus geworden. Een relatief nieuw - herboren - lid van de grootste partij van Nederland, beste jongen. Want na Links over Links volgende zomer van 2007, zal er al gauw geen jacht meer zijn in Nederland en zal ik alsnog en voor de tweede keer moeten emigreren. Want een jager zoals ik die ook nog bioloog is, valt nooit van zijn moordenaarsgeloof af. Maar dan wel emigratie naar Canada en niet naar Indonesië en dat leg ik nog wel eens haarfijn aan je uit.

En nu verdomme nog die duiven plukken, maar morgen dan weer de eerste lekkere duivensoep van het jaar, maar wel helaas met soepgroente uit een pakje en duivenborstjes in de koekepan, dat laatste ook helaas, met ingewekte erwtjes van Hak. Ik mis mijn moestuin en moest maar eens verse soepgroente gaan kopen in de Hamershof op mijn decadente scootmobiel, alsof ik niet lopen kan.

Een jager uit de buurt van Amersfoort
Met een jachtveld in Emmeloord
Schoot met scherp met een oud hagelgeweer
Bij oostenwind en zonnig weer
En heeft duiven en kauwen vermoord



Jo als jager en politicus herboren

 

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz