Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.

De Grensmaas herontdekt
door
Rembrandt Schmitz
in
De Nederlandse Jager Nr. 8, 1996

Iets meer dan een jaar geleden ontmoette ik op de jaarvergadering van de Hengelsportvereniging St. Petrus te Epen een lid uit de Randstad, die met een Limburgs accent sprak. Tijdens de discussie die op deze vergadering volgde kwam ik er achter dat de interesses van hem dezelfde waren als die van mij, namelijk vliegvissen, jagen en kievitseieren zoeken. Na afloop begonnen we een gesprek waaruit zich al spoedig een vriendschap ontwikkelde. Hij bleek al bijna 30 jaar in de Randstad te wonen maar kwam nog regelmatig terug naar Limburg. Uitnodigingen over en weer om te komen jagen en vissen volgden.

Onlangs belde hij en vertelde over zijn ervaringen van de afgelopen tijd. In de Eifel had hij beekforel, regenboogforel, meerforel en vlagzalm gevangen. Het weekend erop tijdens de Fly-Fair in Hattem, winde, blankvoorn en brasem op de IJssel. In onze gesprekken had hij ook enkele keren geïnformeerd naar de toestand op de Grensmaas, waar hij vroeger in gezelschap van zijn vader veel tijd had doorgebracht. Ik had hem ingelicht over de vangsten van kopvoorn, barbeel en serpeling die hij belangstellend in zich opnam. Zijn vraag was kort en onomwonden. Kunnen we morgen proberen een kopvoorn te vangen op de Maas? Ik antwoordde hem dat dit tot de mogelijkheden behoorde, maar dat de waterstand nu eigenlijk iets te hoog was, maar dat hij welkom was.

De volgende dag stond hij om negen uur voor de deur. Na een gezamenlijk ontbijt reden we met zijn auto richting Grensmaas in de richting van waarschijnlijk de beste kopvoornstek van Nederland. Daar aangekomen bleek dat het waterpeil inderdaad ca. een meter te hoog was. Samen met mijn jongste zoon plaatste ik hem op de op dat moment beste stek, gaf hem enige aanwijzigingen over de te volgen techniek en wenste hem succes. Hij verzocht ons om in de buurt te blijven want in de haast had hij vergeten een schepnet mee te nemen.

Onvermoeibaar begon hij te vissen, steeds zijn forse nymph terugvissend door het stroomnaadje. Na zelf en halfuurtje zonder succes gevist te hebben, ging Junior en ik op verkenning uit om te zoeken naar een alternatieve stek, want uiteindelijk wil je toch je gast iets laten vangen. Ongeveer 50 meter stroomopwaarts vonden we het uitgedroogde en door kraaien aangevreten karkas van een kopvoorn van ca. 50 cm. Kijk zei ik tegen Junior, zelfs als we niets vangen kunnen we toch bewijzen dat ze hier voorkomen.

Op dat moment schreeuwde Jo dat hij beet had. We renden terug en zagen hem staan met een dansende hengel. Na enige tijd wisten we een forse vis in het schepnet te krijgen. We feliciteerden hem met zijn vangst en bekeken deze grondig. Het bleek een sneep van 48 cm te zijn en zo'n bijzondere vangst aan de vlieg was natuurlijk een extra felicitatie waard.

Nadat hij, overigens zonder verder succes, nog een tijdje had gevist, stelde ik hem voor om stroomafwaarts naar een andere stek te gaan. Onderweg toonden we hem de restanten van de kopvoorn als bewijs dat ook van deze soort hier forse examplaren rondzwommen. Verder stroomafwaarts ontdekte Junior het kadaver van nog een vis langs de oever, een bruine forel. Kijk zei ik, zie je nu hoe uniek dit water voor ons land is? Zelfs beekforellen komen hier voor en ze worden met de regelmaat van de klok hier ook gevangen.

We liepen nog enige tijd door, ondertussen genietend van de prachtige ontluikende natuur. Een vlucht scholeksters vloog piepend langs. Onderweg troffen we eenden met kuikens aan en zelfs kievitten met jongen. Bij een zijstroom aangekomen wezen we Jo de diverse goede stekken aan waar de kans op kopvoorn het grootste was, want daar was hij voor gekomen vertelde hij meer dan eens.

Fanatiek begon hij aan een nieuwe sessie, terwijl zoonlief en ik ons amuseerden met het belagen van kleine kopvoorns en alvers, af en toe eens pauzeerden en genoten van de natuur om ons heen. Na een uurtje ging onze gast op verkenning uit, geconcentreerd vissend. Toen hij zo'n 500 meter van ons verwijderd was hoorden we plotseling een oerkreet. Er klonk zoveel emotie in dat we vreesden dat onze sympathieke gast in de felle stroom onderuit was gegaan en nu afdreef richting Rotterdam. Zonder aarzelen begaven we ons in zijn richting hopend dat we niet te laat zouden komen.

Gelukkig was hij niet onderuit gegaan en we zagen hem al van verre staan met een hengel die een eigen wild leven leek te leiden en vol overgave de horlepiep danste. Midden in een stroomversnelling stond hij in zijn waadpak en schreeuwend om assistentie. Na een kwartier zagen we een langgerekte groene romp binnen het bereik van zijn schepnet komen. Na de landing bleek dit een barbeel van 52 cm te zijn, gedrild aan een leaderpunt van 15/100ste.

Felicitaties van onze kant met de nodige schouderklopjes kalmeerden de als een blad trillende emotionele visser. Deze vis had hij echt "verdiend" want hij had er hard, ja keihard voor gewerkt. Er bleef nog slechts een vraag over, wie was meer afgepeigerd, de vis of de visser. Beiden hadden het uiterste gegeven. De vis zal waarschijnlijk alleen getracht hebben zich te bevrijden van een lastig gevoel in zijn bek en de dwang van een beperking in zijn bewegingsvrijheid. De visser die de barbeel als een snoek op zijn vlieg zag slaan was zijn emoties nauwelijks de baas gebleven. Meer dan eens was de hele vliegenlijn van de reel af geweest, nodig om met zo'n dunne leadertip zo'n krachtige vis te vangen, want barbelen zijn werkelijk oersterk, zeker hier in de zeer krachtig stromende Maas.

Netjes onthaakt werd de barbeel met de kop in de stroom ondersteund om nieuwe krachten op te doen, en nieuwe zuurstof te verzamelen en na enige tijd sloeg hij met zijn staart en verdween het diepere water in, nog happend met zijn bek, alsof protesterend tegen de loer die hem gedraaid was.

Tegen vier uur in de middag werd zelfs Jo moe en opperde om het nog even op de Geul te gaan proberen bij Epen en daar te probetren zijn eerste Geul forel te vangen.

 

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz