Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.

Hoofdstuk 197
23 october 2005

Een jachttraditie in ere hersteld
of
Terug in de Oukooper polder bij de Vinkeveense Plassen

Beste Peter,

Na de eerste jachtdag van het nieuwe grote seizoen op zaterdag de 15de october bij Jan Tijssen in de Anna Paulowna polder, heb ik gisteren op zaterdag de 22ste genoten van een tweede jachtdag, nu in het veld van Willem van V. en Henk W. en met Jaap van E. en Henk P.

Omdat Jaap niet jaagt waren we dus met vier geweren, terwijl hij functioneert als drijver, vooral eendenophaler en hazendrager, plus rubberboottrekker. Zelf zegt hij dat hij als jachthond gebruikt wordt, maar met een zelfgenoegzame en intens gelukkige lach op zijn gezicht. Ik vermoed dat hij meer geniet van de jachten met dit clubje dan de geweerdragende anderen. Bij de zeventig die baas, maar oersterk en altijd in goed humeur. Misschien wel mijn beste vriend ooit. En ach, hij is er geboren in deze contreien, hij is een rasechte Wilnisser die nu in Uithoorn woont met zijn lieftallige Trees, het mooiste lot uit zijn levensloterij.

Zijn pleidooi bij de tachtigjarige Henk W., die ik inmiddels al wel vijftien jaar ken en nog steeds tot mijn vrienden mag rekenen, om mij weer mee te nemen, gaf de doorslag. Ik had al gebedeld bij Henk W. zelf en Willem van V., die je wat mij betreft ook Willem Goedbloed mag noemen en mag beschouwen als het broertje van Joris. Ik belde hem nadat ik zo'n vijf jaren weg was geweest. Voor die tijd jaagden we jarenlang tezamen in zijn jachtvelden - van toen wel achthonderd hectaren groot -voornamelijk gelegen in de polders van Kockengen bij Wilnis rond zijn huis, maar ook in de Oukooper Polder ten zuiden van de zuidelijkste plas van de Vinkeveense Plassen. Jachten van het oeroude Hollandse polderlandschap met voornamelijk grasland en met veel water ertussen.

Mooier kom je open jachtvelden in Nederland nauwelijks tegen. En er wordt altijd wild geschoten, voornamelijk hazen en eenden, maar in het laatste decennium zijn daar ook ganzen bijgekomen. Grote grauwe ganzen die als je ze schiet onveranderlijk vet zijn, omdat ze nu eenmaal gras eten en dat is in Nederland groener dan waar ook elders ter wereld, nietwaar beste Peter? En zo nat en laag gelegen is dit land, dat geen vos er zijn burcht kan maken en de concurrentie met de jager kan aangaan. Ze zijn er niet of nauwelijks en dat is dus maar goed ook.

Het weer was ideaal gisteren. Een stevige zuidwesten wind zodat de eenden, smienten en ganzen, laag moesten blijven om tegen de wind in te "roeien". Met laag bedoel ik niet hoger dan ca. dertig a veertig meter en dus binnen de schootsafstand van een hagelgeweer. Het regende bij ons niet, alhoewel er elders wel wat buien vielen. Het was eindelijk niet meer te warm en nu rond de vijftien graden Celcius. Het seizoen op de hazen was net open en na de fantastische seizoenen van vooral het extreem warme en droge jaar 2003, maar ook nog 2004, waren gisteren en zijn de voor de rest van het seizoen, verwachtingen hoog gespannen. Dinsdag jongstleden werden er al negentien hazen geschoten bij Willem van V. voor zijn huis in Kockengen, een drietal smienten (net als ganzen graseters) en ook twee volle eenden zoals wij jagers ze noemen, de gewone wilde eend, een alleseter van dierlijk en plantaardig voedsel.

Eerst had ik Henk W. uit Hilversum gevraagd of ik weer eens mee mocht, toen Willem, en pas nadat die ja had gezegd, Henk W. opnieuw, die wat mopperde en zei dat hij het met Willem zou opnemen. Even later kreeg ik van Jaap van E. het "bevrijdende" telefoontje dat ik mee mocht. Ik moest me in Hilversum op de Utrechtse weg bij Henk W. melden om kwart over acht in de morgen. Hij had Henk W. ervan overtuigd dat hij mij niet op de nek hoefde te nemen.

Ik was in de Zevende Hemel en besloot om Jaap van E. te vragen om mij na afloop van de jacht mee naar zijn huis in Uithoorn te nemen, om Henk W. in de middag niet nog meer tot last te zijn en zodat ik wat wild kon meenemen (Jaap krijgt dat allemaal mee en maakt dat direct na de jacht heel snel en vakkundig schoon; hij trekt hazen hun jasje uit in wereldrecordtijd). Dan zou Servaas, mijn jongste, me kunnen oppikken (hij zou gaan vissen op de Ringvaart onder Lijnden met vriend Klaas) en het wild verdelen over mijn drie kinderen, dus ook Christine en Vincent wat geven.

Daarmee zou een belangrijk deel van mijn traditionele Nederlandse leven - van voor Indonesië - weer hersteld zijn. Daarmee zou een traditie en herinnering terug zijn, waar ik ongelooflijk aan hecht op dit moment. Daarmee zou een deel van het goeie ouwe leven weer terug en nieuw zijn.

Om half acht reed ik bij Henk W. het erf op. Drie kwartier te vroeg, maar gelukkig was Marcel al op, zijn enigszins plechtige, gedistingeerde, duidelijk-in-hoger-kringen verkerend-hebbende, altijd op het juiste moment spraakzame butler, zijn baas naar de mond kijkend, knipogend naar mij als die wat harder bromde dan gewoonlijk.
Het was gelijk raak toen Henk W. al in zijn kleren de slaapkamer uit kwam schuifelen. Zijn kop stond (nog) niet naar een dubbele kankerlijer met een grote mond en toen ik al gauw een gedicht inzette riep hij: "Stop jij brutale rakker, hou je mond en blijf stil zitten". Pas na zijn croissant met jam en een kop koffie begon hij tot leven te komen. Voor de Telegraaf had hij geen tijd.

Mijn gedichtenbundel lag naast hem op de keukentafel. Op mijn vraag hoe hij ze vond, knikte hij goedkeurend en zei: "Mooi"! En ook, dat ik ze ook maar aan Henk P. en aan Willem van V. moest geven, net als mijn verhalenbundel. Het ijs brak langzaam en toen Henk P., Henk W.s jachtmaatje en chauffeur uit het Hilversumse er was, begon het stangen af te nemen. Overigens zal Henk P. het niet laten om mee te stangen met Henk W., maar Marcel houdt zich dan wijselijk kalm zoals het een echte butler van enige stand betaamt. Weet jij trouwens of Olivier B. Bommel een butler had beste Peter? Zo ja dan moet hij op Marcel geleken hebben, dat kan niet anders. Of had Bommel Tom Poes als alternatief voor een butler?

De grote Fourwheel, of moet ik zeggen aso-SUV, het nieuwe woord van de arme jaloerse Nederlanders voor dit soort auto's der rijken, had een rubberboot op zijn dak, die vervaarlijk trilde en geluid maakte tijdens het rijden, zeker als de tachtig werd overschreden. De boot was mee omdat tijdens drijfjachten op hazen, sloten overgestoken moeten worden. Hij liet de boot daarom bij Willem van V. in Kockengen achter na de jachtdag. Toen had Jaap van E. dat ding al wel een kilometer lang door sloten getrokken.

Jaap van E. stond er al, tussen de Knet en de Boerderij, toen we er aankwamen. Ganzen en eenden in grote getale aan de lucht. Het land en water lag er nog bij zoals ik het me herinnerde. Zoals in het gedicht dat ik destijds maakte en dat ik hier ter herinnering ook voor jou en mijn trouwe dagboeklezers opneem.

Een oude hoogstamboomgaard achter de boerderij
Goudrenetten, Gieser Wildermannen, stoofperen en zelfs met pruimen erbij
Een nog oudere zwartgeteerde open zwaluwenschuur achter het huis
En de onvermijdelijke katten op jacht naar een malse muis

Grasland polders met hekken, sloten en tochten
Het gebied bij Vinkeveen waar Willem met Henk en Jaap jagen mochten
Daar eten we onze lunch in een boerenschuur, daar voelen we ons thuis
Daar jagen we voor ons plezier maar niet zoals een kat op een muis

Er is daar een watertje dat de Knet wordt genoemd
Een ruilverkavelingssloot bij jagers en vissers bekend en beroemd
Want behalve enorme brasems, karpers en snoeken onder water
Vind je daar eenden en ganzen van alle soorten op het water

Een eenvoudige hut met stokken en een camouflagenet
Is ons geheime goed verstopte jachtplekkie langs de Knet
Want in een vlakke Hollandse polder
Is jagen en rondlopen zonder dekking je reinste kolder

Dat levert niks op want eenden zien je zelfs door een heg
Voor een boer met klompen vliegen ze niet weg
Maar een jager hoeft zijn gezicht maar te laten zien
Of ze zijn gevlogen zonder te tellen tot tien

Onze tableaux ook in de hazentijd waren nooit te groot of te klein
Eenden en hazen bij elkaar was nooit meer als een a twee dozijn
Zo bleef en blijft de wildstand tot de dag van vandaag
Nooit te hoog en nooit te laag

Terwijl ik nog in de auto zat werd een Plan de Campagne de la Chasse gemaakt en werd besloten dat Henk W. en Henk P. in de hut aan de Knet zouden jagen, de eerste uren van de morgen, terwijl Jaap van E. daar zou helpen met het opdoen van de eenden en de nazoek van het geschoten wild. Ik werd achter een hek geplaatst op mijn naar zou blijken te lage jachtstoel, die eigenlijk een makkelijke karperstoel is en geen hoog maar ongemakkelijke jachtdriepoot. Ietwat buiten de richting die de smienten en eenden zouden vliegen, van de Knet naar de watertjes rond de boerderij, richting de Vinkeveense kerktoren en parallel aan de Plassen.

Een wolk van honderd tot tweehonderd smienten - net terug uit noordelijke broedstreken - en andere eenden, kwam omhoog gevolgd door enkele salvo's van in totaal tien tot vijftien schoten uit de geweren van de beide Henken. Ik kreeg geen kans, maar kon later twee keer schieten op een eend en een duif, overigens zonder succes. Het bleef nog een uurtje heen en weer vliegen en inmiddels waren in de richting van Vinkeveen steeds meer vluchten van grauwe ganzen en ook enkele van nijlgansen, aan de typische wegwaaiende Hollandse witgrauwblauwe hemelse luchten verschenen. Bij ons trokken ze toch nog te hoog over.

Ze kwamen me met beide auto's ophalen om te verkassen naar de boerderij met zijn boomgaard en lange hazendriften erachter. Willem die ik nog niet gezien had, had zich verschanst in een bosschage een halve kilometer verderop precies in de richting van de markante kerktoren van Vinkeveen. We dronken koffie op een bank aan de zwaluwenschuur. Leen de boer verscheen nog even. De walnoten waren op en er lag er niet een meer onder de grote oude boom. Valfruit, zoals appels en peren lagen er des te meer, vaak ook aangevreten door het wild hier. Er werd een kopje koffie gedronken, wat gepraat en gestangd en ik keek naar paddestoelen onder de eeuwenoude rij statige berken, waarlijk prachtige zilverwitte bomen van flink postuur. Goeie God wat houd ik toch van berken.

En ja hoor, Russula nitida, de kleine berkenrussula, stonden er al oud te worden. Nooit gezien die paddesntoel, tot nu toe, maar ik kende de naam al uit de boeken: alleen onder berken op vochtige plaatsen. En zacht op de tong, dus goed eetbaar zoals je inmiddels wel weet na al mijn mycologische lessen, goede vriend. Twee onsjes russula's was het eerste wild op een pootje dat op het tableau kwam naast de twee eenden van de ochtendjacht en dat kostte geen enkele patroon.

Terwijl Henk P. en Jaap van E. door de polders achter de boerderij hazen zouden gaan oplopen ging Henk W. bij het hek achter de boomgaard aan de overkant van een grote trektocht zitten, terwijl ik midden in de boomgaard werd geplaatst. Precies bij een heksenkring van zes meter doorsnede van weidechampignons, hetgeen nog eens een emmer vol paddenstoelen opleverde. Waarschijnlijk was de ontwikkeling van de zwamvlok begonnen op het moment van aanplant van deze nu verwaarloosde en niet bemeste boomgaard tegen het einde van de negentiende eeuw, dus meer als honderd jaar geleden. Zonder groeiobstakels een perfecte ronde kring van een zwamvlok en haar vruchtlichamen, die dus ook meer als honderd jaar oud moest zijn. Misschien dus wel een van de oudste schepselen tussen Wilnis en Vinkeveen, als er niet ergens een heksenkring van nog grotere diameter stand had weten te houden. Of een hele oude boom van meerdere honderden jaren oud de woelige laatste ruilverkavelingseeuwen had overleefd.

Er werd achter me regelmatig geschoten en ook ik kreeg enkele kansen die ik helaas allemaal verprutste. De wind kwam van voor me en de vogels tegen de wind kwamen van achter over de bomen en pas goed in zicht als het te laat was. Maar ik was ook niet op schot. Toen de drie zich verplaatsten naar de weien voor me bleken er nogal wat hazen op te komen die onder andere door Willem van V., die ver weg in het bosje richting Vinkeveen zat, geschoten werden. Hazen die terugsloegen nam Henk W. vakkundig te grazen en ook Henk P. in de drift lopend schoot er enkele. Achter bij Willem zag ik een gans vallen. Er vlogen er veel en ook de eenden bleven vliegen, ook al omdat op meerdere plaatsen gejaagd werd in deze contreien, deze tweede zaterdag in het nieuwe seizoen. Dat houdt de vogels in de lucht en schept kansen zei Willem later.

Twee hazen kwamen mijn kant op maar bogen buiten schot af, zodat mijn tableau nihil was. Maar de anderen hadden bijelkaar zes hazen, zes eenden en twee grote grauwe ganzen geschoten, die allemaal door Jaap van E. werden meegenomen, op een jonge grauwe gans na voor Henk P. Vijf waren er niet binnen. Niet meer te vinden door Jaap. Een goede jachthond wordt node gemist door het cluppie. "Had ik die Heidewachtel toch maar gehouden", fluisterde hij me toe

Willem kwam met Jagermeister waarvan ik er snel een stuk of drie achterover sloeg, waarna mijn spraakwaterval weer op gang kwam, na het gebruikelijke inleidende gestang van Henk W. Maar zoals eerder gezegd, het ijs was weer gebroken en oude verhalen herleefden in onze gemeenschappelijke herinneringen. Weet je nog.....? En toen die keer....!

Hoeveel hazen kwamen er eigenlijk weg? Minder dan zes, dus alles bijelkaar een wat mindere hazenstand dan vorige jaren. Maar eenden, smienten en ganzen volop. Schitterend weertje. Henk W. was in zijn sas. Hij vergat te mopperen. Hij lachte weer en genoot, onze Methusalem van tachtig, onze Gouden Bok met zilveren manen en een rood baby face omdat hij zijn ouwe huid eraf had laten halen. Daar zat te veel kanker in vond hij. Dus vernieuwen die hap. En ach waarom ook niet beste Peter, in deze tijd van ongelooflijke medische wetenschap, die er toe heeft geleid dat deze dubbele kankerlijer nog springlevend is en jaagt dat het een lieve lust is.

Servaas was om half vijf bij Jaap en Trees van E. thuis. Hij had een snoekbaars verspeeld en een gigantische Chinese wolhandkrab gevangen in de Ringvaart aan een worm. Had hij teruggegooid, tot mijn ongenoegen, dat ik dan ook prompt uitsprak. In het nieuws hadden we namelijk beiden vernomen dat het commercieel aantrekkelijk is geworden om de Chinese wolhandkrabben die ooit als exoten (zo noemen wij biologen allochtone dieren) de Nederlandse wateren veroverden en gevreesd worden om hun fuikenkapotbijterij, door beroepsvissers te vangen en te exporteren, vanwege die gele krabbendrab in het achterlijf, waar Chinezen verzot op zijn.

Ben jij nu een zoon van je vader, de grote bioloog, vroeg ik hem? Zou jij die gele lekkernij niet eens willen proeven? Wat Chinezen lekker vinden, vinden wij ook lekker (denk ik want ik at er al gebakken sprinkhanen, hele rijsteveldvogeltjes in een hap, slangen, dassen, kikkers en naakte honden). Hij keek me aan en zei dat zijn vriend Klaas hem al had gewaarschuwd dat ik dit zou zeggen. Die Klaas heb ik pas een keer gezien - toen we visten aan de Eem - en die heeft me nu al door. Ik mag die vent.

Jaap maakte het wild inderdaad in recordtempo schoon en we kregen alles mee naar Leusden, waar Servaas een haas voor mij "stukkerde" (zoals wij Limburgers zeggen), tot hazerug, voor- en achterpoten en afsnijdsels zoals stuit en ribbenkast, voor de hazepeper. Voor jou om hier klaar te maken als je naar Nederland komt de volgende keer. Ook een eend werd ingevroren terwijl op dit moment mijn thuiszorgdame de gekoelde hazelevertjes voor me klaarmaakt als alternatief voor een magnetron maaltijd. Gesmoord in zachte stukken, in spekkies met ui en gepelde tomaat met een beetje olijfolie in de koekepan met de deksel er op, om het vochtig te houden. Lever moet je nu eenmaal niet hard bakken, dan wordt hij gauw te droog vind ik.

Voor Vincent en Linda waren er twee oude hazen en een oude gans, want daar wordt Indisch gekookt en dat betekent dat het gaarder dan gaar wordt klaargemaakt en behoorlijk gekruid natuurlijk. Voor Christien en Marcel waren er twee eenden en voor Servaas zelf een driekwart mals haasje voor hem en Paula alleen - een tete-a-tete dineetje - en twee volle hazen voor het jaarlijkse diner met vrienden in een gezelschap van vier paren, met zijn achten dus.

Spierpijn in mijn bovenbenen na een lange nachtrust is wat er nog over is van mijn jachtige physiotherapie van gisteren. Mijn verhaal vers van de pers is klaar op het nakijken na. Ik leef weer, maar Jaap waarschuwde dat ik me niet moet forceren. Maar dat heb ik altijd al gedaan, beste Peter. Altijd heb ik me geforceerd. En veranderen kan niet meer, desnoods sterf ik in het harnas midden in de jacht aan een appelflauwte (oud woord van mijn moeder).

Als ik in de Hemel ben vraag ik God-de-Vader om mij bij wijze van plezier af en toe stiekem te laten afdalen naar Wilnis om daar te mogen jagen met het hagelgeweer, liefst geholpen door een sterke Engel, als ik dan nog steeds slecht ter been zou zijn.

Met vriendelijke groeten mijn beste vriend van,
Jo de lyrische jager die weer volop jaagt en leeft.


 

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz