|
In de Duitse Eifel met mijn
Limburgse jachtvrienden
De eerste mei is gekomen en gegaan hier in
Waxweiler
in de Eifel waar ik nu op vakantie ben. Waar gejaagd wordt
in de komende week in een gebied van meer dan 600 hectare,
bijna dubbel zo groot als vorig jaar, onder leiding van de
drie gebroeders Winckens. Een gebied van bossen, weiden en
akkers met hier en daar een boerderij en wat kleine
gehuchtjes, bij Waxweiler in de Duitse Eifel, op een hoogte
van ongeveer duizend meter.
Ben zelf
nog niet de Hoogzit op geweest want heb mijn Duitse
jachtakte niet op tijd gekregen. In dat geval ga ik altijd
vliegvissen in de Prum in het dal.
Twee keer
vijftig kilo van 200 gram per stuk, voor de helft regenbogen
en de andere helft beekforellen met een tussenpozen van twee
weken, zijn uitgezet in de Prum, die weinig vlagzalmen
heeft, maar veel witvissen zoals Nasen, Dobel
en Barben, ofwel snepen, meunen en barbelen. Zo werd
mij verteld door de eigenaar van het Café waar ik mijn
visvergunning kon halen.

Ik had een regenboog van ongeveer zesentwintig en een
beekforel van dertig centimeter na zes uur vissen, tussen
elf uur en vijf uur. Plus nog twee verspeeld en wat kleine
beetjes gehad. Maar eindelijk weer eens heerlijk met de
vliegenhengel gevist.
Zoiets
verleer je niet gauw, maar zoals gezegd, het was hard
sappelen op dit mooie riviertje op duizend meter hoogte waar
het voorjaar nog erg vroeg is - de Maartse viooltjes bloeien
hier pas eind april - en de forellen nog enige bloedzuigers
op hadden, die pas verdwijnen als het weer warmer wordt
later in mei.
Toine,
Harald, Jean en Frank waren al op de hoogzit geweest en
hebben al wel wat wild gezien - reeën, hazen en een das,
maar nog geen vos - maar ook nogal wat - de jacht
verstorende - toeristen in het veld, onder andere
Hollanders, het gebruikelijke campingvolk in deze tijd van
het jaar. Jean en Frank zijn nu op de tweede mei om half zes
in de morgen al weer er op uit.
Heb zelf
na het ontbijt op de tweede mei de hele morgen in de
keuken gekokkereld. Heb de gemarineerde hazenbouten, die
Toine Ramakers diepgevroren uit Limburg had meegenomen,
aangebraden. Die nu staan af te koelen en heb de aardappelen
geschild en in koud water gezet. Heb van de boerin nog sla
gehad en ook Schwitzmehl om de saus te binden.
Omdat het
oude decemberhazen zouden zijn heb ik naar schatting twee
uren nodig om ze te stoven in de inmiddels gezeefde
marinade. Heb verder erwtjes en worteltjes kant en klaar in
glazen potten en ook rode kool, plus twee blikjes
champignons en een groot blik perziken op sap.
Het is nu
de derde mei zes uur in de morgen en Jo van Agten en
Robert Winckens die gisteravond gekomen zijn en al
aangezeten hebben, zijn op jacht samen met Toine en Harald.
Gisteravond schoten Toine en Jo ieder een vos en Robert een
ree. Die was iets teveel naar achteren geraakt en kwam pas
binnen bij de nazoek na het avondeten.
Heb gisteravond vanaf zes uur aan het diner gewerkt. Na de
marinade, de stukken haas aangebraden in veel braadvet en
vervolgens in de gezeefde marinade uren gestoofd, zonder
deksel op de grote pan, om de saus te laten indikken. De
aardappelen gekookt, de rode kool, de erwtjes met worteltjes
uit glazen potten opgewarmd en vervolgens de saus
afgemaakt. Dat lukte prima onder flink roeren van de
fond. Daar twee blikjes kleine champignons aan
toegevoegd en ziedaar het diner was klaar.
Harald Winckens en Jo hebben achter de jachthut van de
combinatie - een oude caravan met bedden en een aangebouwde
grote hut met tafels en stoelen, plus nog een soort
stalletje met diepvries - de reekoppen met de geweien, van
reeën geschoten tijdens vorige jachten, verder schoongekrabd
en klaargemaakt om op plankjes op te zetten.
Ze zijn
nu het jachtveld om te inventariseren wat er zoal aan
inboedel is in de nieuwe hoogzitten en wat er aan reparaties
nodig is - er zijn er hier zo'n pakweg dertig van in totaal
dus - en ook om te kijken of er vannacht nog voer aangenomen
is, onder andere van wilde zwijnen.
Er zijn nog geen varkens gespeurd trouwens in de laatste
drie dagen. Een aantal baggen zijn waarschijnlijk
jongen aan het werpen en dan lopen ze niet veel rond. Ook al
duidelijk drachtige reegeiten gezien gisteravond hoorde ik.
Eerstdaags zullen een aantal oudere reegeiten hun
bokkalveren wel uitstoten, die zoeken dan een eigen areaal
op, in dit jachtterrein of bij de buren. In het voorjaar
worden nu eenmaal zwijnebiggetjes en rehkitzen
geboren.
Een groot
verschil in de beheersjacht tussen deze jachten in gebieden
met bossen in Duitsland en in Nederland is gelegen in het
feit dat boeren hier bossen veelal in eigendom hebben, maar
in Nederland niet. Daar zijn de bossen niet in het bezit van
de boer, maar van de Gemeente, het Rijk en allerlei
Stichtingen.. En met zo’n derde belanghebbende erbij wordt
het moeilijker om de jacht in goede banen te leiden en
begint de Overheid en ook de tegenstanders van de jacht er
zich eerder ermee te bemoeien.
Boeren hebben er belang bij dat wild dat in de bossen leeft
bejaagd wordt omdat het schade kan berokkenen aan de
gewassen en werken dus samen met de jager aan het beheer.
Als de jager niet voorkomt dat er al te veel schade is zal
hij daarvoor aan de boer extra moeten betalen boven de
jachtpacht. Dat kan per jaar duizenden euro’s zijn als
varkens in een perceel maïs huishouden.
Wij wonen
zelfs bij een der boeren in zijn vakantie appartement en
eten er het ontbijt. De relatie tussen boer en jager is
uitstekend en zo hoort het ook. Ze hebben elkaar nodig en
bellen naar Limburg op als er bijvoorbeeld wilde zwijnen in
de rijpe maïs liggen.
Alles bij
elkaar zitten naar voorzichtige schatting zo'n zestig tot
tachtig reeën in het ca. 600 hectare grote gebied, dus
ongeveer een ree per tien hectare, maar dat kan bij verder
goed beheer uitgroeien naar honderd tot honderdtwintig en
zelfs een ree per vijf hectare. Geiten zijn tot nu toe nooit
geschoten door deze combinatie, alleen bokken en dat zet
zienderogen zoden aan de dijk.
Er zijn ook tientallen varkens en die
handhaven zich goed want ze zijn maar moeilijk te schieten
omdat ze zo link als een looie deur zijn.. Ze zitten vooral
in een aangrenzend eigen jachtgebied van ca. 80 hectaren
(minimum areaal voor eigen jacht in deze contreien) waar de
dichte bossen het talrijkst zijn. Daarom wordt overwogen om
samen met deze buren een drijfjacht te regelen in het
najaar, speciaal op wilde zwijnen.
Roodwild wisselt wel eens hier maar dit is geen zogenaamd
kerngebied in de Duitse Eifel voor herten waar de bronst
zich afspeelt, alhoewel zo'n kerngebied hemelsbreed hier
niet ver vandaan ligt en er nog behoorlijk wat roodwild
voorkomt. Volgens Toine zouden herten gevoelig zijn voor het
geraas van de gigantische windmolens hier en verleggen ze
hun trekroutes.
Eindelijk is er nu op de zesde mei een
eerste echte trofeeënbok gezien tussen de Hoogzitten 23 en
24 in het nieuwe gedeelte, een ouder dier dat zich samen met
een geit, ondanks het slechte weer, even heeft laten zien in
de late ochtenduren, maar wel in het bos bij een dichte
dekking van sparren. De eerste waarneming in dit veld in
deze eerste week van mei. Volgens Toine zijn ze er heus wel,
maar ze zijn schuwer dan het andere reewild en mede daardoor
zijn ze de dans tot nu toe ontsprongen.
Er zijn deze eerste week door de
combinatie drie reebokken en enkele vossen geschoten maar de
varkens die gezien zijn, zijn niet beschoten. Die komen
later in het jaar nog wel aan de beurt
Jo Hilgers
|