Hoofdstuk 1
10 mei 2006
Jachtdagboeken literaturelurelier NOP Perceel 9
De eerste twee jachtdagen in
Perceel Negen van de Noordoostpolder (NOP)
bij
Jachtopzichter, pardon faunabeheerder, Rob van
Moerkerken en (split?)erwtenboer Hans
met
Ton Pols als medejager en Jaap van Ekris en Kees van
Driel als (mede)vogeltjeskijkers
Beste Peter,
Een slordige 7650 euro
zijn de kosten voor het eerste jachtjaar in de
Noordoostpolder in een perceel van 1080 hectare (was
1200 hectare want enkele boeren brengen hun land niet
meer in bij de jacht via de Stichting ) - nummer negen
genoemd - met minder dan dertig boeren nu, die het land
wel nog inbrengen voor de jacht bij de Stichting
Faunabeheer Flevolanden. Voor Peter en Binnert Rauwerda
en voor Servaas en mij, de nieuwe combinanten voor zes
jaar vanaf dit jaar.
Met een stand aan hazen
van naar schatting enkele tientallen en daarbij enkele
tientallen standeenden die hier broeden in de vaarten,
met enkele honderden duiven althans nu in het voorjaar,
geen konijnen, enkele fazanten (twee hanen en een hen
gezien gisteren hetgeen als een regelrecht wereldwonder
aangemerkt mag worden), in de winter 40.000 ganzen maar
nauwelijks in ons perceel 9 van de NOP. En wat
verdwaalde kraaien en kauwen en stropende hongerige
vossen vanuit het roversnatuurreservaat "Het Voorsterbos
van de Gifgroenlinkse Natuurmonumenten", met groeiende
populaties van roofwild zoals daar zijn de vos, de
buizerd, de havik, de slechtvalk, de bunzing, de
boommarter en andere concurrenten der jagers wat betreft
een lekker stukje wildbraad.
Een stukje wild van een
wilde vogel die nog nooit gevaccineerd is voor niks niet
en dus te prefereren is boven een mals, tegenwoordig
meestal opgehokt kippetje, na pakweg twintig vaccinaties
tegen infectieuze ziektekiemen om het beestje op korrels
van slacht- en visafval in leven te houden, vanwege de
economie en de winst, in zeer grote concentraties op
hele kleine plekjes, met weinig of geen poot-, lig- en
ronddraai-ruimte, dus zwakke bleke spiertjes die wij als
eten krijgen aangeboden voor weinig geld.
Rob van Moerkerken is
daar de jachtopzichter, pardon de faunabeheerder, want
de tijden zijn veranderd, nu jacht zo ongeveer gelijk
staat met moord en je dus niemand moordopzichter meer
mag noemen. Gifgroenlinks heeft dus reeds een geweldige
verandering van onze taal op gang gebracht rond de
tweede millenniumwisseling na de geboorte Des Heren.
Stel je voor Donald Duck
en de zijnen hadden een jachtopzichter gekend in hun
verhaal want toen werden ze zo nog genoemd in de
dertiger jaren van de vorige eeuw. Dan had er natuurlijk
vroeg of later een stoute eend doodgeschoten moeten
worden en hadden de lieve lezers dat ten zeerste
getreurd en wellicht en masse hun abonnement opgezegd.
Daarom heeft de creator van het wereldberoemdste
eendenverhaal dan ook maar geen jachtopzichter in zijn
verhaal laten opdraven.
Maar in deze
gifgroenlinkse tijden bijna een eeuw later, had hij - de
schrijver - dat misschien nog net wel kunnen doen - nu
dus als faunabeheerder - om een vervaarlijke in het
verhaal opduikende roofvogel die het op Donald's jonge
eendjenneefjes zou hebben gemunt, middels enige
afleidingsmanoeuvres zoals met een grote vangkooi, weg
te laten lokken (let wel niet dood te schieten), om zo
Donald's nazaten en Dagobert's erfgenamen, te sparen
voor het lezende nageslacht, zo vatbaar voor
eenden-aaibaarheid en eendengeluk.
Rob, de faunabeheerder
dus, had vorige week toen ik een weekje vakantie vierde
in Ierland met een deel van mijn eigen nageslacht, al
opgebeld dat er reeds enige tientallen boeren hadden
gebeld omdat ze duiven hadden waargenomen op hun
ingezaaide velden met uitkomende erwtenplantjes, nu
enkele centimeters hoog.
Ik had namelijk het
ijskoude miezerige Nederland nog niet de rug toegekeerd
voor het idem dito Ierland, of het werd hier een lekker
weertje met hoge temperaturen en sterk groeiend
ingezaaid gewas, overigens tot mijn chagrijn want in
Ierland bleef het miezeren en regenbogen kijken.
En het is bekend dat zo'n
piepklein mals erwtenplantje door duiven graag wordt
opgegeten, want de kropmelk wordt daar erg voedzaam en
vitaminerijk van, voor hun nageslacht en jonkies, die in
deze tijd al wel in de nesten zitten, ofschoon een late
duif met relatieproblemen, hier en daar ook pas nu op
eieren zit. Gelukkig laten ze het niet bij een keer per
jaar zullen wij jagers maar zeggen.
Toch nog vijf miljoen
duiven in het najaar op pakweg drie keer zo veel
Nederlandse inwoners, met minder dan een derde jagers,
dus genoeg duiven voor de 25.000 Nederlandse jagers,
nietwaar beste Peter. Maar als al die jagers in een jaar
ieder gemiddeld 200 duiven zouden schieten en sommigen
doen dat, dan was dat de laatste keer dat er duiven
geschoten zouden worden in ons kikkerlandje. Zoiets
vreselijks doe je maar een keer, dan is het ook voorgoed
afgelopen.
Wat dit betreft kan ik
reeds meedelen dat ik samen met Toine morgen twee weken
geleden, dus nog in april, een ouderduif hier in een
boom bij mijn flatgebouw aan de Zaaier in Leusden, jonge
duiven zag "aanvallen" om ze van hun tak af te stoten en
zo een noodgedwongen eerste vliegles te nemen. Toine,
zoon van een beroepsduivenmelker had dat goed gezien en
vertelde het aan mij, want ik kende dit duivengedrag nog
niet. Dat was dus hier in Leusden in het Hart van
Holland in de Gelderse Vallei, een stel duivenouders die
er in het jaar Onzes Heren 2006 vroeg bij was geweest
ondanks de langdurige voorjaarskou. Want nu pas bloeit
de Gouden Regen dit jaar.
Overigens zijn duiven
cultuurvolgers want in West Ierland even groot als
Nederland zijn er naar mijn schatting nog geen half
miljoen, tien procent van de stand van Nederland. In die
woeste onbebouwde schapenweilandnatuur is lang niet
zoveel duivenvoedsel als in onze bouwlandcultuur. Maar
als het aan gifgroenlinks zou liggen mag je die pakweg
viereneenhalfmiljoen teveel aan duiven niet decimeren
met het geweer want dat is zielig. En indien niet te
vermijden zonder een boerenrevolutie te riskeren, dan
alleen door daarvoor opgeleide ambtenaren in dienst der
Overheid, hetgeen ook nog eens goed is voor de
werkgelegenheid nietwaar. Geld genoeg immers. Jagers
zijn nu eenmaal rijke moordenaars die met geld pogen aan
hun genot te komen.
Door op mijn handen het
duivengekoer na te bootsen in de paartijd onder een boom
met een stelletje kan ik ze aan het paren krijgen, maar
pikgedrag kan ik met mijn pseudogekoer niet aan de gang
krijgen. Waarom weet ik nog niet en hoe wel, moet ik nog
eens uitdokteren als ik tijd van leven heb en nog een
voorjaar meemaak.
Als een boer met een
gigantisch erwtenveld op onze voormalige zuiderzeebodem
een duif ziet neerstrijken, krijgt hij gegarandeerd de
volgende nacht een nachtmerrie. Bij enkele boeren begint
de psychische ellende pas als een hele zwerm van enkele
tientallen duiven zich op zijn plantjes stort en hij
zijn winst van dat jaar met de minuut kleiner ziet
worden. De ene boer is gieriger dan de andere. Een
enkele ruimerdenkende landbouwer belt nooit naar de
faunabeheerder en laat de wrede natuur over zich komen.
Dat zou politiek gemotiveerd kunnen zijn alhoewel ik
geen ene gifgroenlinkse boer ken. Die moeten zeldzaam
zijn.
En ach Peter, ik denk
niet dat er sinds de inpoldering ook maar een boer in de
NOP failliet is gegaan wegens vermeende dan wel
werkelijke duivenschade in het voorjaar. Al gauw zijn de
plantjes hoog genoeg om die schade in te dammen. Zo zie
je maar, alles in dit leven is erg betrekkelijk, zelfs
voor een bouwlandboer op een voormalige zeebodem.
Er is dus tot op zekere
hoogte een smoes nodig om hier en daar een jager reeds
in het voorjaar naar zijn jacht te doen gaan. Jagen in
het voorjaar doe je niet als er niet sprake zou zijn van
schade. Want bij iedere duif die je ziet en doodschiet
weet je dat een maatje erg bedroefd wordt en het
nageslacht wellicht niet meer groot kan brengen. Ach
misschien het sterkste jong, wie weet. Maar erg
bevorderlijk om de populatie flink te laten groeien, om
zo in de echte jachttijd mooi jachtgenot en lekkere soep
te hebben in het najaar en een verdubbeling van de
populatie ten opzichte van het voorjaar, is een en ander
niet. Het is dus alles bijelkaar een afweging met voor-
en nadelen voor de boer, de jager en ook de
jachtopzichter die er zijn geld verdiend.
Een historisch gegroeid
spel in de natuur van de bouwlandboer waarvan er in de
Flevopolders zo veel zijn. Ook erwtenboeren zoals Boer
Hans, maar Ton wist niet of het spliterwten waren of
peultjes. Dat zal ik later nog rapporteren als we een
strookje erwten hebben opgekocht bij Boer Hans, nu onze
vriend, om te laten staan en te rijpen en zo ook later
weer wat extra duiven te kunnen schieten. Moet geen
duizenden euro's kosten natuurlijk.
En ik bleek de enige
jagende gek te zijn binnen dat 15.000 hectare grote
gebied van Rob, te weten het een derde oostelijke deel
van de Noordoostpolder, die ik vanaf nu de NOP noem.
Waarmee ik niet wil zeggen dat daar de jacht helemaal
voor nop is.
Rob had dus gebeld toen
ik niet thuis was en zondag jongstleden, toen in hem
belde, zei hij dat er werk aan de winkel was. Hij was
eerlijk en zei dat het meer op verjagen dan om bejagen
ging. En hij ocharm had al van dertig boeren in zijn
deel van de NOP van 15000 hectare nachtmerrie
geïnduceerde telefoontjes gehad. Dus reed hij met zijn
auto de hele dag door de Polder om zijn gezicht te laten
zien en een schot in de lucht te schieten liefst binnen
oorbereik van de boer ter plekke, die vervolgens zag dat
zich enkele duiven in de lucht verhieven en effetjes
wegvlogen om een uurtje later weer op te duiken, maar
dat laatste hopelijk niet, althans in de gedachten van
Rob die wenste dat de boer dan effe aan de koffie zat,
liefst met de boerin en zijn loonwerkers.
Rob had in de loop der
tijden geleerd dat twee keer op een dag per boer
voldoende was om hem enigszins gerust te stellen en van
een volgende telefoontje af te houden. Maar als hij een
gek - zoals ik ben - ver genoeg kon krijgen om bij zo'n
boer in het veld te gaan zitten jagen, dan had hij
minder moeite zijn plicht goed te vervullen en werd het
wat makkelijker, zeker als die jager dan ook nog eens
twintig euro voor het genot zou willen neertellen. Ja
beste Peter, zo zit dat met voorjaarsjacht op duiven in
een bouwlandpolder. Dan hoefde hij maar bij zestig min
twee keer bij die dertig boeren per dag te komen voor
dat dure verjagende, niet dodelijke hagelschot. En met
zestig hagelpatronen a 30 eurocent per stuk zit je toch
al gauw op negen euro nietwaar. Tel uit je verlies. Nu
vermoed ik wel dat er af en toe toch een duifje sneuvelt
en in de soep terechtkomt bij de faunabeheerder en zijn
gezin, want daar is een stukje wildbraad een favoriet
onderdeel van het genetisch gemodificeerde en
gevaccineerde moderne vleesvoedselpakket.
Nu hebben normale
werkzame Nederlandse mensen natuurlijk niet zomaar even
tijd - zelfs niet met een mobieltje bij de hand om
urgente probleempjes in het leven van de moderne alledag
snel op te lossen - om een hele dag in de Polder te gaan
zitten. Dus mijn twee plaatselijke combinanten zoon
Servaas en vriend Binnert wilden wel maar konden niet en
Peter woont in Noord Frankrijk. Trouwens zo'n mobieltje
in de hand kan je een duif kosten omdat je dan niet vlug
genoeg bent met je geweer.
En dan zie je hoe
belangrijk het is dat er in ons land gepensioneerden
zijn die dit soort zwaar fysieke bouwlandpoldertaken in
de natuur vervullen en daar ook nog eens goed geld voor
over hebben. Een jaarlijkse jachtpacht en een tip voor
de dag waarmee arbeidsplaatsen gemoeid zijn.
Alles bijelkaar
natuurlijk een doorn in het oog van de gifgroenen die
bereid zijn om een en ander uit de Staatskas te
financieren mits er maar geen duiven vermoord worden.
Groenen maken graag goede sier met het geld van de
belastingbetaler. Wat betreft hun eigen geld draaien ze
ieder eurodubbeltje minstens twee keer om alvorens het
aan Moeder Natuur te besteden. Stel je voor zeg en die
boeren zijn toch al rijk genoeg, die moeten niet klagen
over een verdwaalde duif. In arme landen speelt dit
soort discussies niet, die beginnen pas in rijke landen
als er toch geld genoeg is in de ogen der gifgroenen om
een utopische wereld vol dierenliefde te creëren. Geen
keiharde roofdierenwereld maar een aaibare eendenwereld.
Maar laat ik niet al te
cynisch (humoristisch?) te keer gaan hier, want het
waren twee prachtige zonnige dagen, weg tussen vier
muren in Leusden, met een temperatuurtje van bij de
vijfentwintig graden celcius en een heerlijk straf
windje uit het oosten, die de windmolens richting Urk
snel deed ronddraaien. In noordwestelijke richting "leit
Emmeloord aan de horizon" goed te zien aan de wel erg
onelegante stompe toren van dat "onderzeese" grote
polderdorp vanuit ons jachtveld aan het einde van de
Sloefweg bij Hans de erwtenboer. Een duivenjager zit in
zijn eigengemaakte camouflagehutje immers altijd met de
wind in de rug, want duiven vallen in tussen de lokkers
tegen de wind in, als het tenminste waait natuurlijk.
Daarvandaan die voortdurend draaiende windmolens in ons
zicht, ver weg langs de Kamperweg tussen Ens en
Emmeloord, met Urk onzichtbaar voor ons en nog verder
het IJsselmeer waar enkele V-vormige vluchten van
Uruburu's oftewel Urkers - in des jagers' jargon -
vandaan kwamen. Ofwel aalscholvers in goed Nederlands.
Laat ik het hebben over
de saillante details van twee mooie verjaag- , wat zeg
ik toch ook nog net wel echte jachtdagen. Een vanaf twee
uur in de middag tot half acht in de avond met Ton Pols
als medejager (die trouwens pas om zes uur kwam) en Jaap
van Ekris als oude jachtkijkvriend omdat vier ogen nu
eenmaal meer zien dan twee. En die van Jaap zien meer
als die van mij, dus in dit geval is twee plus twee meer
als vier.
En de tweede jachtdag
vanaf negen uur in de morgen, na een overnachting in het
Van der Valk hotel van Emmeloord en met Kees van Driel
mijn beste vriend uit jonge studentenjaren aan onze Alma
Mater te Utrecht, die om drie uur in de middag kwam. Tot
zes uur die dag, het uur dat duiven volgens Ton Pols
gaan drinken en dus vliegen. Maar daar steek ik mijn
jagershand niet voor in het vuur, voor deze
plattelandswetenschappelijke wijsheid uit andere
jagerskringen, die ik niet gekend heb.
Het hutje werd in een
blubbersloot gezet maar later werd met een pallet van de
boer een heus vloertje gelegd. Onze hoofden kwamen maar
net boven het maaiveld uit. Strikt genomen zaten we dus
onder de zeebodem en wat zagen we. Geen vissen
natuurlijk, maar vogels, de prachtige evolutionair meest
succesvolle dieren, te weten de afstammelingen der
vliegende reptielen uit het dinosauriertijdperk. Niet
veel trouwens. We hebben in anderhalve dag niet meer als
dertig duiven gezien en daarvan weten we niet of het
allemaal verschillende waren. Ik denk het niet. En
misschien evenveel kauwen.
De
eerste dag schoot ik een kauw en geen ene duif voor zes
patronen. Ton schoot een duif voor drie patronen. Dat is
twee vogels waarvan er maar een voor de pan en die nam
Ton mee. De volgende dag schoot ik op een hele dag drie
duiven, waarvan een holeduifje met afschotpermissie en
nog een kauw voor acht patronen. Overigens tot grote
vreugde dit keer van de boerin, want kauwen halen altijd
de zwaluwnestjes uit zei ze, die rotvogels vond ze
(zwaluwen trouwens die in Nederland niet als lekkernij
gelden zoals in Indonesië waar ieder vliegend ding
behalve zwaluwen dood geschoten wordt door iedere
Indonesiër die zich een geweer kan veroorloven, binnen
en buiten de bebouwde kom). Ja er waren naar schatting
twee huiszwaluwpaartjes, een boerenzwaluw stelletje en
als ik het goed heb een hoger vliegend slank gierzwaluw
koppeltje. Ook al niet al te veel. Spreeuwen en meeuwen
zagen we nauwelijks. Eigenlijk is zo'n midlentepolder
een vogelwoestijn in de lucht.
Een buizerd merkten we
op, ver weg in de erwten, toen die bezig was een muis te
verslinden en daar zittend een hele tijd over gedaan
heeft. In het verste deel van de erwten waar de duiven
steeds vaker invielen toen ze die stomme lokkers niet
meer vertrouwden. Overigens zet ik altijd tussen de
plastic lokkers de op het veld van eer gesneefde duiven
op met de vleugels naar voren en onder het hangende
kopje met de staart als evenwichtsorgaan. Ton vleit ze
met gespreide vleugels op een ingenieus gebouwde
stangencontraptie van bijna een meter hoog boven het
maaiveld. Dat schijnt nog beter te werken.
Een kauw zet je nooit op
als lokker, want kauwen zijn daar veel te slim voor. Die
blijven dan uit de buurt, zo link als ze zijn. Duiven
zijn eigenlijk hartstikke stom. Wist je dat Peter? Rob
nam overigens die tweede dag kauw mee om thuis op te
hangen ter afschrikking.
Dus nu ligt mijn tableau
onder in een plastic bak in de koelkast, twee vette
houtduiven en een kleiner maar ook vet holeduifje, met
kroppen vol melk van verteerde malse erwtenblaadjes.
Kees legde ze er in en waarschuwde mij dat ik moest
oppassen voor al die luizen en vlooien van dat
gevogelte, niet in de smiezen hebbend dat er een wereld
van luizen- en vlooienverschil is tussen een gefokte
opgehokte postduif en een vrije luchtduif. Die laatste
hebben dat soort ongedierte normaliter niet of
nauwelijks, laat staan dat die voor de mens schadelijk
zijn en dat ze er gelukkig niet tegen ingeënt zijn.
Zo zie je maar weer hoe
ik van een verjagingexpeditie om bij erwtenboeren met
nachtmerries een wit voetje te halen, met een halve
duivenkop en een kauwestaart in de lucht, een plezant
natuuravontuur maak met nog een smeuïg verhaal
erachteraan nu de inspiratie al weer is gaan gedijen,
beste Peter. En dat kan omdat ik nu eenmaal een
optimistische natuurliefhebbende biologische moordenaar
ben. Zo rechts als maar zijn kan en van zuivergroene
politieke kleur, de schrik der gifgroenlinkse
natuurterroristen (nou ja in mijn dromen dan, maar dat
is immers goed genoeg).
Bij Van der Valk aten
Jaap, Ton en ik de eerste avond een grote Noordzeetong
in de goeie Nederlandse boter gebakken met gebakken
aardappeltjes en een Chardonnay van de Chablis streek.
Want jagers laten hun geld rollen voor natuur en
bijkomend vertier, zeker nu ze zoals ik, geen vrouw meer
hoeven te onderhouden en er wat extra's overblijft.
Lang leve de duivenjacht
en de poldererwtenbouwlandboer met nachtmerries alsook
de faunabeheerder, wat zeg ik, de jachtopzichter van de
traditionele stempel.
Met vriendelijke groeten
van een pasgeboren Noordoostpolderjager met nieuw
dagboek en vol verwachtingen voor de toekomst, een late
lente en zomer van duivenjacht en vele beschouwende,
politieke verhalen met de e-mailpen als zwaard der
gerechtigheid, zo die gerechtigheid die we "Goed
Christen-Democratisch Rentmeesterschap" noemen, ooit nog
komen zal in een Vereurope(e)ste globaliserende wereld.
Want ik ben voor de
tweede keer en juist nu weer CDA politicus geworden. Een
relatief nieuw - herboren - lid van de grootste partij
van Nederland, beste jongen. Want na Links over Links
volgende zomer van 2007, zal er al gauw geen jacht meer
zijn in Nederland en zal ik alsnog en voor de tweede
keer moeten emigreren. Want een jager zoals ik die ook
nog bioloog is, valt nooit van zijn moordenaarsgeloof
af. Maar dan wel emigratie naar Canada en niet naar
Indonesië en dat leg ik nog wel eens haarfijn aan je
uit.
En nu verdomme nog die
duiven plukken, maar morgen dan weer de eerste lekkere
duivensoep van het jaar, maar wel helaas met soepgroente
uit een pakje en duivenborstjes in de koekepan, dat
laatste ook helaas, met ingewekte erwtjes van Hak. Ik
mis mijn moestuin en moest maar eens verse soepgroente
gaan kopen in de Hamershof op mijn decadente
scootmobiel, alsof ik niet lopen kan.
Een jager uit de buurt
van Amersfoort
Met een jachtveld in Emmeloord
Schoot met scherp met een oud hagelgeweer
Bij oostenwind en zonnig weer
En heeft duiven en kauwen vermoord
Jo als jager en politicus herboren