Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.

10 februari 2003


Franz Joseph Hilgers Zaliger
 

Beste Peter,

Hardlopers zijn doodlopers zei mijn Vader Zaliger altijd, maar ik hoop dat dit nu niet het geval is. Ik hoop dat het een plezier voor me blijft naar jou te schrijven over de dingen van alledag en daar af en toe het verleden bij op te rakelen, een verleden van waaruit dit alles is voortgekomen..
 
Franz Joseph Hilgers Zaliger rechtsbuiten was van De Voetbalclub Herkenbosch en nam altijd de penalty (penantie) mocht nemen voor zijn club en ook omdat mijn zoons Servaas Joseph en Vincent Frans jarenlang hebben gevoetbald bij de Amsterdamse Football Club (AFC) in Amsterdam Zuid, de oudste in het land dacht ik!
Zelf heb ik natuurlijk ook wel gevoetbald, maar nooit in competitie verband. Ik ben een tennisser en broer Frans een hockeyer.
 
Intussen hoor ik van Toine Ramakers dat hij mijn oude verhalen over Orchideeën (die ik niet meer had en die een onderdeel waren van mijn hoofdvakscriptie Vegetatiekunde, ja, ja Peter ik ben ook een beetje een botanicus) ooit gepubliceerd tegen het einde der zestiger jaren in "Het Natuurhistorisch Maandblad" van Maastricht kan laten kopiëren, voor niet al te veel geld en ook een aantal verhalen die van mijn hand verschenen in "De Sportvisser", ook uit die tijd, toen ik nog biologie student was na mijn kandidaats in Utrecht en trouwens ook al werkzaam was - in het kankeronderzoek - op het Antoni van Leeuwenhoekhuis in Amsterdam

Niet zo gemakkelijk te achterhalen zijn de columns in Het Limburgs Dagblad uit diezelfde tijd, die mijn vader schreef voor iedere zaterdagse krant (een halve pagina, samen met de Limburgse Duivenmelkers die de andere helft hadden) een aantal jaren vlak voor zijn dood toen hij al longkanker had, veroorzaakt door dat oneindige gerook van hem, een column die ik dus overnam na zijn dood en vanuit het Utrechtse schreef. Ik kreeg er honderd gulden voor per maand, een vorstelijk salaris voor een student met een studiebeurs van fl 1200,- per half jaar.
 
Die kranten zouden alleen nog op fiches aanwezig zijn bij de Gemeente Heerlen en volgens Toine is het een hels karwei om die weer te kopiëren. We zoeken dus naar een instantie die die oude kranten nog bewaard heeft van waaruit de artikelen gekopieerd kunnen worden.

En ach Peter, nu hier weer een nieuwe generatie voor de deur staat, wat zeg ik al op de stoep ligt, en mijn dochter Christine Gertrudis - in het voor mij nu zo verre Amstelveen - ook elke dag kan bevallen van een kleine is het misschien leuk voor jou - en ook de kinderen en alle Hilgersen - om iets te vertellen over Franz Joseph. Hij werd geboren in Herkenbosch in het Jaar des Heren 1910 en hij stierf 60 jaren oud in 1970 in Hoensbroek in zijn eigen huis aan longkanker, toen het binnenin kapot ging en hij stikte in zijn eigen bloed dat in een grote stroom uit zijn mond kwam, terwijl ik zijn hand nog vasthield. Kanker is iets vreselijks, vooral van en in de longen. De helft van alle doden aan kanker in de wereld is het gevolg van roken en het merendeel daarvan is longkanker. Hij had die hele slechte stickies uit de oorlog nog gerookt.

Als jongen werkte hij in de pannenbakkerijen langs de Maas bij Tegelen, maar na Gertrudis Maria Smeets uit Posterholt te hebben getrouwd, trok hij naar Zuid Limburg om te gaan werken als portier bij de Staatsmijn Maurits. Later werd hij Chef Portier op de Staatsmijn Emma en vertrokken wij vanuit Kerensheide naar Hoensbroek naar de Voltalaan. Hij kocht een stuk grond en bouwde in eigen beheer een huis aan de Hommerterweg 159, ook in Hoensbroek. Nu nog woont kind nummer vier, broer Louis, in dat ouderlijk huis, samen met zijn Marijke en hun dochter Nianthe. Er waren vijf kinderen, van mij als oudste, Joseph, tot en met Harrie, Frans, Louis en Marie Jose, waarover later meer, alhoewel ik het al over Harrie heb gehad.

Vader was een stroper toen hij jong was en gooide hazen dood met een jeu de boule bal in het leger of sloeg ze dood met een stuk hout, vooral als de spoorsneeuw lag en met mij nog als jongetje van zes jaar oud. Ik herinner het me nog als de dag van vandaag, die eerste keer dat ik achter hem aan vanuit de bosrand de witte akker in liep waar een haas die nacht het bos verlaten had, goed te zien aan de verse prenten in de sneeuw, die nacht gevallen. Op het punt gekomen waar hij het haas zag liggen - en die keek in onze richting - gebaarde hij dat ik moest blijven staan, terwijl hij in een cirkel om het haas begon te lopen, die echter, stom genoeg natuurlijk, alleen mij in de gaten bleef houden. Achter het haas gekomen maakte Vader drie, vier snelle grote stappen en sloeg het beest halfdood in het leger en vervolgens met een slag achter de oren helemaal dood.

Dat was dus het Kerstmaal van het grote gezin uit het Rijke Roomse Leven, met een mager inkomen, waarvan Moeder (Gertrudis, eerst Troutje, toen Trui en later Truus, steeds "sjieker") zo spaarzaam was.

Maar bovenal was Vader een sportvisser. Ik was de oudste en zijn lieveling en fietste met hem mee, helemaal vanuit Hoensbroek naar het Julianakanaal en de Maas waar we visten  op de alver (aubel), grondeling (geuf), voorn (rutsj), meun (moon), baars, karper, barbeel (berf), sneep (koemoel), snoek (schnook), paling en andere vissen.


 

En Vader was een belangrijk man in het plaatselijke verenigingsleven, vooral de sportvisserij clubjes in de regio en later de hele provincie. Hij werd uiteindelijk de belangrijkste man in heel Limburg en zijn grootste wapenfeit was, dat door zijn toedoen de Droomvijver werd gegraven, een grote plas water voor hengelaars in het moeras bij Kasteel Hoensbroek, in de oostelijke mijnstreek waar vrijwel geen viswater was. Dat was in het begin van de zestiger jaren en tot voor kort was zijn foto nog te zien in het clubhuis waarbij hij de eerste spade in de grond stak voor de graverij. Voor mij is het een bedevaartsoord geworden, die mooie plas bij dat mooiste moeraskasteel van Nederland.


Hij was een bekend man in het Limburgse en bij zijn dood verscheen er een Memoriam in "De Nederlandse Sportvisser" van de hand van de hoofdredacteur, dat ik je niet wil onthouden en hier laat volgen omdat het zijn karakter zo goed weergeeft.am Franz Hilgers (De Sportvisser, 1971)
 
Veel te vroeg (als zestiger) werd de Limburgse pionier Franz Hilgers van ons weggenomen. Nog onlangs organiseerde hij met zijn laatste krachten het wereldkampioenschap aan het Julianakanaal. Hij was een hengelbestuurder met roeping. Al voor de oorlog schiep hij eenheid aan het door de 40 clubjes verdeelde Julianakanaal. Hij stond huizenhoog boven de platvoerse en enge dorpspolitiek. Hij dacht al aan beheerseenheden en federaties, toen de werphengel zijn zegetocht nog niet begonnen was. Hij wist met veel liefde en tact voor de sport onverzoenlijke bijeen te brengen. Hij was de grootste man, die de AHB (Algemene Hengelaarsbond) ooit in Limburg had. De eenvoud zelf, maar met een geloof in de goede zaak, die bergen zand verzette om viswater te maken voor zijn dankbare Broeders in Petrus.


 


 

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz