|
Een Hollandse eendenjager met
Floris de heidewachtel
Definitieve versie voor De Nederlandse Jager
Tons jachthonden, zoals Floris nu, noemt hij steevast
naar de Prinsen van Holland. Hij kan zijn familie, die
afkomstig is uit de Zuid-Hollandse polders, traceren tot in
de Gouden Eeuw. Polders die zijn voorvaderen gedurende
voorbije eeuwen af en toe onder water lieten lopen om de
indringers eruit te houden.
Jo Hilgers
Eergisteren kwam hij, toen het nog donker was, om bij Jan
en mij te jagen in de Anna Paulowna westpolder. Van de in
totaal iets meer dan honderdzestig hectaren van onze twee
jachtvelden bestaat de helft uit met een bijna een meter
dikke laag van ontzild Noordzeezand opgespoten
bloembollenland, een kwart uit kleiig akkerland met
aardappelen, tarwe en bieten en het laatste kwart uit een
zogenaamd rietfilter met veel water, waaronder een
langgerekt, wat groter en open water. Het geheel wordt
omzoomd door singels van vooral populieren rond boerderijen
en een bomenrij langs een doorgaande noordzuidweg. Ten
oosten hiervan ligt een schiereiland met een jong bos dat
grenst aan het Lage Ouwe Veer, aan de noordkant verbonden
met het Amstelmeer.
De eenden uit de noordelijke streken, met name de soorten
die vroeger onder de jachtwet vielen zijn nu, begin oktober,
gearriveerd en er liggen in de luwte van de zeedijk
duizenden eenden, veel vollen maar ook halfjes van allerlei
pluimage, vooral kuifeenden of kuifjes, ook wel bontjes in
jagerstaal. En tafeleenden, valingers, roodkoppen. In de
avond verzamelen zich daar ook de overzomerende grauwe
ganzen, inmiddels ook al de duizend ver gepasseerd. Het meer
vormt een ware pleisterplaats voor de doortrekkende eenden
die even uitrusten, nadat ze de Noord- en Waddenzee zijn
overgestoken.
Enkele kilometers ten zuiden hiervan en onder de
Waddenzeedijk bevindt zich het veld van Jan en mij. Tot nu
toe heb ik alleen of samen met mijn jachtgasten vooral
duiven geschoten en nog niet al te veel eenden. Maar het
overheersende duivenweer van september sloeg om aan het
begin van de eerste oktoberweek en het werd eendenweer, met
een eerste oktoberstormpje eergisteren toen Ton en Floris
verschenen in mijn nu permanent betrokken
jachtvakantieboerderij. Een jutezak vol met plastic
eendenlokkers, door Ton nog blokken genoemd, omdat ze
vroeger van hout waren, bracht hij voor me mee.
De harde wind dreef de donkere wolken onder het blauw van
het hemelgewelf noordwaarts. Zuiderstorm. Lagedrukweer.
Hollands eendenweer, door niet-jagers merkwaardigerwijs
hondenweer genoemd. Mooier weer voor een eendenjager kan
niet en ze vlogen vanaf de vroege morgen dan ook goed.
Ik had al in het begin van de week een dertigtal
trekkende smienten gezien op mijn lange noordzuidwater, die
even tussen de lokale krakken, slobbers, talingen en de
vollen hadden gelegen. Grote grauwen trokken ook de hele dag
laag en kriskras over de velden op zoek naar nieuw voedsel,
nu de stoppels leeg begonnen te raken. De onlangs ingezaaide
wintertarwe zou het nu wel moeten ontgelden.
Een stel lokkers werd voor mijn permanente hutje met
comfortabel bankje tussen riet en wilgenopslag uitgelegd en
Ton nam de overige mee naar het rietland en de open sloten
aan de noordkant van mijn veld. Al gauw hoorde ik hem enkele
keren schieten, maar zelf kreeg ik nauwelijks kans omdat bij
deze sterke zuidelijke wind dit hutje niet in de luwte
staat. Ton kwam terug en hielp mij verkassen naar de
zuidelijkste punt van mijn jachtveld, waar een camouflagenet
werd opgehangen tussen vier lange stalen pennen met een
gelaste vork voor het net. We schoten nog enkele eenden en
een paar duiven, die in de grote singels rond de Pietershof
achter ons roesten en van daaruit de velden intrekken.
Floris, die zacht in de vang is, apporteerde de eenden die
ver te water raakten voorbeeldig.
Trekkende ganzen hoog in de lucht naar het zuiden,
jaarrondganzen lager in kleinere groepjes kriskrassend over
land en water, groepen wulpen, watersnippen en steltlopers,
groepjes kleine zangvogels waaronder nogal wat puttertjes,
kauwen en wat kraaien, enkele lage bruine kiekendieven met
lome vleugelslag….. , twee torenvalkjes, een lokale sperwer,
de gebruikelijke aalscholvers en blauwe reigers, drie
voortdurend duikende dodaarsjes, koppels en kleine groepjes
houtduiven en een enkele holenduif op de noord-zuidtrek….
Als besluit van de ochtendjacht klonk,op het grote
grasveld omzoomd met fruitbomen, Tons jachthoornsignaal, het
kleine Halali, einde jacht, naar mijn gevoel melancholischer
dan gewoonlijk. Acht volle woerden en vier houtduiven lagen
op het tableau. Samen namen we in het achterhuis nog een
Jägermeister en het voelde als een gemis toen ik Ton in zijn
vertrouwde Landrover de weg op zag draaien. Een trotse,
ervaren Hollandse eendenjager met een fantastische
jachthond.
|