|
26-27-28 november 2005
Een peuterjachtdag in Schaesberg
of
Aardbeienboer Wilbert die ophield bloemkool te
kweken
en
De zwaarste sneeuwstorm van mijn hele leven
Beste
Peter,
Eigenlijk had ik vanmorgen willen beginnen met het plukken
van de houtduif en het villen van de twee konijntjes
die Servaas Joseph - mijn jagende telg - en Toine, mijn
jagende vriend in Parkstad en de gek zelf, gisteren
geschoten hebben in Schaesberg, een van de kleine
deelgemeenten van de oostelijke mijnstreek in
Zuid-Limburg, die nu samen met plaatsjes zoals Nieuwenhagen,
Eygelshoven, Ubach over Worms, Rolduc, Bleijerheide,
Merkelbeek, Amstenrade, Mariarade en grotere gemeenten zoals
Hoensbroek, Brunssum, Kerkrade, Heerlen en Onderbanken, als
Parkstad aangeduid worden. Een jachtveld in het uiterste
zuidoosten van ons land en als zodanig tegenhanger van Jan
Tijssen's jachtveld in de Anna Paulowna polder - waar mijn
eerdere jachtverhalen speelden - in het uiterste noordwest
puntje van ons Vaderland. Als dag en nacht van elkaar
verschillend. Het volgebouwde beboste Limburgse akkerland
grenzend aan Duitsland, versus het vrijwel onbebouwde
Westfriese polderland, grenzend aan de Waddenzee. Duiven en
konijnen in bos en tussen braam, versus eenden en hazen in
polder en tussen riet
En dat
Schaesbergse jachtveld is het parkstadse jachtpark van
ongeveer tachtig bunder, met nog een oude kasteelruïne er
in, een gracht met water, met bramen onder
konijnenstruikgewas in de dalen en veel
houtduivengeboomte op de omringende heuvelruggen tussen de
oude mijnwerkershuisjes, met hier en daar nieuwe grote
villa's. Het bestaat voor het grootste deel uit akkers van
Wilbert en Brigitte van Laar, die nu vooral aardbeien kweken
- deels onder drie vijftig meter lange koepels van plastic,
deels onder plastic folie en deels ook in de
winter onbeschermd - om de kost te verdienen. Ze begonnen
daar elf jaar geleden - toen ze trouwden - met het kweken
van niet minder dan vijftien koolsoorten (witte, groene,
rode, boeren-, Savoye, spits-, enzovoort enzovoort) met
bloemkool als belangrijkste product, maar moesten de kweek
ervan stopzetten wegens wildschade, waarover later meer en
de kern vormend van dit verhaal, omdat ik denk dat dan
hoofdredacteur Zweitse L. van De Nederlandse Jager interesse
zal hebben - althans een deel - van dit verhaal op te nemen.
Ze
liggen op het balkon die drie beestjes - een met twee
vleugels en twee met vier pootjes - naast het ingevroren
wildzwijnenvlees van een varken dat Toine een week geleden
ergens ver in Duitsland schoot, terwijl het
potverdorie dooit nu. Servaas heeft vier porties mee van
ongeveer een kilo, vier konden in het diepvriesvak van mijn
koelkast en vier liggen dus op het balkon. Gelukkig belde
Vincent zojuist en zei hij - op mijn dringend verzoek - dat
hij het varkensvlees kwam ophalen in de middag en zou
opslaan in zijn vriezer (die echter onveranderlijk altijd
bomvol ligt, dus het zal wel naar de schoonfamilie gaan met
de grootste vriezer in huis). Daar kan zijn hele familie
trouwens lekker van eten tijdens de komende feestdagen,
zeker met die twee volle hazen en een grote grauwe gans, die
hij al eerder van me kreeg, er nog bij. En voor mij betekent
dat een gewisse uitnodiging voor het feest, nietwaar beste
Peter.
Maar ik
weet maar al te goed dat, als ik niet direct in de morgen na
het opstaan achter mijn leptoppie kruip, ik niet meer toekom
aan schrijfwerk. Zoals je weet ben ik wat dit betreft een
morgenmens. Een andere conditie om te beginnen, die ook
altijd in mijn vele laboratoria nageleefd werd, is dat alles
pico bello opgeruimd en in orde moest zijn, alvorens ik met
enige rust aan het werk ging. Ik begon nooit in een vies
laboratorium met het doen van kankerproeven, of
in een rotzooierige bijkeuken met wild schoonmaken.
Destijds, in mijn jachtschuurtje aan de Dr. Schaepmanlaan
Nummer 1 te Amstelveen, in de negentiger jaren als zodanig
ingericht.
Straks
doe ik het in mijn appartementkeukentje, de duif plukkend
boven de grote afvalemmer met zwarte plastic zak er in en de
twee konijnen op het aanrecht naast de afwasbak. Mijn
huishoudelijke hulp Bep B. was er al om half acht om op te
ruimen en boodschappen te doen. De kommetjes staan al klaar,
een voor de oude houtduif die ik schoot en een voor lever,
maag zonder binnenwand en hart van de duif, alsook de levers
en nieren, maar natuurlijk niet de slappe magen van de twee
konijnen, een groot konijn door Servaas geschoten en een
halfgroot konijntje door Toine neergeknald.
|
Ach konijntje en
konijn
Wat was jullie
leven in Schaesberg gelukkig en fijn
Ach konijntje en
konijn
Jullie witte vlees
zal heerlijk smaken bij witte wijn
Ach konijntje en
konijn
Jullie leefden in
Moeder's natuur dartelend en vrij
Ach konijntje en
konijn
Jullie dood maakten
de jagers gelukkig en blij
|
Maar
alvorens het witte vlees te bereiden met een mosterdsaus
voor het avondeten, stoof ik eerst een paar spekkies,
olijfolie, uien en wat tomaat plus kruiden, de organen van
de dieren en de duif en eet die straks voor de lunch op - na
de erwtensoep van de Hamersveldse keurslager - met een
bruine boterham, die eerst nog eens besmeerd wordt met goeie
boter (mijn moeder sprak nooit van echte boter, maar
van goeie boter). Dat hoort bij het ritueel van wild
schoonmaken en dat ritueel had ik dus al sinds 1999 niet
meer uitgevoerd, omdat ik toen naar Indonesië verhuisde en
dit soort werk daar door de pembantu
werd gedaan, dan wel door mijn lijfjager, Iwan de
Verschrikkelijke uit Pangandaran. De man met de
gekruiste pitbull terriërs voor de varkensjacht die ik
beschreef in mijn hoofdstuk
Adu babi dengan anjin
over een jagersfeest in Parigi.
Wat is
er in deze verknipte wereld van kistkalveren, legbatterijen
en mussenjagers (het zou geen mus maar een sijs of groenling
geweest zijn, volgens Marian Thieme, de Koningin van de
Partij voor de Sprakeloze Dieren; in ieder geval een
"sijsje" en geen "drijfsijsje" om met Amsterdammers te
spreken) nu nog mooier als het oogsten van een duif en twee
konijnen, middels een gezellige jachtdag met vrienden in
de wit spoorbesneeuwde akkers met kalend bronsgroen
eikenhout, tijdens de guurste dag van het jaar tot nu toe,
het schoonmaken van het verse wild, gevolgd door het
professioneel bereiden van het vlees en het zelf eten van de
"vruchten des velds" om met de katholieke pastoors in de
kerk en jachtschrijvers van weleer te spreken.
En wat
is er daarna nog mooier dan de filosofie die erbij hoort, in
deze
onnatuurlijke antidwarwinistische
tijden, in een mooi verhaal vers van de pers op te
schrijven, al was het alleen maar om die jongste telg de
traditie mee te geven, van grootvader die nog stroper was,
te arm om een geweer te kopen, tot vader als eerste
generatie jager van de Hilgersen, op zoon, de tweede
generatie, levend als journalistieke stadsmens in de grote midasdekkerstad
Amsterdam.
|
Ach konijntje ach
konijn
Servaas Joseph
schoot jou om de traditie
Ach konijntje ach
konijn
Omdat je sprakeloos
bent zonder ambtelijke petitie
Ach konijntje ach
konijn
Geveld door jonge
jager in bronsgroen eikenhout
Ach konijntje ach
konijn
Gisteren dartelde je
stout nu ben je lekkere bout
|
Het is
toch nog laat geworden alvorens ik ben begonnen met het
plukken van de duif. Vincent kwam het varkensvlees ophalen
en heeft intussen de DVD speler die Servaas me gegeven heeft
voor me geïnstalleerd op het TV meubel onder de TV. Ik heb
drie films erbij gekregen, te weten de trilogie van The
Lord of the Rings,
mijn favoriete filmcyclus die ik al in Indonesië zag onder
andere bij Theresia Roslanya thuis met Boy en Evert Baay,
toen ik mijn dagboekhoofdstuk schreef The Return of the
King. Maar ik zie de film(s) graag nog een keer.
Vervolgens
ben ik even een middagdutje gaan doen, maar pas om zeven uur
wakker geworden. Gek genoeg was ik tijdens de tweedaagse
trip niet moe ondanks gebrek aan slaap en in tegenstelling
tot Servaas, die zwaar verkouden aan de jachtexpeditie naar
Limburg begon, tijdens de hele verschrikkelijke autoreis
naar huis, waarover later nog veel meer, zat te gapen.
Vannacht had ik weliswaar al als een blok geslapen, maar die
middagdut werd toch nog dubbel zo lang als een normale.
Na
achten begon ik met de duif. Bij het plukken zag ik dat er
enkele nieuwe veertjes - veerpennen die we stoppels
noemen - in aanleg aanwezig waren. Bij jonge duiven eerder
in het jaar kan dit een crime zijn omdat ze zo vast zitten,
dat ze er alleen met grote moeite uit te trekken zijn. De
maag bevatte een eikel en vele kleine witte kwartskiezeltjes
van vrijwel gelijke grootte uit de lossgronden hier.
Kennelijk als hulp bij de spijsvertering. Ook in de krop zat
een grote bruine eikel, maar geen enkel kiezeltje, zodat ik
me nu als goeie bioloog afvraag waarom voedsel wel de krop
in kan, maar steentjes niet. Ik twijfel nu ook of het een
(jonge) duif is van dit jaar of een (ouwe) van vorig jaar.
De witte nekstreep van een oude duif is er wel, maar
veerpennen zijn er dus ook.
|
Ach konijntje ach
konijn
Servaas Joseph
schoot jou om de traditie
Ach konijntje ach
konijn
Omdat je sprakeloos
bent zonder ambtelijke petitie
Ach konijntje ach
konijn
Geveld door jonge
jager in bronsgroen eikenhout
Ach konijntje ach
konijn
Gisteren dartelde je
stout nu ben je lekkere bout
|
Het
kleine jonge konijn door Toine geschoten is nu gevild, of om
met mijn Vader Zaliger Franz Joseph, te spreken oet
ziene jas gedaon.
Een konijn heeft een winterjas aan net als een haas. Mijn
moeder zei een winterpels, maar het woord pels afgeleid van
het bont van de Perzische kat, heeft nu een slechte klank
gekregen en wordt niet meer zo vaak gebruikt voor een
bontjas. Het kleine konijntje is wat we noemen vol geraakt
en had veel hagel, vooral onder de huid van schouder tot
heup, met name in de rechtervoorpoot. Vier hageltjes heb ik
al gevonden en zijn niet groter dan nummertje vier als je
het mij vraagt, maar eigenlijk moet je het aan de schutter
vragen. Ik schat dat er tien tot vijftien hagelkorrels,
waarvan ik er al vier uit de huid en het vlees daar net
onder verzameld heb (en in het lege zeepbakje gelegd), in
totaal getroffen hebben en het konijntje moet dus op slag
morsdood zijn geweest.
Omdat
er in het Limburgse, vooral daar in die gure Limburgse
mijnwerkershoek, zeker nog stropers zijn, niet omdat ze zo
arm zijn als vroeger, maar om de stroperslol en voor de
kick, kan ons konijntje zich achteraf gelukkig prijzen dat
het geen gruwelijke dood is gestorven in des stropers'
strop. Dit terzijde en alleen om nog even te memoreren aan
het (eventueel) nieuwe Nederlandse woord in de Grondwet van
de toekomst, als de gifgroenen aan de macht
zijn gekomen. Aan de macht op wettelijke wijze langzaam en
nog tientallen jaren durend, aan de macht middels revolutie,
onmiddellijk na het slagen daarvan. Maar dan heeft iedere
recht-gezinde en rechtsgezinde jager inmiddels het loodje
gelegd en dat kan dus nog even duren.
|
Ach konijntje ach
kleine konijn
Toine schoot jou
morsdood dwars door je mooie winterjas
Ach konijntje ach
kleine konijn
Ben maar blij dat je
niet gegrepen werd door vos of das
Ach konijntje ach
kleine konijn
Morgen eet Joseph
je lever, vette niertjes en hartje op
Ach konijntje ach
kleine konijn
Ben maar blij dat je
niet gevangen werd in een strop
|
Krijg
nou wat Peter. Wil ik de zojuist hierboven gebruikte
woorden recht-gezind versus
rechtsgezind opzoeken in de DvD, zie ik dat
bladzijde 2878 eindigt met recentelijk, recepis....
en dat de volgende bladzijde nummer 2915 is, die begint met
.....reisatlas, reisauto, reisavontuur......, zodat
ik niet minder dan 37 pagina's mis met onder andere alle
woorden daarin afgeleid van recht...... Daar ga ik
werk van maken en ik ga mijn geld terugeisen, dan wel een
exemplaar eisen met deze bladzijden er ook in (en smartegeld
als ik zo beroemd en berucht als Wee-eF-Haa zou zijn
geweest). Hoe is dit mogelijk met het Boek der Boeken van de
Nederlandse Taal van de Veertiende, herziene uitgave door
Drs. Tom den Boon en Prof. Dr. Dirk Geeraerts, met
etymologie door Dr. Nicoline van der Sijs, uitgegeven door
Van Dale Lexicografie Utrecht/Antwerpen. Hoe slordig is deze
tijd ook in de uitgeverswereld.
Hoe
lang zou Wee-eF-Haa er trouwens over gedaan hebben om deze
fout in ons aller woordenboek te ontdekken (ondergetekende
minder dan twee maanden) en er een heuse rel over hebben
geschopt in Nederland, naar de uitgeverswereld toe
natuurlijk, want met uitgevers verkeerde hij vroeg of later
vaak op voet van oorlog. Het zou voorpaginanieuws geworden
zijn, neem dat van mij aan beste vrienden. Hoe dan ook, in
leven, zou Wee-eF-Haa mij er een pluimpje voor hebben
gegeven en jaloers zijn geweest, als hij het zelf niet voor
mij, gevonden zou hebben. Het verschil tussen hem en mij zou
gelegen zijn in verdere controle der paginering, hetgeen hij
met het grootste plezier gedaan zou hebben en waarin ik geen
zin heb.
Al
lezend zie ik de volgende zinnen op de tweede pagina van het
boek der Nederlandse boeken: De redactie hoopt ook in de
toekomst te mogen rekenen op de medewerking van de vele
gebruikers van het woordenboek. Elk ons toegezonden
signalement van nieuw taalgebruik is voor ons van grote
waarde.
Einde citaat. Wat let jou Zweitse om De Nederlandse Jager
(Het Jagertje) toe te sturen, dan wel tot hulp van de
redactie van de D van D, een geselecteerde lijst van
potentieel nieuwe woorden per nummer. Waarbij later een
medewerker aangetrokken wordt (met financiële hulp van een
kapitaalkrachtige jager natuurlijk, of je zou de contributie
flink moeten verhogen) die het jachtwoordenboek van Hermans
en alle Jagertjes van de vorige eeuw naast de D van D legt
om omissies en fouten in dit prestigieuze boekwerk op te
zoeken, te onderwerpen aan een vooranalyse en vervolgens
door te geven ter eventuele opname in de volgende editie.
Dit tot meerder begrip en acceptatie van de jacht door het
volk, nu de voorspelling van Ortega y Gasset is uitgekomen
en de horden zijn opgestaan tegen de jachtkoningen.
Bij
geldgebrek - ik hoor het Zweitse al zeggen - eventueel een
voorstel doen bij een der overgebleven
universitaire faculteiten der Nederlandse Taal en
Letterkunde om te komen tot een proefschrift hieromtrent,
waarvan de uitgave, het proefschrift van de jonge
doctor, gefinancierd wordt door de Nederlandse Jager(s).
Krijg
nou weer wat, beste Peter. Toine telefoneerde zojuist vanaf
een hoogzit bij hem in de buurt in
het parkstadse Limburg, van waaruit hij een vos probeert te
schieten, in het donker en nu het veld wit besneeuwd is. Hij
was vandaag al op drijfjacht ver weg zuidelijk Duitsland in,
net onder de grens reizend van de sneeuwstormen die gisteren
het midden van Nederland en vandaag het noorden van Rijnland
Westfalen teisterden. Zelf had hij niks geschoten maar er
lagen vier wilde zwijnen en twee reeën op het tableau. Terug
in Limburg is hij direct de aanzit opgegaan. Wat een passie.
Der Jungs hat eine grosse Leidenschaft zum Jagen.
Wilbert, de aardbeienboer, had hem vandaag gebeld om te
vragen of Servaas en ik gisteren wel goed thuisgekomen waren
na de jacht, tijdens die verschrikkelijke sneeuwstorm. Maar
daarover, zoals gezegd, later meer.
Het is
bij elven en omdat ik honger heb ga ik nu Chili-con-Carne
eten van de reeds genoemde Leusdense keurslager en laat ik
het grote konijn nog een nachtje buiten in de vrieskou op
het balkon liggen, alhoewel ze in de jagersvolksmond en
culinaire kringen zeggen dat een konijn, in tegenstelling
tot een haas, niet hoeft te besterven om malser en beter
eetbaar te worden. Het witte konijnenvlees is nooit echt
taai, maar het donkere en rode vlees van een Methusalem haas
- met snorharen van vijftien centimeter - wel natuurlijk.
Zo taai dat marineren nauwelijks helpt, zoals ik je al
eerder schreef vanuit de Eifel. Toen had ik Robert Winckens de
eerste achterbout uit de pot laten kiezen uit vier, twee van
een methusalemhaas en twee van een jong mals haasje. Hij
koos prompt een grote donkere poot en dus precies een
verkeerde en de schrokop heeft daarna de hele avond lopen
mopperen. Als ik het dagen achtereen had laten marineren in
plaats van een nachtje, was het zoer vleisch
geworden, zei Jo Agten toen.
Wordt
morgen vervolgd anders ga ik NOOIT MEER SLAPEN.
Was
precies om acht uur wakker, zet TV aan om naar Vroege Vogels
te luisteren en merk tot mijn verbazing dat het programma
niet wordt uitgezonden op deze vroege zondagmorgen. Dat is
me sinds ik naar Vroege Vogels luister vanaf mijn
prilste jeugd nog niet overkomen. Wat zou er aan de hand
zijn daar in dat landgoed van het Capitool bij Hilversum?
Zou het te maken hebben met het weer of is het programma
determineert? Zou jammer zijn want ik luister graag naar
mijn vijanden met hun
pseudodierenliefde om de
tactiek van mijn aanval beter te kunnen prepareren. Heb nog
even liggen denken over de komende dag, met nog steeds een
konijn om schoon te maken op het balkon. Ben toch maar
opgestaan.
Beste
Peter, Servaas en Toine,
Ik kan
jullie nu om en nabij het zondagmiddaguur geruststellen,
want niet alleen is het grote konijn dat Servaas schoot,
door mij met veel moeite schoongemaakt, maar inmiddels zijn
ook de eetbare organen van de drie geschoten beesten -
bereid zoals hierboven reeds beschreven - opgepeuzeld met
een halve fles witte Chardonnais 2003 van het Huis in
Zuid-Afrika dat L'Ormarins heet. Een Huis van Franse
Huguenoten uit de Franschhoek Vallei. Overgenomen in 1969
door de Rupert familie - staat op het etiket - en met
aroma's van citrus, butterscoth and buttered
toast.
Vooral goed bij fresh tuna carpaccia, paella and herb
roasted chicken. Maar prima ook bij gestoofde
levertjes, hartjes, niertjes en maagjes van konijn en duif
als je het mij vraagt. En nu neem ik nog een slokje alvorens
verder te schrijven.
En dan
nog even verderop in het verhaal en je zult ervaren dat mijn
mening over de geur en smaak van wijnen absoluut irrelevant
is voor de Mensheid, omdat mijn poliepen vijf jaar geleden
zijn verwijderd en daarmee het grootste deel van geur en
smaak, die ik (misschien) ooit had, toen mijn neus nog
volgegroeid was met de grootste poliepen die mijn KNO arts -
een collega van broer Frans - ooit vond in de neus van een
Nederlander, nou ja een Limburger. En die toen al de
reukorganen in de neus natuurlijk een leven lang geblokkeerd
hadden, althans dat is nu mijn hypothese, na de catastrofe
van het wijnproeven op donderdagavond van de eerste dag van
de jachttrip in de WinselerHof. Waarover meer.
Nu
terug naar het grote konijn van Servaas dat met moeite uit
zijn pels getrokken kon worden, omdat mijn mes bot is en ik
geen wildschaar heb. Heb ook geen slijpgereedschap voor
messen hier. Er zaten in de linkerflank acht hagels nummer
twee - veel groter dan de nummertjes vier waar Toine mee
schoot - die ik eruit kon peuteren uit de huid of het
oppervlakkige vlees. De linkervoorpoot was gebroken en de
hagels zaten ook hier van voor tot achteren in het beest dat
dus ook al - net als Nijntje klein Konijntje van Toine - vol
getroffen was. Servaas is natuurlijk de enige sterveling die
weet dat ik gelijk heb, want hij schoot het beest in het
zitje op tien meter afstand. Als hij effe hallo konijn
had geroepen was het gaan huppelen en had ik niet zo veel
hagels geoogst en zou ik niet zo bang zijn om op een hagel
te bijten bij het verorberen van het grote konijn in de
naaste toekomst.
Hoe dan
ook, ook dit konijn moet op slag dood geweest zijn, de
mooiste dood die een konijn kan sterven. Het heeft goed
geleefd, want ook nu zaten de nieren prima in het vet,
terwijl de pels dik en wollig was, dus het beestje heeft
geen kou gekend. Het heeft een normaal en blij konijnenleven
geleefd en het heeft nooit honger of kou gehad. Dat noem ik
nog eens een zachte dood na veel dierenwelzijn. En
dat alles nog voordat de Nederlandse Grondwet is aangepast
op verzoek van gifgroenlinkse
elementen in de Nederlandse Politiek. Alsof er geen andere
zaken aan de orde zijn in dit land die een hogere prioriteit
verdienen, nietwaar beste vrienden.
Hetgeen
mij nu de chronologische volgorde, waarin dit verhaal tot nu
toe geschreven is, doet verlaten.
Ik keer
terug naar donderdag toen Servaas er al om half twee was in
Leusden, om me op te halen, anderhalf uur eerder dan
oorspronkelijk afgesproken. Zijn stokoude Opel Corsa werd
volgestouwd met een groot koffer waarin met name extra warme
kleding voor de jacht in deze gure tijden en ook mijn
inmiddels onafscheidelijke camouflagenet van het Nederlandse
Leger van drie bij zes meter, opgevouwen in de lengte zodat
het anderhalve meter hoog is en met daarin vijf bezemstelen
met groene stof bekleed ter verdere camouflage en aangepunt
om goed in de grond te kunnen steken. En mijn krukje dat
hoger is dan mijn meer comfortabele karperstoel en daarom
geschikter om raak te schieten na opstaan, indien nodig.
Het was
heerlijk weer op de heenweg vanaf Leusden, via kruispunt
Hoevelaken en A1 richting Apeldoorn, de A30 naar Ede, de A12
naar Arnhem, de A50 richting Nijmegen en dan langs Venlo aan
de westkant van de Maas over de Napoleonsbaan (met onder de
oude eiken hier en daar paddenstoelen zoals champignons en
vliegenzwammen, maar nooit genoeg om voor te stoppen) naar
de A2 bij Roermond, via Koningsbosch en de Duitse Selfkant,
naar Parkstad, naar de WinselerHof in het gehucht
Terwinselen in de nepstad, die Parkstad genoemd wordt, een
naam waar ik niet aan kan wennen.
Een tot
hotel-restaurant omgebouwde boerderij met binnenplaats door
en van Camille Oostwegel, bouwer en eigenaar van wat hij
noemt ChateauHotels&-Restaurants,
althans zo staat het op de rekening van het diner. Het is -
volgens broer Louis - een wereldberoemdheid in Limburg met
onder andere Chateau Neercanne en het Maastrichtse
Kruisherenhotel op zijn naam.
Van
half zeven tot negen werd diner geserveerd door jonge maar
niet al te mooie Limburgse serveersters, althans dat was de
mening van Servaas, waarin ik tot op zekere hoogte kon
meegaan. Omdat er behalve wij met zijn tweeën slechts twee
Japanners zaten - kunnen ook Chinezen of Koreanen geweest
zijn - liet ik de kok opdraven, want die had immers tijd
zat. Zijn CV hadden we al kunnen lezen in een verhaal in een
tijdschrift uitgegeven door Camille Oostwegel zelf en dat
was indrukwekkend. Van de Echoput via sterren restaurants in
het Westen, helemaal naar Chateau Neercanne, had onze kok
uit Garderen - van een streng gereformeerde afkomst - het
helemaal gemaakt als chefkok van Pirandello, waar hij al
eens gediend had als onderchefkok, waarna hij het pand
(huilend over zoveel bazigheid) had verlaten, althans
volgens het verhaal in het gratis ter beschikking gestelde
tijdschrift van de hotelketenbaas.
Ik was
er weer eens zeer van onder de indruk in tegenstelling tot
Servaas, die niet zo gauw onder de indruk is van dit soort
en andere zaken, hetgeen er van moederskant via de genen in
moet zijn gekruist. Hoe dan ook ik liet de kok komen om een
gezellig praatje te maken naar aanleiding van het menu. Het
eind van dit liedje met de arrogante chefkok was - nadat hij
gedecideerd het kopen van wild van Toine had afgewimpeld,
omdat bij infectie van zijn klanten hij de enorme klos zou
zijn, gezien de Keuringsinspectiedienst van Waren - dat ik
hem vroeg het menu voor ons op te stellen met de juiste
wijnen erbij. Dat hebben we geweten. Dat wil zeggen, omdat
ik niet van deze wereld was op dat moment en in de Zevende
Hemel zat, heeft eigenlijk alleen Servaas het
culinair geweten en ik financieel.
Toine
kwam erbij toen we al aan de laatste fles wijn zaten, te
weten een rooie, dus die weet al wat er nu ongeveer komen
gaat. Maar omdat jij beste Peter zo van eten houdt kan ik nu
niet anders dan deze luxe maaltijd uitgebreid te
beschrijven. Bedenk wel dat ik zojuist een TV uitzending zag
over de grootste kok aller tijden, te weten de Romein
Apicurius, die als een van zijn favoriete creaties gevulde
nachtegaaltjes serveerde met jonge rozenbloemblaadjes. En
zover is de chefkok van de WinselerHof nog lang niet.
Sterker nog hij heeft ook bij de laatste ronde vorige week
nog steeds geen Michelinster gekregen, alhoewel Nederland
dit jaar overspoeld is met nieuwe sterren en er nu niet
minder dan drie driesterren restaurants zijn in ons
kikkerlandje. Ik herinner me nog de tijd dat de derde ster
in België werd gegeven, maar dat is een mensenleeftijd
geleden. Overigens Apicurius genoot voor het laatst volop
en met volle teugen, van zijn laatste uit culinair oogpunt
perfect gemaakte gifbeker.
Het
Italiaanse diner begon met een amuse
zoals dat tegenwoordig heet,
van onbestemde smaak en reeds vergeten. Die werd helaas niet
vermeld op het uitgetypte menu van 24/11/2005, op speciaal
verzoek van ondergetekende, netjes uitgetypt door het
voltallige team van hotel WinselerHof, Luigi's Trattoria en
restaurant Pirandello. Het team sprak de hoop uit - onder de
opsomming van gerechten - op een aangenaam culinaire en
gastvriendelijke (dit woord las ik voor het eerst na
vijfenzestig jaar) avond.
Het
voorgerecht was een serie kleine hapjes van een paté van
zeeduivel met een rucola salade, chutney van mango, een
lassagna van gerookte paling, huisgemaakte spaghetti met
Parmezaanse kaas, truffel crème en verse truffel. De wijn
erbij was een Pinot Grigio, Uve: 100% pinot grigio uit
Trentino. Servaas is middels Paula nogal Italiaans culinair
georiënteerd en memoreerde een recente bruiloft in Siena bij
vrienden. Opvallend was dat de serveerster met
zwarte Perigord truffels op een bordje kwam aanzetten en
daarvan genereus vele schijfjes over een der gerechtjes
schaafde met een - zonder twijfel - speciaal
truffelschaafje, alhoewel ik hiervoor mijn hand niet in het
vuur durf te steken. Ik begon met die truffelschijfjes en
die waren zo sterk van smaak en lekker ook, dat ik verder
niet veel geproefd heb. Met dien verstande dat ik de chutney
van mango met veel tegenzin als laatste liflafje verorberde
en onmiddellijk wist dat deze smaak als een tang op een
varken sloeg tussen de andere liflafjes.
De
Pinot was behoorlijk sterk van geur en smaak en ik zeg nog
tegen de serveerster dat dit voor mij erg welkom was omdat
ik vrijwel alle geur en smaak kwijt was, nu op gevorderde
leeftijd. En dat was het begin van een hilarische blunder
tijdens die memorabele maaltijd.
Het
tussengerecht was een op de huid gebakken filet van zeebaars
met een risotto van paddenstoeltjes (bij navraag
cantharelletjes). Als wijn een Langhe, Uve: 100% Chardonnay
uit de streek Langhe van de Piemonte. Servaas merkte op dat
het erg moeilijk is om een goeie risotto te maken, maar hij
heeft er niet verder over geklaagd.
Terwijl
ik even voor me uit zat te staren over zoveel geluk, schonk
de Limburgse serveerster, die in Weert geboren was en
alleen Hollands sprak, deze tweede witte wijn in en vroeg
mij om te proeven. Enigszins afwezig nam ik het glas en
begon stante pede een ode aan deze tweede wijn, op de mij zo
karakteristieke en spontane wijze. Deze was zo mogelijk nog
mooier, voller en met meer smaken van allerlei noten en
vruchten, dan de vorige zei ik en keek haar triomfantelijk
aan. Ze keek niet terug maar naar Servaas en die zei droog
dat ik nu maar beter eerst uit het grotere glas (er stonden
er drie van klein naar groot) moest proeven, omdat daarin
de nieuwe wijn geschonken was. Ik had de eerste wijn, die
nog niet op was, uit het kleinste glas gedronken en daar
mijn mening over gegeven. Zo snel dat ze er niet tussenbeide
konden komen.
Zo zie
je Peter dat je met een Grote Bek
af en toe behoorlijk onderuit kan gaan in Het Leven.
Servaas
was alleen onder de indruk van de gebakken zeebaars, toen we
al lang op bed lagen en nog praatten over het diner en
andere gewichtiger zaken in Het Leven
van een Opa en zijn Benjamin.
Het
Hoofdgerecht was hertenrug filet met ravioli van blauwe
vijgen en dadels, rode kool met Aceto balsamico en een saus
van rode wijn. De rode wijn was een Chianti classico
Berendenga, 100% Sangiovese (druivensoort) uit de Toscane.
En het hertenvlees bleek mijn favoriete hap deze
avond, behalve die schijfjes truffel dan.
Omdat
tijdens dit gerecht Toine binnenkwam hebben we toen geen
zoet nagerecht, maar een kaasbordje genomen met Taleggio,
een zachte, milde roodschimmelkaas; een Rabiolog Rosmarina,
een ietwat vollere, romige geitenkaas; een Toma di Capra,
een zachte koeienkaas; Parmezaanse kaas, ouder en gerijpter
(van de koe) en en Blu di Capra, een pittige
blauwschimmelkaas van de geit. Ik was niet onder de indruk
en heb mijn portie aan fikkie gegeven.
Toine
ging naar huis toen we het restaurant verlieten en met onze
stomme koppen zijn we afgedaald in de voormalige kelders van
de bokkenrijders boerderij, nu met een catacombenbar. En
daarin twee groepen, een van veel
vrouwelijke verpleegkundigen op uitnodiging van een medisch
bedrijf dat onder andere anale endoscopen produceert (praat
met er niet van), en nog een van elektronische boeren uit
het Brabantse. Aan de tafel van die Mannenbroeders hebben we
Brandts Pilsener volgens het recept van UR Pilsener van de
tap zitten zuipen, onder het mom bier na wijn geeft venijn.
We
konden dus prompt niet in slaap komen tot de kleine
morgenuurtjes en toen de receptioniste belde dat er een
zekere Mijnheer Raymaekers bij de Receptie op ons wachtte om
tezamen het ontbijt te nuttigen werd Servaas onvriendelijk
humoristisch en dat duurde nog enige tijd tijdens het
ontbijt met Toine. We waren kapot, alleen aan mij zag je het
niet omdat ik zoals reeds gezegd nog steeds in de Zevende
Hemel verbleef, over zoveel voorpret bij een jachttrip naar
Limburg, mijn eigenste geboorteland.
Na zoveel lange moeilijke
jaren (zeg nou niet ocharm, beste vrienden).
Terug
op onze kamer werd ik met man en macht in mijn warme
jachtkleding, met extra ondergoed en een fleece er nog
overheen en natuurlijk de met vilt gevoerde,
waterdichte overschoenen met dikke warme sokken, gehesen en
gestouwd. Want het zou de guurste dag van het jaar tot dan
toe worden, zoveel was wel duidelijk van het weerbericht.
Voor jagers ook tegelijkertijd de mooiste dag omdat de
spoorsneeuw lag: het had die nacht voor het eerst gesneeuwd.
Dan mag je weliswaar geen hazen schieten, maar wel jagen,
zei Toine. En hazen waren er trouwens niet of nauwelijks in
het Schaesbergse jachtveld. Hetgeen me aangebracht heeft tot
het verhaal over de jacht zelf, een zo nauwkeurige
beschrijving van het jachtgenot.
WORDT
VERVOLGD na het middagdutje en wordt dan nog veel
spannender.
Hier
ben ik weer beste vrienden na het dutje en nu reeds met
commentaren van Peter en ook Toine naar aanleiding van mijn
verhaal tot nu toe. Hier volgt alvast het commentaar van
Toine Ramaekers als intermezzo en alvorens de eigenlijke
jacht te beschrijven:
Beste Jo,
ik ben begonnen met het lezen van je verhaal. Nog niet
helemaal gelezen, maar ik vind het nu al prachtig. De
gedichten die je gisteren al voorgedragen hebt zijn van een
stijl zoals ik hem van jou niet ken, maar absoluut geweldig.
Ik stuur je deze mail na te zijn "aangekomen" bij de
steentjes in de maag van de duif. Volgens mij is het zo dat
de duif deze steentjes eet waarna ze vrijwel direct naar de
maag worden getransporteerd. De spiermaag wel te verstaan.
Daar helpen de steentjes bij het kleinmalen van het voedsel.
Een duif heeft immers geen tanden (gelukkig maar, anders zou
onze hobby nog gevaarlijk kunnen worden). In de krop wordt
het voedsel enkel voorgeweekt, en in de broedtijd weer aan
de jongen gevoerd (braken). Deze krop is niet sterk genoeg
om, zoals de spiermaag, het voedsel klein te malen. Als je
een duif schoonmaakt tref je toch een keihard orgaan aan.
Dit is de spiermaag. Maak hem maar eens open en je treft
daar allemaal steentjes aan.
Tja, ik ben dan geen bioloog maar zoon van een (voormalig)
duivenmelker.
Toine
Ook het
commentaar van Peter:
Hilgers je bent
fantastisch en je krijgt natuurlijk je geld terug en drie
nieuwe DvD-‘s. Na het drinken op de Adventsparty in
Bonstetten nog even nagesmuld van jouw hoofdstuk 208 in
wording. Grote klasse en bel je morgen, Peter
Wilbert's boederij ligt in een dal en is omgeven door
heuvels met een klein bos boven de akkers en veel geboomte
tussen huizen rondom. De geelbruinachtige grond lijkt op
vettige, kleiige kalkrijke löss wat mij betreft en zal wel
erg vruchtbaar zijn. Het dal loopt door tot een kleine
kasteelruine met een gracht, struikgewas en wat bosschages.
Op de akker naar boven staan drie ronde plastic tunnels ter
bescherming en warmte van en voor aardbeien en ook
frambozen, zei Servaas. Grote aardbeienvelden zijn er ook
onder strak over de grond gespannen plastic, tegen
overdadige groei van onkruid en om warmte in de grond te
houden. De aardbeienplantjes steken er bovenuit. Naar de
bosrand toe boven langs het hellingbos, waar ik ooit eens
met succes op duiven jaagden met Toine samen, staat een
groot veld met kniehoge mosterd.
Wilbert
en zijn vrouw begroetten ons toen we er rond half tien
aankwamen. De hondenman was er met een Cocker Spaniel, een
dartele, actieve, prachtig bruinwit gekleurde hond. Er werd
besloten om mij midden in het veld te zetten op mijn kruk en
met mijn camouflagenet eromheen ter dekking. Uit de wind
achter een van de twee hoge stromijten wel te verstaan, want
er stond een felle koude noordwesterstorm - met afwisselende
buien - over het gedeeltelijk witbesneewde veld. Het was
zonder handschoenen niet uit te houden geweest vanwege de
kou bleek al gauw. Maar de rechter handschoen moest wel uit
om te kunnen schieten en dat leidde tot vertraging en
missers, want de vogels zijn bij zo'n wind bij je voor je
het weet, zeker als je ze te laat ziet en ze van achteren
komen.
Toine,
Servaas en de jager met zijn hond begonnen onder in het dal
door de struiken met bomen vanaf de boerderij richting
kasteelruine te lopen en al gauw zag ik enkele duiven
opvliegen uit het geboomte daar. Een kwam in mijn richting
half voor de wind en op slechts twintig meter hoogte. Met
mijn eerste schot met een dry lok high speed
Winchester patroon met nummer zes hagel, een patroon die
Servaas nog had gevonden bij mijn ouwe jachtspullen, schoot
ik de duif morsdood. Bij het schoonmaken zag ik slechts een
hagelkorrel in de nek bij de schouder van het beestje.
Nu en
dan klonken enkele schoten uit de richting van de jagers en
het was duidelijk dat ze kansen kregen, maar niet erg vaak
en veel. Regelmatig vlogen er duiven boven de bomen
rondom de akker, met name in het dal richting boerderij,
maar slechts af en toe vlogen ze boven het open veld, laat
staan dat er veel binnen schot langs kwamen. Omdat ze ook
nog eens van alle kanten kwamen, zat ik voortdurend op mijn
stoeltje rond te draaien en kreeg ik last van mijn zitvlak.
Schoot af en toe, miste een opgelegde kans op een duif die
recht op me af kwam op nog geen tien meter hoogte, kreeg nog
wat halve kansen en schoot dus helemaal niks meer na die
eerste vogel.
Toen de
jagers bij mij kwamen kijken bleek dat Toine en Servaas
ieder een konijn hadden geschoten en nog enkele keren gemist
hadden. Ze zouden nu nog door het mosterdveld lopen om te
kijken of er een vos in zat. Ze hadden beneden, zegge en
schrijve een fazant gezien en ook het koppel nijlganzen,
waar Wilbert al gewag van had gemaakt toen we
aankwamen. Deze exotische ganzensoort is hier nog zeldzaam
maar het biotoop is dan ook niet zo geschikt en elders in
Limburg net als in het waterrijke Nederland zijn ze sterk in
opkomst en hier en daar zelfs een plaag, zoals in de Anna
Paulowna polder. De driften door het mosterdgroen leverden
niks meer op en we besloten het voor gezien te houden, iets
na het middaguur, na iets meer dan drie uurtjes jacht.
Bij
Wilbert kregen we koffie. Hij kwam erbij zitten, ondanks
alle drukte zei hij, nam een stuk papier en begon te praten
en te schrijven tegelijkertijd. Over de pogingen wildschade
te bestrijden sinds 1993, toen hij begon te boeren hier.
Toen jaagde daar een zekere Portz, een oudere man die het
wild maar moeilijk kon raken. Maar die man was hard nodig
want een gesprek toen met een vertegenwoordiger van de
wildschade commissie van de LLTB ( Limburgse Land- en
Tuinbouw Bond) ter vergoeding van schade had niets
opgeleverd. De jager was verantwoordelijk en
bovendien moesten er over de kool die toen gekweekt werd
netten gespannen worden om voor vergoedingen ten gevolge van
wildschade uit het Jachtfonds in aanmerking te komen. Netten
om vijf hectare met kool te bedekken. Dat was zo kostbaar en
ook tijdrovend dat Wilbert dat niet deed.
Hij probeerde met roodwit lint en met fibertouw (zijn
terminologie) de duiven, fazanten, kauwen, meeuwen en andere
vogels te verjagen van zijn velden, maar het lukte steeds
maar even, totdat de vogels eraan gewend waren.
Vogelverschrikkers werkten nog het beste, maar ook dat was
van korte duur. Zelfs het bepoederen van pas uitgezette
plantjes om uittrekken te voorkomen was onsuccesvol. Kauwen
waren verzot op wormpjes of larven aan de voet van deze
plantjes en trokken soms een heel veld ervan uit. Een
schietapparaat, door Wilbert kersenkanon genoemd omdat het
in kersenboomgaarden wordt gebruikt, hielp ook wel wat, maar
ook dit was opnieuw van korte duur.
Graankorrels (Wilbert verbouwt ook granen) werden gedompeld
in een vloeistof om ze onaantrekkelijk te maken voor de
vogels. Om konijnenschade te voorkomen werd vier kilometer
gaas gespannen, aanvankelijk van een halve meter hoog, later
van meer dan een meter hoog en bovendien ingegraven in een
voor. Het mocht allemaal niet baten en de teelt van
bloemkool en andere koolsoorten moest worden stopgezet. Maar
ook nadat er op aardbeienteelt was overgegaan bleef de
schade nog aanzienlijk en een luchtalarm bracht enige tijd
uitkomst. Een alarmpistool was al helemaal geen remedie.
Gelukkig had jachtvriend Toine de plicht van de jager om
schade te voorkomen inmiddels overgenomen van de oude heer
Portz. En dat had wel zoden aan de dijk gezet, want Toine
kwam bij oproep en schoot als een scheermes zei Wilbert en
beaamd door mij. Het wild werd nu redelijk in toom gehouden.
Niettemin was er onder in het dal richting kasteel sprake
van veel konijnen ondanks alle ziektes, gezien de
plaatselijk grote hoeveelheden keutels. Dat er nu slechts
twee werden geschoten en nauwelijks meer werden gezien, lag
aan het feit dat ze met zo'n hondenweer graag beneden bleven
en ook omdat er nog veel groen aan de bramen zat, zodat hond
en mens moeite hadden ze te speuren.
De ene
jager is de andere niet als het er op aankomt wildschade te
bestrijden, vooropgesteld dat ze tijd genoeg ter beschikking
hebben om op afroep van de boer naar het veld te komen. De
ene boer is de andere niet als het er op aankomt de beste
bestrijding in te zetten tegen de schadelijke wild- en
andere soorten. Ik denk dat de combinatie van Wilbert en
Toine genomineerd dient te worden voor een prijs, uit te
loven door de KNJV voor het meest succesvolle jager-boer
koppel tegen wildschade. Dat vermindert de kosten van de
belastingbetaler die anders via de financiële Flora en
Faunawet voorzieningen tegen wildschade uitgekeerd dienen te
worden. Misschien moet zo'n prijs door KNJV samen met de
provinciale Fauna Beheereenheid (FBE's) worden uitgeloofd
Nog
sterker, er zou bij de jachtcursus veel meer aandacht
besteed moeten worden aan wildschade bestrijding, waarbij
boeren met veel ervaring, zoals Wilbert aan het woord zouden
moeten komen. De vele mogelijkheden ter bestrijding zouden
mijns inziens in een van de lessen uitvoerig aan bod moeten
komen, ook al is dat in principe het werk van de boer. De zo
opgeleide jagers zouden dan behulpzamer als voorheen kunnen
en moeten zijn en de boer met raad en daad bijstaan, zeker
als hij als jager weinig tijd heeft om zelf de schade met
het geweer te bestrijden.
Schade
door vossen heb ik nog niet genoemd, maar op dit moment is
het zo dat de vossen, over het plastic lopend dat de
aardbeien bedekt, met hun scherpe nagels gaatjes in de
folie maken,waaruit dan onkruid groeit. Vossen eten in het
voorjaar als ze jongen hebben ook de eerste rijpe aardbeien,
maar die schade valt wel mee volgens Wilbert. Toine heeft
hier veel vossen geschoten, vooral tijdens het maaien van
het graan en dan soms wel eens vijf of zes in een keer.
Wilbert heeft wel eens tegen Toine's zin met een strik een
vos voor een nieuwgebouwde burcht proberen te vangen, met
als resultaat een vossenstaart zonder vos eraan. Pas later
schoot de jonge Portz met enige verbazing, de staartloze
vos, bij het maaien van het graan. Een duidelijk geval van
dierenmishandeling uit nood geboren.
Bij May
van der Toeere
op het marktplein van Eygelshoven gingen we wat eten. Ik
logeerde meer dan eens in zijn cafe pension als ik vanuit
Indonesië op vakantie kwam naar Nederland en Toine en zijn
vrienden in Limburg bezocht. Het weerzien was emotioneel en
gezellig. Bij Toine haalden we de diepgevroren porties van
een half wild zwijn op en vanaf zijn huis reden we richting
noorden naar Heinsberg, de dichtsbijzijnde
Kreisverwaltung, om onze Duitse jachtaktes op te halen.
Daar namen we afscheid van Toine en begon de terugrit met de
Opel Corsa, een oud beestje zoals even later bleek, op
autoweg nummer 61 richting de Nederlandse grens bij Venlo.
Bij
Mönchengladbach begon de auto te horten en te stoten, niet
alleen meer van de verschrikkelijk harde wind. We reden van
de autoweg af om nog net een tankstation bij een
winkelcentrum te halen. De ANWB wilde niet helpen omdat
Servaas geen buitenlandverzekering had. Ze verbonden ons met
de Duitse Wegenwacht. Die wilde wel komen maar dat zou nu
bij dit hondenweer - want het waaide en regende
verschrikkelijk - tijdens het vrijdagavondspitsuur, wel een
uur duren. Omdat de auto het toch weer ging doen, om
onverklaarbare redenen, reden we weg van die plek, om enkele
kilometers verderop langs de snelweg weer tot stilstand te
komen, gelukkig vlakbij een praatpaal.
Daar op
een gevaarlijke plek langs de volle autobaan met ontzettend
veel vrachtverkeer, terwijl het donker begon te worden,
werden we binnen het half uur geholpen en kreeg ik een
oplaadapparaat op mijn schoot, verbonden met de accu, zodat
we stroom hadden en door konden rijden tot een afslag waar
we onder een brug minder gevaarlijk zouden kunnen parkeren.
De generator, de dynamo, was niet in orde en de accu
leeg. De wegenwachter zou ons eerst nog even verlaten voor
een andere klant en daarna terugkomen om ons te begeleiden
naar de Nederlandse grens. Omdat de spanning vrij hoog
bleef na het korte stukje van twintig kilometer naar de
grens zou het wellicht mogelijk zijn om Leusden en Amsterdam
te bereiken, maar een garantie gaf de Duitse mecanicien ons
niet. Ik gaf hem dertig euro voor de moeite. Een behulpzame
vriendelijke Duitser was het.
Toen
begon het te sneeuwen. De regen ging over in natte sneeuw.
De wind bleef stormachtig. Ten noorden van Venlo op weg naar
Nijmegen begon het harder te sneeuwen. Het werd een
regelrechte blizzard
zoals ik mijn leven lang nog niet had meegemaakt. Er was
niet veel verkeer op de wegen naar het noorden, hetgeen ons
verbaasde omdat we via Vincent en vrienden van Servaas al
hadden gehoord dat er 1000, later 800, nog later 600
kilometer file stond in Nederland. We twijfelden eraan door
te rijden en stonden verschillende keren op het punt,
bijvoorbeeld bij Cuyk, om een hotelletje op te zoeken.
Servaas reed hoog in de derde versnelling omdat we het idee
hadden dat dit het beste was om de spanning in de motor te
houden. Niemand reed meer harder dan 70 tot 80 kilometer per
uur. Hier en daar reden al strooiwagens met hun gele
knipperlichten. Het leek futiel bij zoveel sneeuw.
Maar we
reden door ondanks de aankondiging dat de A50 tussen
Nijmegen en Arnhem afgesloten was, althans geblokkeerd
door een file van niet minder dan 18 kilometer, hetgeen ook
op een verkeersbord werd aangegeven bij de oversteek van de
Waal, na kruispunt Ewijk. Maar de weg bleef leeg tot onze
opperste verbazing, totdat we na de afslag Wageningen (die
we achteraf hadden moeten nemen om eerder thuis te zijn)
toch in een file terechtkwamen, niet ver van de A12 ten
westen van Arnhem. Hier lag ijs onder de sneeuw in de
autosporen en het was er glad. Het oponthoud duurde gelukkig
maar twintig minuten want van zuid komend stond er geen file
in de richting van Utrecht. In tegengestelde richting wel,
op de A12 tot bijna bij Maarsbergen, waar we eraf gingen
naar Leusden. Het laatste stuk was zonder sneeuw op de
rijweg, het regende, maar nog steeds met veel wind.
De hele
rit heb ik schietgebedjes opgezegd dat die verdomde dynamo
het maar zou uithouden. Servaas liet bij aankomst in
Leusden de motor draaien om niet te hoeven starten. Om de
achterklep open te maken had hij gelukkig en reserve sleutel
in zijn zak. Ook hij is thuisgekomen in Amsterdam zonder
verder oponthoud, omdat de A1 in westelijke richting geen
file problemen kende. Alleen in oostelijke richting was het
een ramp. De volle omvang van de ramp begrepen we pas de
volgende morgen bij het Nieuws op TV.
Vooral
rondom Apeldoorn konden vrachtwagens op zomerbanden geen
heuveltje meer op en bleven simpelweg steken. Dit kwam door
het ijs onder het sneeuwdek, het was te glad geworden. Door
de enorme sneeuwval waren bovenleidingen van het Spoor
gebroken en waren er grote problemen ook met het
treinverkeer vooral bij knooppunt Utrecht, niet alleen
in het autoverkeer dus. Hier en daar waren ook
hoogspanningskabels door de sneeuwlast gebroken en viel de
elektriciteit uit, zoals in Haaksbergen bij Arnhem, waar het
drie dagen duurde en met noodaggregaten gewerkt moest
worden.
Dat was
op vrijdag, terwijl op zaterdag diezelfde depressie vooral
in het Duitse Munsterland huishield en daar voor zo mogelijk
nog meer overlast zorgde. Iets ten noorden van het Duitse
grensgebied grenzend aan Limburg, waar wij vandaan kwamen de
dag tevoren. Als ik ooit meerdere keren geluk bij een
ongeluk heb gehad, dan was het nu wel. Een memorabele
jachttrip, goed voor drie dagen schrijfwerk, want het is
inmiddels maandag tegen het middaguur.
Met
vriendelijke groeten van Jo, de jachtexpeditielei(ij)der
Goedemorgen Jo,
Jullie hebben wel een avontuur beleefd vrijdag! Wat een
verhaal. Gelukkig zijn jullie niet bevroren langs de
snelweg.
Ik wil je even bedanken voor het heerlijke wild zwijn vlees.
We hebben gisteren een stuk rug filet klaargemaakt. Lekker
met een mosterdsaus, gekarameliseerde uien, aardappelpuree
en rode kool. Helemaal traditioneel en erg lekker.
groetjes,
Paula Bohlan
|