|
Jacht op Zandmeer, Gaastmeer,
Fluessen, Olde Karre, Geeuw en Morra
De pas gekochte negeneneenhalve pk buitenboordmotor bleek
niet minder dan achttien jaar oud te zijn. Grote
consternatie dus en goede raad was duur. Leo Vogt, Henk
Weijburg's trouwe helper, was toch al niet te spreken over
de aflevering van het spul. Hier moest Henk zelf aan te pas
komen. Die was vooruit gereden en had bij het brugje in Heeg
samen met Henk de Boer - de Fries van deze contreien, maar
nu jachtopzichter van de rijke Pon familie bij Nijkerk - een
kleine lunch besteld. Ik had weer eens een grote blunder
gemaakt door in mijn eentje een mechanisch apparaat te
bestellen, zonder dat ik daar ook maar een jota verstand van
heb.
Heb je het ding meegenomen, vroeg Henk. Nee,
achtergelaten bij Kooistra die me samen met zijn zoon
triomfantelijk vertelde dat ik een behoorlijke miskoop had
gedaan. Het ding werd nog op benzine gestart, waarna het
over moest op petroleum, met een tank in twee
compartimenten, een voor startspul en een voor loopspul. De
enige echt slechte motor die Yamaha ooit bouwde en dan nog
alleen voor de Nederlandse markt omdat de Nederlanders zo
zuinig zijn. Was omgebouwd met een goede carburateur
weliswaar, maar dit beloofde toch niks anders dan ellende
volgens Kooistra.
Ik voelde me ellendig want Kooistra had mijn motoren
altijd prima verzorgd en nu had ik in een opwelling een
sterkere motor gekocht bij een concurrent niet ver van Heeg.
Stel je voor het ding zou ermee ophouden midden op de
Fluessen bij een westelijke bries van windkracht vijf. Dan
lag ik op zo'n best ergens aan lager wal onder Elahuizen.
Zeker als je je realiseert dat het van de winter behoorlijk
had gespookt en dat het in de toekomst nog wel meer zou
spoken.
Mijn twee vijf pk'tjes hadden het goed gedaan. Niet een
keer hadden ze geweigerd als het er op aan kwam. Maar een
was er gesneuveld in de botenloods bij Harrie de Boer, toen
daar met een verschrikkelijke storm praktisch al het water
uit het kanaal het Zandmeer was ingestuwd en de boten met
hun motoren in de loods niet alleen onder water, maar ook
nog vol blubber hadden gezeten en onder het hout van de
loods waren weggeschoven. Hierdoor waren niet alleen de
kappen kapot geslagen maar bij een was ook de krukas
verbogen.
Henk Weijburg had nooit pech met motoren, maar die kon op
het grote water nooit zijn hutten op de plaats houden, waar
ik op het Zand- en Gaastmeer gelukkig geen problemen mee
had. Ik zat iedere keer weer met toestanden van mechanische
aard. Een bioloog weet nu eenmaal prima hoe een muis in
elkaar zit en als jager natuurlijk ook hoe een eend er van
binnen uit ziet en waar alles voor dient, maar een motor,
dat ging mijn pet te boven. En nu dit gelazer aan mijn fiets
potverdorie.
Leo en ik dus terug om dat ding op te halen. Kooistra
liet hem nog even proefdraaien, keek voor de zekerheid nog
even naar het nummer en het boekje met jaartallen voor de
nummers en daar gingen we op weg naar de leverancier van dit
aftandse, oeroude bouwsel. Dit was boerenbedrog en niet voor
een klein beetje geld. Zonder Henk zou ik het alsnog
verknald hebben maar met zijn koopmansgeest lukte het
onmogelijke. Met gesloten beurzen kwamen we terug met een 8
pk Johnson, bouwjaar 1992. Mijn enige argument was geweest
dat ik liever niet verdronk bij de waterwildjacht op de
Fluessen in herfst en winter als het er stormde.
Henk's indirecte argument was dat hij een prachtboot had
gekocht, een boot met een veel hoger gangboord, dan de
aluminium muskusrattenvangerbreedbodems met lager gangboord,
die overigens ook behoorlijk "zeewaardig" waren gebleken. De
Hakvoorts, onze Urker vrienden die nog op Noordzeekotters
gevist hadden in hun jonge jaren, hadden er in zo'n ding met
laag boord levend vanaf gebracht bij windkracht zeven op de
Morra.
Tijmen, Trom en Lubbert hadden het er nog steeds over en
misschien zat dat later wel in hun achterhoofd toen ze
besloten niet meer mee te zullen doen in het volgende
seizoen op de waterwildjacht op de Morra, de zuidelijkste
van onze jachtgebieden en het dichtste bij Henk's huis in
Warns. Jammer voor ons want we kregen van die Urkers wel
eens een hele diepvriesdoos met laptongen uit hun
gelijknamige visverwerkingsbedrijf in Urk, zomaar als blijk
van waardering voor het mooie jachtgenot, genoten op het
grote water in Friesland.
Zij vertelden dat ze hier niet alleen de boot, maar
daarnaast nog twee motoren en een gloednieuwe trailer voor
de grote - nu mooi donkergroen geverfde boot - te hebben
gekocht. Samen met deze financiële uiteenzetting had Henk zo
gepraat als Brugman bij die tweedehandse motorenhandlanger,
dat ik nu met een betere motor en een gerust hart aan de
waterwildjacht van komend seizoen kon gaan beginnen. Ook al
omdat mijn werkelijk eeuwenoude Vinkeveense visboot van een
nieuwe dikke laag glasvezel was voorzien door Henk's mensen
van het gokautomatenbedrijf, waarbij onder andere de
visbungaatjes waren dichtgemaakt, zodat ik de bun voor de
eendelokkers kon gebruiken.
Weliswaar was daardoor de boot te veel omhoog gekomen,
maar dat was weer verholpen met klinkers in de voorplecht,
zodat het geheel, boot met motor, nu in ideale horizontale
ligging vanaf Harrie de Boer's loods in het kanaal naar de
Fluessen gestuwd kon worden, zonder uren onderweg te zijn.
Het hele Zandmeer en Gaastmeer over in de breedte, plus de
volle lengte van de Intiema sloot en daarna nog kilometers
zuidwaarts de Fluessen op om de beste stekken te bereiken
voor de eendenjacht.
Dit jaar had ik als gastjager bij Henk ook de noordelijke
Fluessen grenzend aan het Heegermeer erbij gekregen, waar me
de laatste dag van het herftseizoen van 1992 nog zo'n
prachtige dag hadden gehad met Oene Loopstra en Libbe Kersma.
Niet dan we toen zo bijzonder professioneel gejaagd hadden.
We waren maar gewoon in het al dunne riet gaan zitten op het
grote konijneneiland met bijna geen dekking.
Oene zat nog het beste en daar was ik maar bij gaan
zitten. Het had prima gevlogen. Smienten waren er in grote
groepen en de halfjes vlogen dat het een lieve lust was.
Zelfs de vollen waren nog bijzonder actief alhoewel ze nu
tegen het einde van het seizoen veel beter uit hun doppen
keken en op hun qui-vive waren. Roodkoppen waren er ook en
natuurlijk de ganzen die ten zuiden van het grote eiland
midden op de grote plas lagen en vandaar hun dagvluchten
maakten. Het ene squadron na het andere was overgekomen. Het
was de een na laatste dag van het seizoen geweest, de
dertigste januari van het jaar des Heren 1993.
Het tableau was uitgelegd op de woonark van waaruit Libbe
en zijn makkers de Noordelijke Fluessen bejaagden. Een
tableau van tientallen eenden en ganzen - misschien wel
vijftig - van vollen in hun dichtste winterkleed met enorm
vette huid nu ter isolatie, van het bovenlandse goed zoals
daar zijn kuifeenden, roodkoppen, krakeenden, slobben,
pijlstaarten, een enkele taling en met een behoorlijke
portie kolganzen er ook nog bij. Wat een rijkdom.
En daar werd meer dan een Berenburger op gedronken. De
meeste eenden kreeg ik altijd mee, want ik maakte ze zelf
schoon en deelden ze dan later weer uit aan de verschillende
gasten die er enkele voor de pot wilden. Of ik bracht ze
naar Henk in Hilversum, terwijl mijn familie toen al klaagde
dat ze toch liever weer eens een gebraden kippetje hadden
dan in de goeie boter gebraden kuifeendenborstjes of vette
talinkjes uit de oven. Ik had het er maar druk mee in die
tijd, niet alleen met de jacht, maar ook met het plukken en
stropen van al die eenden.
Dit seizoen mocht ik meedoen. Niet dat mijn tweehonderd
hectare Zand- en Gaastemeer bijelkaar te klein waren, maar
de grote Fluessen erbij met zijn zeshonderdvijftig hectaren,
dat was natuurlijk wel zoiets als de enige en echte hemel op
de Nederlandse jachtaarde. Misschien toen wel de grootste
waterwildjacht, maar tenminste de beste van het hele land.
Waterwildjager was ik inmiddels nu wel geworden en dat
vonden Henk, Oene en Libbe ook anders hadden ze me deze
vrijheid niet gegeven. Vliegvisser was ik vanaf mijn jeugd,
waterwildjager nog in de dop, maar met een ongekende passie
- ook om het vak tot in alle zijn finesses te leren - die in
mijn kringen zijn weerga niet kende, dat kan ik U
verzekeren, Waarde Lezer.
Geboren werd toen een jagende mens in deze bioloog en een
hernieuwde liefde voor de natuur. Al dit moois bloeide als
nooit tevoren en nooit daarna, daar in het weidse Friese met
zijn onverstelbare rijkdom aan water en waterwild. Waar toen
niemand tegen de jacht was, althans daar merkte je niks van.
En waar Hans Wiegel het later presteerde om het zoeken van
kievitseieren te redden - ondanks Europese regelgeving -
zelfs toen de anti-jacht lobby op zijn sterkst en heel
machtig was.
Henk Redegeld, die we net in Abcoude ten grave hadden
gedragen was mijn eerste leermeester geweest. Twee jaar ging
ik met hem de (Vinkeveense) polder op - zoals daar de
uitdrukking luidt - en Nellie het steeds zei. Die eerste
twee jaar zonder de jachtakte nog en ook zonder ook maar een
stiekem schot te lossen. Ik had alleen maar gekeken hoe de
oude rot in het vak, de oude beroepsjager van vader op zoon,
zijn metier beoefende en dat was voldoende geweest om de
passie te doen oplaaien.
Een passie die tot volle bloei kwam op de grote Friese
Meren toen Braks nog maar net weg was en Gabor bij wijze van
gebaar het lood van de hagelpatroon net had verboden, maar
toen er verder nog niet veel aan de hand was. Dat kwam later
toen het CDA viel - voor het eerst in de twintigste eeuw -
en die valse Paarse kleur in de politiek opdook en de jacht
in Nederland zo volledig aan banden werd gelegd dat het land
er straatarm door geworden is, voor mensen zoals jij en ik.
Zo arm dat jij wilt emigreren naar Canada.
Alleen de volle eend bleef over als jachtvogel, de andere
acht soorten, zelfs de smient, werden afgevoerd van de lijst
van te bejagen soorten. En de jacht op de schadelijke ganzen
werd of verboden of zeer fors aan banden gelegd.
Alleen de herinnering leeft voort in die enkeling die het
grote voorrecht van de grote waterwildjacht heeft genoten,
zoals deze Limburgse bioloog, die alles zo graag aan het
papier toevertrouwt nu. Al is het alleen maar om het opnieuw
en opnieuw te kunnen beleven in zijn weemoedige gedachten.
En de passie te doen herleven.
Geachte heer Hilgers, Beste Jo,
Net terug van een heerlijke fazantenjacht op het Bildt,
eigenlijk een gewapende wandeling met gelijkgestemden,
zonder tableau maar met op het netvlies nog de mooist
denkbare luchten, compleet me (buiten schot gebleven ) wild,
heb ik uw gedicht gelezen en een hoofdstuk uit ,
waarschijnlijk uw jachtdagboek. Een perfecte derde drift na
een schitterende middag, HARTSTIKKE leuk!! Dit zijn namelijk
de verhalen die vroeger in een inmiddels grijs verleden, in
de Nederlandse jager werden gepubliceerd, door een Wil
Huygen, Ome Willem Waidman en Cartouche en mensen uit de
echte jachtpraktijk, verhalen die wij in de huidige jager
moeten ontberen. Dit soort verhalen maakten dat je de
postbode bijna van zijn fiets rukte wanneer hij “Het
Jagertje”kwam bezorgen. Je verheugde je al op de inhoud en
hoopte stiekem dat je de komende anderhalf tot twee uren
niet gestoord zou worden door telefoon, onverwachte aanloop,
vrouw of kinderen, om de gehele inhoud van het blad in alle
rust te kunnen “verslinden”. Vervolgens weg te dromen in de
prachtige verhalen. Stiekem alweer denkend aan soortgelijke
hele herkenbare verhalen. It Frije Fjild is het
mededelingenblad van de KNJV in Fryslân . Ik ben vorig jaar
benaderd om zitting te nemen in de redactie en eigenlijk
zouden we het blad weer een beetje op het oude Jagertje
willen laten lijken. Met veel jachtverhalen en
jachtgerelateerde zaken in dit blad. Het zou zo moeten
worden dat er diverse postbodes gaan klagen over het feit
dat It Frije Fjild bij hun uit de handen wordt gerukt.
Ik zou graag deze en soortgelijke verhalen in het blad op
willen nemen. Mag ik het gedicht en het hoofdstuk gebruiken
voor het volgende Nummer?
It Frije Fjild verschijnt driemaandelijks en kost 10 euro
per jaar, mogelijk ben u al lid of is een lidmaatschap iets
voor u.
Ik zou u graag als lid noteren en wij zien uit naar
soortgelijke kopij. It Frije Fjild brengt ook een
jachtkalender uit met foto’s uit de regio
Mijn vrouw heeft nu al tweemaal geroepen dat ik moet gaan
eten dus ik moet het mailtje afbreken, Graag hoor ik van u
Met waidmannsgroet,
Hilbert Tuiten.
Beste Hilbert,
Je mag deze stukken natuurlijk gebruiken voor het
volgende nummer en mij lid maken van It Frije Fjild. Ik ben
een gelukkig mens vandaag. Je moest eens weten hoeveel ik
geschreven heb en je krijgt het voor en na allemaal, als je
het hebben wil en er niet moe van wordt. Ik heb kopij voor
tien en meer jaren voor jouw blad als het moet.
Zweitse Lulof en zijn KNJV zijn inderdaad te "streng"
geworden en er is nog maar iets meer dan 20% bellettrie in
Het Jagertje, die bovendien uiterst zorgvuldig gecensureerd
wordt, hetgeen het gevolg is van het feit dat de jacht in
het politieke verdomhoekje is geraakt in het laatste
decennium. En de tegenpartij ieder verkeerd woord gebuikt om
de jager dwars te zitten en de bestuurderen van de
Koninklijke wat angsthazerig - zij noemen dat voorzichtig -
zijn geworden als je het aan mij vraagt.
Wij zullen dat samen eens anders gaan doen en het
gifgroenlinkse gevaar op ouderwetse manier tegemoet treden,
maar vooral de jagers weer wat gelukkiger maken en te
schrijven over al het goeds dat er was en niet meer is.
Tezelfdertijd ook te schrijven over al het goeds wat
gebleven is. Om te schrijven met dezelfde passie als waarmee
we jagen beste Broeder in Hubertus.
Kom intussen alsjeblieft tzt. eens jagen bij mij in de
Anna Paulowna polder, waar ik alle dagen jaag nu ik
gepensioneerd ben (06 41488692, Meerweg 7, 1764 KE Breezand),
behalve op zondag want dan vis ik.
Hopend op een continue samenwerking ben ik enorm verguld
met het feit dat je mij wilt vergelijken met Wil Huygen,
Willem Waidman en zelfs met Cartouche. Zo'n compliment heb
ik nog nooit gehad en ik ben op slag van mijn
minderwaardigheidscomplex af dat Zweitse me heeft
opgedrongen, door mij meerdere malen te vertellen dat hij
slechts dan een gedicht van mij zou publiceren als ik de PC
Hooftprijs had gewonnen. En me af te schepen met een a twee
korte verhaaltjes per jaar na veel gesoebat.
Weidmansheil, Jo Hilgers
Beste Jo
Ik geef je bij deze op als abonnee en zal ervoor zorgen
dat je het laatste nummer van It Frije Fjild, met onder
andere een verhaal van Jan Van der Laan en een kortverslag
van het werkbezoek van Annie Schreijer Pierik in staat.
Natuurlijk zijn we niet zo professioneel als het “Het”
Jagertje, maar het is wel een blad dat door de lezers wordt
gewaardeerd. Misschien kunnen we met leuke verhalen en
gedichten dit ook zo houden. We zijn allemaal wel eens
geschoffeerd door Zweitse en ik ben inmiddels opgehouden
kopij naar de KNJV te sturen. Het wordt tijd dat Zweitse met
pensioen gestuurd wordt, naar mijn mening en dat zal niet al
te lang meer gaan duren. Het KNJV blad zou eigenlijk wat
meer allure moeten krijgen en ik neem dan als voorbeeld het
nieuwe jachtmagazine/ Jagen mag.( www.jagenmag.nl /
www.jagenmag.be )ik weet niet of jou dit bekend is.
Dit is een schitterend blad, dat ook steeds meer abonnee ’s
in Nederland kent. Zelfs mijn vrouw leest dit van A tot Z.
Ik kan niet garanderen dat ieder stuk geplaatst wordt
natuurlijk, maar kopij is altijd welkom. Voor wat betreft
die uitnodiging op de jacht, daar moeten we het maar eens
over hebben.
Vriendelijke groet,
Hilbert.
www.ateliertuiten.nl
Geachte heer Hilgers,
Bedankt voor uw positieve reactie ten aanzien van ons
Friese jagers clubblad. Ik heb helaas dezelfde ervaring met
de redactie van de KNJV. Vorig jaar een verhaal geschreven
over een wilddiner in december, hetgeen uiteindelijk begin
februari werd geplaatst. Om maar niet te spreken over de
vele aanbiedingen die ik heb gedaan om actueel nieuws aan te
leveren, waarop vervolgens niet werd
gereageerd. Over fatsoen gesproken..... Maar genoeg
geklaagd, met It Frije Fjild zitten we redelijk in de lift
en iedere bijdrage is meer dan welkom. Mijn verzoek aan u
is, indien mogelijk, de artikelen en het naar Hilbert
gestuurde gedicht aan te leveren als een bijlage in Word. Ik
kan het dan gemakkelijk bewerken en het nodige knip- en
plakwerk verrichten. Foto's zijn uiteraard ook welkom.
Nogmaals hartelijk dank voor uw inzet en wie weet dat we
elkaar een
keer treffen.
Met vriendelijke groet,
Kees Elzinga
Eind redactie It Frije Fjild
k.elzinga3@chello.nl
tel. 06-25346004
Geachte Heer Elzinga, Beste Kees,
Hartelijk dank voor de belangstelling. Hierbij het
gedicht en het verhaal in WORD als attachment. Ik heb
reguliere foto's uit die dagen en zal er wat opsturen. Wat
is het adres daarvoor alsjeblieft? Ook voor jou geldt dat je
bent uitgenodigd hier een keertje te
komen jagen. Ik jaag alle dagen en goed gezelschap is altijd
welkom.
Weidmansheil, Jo Hilgers
Jo,
Helemaal super! Mijn adres is Transvaalstraat 9, 8917 CG
Leeuwarden. Uiteraard kom ik graag een keer samen met
Hilbert een gezellige gewapende wandeling bij je maken. Ik
overleg wel met Hilbbert wanneer dit hem het beste uitkomt.
Ik heb iedere vrijdag vrij, echter 3 november zit ik in
Duitsland om hopelijk bij volle maan een varken te
verschalken en op 10 november heb ik een hazenjacht in
Ouwsterhoule. Zelf beschik ik over een 76 bunder, echter
volledig glad gemaaid daar de boer zijn vee 365 dagen op
stal heeft en alleen maar bezig is kuilgras te scoren. Maar
ja, je hebt iets om de akte op te kunnen houden. We houden
contact en alvast enorm bedankt voor de uitnodiging.
Met vriendelijke groet, Kees Elzinga
Wauw,
Dit wordt een stief uurtje leesgenot. Ik verheug mij nu
al op een regenachtige vrije zondag, de houtkachel aan, rood
wijntje, mijn korthaar lekkers slapend op mijn voeten
En dan maar lezen. Je wordt vandaag of morgen gemaild door
Kees Elzinga die de eindverantwoordelijke is voor It Frije
Fjild. Ik had hem jou gedicht gemaild en jou enigszins
geïntroduceerd . Hij was ook enthousiast en heeft mij net
gemaild dat hij, zo snel mogelijk even contact legt. Ik heb
je als lid van It Frije Fjild aangemeld en je krijgt het
laatste exemplaar toegestuurd. Kees is wel eens een beetje
somber over de toekomst van het blad, maar nu hij weet dat
er meer mensen enthousiast raken en ook kopij willen leveren
wordt het voor hem ook weer leuk. Van het lidmaatschap van
het blad Jagen Mag, zul je geen spijt krijgen. Ik vind het
heerlijk leesbaar en zelfs leuker dan de “Wild und Hund”
Ik zal het epistel met belangstelling lezen.
Groeten Hilbert.
Hallo Jo,
We kunnen nu zeker een aantal nummers vullen! Geweldig
bedankt . Ik zal contact met Hilbert opnemen. Vanochtend
even in het veld geweest. Er vlogen helaas niet veel ganzen
en de controle door de politie kostte veel tijd. Alles
uiteraard op zak en even gezellig gebabbeld. Je kunt deze
mannen maar beter te vriend houden. Nogmaals bedankt en ik
hoop dat we elkaar binnekort een keer kunnen treffen.
Groet, Kees Elzinga
|