De
Grensmaas herontdekt
door
Rembrandt Schmitz
in
De Nederlandse Jager Nr. 8, 1996
Iets meer dan een jaar geleden ontmoette ik op de
jaarvergadering van de Hengelsportvereniging St. Petrus te
Epen een lid uit de Randstad, die met een Limburgs accent
sprak. Tijdens de discussie die op deze vergadering volgde
kwam ik er achter dat de interesses van hem dezelfde waren
als die van mij, namelijk vliegvissen, jagen en
kievitseieren zoeken. Na afloop begonnen we een gesprek
waaruit zich al spoedig een vriendschap ontwikkelde. Hij
bleek al bijna 30 jaar in de Randstad te wonen maar kwam nog
regelmatig terug naar Limburg. Uitnodigingen over en weer om
te komen jagen en vissen volgden.
Onlangs belde hij en vertelde over zijn ervaringen van de
afgelopen tijd. In de Eifel had hij beekforel,
regenboogforel, meerforel en vlagzalm gevangen. Het weekend
erop tijdens de Fly-Fair in Hattem, winde, blankvoorn en
brasem op de IJssel. In onze gesprekken had hij ook enkele
keren geïnformeerd naar de toestand op de Grensmaas, waar
hij vroeger in gezelschap van zijn vader veel tijd had
doorgebracht. Ik had hem ingelicht over de vangsten van
kopvoorn, barbeel en serpeling die hij belangstellend in
zich opnam. Zijn vraag was kort en onomwonden. Kunnen we
morgen proberen een kopvoorn te vangen op de Maas? Ik
antwoordde hem dat dit tot de mogelijkheden behoorde, maar
dat de waterstand nu eigenlijk iets te hoog was, maar dat
hij welkom was.
De volgende dag stond hij om negen uur voor de deur. Na
een gezamenlijk ontbijt reden we met zijn auto richting
Grensmaas in de richting van waarschijnlijk de beste
kopvoornstek van Nederland. Daar aangekomen bleek dat het
waterpeil inderdaad ca. een meter te hoog was. Samen met
mijn jongste zoon plaatste ik hem op de op dat moment beste
stek, gaf hem enige aanwijzigingen over de te volgen
techniek en wenste hem succes. Hij verzocht ons om in de
buurt te blijven want in de haast had hij vergeten een
schepnet mee te nemen.
Onvermoeibaar begon hij te vissen, steeds zijn forse
nymph terugvissend door het stroomnaadje. Na zelf en
halfuurtje zonder succes gevist te hebben, ging Junior en ik
op verkenning uit om te zoeken naar een alternatieve stek,
want uiteindelijk wil je toch je gast iets laten vangen.
Ongeveer 50 meter stroomopwaarts vonden we het uitgedroogde
en door kraaien aangevreten karkas van een kopvoorn van ca.
50 cm. Kijk zei ik tegen Junior, zelfs als we niets vangen
kunnen we toch bewijzen dat ze hier voorkomen.
Op dat moment schreeuwde Jo dat hij beet had. We renden
terug en zagen hem staan met een dansende hengel. Na enige
tijd wisten we een forse vis in het schepnet te krijgen. We
feliciteerden hem met zijn vangst en bekeken deze grondig.
Het bleek een sneep van 48 cm te zijn en zo'n bijzondere
vangst aan de vlieg was natuurlijk een extra felicitatie
waard.
Nadat hij, overigens zonder verder succes, nog een tijdje
had gevist, stelde ik hem voor om stroomafwaarts naar een
andere stek te gaan. Onderweg toonden we hem de restanten
van de kopvoorn als bewijs dat ook van deze soort hier forse
examplaren rondzwommen. Verder stroomafwaarts ontdekte
Junior het kadaver van nog een vis langs de oever, een
bruine forel. Kijk zei ik, zie je nu hoe uniek dit water
voor ons land is? Zelfs beekforellen komen hier voor en ze
worden met de regelmaat van de klok hier ook gevangen.
We liepen nog enige tijd door, ondertussen genietend van
de prachtige ontluikende natuur. Een vlucht scholeksters
vloog piepend langs. Onderweg troffen we eenden met kuikens
aan en zelfs kievitten met jongen. Bij een zijstroom
aangekomen wezen we Jo de diverse goede stekken aan waar de
kans op kopvoorn het grootste was, want daar was hij voor
gekomen vertelde hij meer dan eens.
Fanatiek begon hij aan een nieuwe sessie, terwijl
zoonlief en ik ons amuseerden met het belagen van kleine
kopvoorns en alvers, af en toe eens pauzeerden en genoten
van de natuur om ons heen. Na een uurtje ging onze gast op
verkenning uit, geconcentreerd vissend. Toen hij zo'n 500
meter van ons verwijderd was hoorden we plotseling een
oerkreet. Er klonk zoveel emotie in dat we vreesden dat onze
sympathieke gast in de felle stroom onderuit was gegaan en
nu afdreef richting Rotterdam. Zonder aarzelen begaven we
ons in zijn richting hopend dat we niet te laat zouden
komen.
Gelukkig was hij niet onderuit gegaan en we zagen hem al
van verre staan met een hengel die een eigen wild leven leek
te leiden en vol overgave de horlepiep danste. Midden in een
stroomversnelling stond hij in zijn waadpak en schreeuwend
om assistentie. Na een kwartier zagen we een langgerekte
groene romp binnen het bereik van zijn schepnet komen. Na de
landing bleek dit een barbeel van 52 cm te zijn, gedrild aan
een leaderpunt van 15/100ste.
Felicitaties van onze kant met de nodige schouderklopjes
kalmeerden de als een blad trillende emotionele visser. Deze
vis had hij echt "verdiend" want hij had er hard, ja keihard
voor gewerkt. Er bleef nog slechts een vraag over, wie was
meer afgepeigerd, de vis of de visser. Beiden hadden het
uiterste gegeven. De vis zal waarschijnlijk alleen getracht
hebben zich te bevrijden van een lastig gevoel in zijn bek
en de dwang van een beperking in zijn bewegingsvrijheid. De
visser die de barbeel als een snoek op zijn vlieg zag slaan
was zijn emoties nauwelijks de baas gebleven. Meer dan eens
was de hele vliegenlijn van de reel af geweest, nodig om met
zo'n dunne leadertip zo'n krachtige vis te vangen, want
barbelen zijn werkelijk oersterk, zeker hier in de zeer
krachtig stromende Maas.
Netjes onthaakt werd de barbeel met de kop in de stroom
ondersteund om nieuwe krachten op te doen, en nieuwe
zuurstof te verzamelen en na enige tijd sloeg hij met zijn
staart en verdween het diepere water in, nog happend met
zijn bek, alsof protesterend tegen de loer die hem gedraaid
was.
Tegen vier uur in de middag werd zelfs Jo moe en opperde
om het nog even op de Geul te gaan proberen bij Epen en daar
te probetren zijn eerste Geul forel te vangen.
|