Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.

 

In de Duitse Eifel met mijn Limburgse jachtvrienden

 De eerste mei is gekomen en gegaan hier in Waxweiler in de Eifel waar ik nu op vakantie ben. Waar gejaagd wordt in de komende week in een gebied van meer dan 600 hectare, bijna  dubbel zo groot als vorig jaar, onder leiding van de drie gebroeders Winckens. Een gebied van bossen, weiden en akkers met hier en daar een boerderij en wat kleine gehuchtjes, bij Waxweiler in de Duitse Eifel, op een hoogte van ongeveer duizend meter.

Ben zelf nog niet de Hoogzit op geweest want heb mijn Duitse jachtakte niet op tijd gekregen. In dat geval ga ik altijd vliegvissen in de Prum in het dal.

Twee keer vijftig kilo van 200 gram per stuk, voor de helft regenbogen en de andere helft beekforellen met een tussenpozen van twee weken, zijn uitgezet in de Prum, die weinig vlagzalmen heeft, maar veel witvissen zoals Nasen, Dobel en Barben, ofwel snepen, meunen en barbelen. Zo werd mij verteld door de eigenaar van het Café waar ik mijn visvergunning kon halen.

Ik had een regenboog van ongeveer zesentwintig en een beekforel van dertig centimeter na zes uur vissen, tussen elf uur en vijf uur. Plus nog twee verspeeld en wat kleine beetjes gehad. Maar eindelijk weer eens heerlijk met de vliegenhengel gevist.

Zoiets verleer je niet gauw, maar zoals gezegd, het was hard sappelen op dit mooie riviertje op duizend meter hoogte waar het voorjaar nog erg vroeg is - de Maartse viooltjes bloeien hier pas eind april - en de forellen nog enige bloedzuigers op hadden, die pas verdwijnen als het weer warmer wordt later in mei.

Toine, Harald, Jean en Frank waren al op de hoogzit geweest en hebben al wel wat wild gezien - reeën, hazen en een das, maar nog geen vos - maar ook nogal wat - de jacht verstorende - toeristen in het veld, onder andere Hollanders, het gebruikelijke campingvolk in deze tijd van het jaar. Jean en Frank zijn nu op de tweede mei om half zes in de morgen al weer er op uit.

Heb zelf na het ontbijt op de tweede mei de hele morgen in de keuken gekokkereld. Heb de gemarineerde hazenbouten, die Toine Ramakers diepgevroren uit Limburg had meegenomen, aangebraden. Die nu staan af te koelen en heb de aardappelen geschild en in koud water gezet. Heb van de boerin nog sla gehad en ook Schwitzmehl om de saus te binden.

Omdat het oude decemberhazen zouden zijn heb ik naar schatting twee uren nodig om ze te stoven in de inmiddels gezeefde marinade. Heb verder erwtjes en worteltjes kant en klaar in glazen potten en ook rode kool, plus twee blikjes champignons en een groot blik perziken op sap.

Het is nu de derde mei zes uur in de morgen en Jo van Agten en Robert Winckens die gisteravond gekomen zijn en al aangezeten hebben, zijn op jacht samen met Toine en Harald. Gisteravond schoten Toine en Jo ieder een vos en Robert een ree. Die was iets teveel naar achteren geraakt en kwam pas binnen bij de nazoek na het avondeten.

Heb gisteravond vanaf zes uur aan het diner gewerkt. Na de marinade, de stukken haas aangebraden in veel braadvet en vervolgens in de gezeefde marinade uren gestoofd, zonder deksel op de grote pan, om de saus te laten indikken. De aardappelen gekookt, de rode kool, de erwtjes met worteltjes uit glazen potten opgewarmd en vervolgens de saus afgemaakt.  Dat lukte prima onder flink roeren van de fond. Daar twee blikjes kleine champignons aan toegevoegd en ziedaar het diner was klaar.
 
Harald Winckens en Jo hebben achter de jachthut van de combinatie - een oude caravan met bedden en een aangebouwde grote hut met tafels en stoelen, plus nog een soort stalletje met diepvries - de reekoppen met de geweien, van reeën geschoten tijdens vorige jachten, verder schoongekrabd en klaargemaakt om op plankjes op te zetten.

Ze zijn nu het jachtveld om te inventariseren wat er zoal aan inboedel is in de nieuwe hoogzitten en wat er aan reparaties nodig is - er zijn er hier zo'n pakweg dertig van in totaal dus - en ook om te kijken of er vannacht nog voer aangenomen is, onder andere van wilde zwijnen.

Er zijn nog geen varkens gespeurd trouwens in de laatste drie dagen. Een aantal baggen zijn waarschijnlijk jongen aan het werpen en dan lopen ze niet veel rond. Ook al duidelijk drachtige reegeiten gezien gisteravond hoorde ik. Eerstdaags zullen een aantal  oudere reegeiten hun bokkalveren wel uitstoten, die zoeken dan een eigen areaal op, in dit jachtterrein of bij de buren. In het voorjaar worden nu eenmaal zwijnebiggetjes en rehkitzen geboren.

Een groot verschil in de beheersjacht tussen deze jachten in gebieden met bossen in Duitsland en in Nederland is gelegen in het feit dat boeren hier bossen veelal in eigendom hebben, maar in Nederland niet. Daar zijn de bossen niet in het bezit van de boer, maar van de Gemeente, het Rijk en allerlei Stichtingen.. En met zo’n derde belanghebbende erbij wordt het moeilijker om de jacht in goede banen te leiden en begint de Overheid en ook de tegenstanders van de jacht er zich eerder ermee te bemoeien.

Boeren hebben er belang bij dat wild dat in de bossen leeft bejaagd wordt omdat het schade kan berokkenen aan de gewassen en werken dus samen met de jager aan het beheer. Als de jager niet voorkomt dat er al te veel schade is zal hij daarvoor aan de boer extra moeten betalen boven de jachtpacht. Dat kan per jaar duizenden euro’s zijn als varkens in een perceel maïs huishouden.

Wij wonen zelfs bij een der boeren in zijn vakantie appartement en eten er het ontbijt. De relatie tussen boer en jager is uitstekend en zo hoort het ook. Ze hebben elkaar nodig en bellen naar Limburg op als er bijvoorbeeld wilde zwijnen in de rijpe maïs liggen.

Alles bij elkaar zitten naar voorzichtige schatting zo'n zestig tot tachtig reeën in het ca. 600 hectare grote gebied, dus ongeveer een ree per tien hectare, maar dat kan bij verder goed beheer uitgroeien naar honderd tot honderdtwintig en zelfs een ree per vijf hectare. Geiten zijn tot nu toe nooit geschoten door deze combinatie, alleen bokken en dat zet zienderogen zoden aan de dijk.

Er zijn ook tientallen varkens en die handhaven zich goed want ze zijn maar moeilijk te schieten omdat ze zo link als een looie deur zijn.. Ze zitten vooral in een aangrenzend eigen jachtgebied van ca. 80 hectaren (minimum areaal voor eigen jacht in deze contreien) waar de dichte bossen het talrijkst zijn. Daarom wordt overwogen om samen met deze buren een drijfjacht te regelen in het najaar, speciaal op wilde zwijnen.

Roodwild wisselt wel eens hier maar dit is geen zogenaamd kerngebied in de Duitse Eifel voor herten waar de bronst zich afspeelt, alhoewel zo'n kerngebied hemelsbreed hier niet ver vandaan ligt en er nog behoorlijk wat roodwild voorkomt. Volgens Toine zouden herten gevoelig zijn voor het geraas van de gigantische windmolens hier en verleggen ze hun trekroutes.

Eindelijk is er nu op de zesde mei een eerste echte trofeeënbok gezien tussen de Hoogzitten 23 en 24 in het nieuwe gedeelte, een ouder dier dat zich samen met een geit, ondanks het slechte weer, even heeft laten zien in de late ochtenduren, maar wel in het bos bij een dichte dekking van sparren. De eerste waarneming in dit veld in deze eerste week van mei. Volgens Toine zijn ze er heus wel, maar ze zijn schuwer dan het andere reewild en mede daardoor zijn ze de dans tot nu toe ontsprongen.

Er zijn deze eerste week door de combinatie drie reebokken en enkele vossen geschoten maar de varkens die gezien zijn, zijn niet beschoten. Die komen later in het jaar nog wel aan de beurt

Jo Hilgers

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz