Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.

De Smiententonnen van Diogenes


 

Op die woensdag in de laatste week voor Kerstmis zou de jachtdag in de Assendelftse polder in tweeën worden gedeeld. Ik 's morgens in mijn eentje in een van de smiententonnen van Diogenes zoals ik ze vaak noem, en 's middags met zijn vijven met Albert en zijn hond op de hazen. Daarbij dan ook Roel de jachthouder en mollenvanger, Leo die net naar Schotland op de fazantenjacht was geweest en ons aller nestor, de vriendelijke Ome Jan Strik.

Om zeven uur stond ik met mijn auto voor het veer, dat mij over het Noordzeekanaal zou brengen. Om half acht reed ik het erf op en kleedde me aan voor de een kilometer lange trek de polder in. Ik sjouwde een jute zak met zestien lokkers, een tas met patronen, proviand en mijn Winchester dubbelloops.

De wind was matig uit het zuidwesten en de lucht licht bewolkt en grijs. Links zag ik de lichten van Zaanstad en voor me was de gloed van weinig laag licht boven de horizon achter het kanaal. Geleidelijk aan werd het fluiten van de smienten hoorbaar. Deze eendensoort is vrijwel altijd zeer luidruchtig, vooral als ze vliegen, maar ook als ze zwemmen. Ze zullen nooit echt verrassen al komen ze van achteren. Heb je voor andere eendensoorten vier ogen nodig, voor deze vogels zijn twee voldoende.

De tocht lag er vol van, maar zoals vorig jaar toen we er hier wel duizend telden. Nederland heeft misschien wel de hoogste winterstand van alle Europese landen van de grasetende smient. Behalve een typisch ganzenland is ons land dan ook een smientenland. Maar waarom er in onze polder dit jaar maar een kwart waren vergeleken met vorig jaar, moest voorlopig onbeantwoord blijven. Waren ze misschien wat verder doorgetrokken naar de grote rivieren dit jaar, zoals Roel had vernomen?

Als een donkere massa, fluitend dat het een lieve lust was, stegen ze uit de wetering omhoog. De verschillende wolken sloten zich aaneen en weg waren ze, het geluid wegebbend tussen de andere geluiden in de poldernacht.
De overmaatse zogenaamde milieutonnen hadden we jaren geleden ingegraven op de twee hoeken van de wetering met haar dwarssloten. Met het handhei apparaat waren per ton twee drie meter lange houten palen in de zachte veengrond geslagen, waarna ze met bouten werden verankerd om te voorkomen dat de lege tonnen door de opwaartse druk omhoog zouden komen. De diameter was groot genoeg om er op een stoeltje in te zitten, met je hoofd net boven het maaiveld. Er werd zichtbaar voor de overvliegende vogels staande geschoten.

Heel vroeg in het donker vielen de nietsvermoedende smienten wel in tussen de lokkers, soms op nog geen drie meter afstand, maar dan werd er natuurlijk op geschoten. Terwijl de smient vergeleken met andere eendensoorten in het nadeel is door zijn luidruchtigheid, is het een voordeel dat de vogel zeer snel vliegt en uiterst wendbaar is. Weliswaar is de vlucht rechtlijniger dan die van de wintertaling, maar met een uiterst snelle en behendige reactie op de zich vertonende jager, gaan ze soms loodrecht de lucht in. Niet zo gehoekt vliegend als de houtduif, maar toch flitsend van links naar rechts als het moet. Veel schoten zijn daarom in het luchtledige en de vogel is dan duidelijk niet waar de jager dacht dat hij komen zou. De lokkers met een kort touwtje en klein anker werden in de tocht gegooid. Links doemde de dikke ronde gekoepelde watertoren van Westzaan op uit de lichter wordende duisternis. Het was bij achten en de verwachtingen waren hoog gespannen.

Al gauw klonk in de verte het karakteristieke aanzwellende geluid, snel van richting veranderend. Het kon goed worden nagebootst met de mond, of krachtiger en nog realistischer fluitend met twee vingers in de mond, een kunstje dat Roel goed kent. Toch nog onverwacht suisden ze over de lokkers en gaven mij het nakijken. Ik draaide mee als een tol in de ton van links naar rechts, om de vogels in het zicht te houden en zo goed mogelijk onder schot te krijgen. Het was altijd weer even wennen en een paar kansen waren vlug voorbij. De eerste twee schoten resulteerden in een prachtig doublet uit een groep van acht op tenminste vijfentwintig meter hoogte. Een tot anderhalve meter had ik voor moeten geven hetgeen noodzakelijk was vanwege de snelle vlucht nu ze voor de wind kwamen. Ik kroop uit de ton en kroop in het platte bootje om een van de smienten al peddelend op te halen. De andere was op het land naast me gevallen. Twee mooie woerden in vol ornaat. In Nederland is het aantal woerden altijd groter dan het aantal vrouwelijke eenden. Die trekken vaak wat zuidelijker door tot in Frankrijk en Spanje. Anas penelope, de Euraziatische smient, heeft een kastanjebruine ronde kop met een goudgele voorhoofdskroon boven de kleine grijszwarte snavel. De borst is oudroze van kleur en de buik wit met zwarte onderstaartveren waarvan er twee puntig tot achter de anderen uitsteken. De onderkant van de vleugels is grijs, donkerder naar de slagpennen en de vleugeltoppen toe. De bovenkant van de vleugel heeft een groot wit vlak boven de groen glanzende spiegel. De poten zijn grijs. De smient houdt qua grootte het midden tussen de wintertaling, de kleinste onzer eenden en de grote wilde eend, die we vaak volle eend noemen in jagerskringen. Hij heeft puntige vleugels en een karakteristiek slank profiel. Smienten broeden in de wateren van de naaldbomengordel en toendra's vanaf IJsland in het westen, via Scandinavië, Rusland en Siberië in het oosten. 's Winters trekken ze naar het zuiden van Noord-Afrika via het Midden Oosten, naar India, Indochina en zelfs China. Velen blijven noordelijker, in Europa met name in Nederland. Op het Amerikaanse continent neemt Ana americana de plaats in van onze soort. Dit is een eend met een witte kroon, een metallisch groene streep vanaf de ogen naar achteren en met zwarte vlekjes en vlekken tegen een roomwitte achtergrond op het verenkleed van kop en nek. Ik had er wel eens een in Canada geschoten en het was me toen duidelijk dat de Amerikaanse widgeon of baldplate veel minder muzikaal is dan de Europese widgeon. De Duitsers noemen de smient de Pfeifente vanwege het gefluit. Uit de grote ver weg in een andere wetering rustende groep met enkele zwanen ertussen, stegen nu af en toe kleine groepjes en plukjes omhoog om fluitende de omgeving te verkennen.

Mijn lokkers ontdekkende vlogen ze er hoog overheen, soms aanstalten makend in te vallen. Schrikkend van schoten hoger stijgend, nog sneller vliegend en uiteindelijk weer invallend bij de grote groep verderop, dat was het keer op keer  terugkerende patroon van de ochtendjacht. Tegen elven lagen er negen. Een oud en oer-Hollands spel tussen de fluitende eend en de terugfluitende jagers speelde zich af in de weilandpolder in het Noord-Hollandse, boven en niet ver van het grote kanaal, gegraven van Amsterdam naar de Noordzee. Hollandser kon het niet, met een eeuwenoude en complexe traditie.

De jager in zijn element, genietend van de natuur en de rijke oogst. Gebogen onder de zware zak met lokkers, een geweer, een patronentas en een tweede jute zak met wild er in, sjokte ik, af en toe rustend, terug naar de boerderij. Roel had op dit weiland in februari en maart goed mollen gevangen. Er waren nog maar twee ritten met hun rijen zwarte hopen over. Boer Jos gaf Roel het jachtgenot in ruil voor de mollenvangst, zodat zijn hooi schoon zou zijn zonder het stof van meegedroogde veengrond. En het verjagen en bejagen van de smienten was de boer natuurlijk ook geen doorn in het oog. Mijn jachtvrienden voor de hazenjacht waren al gearriveerd en een luidruchtige begroeting achter de boerderij was mijn deel toen ik de zakken met lokkers en buit afgooide en het tableau uitlegde. Een hele middag op de hazen lag nog in het verschiet en een beetje lopen na dat zitten in die ton was natuurlijk nu erg welkom.

Jo de smientenjager  
    

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz