Een
jachttraditie in ere hersteld
of
Terug in de Oukooper polder bij de Vinkeveense Plassen
Beste Peter,
Na de eerste jachtdag van het nieuwe
grote seizoen op zaterdag de 15de october bij Jan
Tijssen in de Anna Paulowna polder, heb ik gisteren op
zaterdag de 22ste genoten van een tweede jachtdag, nu in
het veld van Willem van V. en Henk W. en met Jaap van E.
en Henk P.
Omdat Jaap niet jaagt waren we dus
met vier geweren, terwijl hij functioneert als drijver,
vooral eendenophaler en hazendrager, plus
rubberboottrekker. Zelf zegt hij dat hij als jachthond
gebruikt wordt, maar met een zelfgenoegzame en intens
gelukkige lach op zijn gezicht. Ik vermoed dat hij meer
geniet van de jachten met dit clubje dan de
geweerdragende anderen. Bij de zeventig die baas, maar
oersterk en altijd in goed humeur. Misschien wel mijn
beste vriend ooit. En ach, hij is er geboren in deze
contreien, hij is een rasechte Wilnisser die nu in
Uithoorn woont met zijn lieftallige Trees, het mooiste
lot uit zijn levensloterij.
Zijn pleidooi bij de tachtigjarige
Henk W., die ik inmiddels al wel vijftien jaar ken en
nog steeds tot mijn vrienden mag rekenen, om mij weer
mee te nemen, gaf de doorslag. Ik had al gebedeld bij
Henk W. zelf en Willem van V., die je wat mij betreft
ook Willem Goedbloed mag noemen en mag beschouwen als
het broertje van Joris. Ik belde hem nadat ik zo'n vijf
jaren weg was geweest. Voor die tijd jaagden we
jarenlang tezamen in zijn jachtvelden - van toen wel
achthonderd hectaren groot -voornamelijk gelegen in de
polders van Kockengen bij Wilnis rond zijn huis, maar
ook in de Oukooper Polder ten zuiden van de zuidelijkste
plas van de Vinkeveense Plassen. Jachten van het oeroude
Hollandse polderlandschap met voornamelijk grasland en
met veel water ertussen.
Mooier kom je open jachtvelden in
Nederland nauwelijks tegen. En er wordt altijd wild
geschoten, voornamelijk hazen en eenden, maar in het
laatste decennium zijn daar ook ganzen bijgekomen. Grote
grauwe ganzen die als je ze schiet onveranderlijk vet
zijn, omdat ze nu eenmaal gras eten en dat is in
Nederland groener dan waar ook elders ter wereld,
nietwaar beste Peter? En zo nat en laag gelegen is dit
land, dat geen vos er zijn burcht kan maken en de
concurrentie met de jager kan aangaan. Ze zijn er niet
of nauwelijks en dat is dus maar goed ook.
Het weer was ideaal gisteren. Een
stevige zuidwesten wind zodat de eenden, smienten en
ganzen, laag moesten blijven om tegen de wind in te
"roeien". Met laag bedoel ik niet hoger dan ca. dertig a
veertig meter en dus binnen de schootsafstand van een
hagelgeweer. Het regende bij ons niet, alhoewel er
elders wel wat buien vielen. Het was eindelijk niet meer
te warm en nu rond de vijftien graden Celcius. Het
seizoen op de hazen was net open en na de fantastische
seizoenen van vooral het extreem warme en droge jaar
2003, maar ook nog 2004, waren gisteren en zijn de voor
de rest van het seizoen, verwachtingen hoog gespannen.
Dinsdag jongstleden werden er al negentien hazen
geschoten bij Willem van V. voor zijn huis in Kockengen,
een drietal smienten (net als ganzen graseters) en ook
twee volle eenden zoals wij jagers ze noemen, de gewone
wilde eend, een alleseter van dierlijk en plantaardig
voedsel.
Eerst had ik Henk W. uit Hilversum
gevraagd of ik weer eens mee mocht, toen Willem, en pas
nadat die ja had gezegd, Henk W. opnieuw, die wat
mopperde en zei dat hij het met Willem zou opnemen. Even
later kreeg ik van Jaap van E. het "bevrijdende"
telefoontje dat ik mee mocht. Ik moest me in Hilversum
op de Utrechtse weg bij Henk W. melden om kwart over
acht in de morgen. Hij had Henk W. ervan overtuigd dat
hij mij niet op de nek hoefde te nemen.
Ik was in de Zevende Hemel en besloot
om Jaap van E. te vragen om mij na afloop van de jacht
mee naar zijn huis in Uithoorn te nemen, om Henk W. in
de middag niet nog meer tot last te zijn en zodat ik wat
wild kon meenemen (Jaap krijgt dat allemaal mee en maakt
dat direct na de jacht heel snel en vakkundig schoon;
hij trekt hazen hun jasje uit in wereldrecordtijd). Dan
zou Servaas, mijn jongste, me kunnen oppikken (hij zou
gaan vissen op de Ringvaart onder Lijnden met vriend
Klaas) en het wild verdelen over mijn drie kinderen, dus
ook Christine en Vincent wat geven.
Daarmee zou een belangrijk deel van
mijn traditionele Nederlandse leven - van voor Indonesië
- weer hersteld zijn. Daarmee zou een traditie en
herinnering terug zijn, waar ik ongelooflijk aan hecht
op dit moment. Daarmee zou een deel van het goeie ouwe
leven weer terug en nieuw zijn.
Om half acht reed ik bij Henk W. het
erf op. Drie kwartier te vroeg, maar gelukkig was Marcel
al op, zijn enigszins plechtige, gedistingeerde,
duidelijk-in-hoger-kringen verkerend-hebbende, altijd op
het juiste moment spraakzame butler, zijn baas naar de
mond kijkend, knipogend naar mij als die wat harder
bromde dan gewoonlijk.
Het was gelijk raak toen Henk W. al in zijn kleren de
slaapkamer uit kwam schuifelen. Zijn kop stond (nog)
niet naar een dubbele kankerlijer met een grote mond en
toen ik al gauw een gedicht inzette riep hij: "Stop jij
brutale rakker, hou je mond en blijf stil zitten". Pas
na zijn croissant met jam en een kop koffie begon hij
tot leven te komen. Voor de Telegraaf had hij geen tijd.
Mijn gedichtenbundel lag naast hem op
de keukentafel. Op mijn vraag hoe hij ze vond, knikte
hij goedkeurend en zei: "Mooi"! En ook, dat ik ze ook
maar aan Henk P. en aan Willem van V. moest geven, net
als mijn verhalenbundel. Het ijs brak langzaam en toen
Henk P., Henk W.s jachtmaatje en chauffeur uit het
Hilversumse er was, begon het stangen af te nemen.
Overigens zal Henk P. het niet laten om mee te stangen
met Henk W., maar Marcel houdt zich dan wijselijk kalm
zoals het een echte butler van enige stand betaamt. Weet
jij trouwens of Olivier B. Bommel een butler had beste
Peter? Zo ja dan moet hij op Marcel geleken hebben, dat
kan niet anders. Of had Bommel Tom Poes als alternatief
voor een butler?
De grote Fourwheel, of moet ik zeggen
aso-SUV, het nieuwe woord van de arme jaloerse
Nederlanders voor dit soort auto's der rijken, had een
rubberboot op zijn dak, die vervaarlijk trilde en geluid
maakte tijdens het rijden, zeker als de tachtig werd
overschreden. De boot was mee omdat tijdens drijfjachten
op hazen, sloten overgestoken moeten worden. Hij liet de
boot daarom bij Willem van V. in Kockengen achter na de
jachtdag. Toen had Jaap van E. dat ding al wel een
kilometer lang door sloten getrokken.
Jaap van E. stond er al, tussen de
Knet en de Boerderij, toen we er aankwamen. Ganzen en
eenden in grote getale aan de lucht. Het land en water
lag er nog bij zoals ik het me herinnerde. Zoals in het
gedicht dat ik destijds maakte en dat ik hier ter
herinnering ook voor jou en mijn trouwe dagboeklezers
opneem.
Een oude
hoogstamboomgaard achter de boerderij
Goudrenetten, Gieser Wildermannen, stoofperen en zelfs
met pruimen erbij
Een nog oudere zwartgeteerde open zwaluwenschuur achter
het huis
En de onvermijdelijke katten op jacht naar een malse
muis
Grasland
polders met hekken, sloten en tochten
Het gebied bij Vinkeveen waar Willem met Henk en Jaap
jagen mochten
Daar eten we onze lunch in een boerenschuur, daar voelen
we ons thuis
Daar jagen we voor ons plezier maar niet zoals een kat
op een muis
Er is daar
een watertje dat de Knet wordt genoemd
Een ruilverkavelingssloot bij jagers en vissers bekend
en beroemd
Want behalve enorme brasems, karpers en snoeken onder
water
Vind je daar eenden en ganzen van alle soorten op het
water
Een
eenvoudige hut met stokken en een camouflagenet
Is ons geheime goed verstopte jachtplekkie langs de Knet
Want in een vlakke Hollandse polder
Is jagen en rondlopen zonder dekking je reinste kolder
Dat levert
niks op want eenden zien je zelfs door een heg
Voor een boer met klompen vliegen ze niet weg
Maar een jager hoeft zijn gezicht maar te laten zien
Of ze zijn gevlogen zonder te tellen tot tien
Onze
tableaux ook in de hazentijd waren nooit te groot of te
klein
Eenden en hazen bij elkaar was nooit meer als een a twee
dozijn
Zo bleef en blijft de wildstand tot de dag van vandaag
Nooit te hoog en nooit te laag
Terwijl ik nog in de auto zat werd
een Plan de Campagne de la Chasse gemaakt en werd
besloten dat Henk W. en Henk P. in de hut aan de Knet
zouden jagen, de eerste uren van de morgen, terwijl Jaap
van E. daar zou helpen met het opdoen van de eenden en
de nazoek van het geschoten wild. Ik werd achter een hek
geplaatst op mijn naar zou blijken te lage jachtstoel,
die eigenlijk een makkelijke karperstoel is en geen hoog
maar ongemakkelijke jachtdriepoot. Ietwat buiten de
richting die de smienten en eenden zouden vliegen, van
de Knet naar de watertjes rond de boerderij, richting de
Vinkeveense kerktoren en parallel aan de Plassen.
Een wolk van honderd tot tweehonderd
smienten - net terug uit noordelijke broedstreken - en
andere eenden, kwam omhoog gevolgd door enkele salvo's
van in totaal tien tot vijftien schoten uit de geweren
van de beide Henken. Ik kreeg geen kans, maar kon later
twee keer schieten op een eend en een duif, overigens
zonder succes. Het bleef nog een uurtje heen en weer
vliegen en inmiddels waren in de richting van Vinkeveen
steeds meer vluchten van grauwe ganzen en ook enkele van
nijlgansen, aan de typische wegwaaiende Hollandse
witgrauwblauwe hemelse luchten verschenen. Bij ons
trokken ze toch nog te hoog over.
Ze kwamen me met beide auto's ophalen
om te verkassen naar de boerderij met zijn boomgaard en
lange hazendriften erachter. Willem die ik nog niet
gezien had, had zich verschanst in een bosschage een
halve kilometer verderop precies in de richting van de
markante kerktoren van Vinkeveen. We dronken koffie op
een bank aan de zwaluwenschuur. Leen de boer verscheen
nog even. De walnoten waren op en er lag er niet een
meer onder de grote oude boom. Valfruit, zoals appels en
peren lagen er des te meer, vaak ook aangevreten door
het wild hier. Er werd een kopje koffie gedronken, wat
gepraat en gestangd en ik keek naar paddestoelen onder
de eeuwenoude rij statige berken, waarlijk prachtige
zilverwitte bomen van flink postuur. Goeie God wat houd
ik toch van berken.
En ja hoor, Russula nitida, de kleine
berkenrussula, stonden er al oud te worden. Nooit gezien
die paddesntoel, tot nu toe, maar ik kende de naam al
uit de boeken: alleen onder berken op vochtige plaatsen.
En zacht op de tong, dus goed eetbaar zoals je inmiddels
wel weet na al mijn mycologische lessen, goede vriend.
Twee onsjes russula's was het eerste wild op een pootje
dat op het tableau kwam naast de twee eenden van de
ochtendjacht en dat kostte geen enkele patroon.
Terwijl Henk P. en Jaap van E. door
de polders achter de boerderij hazen zouden gaan oplopen
ging Henk W. bij het hek achter de boomgaard aan de
overkant van een grote trektocht zitten, terwijl ik
midden in de boomgaard werd geplaatst. Precies bij een
heksenkring van zes meter doorsnede van
weidechampignons, hetgeen nog eens een emmer vol
paddenstoelen opleverde. Waarschijnlijk was de
ontwikkeling van de zwamvlok begonnen op het moment van
aanplant van deze nu verwaarloosde en niet bemeste
boomgaard tegen het einde van de negentiende eeuw, dus
meer als honderd jaar geleden. Zonder groeiobstakels een
perfecte ronde kring van een zwamvlok en haar
vruchtlichamen, die dus ook meer als honderd jaar oud
moest zijn. Misschien dus wel een van de oudste
schepselen tussen Wilnis en Vinkeveen, als er niet
ergens een heksenkring van nog grotere diameter stand
had weten te houden. Of een hele oude boom van meerdere
honderden jaren oud de woelige laatste
ruilverkavelingseeuwen had overleefd.
Er werd achter me regelmatig
geschoten en ook ik kreeg enkele kansen die ik helaas
allemaal verprutste. De wind kwam van voor me en de
vogels tegen de wind kwamen van achter over de bomen en
pas goed in zicht als het te laat was. Maar ik was ook
niet op schot. Toen de drie zich verplaatsten naar de
weien voor me bleken er nogal wat hazen op te komen die
onder andere door Willem van V., die ver weg in het
bosje richting Vinkeveen zat, geschoten werden. Hazen
die terugsloegen nam Henk W. vakkundig te grazen en ook
Henk P. in de drift lopend schoot er enkele. Achter bij
Willem zag ik een gans vallen. Er vlogen er veel en ook
de eenden bleven vliegen, ook al omdat op meerdere
plaatsen gejaagd werd in deze contreien, deze tweede
zaterdag in het nieuwe seizoen. Dat houdt de vogels in
de lucht en schept kansen zei Willem later.
Twee hazen kwamen mijn kant op maar
bogen buiten schot af, zodat mijn tableau nihil was.
Maar de anderen hadden bijelkaar zes hazen, zes eenden
en twee grote grauwe ganzen geschoten, die allemaal door
Jaap van E. werden meegenomen, op een jonge grauwe gans
na voor Henk P. Vijf waren er niet binnen. Niet meer te
vinden door Jaap. Een goede jachthond wordt node gemist
door het cluppie. "Had ik die Heidewachtel toch maar
gehouden", fluisterde hij me toe
Willem kwam met Jagermeister waarvan
ik er snel een stuk of drie achterover sloeg, waarna
mijn spraakwaterval weer op gang kwam, na het
gebruikelijke inleidende gestang van Henk W. Maar zoals
eerder gezegd, het ijs was weer gebroken en oude
verhalen herleefden in onze gemeenschappelijke
herinneringen. Weet je nog.....? En toen die keer....!
Hoeveel hazen kwamen er eigenlijk
weg? Minder dan zes, dus alles bijelkaar een wat mindere
hazenstand dan vorige jaren. Maar eenden, smienten en
ganzen volop. Schitterend weertje. Henk W. was in zijn
sas. Hij vergat te mopperen. Hij lachte weer en genoot,
onze Methusalem van tachtig, onze Gouden Bok met
zilveren manen en een rood baby face omdat hij zijn ouwe
huid eraf had laten halen. Daar zat te veel kanker in
vond hij. Dus vernieuwen die hap. En ach waarom ook niet
beste Peter, in deze tijd van ongelooflijke medische
wetenschap, die er toe heeft geleid dat deze dubbele
kankerlijer nog springlevend is en jaagt dat het een
lieve lust is.
Servaas was om half vijf bij Jaap en
Trees van E. thuis. Hij had een snoekbaars verspeeld en
een gigantische Chinese wolhandkrab gevangen in de
Ringvaart aan een worm. Had hij teruggegooid, tot mijn
ongenoegen, dat ik dan ook prompt uitsprak. In het
nieuws hadden we namelijk beiden vernomen dat het
commercieel aantrekkelijk is geworden om de Chinese
wolhandkrabben die ooit als exoten (zo noemen wij
biologen allochtone dieren) de Nederlandse wateren
veroverden en gevreesd worden om hun fuikenkapotbijterij,
door beroepsvissers te vangen en te exporteren, vanwege
die gele krabbendrab in het achterlijf, waar Chinezen
verzot op zijn.
Ben jij nu een zoon van je vader, de
grote bioloog, vroeg ik hem? Zou jij die gele lekkernij
niet eens willen proeven? Wat Chinezen lekker vinden,
vinden wij ook lekker (denk ik want ik at er al gebakken
sprinkhanen, hele rijsteveldvogeltjes in een hap,
slangen, dassen, kikkers en naakte honden). Hij keek me
aan en zei dat zijn vriend Klaas hem al had gewaarschuwd
dat ik dit zou zeggen. Die Klaas heb ik pas een keer
gezien - toen we visten aan de Eem - en die heeft me nu
al door. Ik mag die vent.
Jaap maakte het wild inderdaad in
recordtempo schoon en we kregen alles mee naar Leusden,
waar Servaas een haas voor mij "stukkerde" (zoals wij
Limburgers zeggen), tot hazerug, voor- en achterpoten en
afsnijdsels zoals stuit en ribbenkast, voor de
hazepeper. Voor jou om hier klaar te maken als je naar
Nederland komt de volgende keer. Ook een eend werd
ingevroren terwijl op dit moment mijn thuiszorgdame de
gekoelde hazelevertjes voor me klaarmaakt als
alternatief voor een magnetron maaltijd. Gesmoord in
zachte stukken, in spekkies met ui en gepelde tomaat met
een beetje olijfolie in de koekepan met de deksel er op,
om het vochtig te houden. Lever moet je nu eenmaal niet
hard bakken, dan wordt hij gauw te droog vind ik.
Voor Vincent en Linda waren er twee
oude hazen en een oude gans, want daar wordt Indisch
gekookt en dat betekent dat het gaarder dan gaar wordt
klaargemaakt en behoorlijk gekruid natuurlijk. Voor
Christien en Marcel waren er twee eenden en voor Servaas
zelf een driekwart mals haasje voor hem en Paula alleen
- een tete-a-tete dineetje - en twee volle hazen voor
het jaarlijkse diner met vrienden in een gezelschap van
vier paren, met zijn achten dus.
Spierpijn in mijn bovenbenen na een
lange nachtrust is wat er nog over is van mijn jachtige
physiotherapie van gisteren. Mijn verhaal vers van de
pers is klaar op het nakijken na. Ik leef weer, maar
Jaap waarschuwde dat ik me niet moet forceren. Maar dat
heb ik altijd al gedaan, beste Peter. Altijd heb ik me
geforceerd. En veranderen kan niet meer, desnoods sterf
ik in het harnas midden in de jacht aan een appelflauwte
(oud woord van mijn moeder).
Als ik in de Hemel ben vraag ik
God-de-Vader om mij bij wijze van plezier af en toe
stiekem te laten afdalen naar Wilnis om daar te mogen
jagen met het hagelgeweer, liefst geholpen door een
sterke Engel, als ik dan nog steeds slecht ter been zou
zijn.
Met vriendelijke groeten mijn beste
vriend van,
Jo de lyrische jager die weer volop jaagt en leeft.