Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.

 

Een Hollandse eendenjager met Floris de heidewachtel
Definitieve versie voor De Nederlandse Jager

 

Tons jachthonden, zoals Floris nu, noemt hij steevast naar de Prinsen van Holland. Hij kan zijn familie, die afkomstig is uit de Zuid-Hollandse polders, traceren tot in de Gouden Eeuw. Polders die zijn voorvaderen gedurende voorbije eeuwen af en toe onder water lieten lopen om de indringers eruit te houden.

Jo Hilgers

Eergisteren kwam hij, toen het nog donker was, om bij Jan en mij te jagen in de Anna Paulowna westpolder. Van de in totaal iets meer dan honderdzestig hectaren van onze twee jachtvelden bestaat de helft uit met een bijna een meter dikke laag van ontzild Noordzeezand opgespoten bloembollenland, een kwart uit kleiig akkerland met aardappelen, tarwe en bieten en het laatste kwart uit een zogenaamd rietfilter met veel water, waaronder een langgerekt, wat groter en open water. Het geheel wordt omzoomd door singels van vooral populieren rond boerderijen en een bomenrij langs een doorgaande noordzuidweg. Ten oosten hiervan ligt een schiereiland met een jong bos dat grenst aan het Lage Ouwe Veer, aan de noordkant verbonden met het Amstelmeer.

De eenden uit de noordelijke streken, met name de soorten die vroeger onder de jachtwet vielen zijn nu, begin oktober, gearriveerd en er liggen in de luwte van de zeedijk duizenden eenden, veel vollen maar ook halfjes van allerlei pluimage, vooral kuifeenden of kuifjes, ook wel bontjes in jagerstaal. En tafeleenden, valingers, roodkoppen. In de avond verzamelen zich daar ook de overzomerende grauwe ganzen, inmiddels ook al de duizend ver gepasseerd. Het meer vormt een ware pleisterplaats voor de doortrekkende eenden die even uitrusten, nadat ze de Noord- en Waddenzee zijn overgestoken.

Enkele kilometers ten zuiden hiervan en onder de Waddenzeedijk bevindt zich het veld van Jan en mij. Tot nu toe heb ik alleen of samen met mijn jachtgasten vooral duiven geschoten en nog niet al te veel eenden. Maar het overheersende duivenweer van september sloeg om aan het begin van de eerste oktoberweek en het werd eendenweer, met een eerste oktoberstormpje eergisteren toen Ton en Floris verschenen in mijn nu permanent betrokken jachtvakantieboerderij. Een jutezak vol met plastic eendenlokkers, door Ton nog blokken genoemd, omdat ze vroeger van hout waren, bracht hij voor me mee.

De harde wind dreef de donkere wolken onder het blauw van het hemelgewelf noordwaarts. Zuiderstorm. Lagedrukweer. Hollands eendenweer, door niet-jagers merkwaardigerwijs hondenweer genoemd. Mooier weer voor een eendenjager kan niet en ze vlogen vanaf de vroege morgen dan ook goed.

Ik had al in het begin van de week een dertigtal trekkende smienten gezien op mijn lange noordzuidwater, die even tussen de lokale krakken, slobbers, talingen en de vollen hadden gelegen. Grote grauwen trokken ook de hele dag laag en kriskras over de velden op zoek naar nieuw voedsel, nu de stoppels leeg begonnen te raken. De onlangs ingezaaide wintertarwe zou het nu wel moeten ontgelden.

Een stel lokkers werd voor mijn permanente hutje met comfortabel bankje tussen riet en wilgenopslag uitgelegd en Ton nam de overige mee naar het rietland en de open sloten aan de noordkant van mijn veld. Al gauw hoorde ik hem enkele keren schieten, maar zelf kreeg ik nauwelijks kans omdat bij deze sterke zuidelijke wind dit hutje niet in de luwte staat. Ton kwam terug en hielp mij verkassen naar de zuidelijkste punt van mijn jachtveld, waar een camouflagenet werd opgehangen tussen vier lange stalen pennen met een gelaste vork voor het net. We schoten nog enkele eenden en een paar duiven, die in de grote singels rond de Pietershof achter ons roesten en van daaruit de velden intrekken. Floris, die zacht in de vang is, apporteerde de eenden die ver te water raakten voorbeeldig.

Trekkende ganzen hoog in de lucht naar het zuiden, jaarrondganzen lager in kleinere groepjes kriskrassend over land en water, groepen wulpen, watersnippen en steltlopers, groepjes kleine zangvogels waaronder nogal wat puttertjes, kauwen en wat kraaien, enkele lage bruine kiekendieven met lome vleugelslag….. , twee torenvalkjes, een lokale sperwer, de gebruikelijke aalscholvers en blauwe reigers, drie voortdurend duikende dodaarsjes, koppels en kleine groepjes houtduiven en een enkele holenduif op de noord-zuidtrek….

Als besluit van de ochtendjacht klonk,op het grote grasveld omzoomd met fruitbomen, Tons jachthoornsignaal, het kleine Halali, einde jacht, naar mijn gevoel melancholischer dan gewoonlijk. Acht volle woerden en vier houtduiven lagen op het tableau. Samen namen we in het achterhuis nog een Jägermeister en het voelde als een gemis toen ik Ton in zijn vertrouwde Landrover de weg op zag draaien. Een trotse, ervaren Hollandse eendenjager met een fantastische jachthond.

 

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz