Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.

 

Jacht op Zandmeer, Gaastmeer, Fluessen, Olde Karre, Geeuw en Morra

De pas gekochte negeneneenhalve pk buitenboordmotor bleek niet minder dan achttien jaar oud te zijn. Grote consternatie dus en goede raad was duur. Leo Vogt, Henk Weijburg's trouwe helper, was toch al niet te spreken over de aflevering van het spul. Hier moest Henk zelf aan te pas komen. Die was vooruit gereden en had bij het brugje in Heeg samen met Henk de Boer - de Fries van deze contreien, maar nu jachtopzichter van de rijke Pon familie bij Nijkerk - een kleine lunch besteld. Ik had weer eens een grote blunder gemaakt door in mijn eentje een mechanisch apparaat te bestellen, zonder dat ik daar ook maar een jota verstand van heb.

Heb je het ding meegenomen, vroeg Henk. Nee, achtergelaten bij Kooistra die me samen met zijn zoon triomfantelijk vertelde dat ik een behoorlijke miskoop had gedaan. Het ding werd nog op benzine gestart, waarna het over moest op petroleum, met een tank in twee compartimenten, een voor startspul en een voor loopspul. De enige echt slechte motor die Yamaha ooit bouwde en dan nog alleen voor de Nederlandse markt omdat de Nederlanders zo zuinig zijn. Was omgebouwd met een goede carburateur weliswaar, maar dit beloofde toch niks anders dan ellende volgens Kooistra.

Ik voelde me ellendig want Kooistra had mijn motoren altijd prima verzorgd en nu had ik in een opwelling een sterkere motor gekocht bij een concurrent niet ver van Heeg. Stel je voor het ding zou ermee ophouden midden op de Fluessen bij een westelijke bries van windkracht vijf. Dan lag ik op zo'n best ergens aan lager wal onder Elahuizen. Zeker als je je realiseert dat het van de winter behoorlijk had gespookt en dat het in de toekomst nog wel meer zou spoken.

Mijn twee vijf pk'tjes hadden het goed gedaan. Niet een keer hadden ze geweigerd als het er op aan kwam. Maar een was er gesneuveld in de botenloods bij Harrie de Boer, toen daar met een verschrikkelijke storm praktisch al het water uit het kanaal het Zandmeer was ingestuwd en de boten met hun motoren in de loods niet alleen onder water, maar ook nog vol blubber hadden gezeten en onder het hout van de loods waren weggeschoven. Hierdoor waren niet alleen de kappen kapot geslagen maar bij een was ook de krukas verbogen.

Henk Weijburg had nooit pech met motoren, maar die kon op het grote water nooit zijn hutten op de plaats houden, waar ik op het Zand- en Gaastmeer gelukkig geen problemen mee had. Ik zat iedere keer weer met toestanden van mechanische aard. Een bioloog weet nu eenmaal prima hoe een muis in elkaar zit en als jager natuurlijk ook hoe een eend er van binnen uit ziet en waar alles voor dient, maar een motor, dat ging mijn pet te boven. En nu dit gelazer aan mijn fiets potverdorie.

Leo en ik dus terug om dat ding op te halen. Kooistra liet hem nog even proefdraaien, keek voor de zekerheid nog even naar het nummer en het boekje met jaartallen voor de nummers en daar gingen we op weg naar de leverancier van dit aftandse, oeroude bouwsel. Dit was boerenbedrog en niet voor een klein beetje geld. Zonder Henk zou ik het alsnog verknald hebben maar met zijn koopmansgeest lukte het onmogelijke. Met gesloten beurzen kwamen we terug met een 8 pk Johnson, bouwjaar 1992. Mijn enige argument was geweest dat ik liever niet verdronk bij de waterwildjacht op de Fluessen in herfst en winter als het er stormde.

Henk's indirecte argument was dat hij een prachtboot had gekocht, een boot met een veel hoger gangboord, dan de aluminium muskusrattenvangerbreedbodems met lager gangboord, die overigens ook behoorlijk "zeewaardig" waren gebleken. De Hakvoorts, onze Urker vrienden die nog op Noordzeekotters gevist hadden in hun jonge jaren, hadden er in zo'n ding met laag boord levend vanaf gebracht bij windkracht zeven op de Morra.

Tijmen, Trom en Lubbert hadden het er nog steeds over en misschien zat dat later wel in hun achterhoofd toen ze besloten niet meer mee te zullen doen in het volgende seizoen op de waterwildjacht op de Morra, de zuidelijkste van onze jachtgebieden en het dichtste bij Henk's huis in Warns. Jammer voor ons want we kregen van die Urkers wel eens een hele diepvriesdoos met laptongen uit hun gelijknamige visverwerkingsbedrijf in Urk, zomaar als blijk van waardering voor het mooie jachtgenot, genoten op het grote water in Friesland.

Zij vertelden dat ze hier niet alleen de boot, maar daarnaast nog twee motoren en een gloednieuwe trailer voor de grote - nu mooi donkergroen geverfde boot - te hebben gekocht. Samen met deze financiële uiteenzetting had Henk zo gepraat als Brugman bij die tweedehandse motorenhandlanger, dat ik nu met een betere motor en een gerust hart aan de waterwildjacht van komend seizoen kon gaan beginnen. Ook al omdat mijn werkelijk eeuwenoude Vinkeveense visboot van een nieuwe dikke laag glasvezel was voorzien door Henk's mensen van het gokautomatenbedrijf, waarbij onder andere de visbungaatjes waren dichtgemaakt, zodat ik de bun voor de eendelokkers kon gebruiken.

Weliswaar was daardoor de boot te veel omhoog gekomen, maar dat was weer verholpen met klinkers in de voorplecht, zodat het geheel, boot met motor, nu in ideale horizontale ligging vanaf Harrie de Boer's loods in het kanaal naar de Fluessen gestuwd kon worden, zonder uren onderweg te zijn. Het hele Zandmeer en Gaastmeer over in de breedte, plus de volle lengte van de Intiema sloot en daarna nog kilometers zuidwaarts de Fluessen op om de beste stekken te bereiken voor de eendenjacht.

Dit jaar had ik als gastjager bij Henk ook de noordelijke Fluessen grenzend aan het Heegermeer erbij gekregen, waar me de laatste dag van het herftseizoen van 1992 nog zo'n prachtige dag hadden gehad met Oene Loopstra en Libbe Kersma. Niet dan we toen zo bijzonder professioneel gejaagd hadden. We waren maar gewoon in het al dunne riet gaan zitten op het grote konijneneiland met bijna geen dekking.

Oene zat nog het beste en daar was ik maar bij gaan zitten. Het had prima gevlogen. Smienten waren er in grote groepen en de halfjes vlogen dat het een lieve lust was. Zelfs de vollen waren nog bijzonder actief alhoewel ze nu tegen het einde van het seizoen veel beter uit hun doppen keken en op hun qui-vive waren. Roodkoppen waren er ook en natuurlijk de ganzen die ten zuiden van het grote eiland midden op de grote plas lagen en vandaar hun dagvluchten maakten. Het ene squadron na het andere was overgekomen. Het was de een na laatste dag van het seizoen geweest, de dertigste januari van het jaar des Heren 1993.

Het tableau was uitgelegd op de woonark van waaruit Libbe en zijn makkers de Noordelijke Fluessen bejaagden. Een tableau van tientallen eenden en ganzen - misschien wel vijftig - van vollen in hun dichtste winterkleed met enorm vette huid nu ter isolatie, van het bovenlandse goed zoals daar zijn kuifeenden, roodkoppen, krakeenden, slobben, pijlstaarten, een enkele taling en met een behoorlijke portie kolganzen er ook nog bij. Wat een rijkdom.

En daar werd meer dan een Berenburger op gedronken. De meeste eenden kreeg ik altijd mee, want ik maakte ze zelf schoon en deelden ze dan later weer uit aan de verschillende gasten die er enkele voor de pot wilden. Of ik bracht ze naar Henk in Hilversum, terwijl mijn familie toen al klaagde dat ze toch liever weer eens een gebraden kippetje hadden dan in de goeie boter gebraden kuifeendenborstjes of vette talinkjes uit de oven. Ik had het er maar druk mee in die tijd, niet alleen met de jacht, maar ook met het plukken en stropen van al die eenden.

Dit seizoen mocht ik meedoen. Niet dat mijn tweehonderd hectare Zand- en Gaastemeer bijelkaar te klein waren, maar de grote Fluessen erbij met zijn zeshonderdvijftig hectaren, dat was natuurlijk wel zoiets als de enige en echte hemel op de Nederlandse jachtaarde. Misschien toen wel de grootste waterwildjacht, maar tenminste de beste van het hele land.

Waterwildjager was ik inmiddels nu wel geworden en dat vonden Henk, Oene en Libbe ook anders hadden ze me deze vrijheid niet gegeven. Vliegvisser was ik vanaf mijn jeugd, waterwildjager nog in de dop, maar met een ongekende passie - ook om het vak tot in alle zijn finesses te leren - die in mijn kringen zijn weerga niet kende, dat kan ik U verzekeren, Waarde Lezer.

Geboren werd toen een jagende mens in deze bioloog en een hernieuwde liefde voor de natuur. Al dit moois bloeide als nooit tevoren en nooit daarna, daar in het weidse Friese met zijn onverstelbare rijkdom aan water en waterwild. Waar toen niemand tegen de jacht was, althans daar merkte je niks van. En waar Hans Wiegel het later presteerde om het zoeken van kievitseieren te redden - ondanks Europese regelgeving - zelfs toen de anti-jacht lobby op zijn sterkst en heel machtig was.

Henk Redegeld, die we net in Abcoude ten grave hadden gedragen was mijn eerste leermeester geweest. Twee jaar ging ik met hem de (Vinkeveense) polder op - zoals daar de uitdrukking luidt - en Nellie het steeds zei. Die eerste twee jaar zonder de jachtakte nog en ook zonder ook maar een stiekem schot te lossen. Ik had alleen maar gekeken hoe de oude rot in het vak, de oude beroepsjager van vader op zoon, zijn metier beoefende en dat was voldoende geweest om de passie te doen oplaaien.

Een passie die tot volle bloei kwam op de grote Friese Meren toen Braks nog maar net weg was en Gabor bij wijze van gebaar het lood van de hagelpatroon net had verboden, maar toen er verder nog niet veel aan de hand was. Dat kwam later toen het CDA viel - voor het eerst in de twintigste eeuw - en die valse Paarse kleur in de politiek opdook en de jacht in Nederland zo volledig aan banden werd gelegd dat het land er straatarm door geworden is, voor mensen zoals jij en ik. Zo arm dat jij wilt emigreren naar Canada.

Alleen de volle eend bleef over als jachtvogel, de andere acht soorten, zelfs de smient, werden afgevoerd van de lijst van te bejagen soorten. En de jacht op de schadelijke ganzen werd of verboden of zeer fors aan banden gelegd.

Alleen de herinnering leeft voort in die enkeling die het grote voorrecht van de grote waterwildjacht heeft genoten, zoals deze Limburgse bioloog, die alles zo graag aan het papier toevertrouwt nu. Al is het alleen maar om het opnieuw en opnieuw te kunnen beleven in zijn weemoedige gedachten. En de passie te doen herleven.


Geachte heer Hilgers, Beste Jo,

Net terug van een heerlijke fazantenjacht op het Bildt, eigenlijk een gewapende wandeling met gelijkgestemden, zonder tableau maar met op het netvlies nog de mooist denkbare luchten, compleet me (buiten schot gebleven ) wild, heb ik uw gedicht gelezen en een hoofdstuk uit , waarschijnlijk uw jachtdagboek. Een perfecte derde drift na een schitterende middag, HARTSTIKKE leuk!! Dit zijn namelijk de verhalen die vroeger in een inmiddels grijs verleden, in de Nederlandse jager werden gepubliceerd, door een Wil Huygen, Ome Willem Waidman en Cartouche en mensen uit de echte jachtpraktijk, verhalen die wij in de huidige jager moeten ontberen. Dit soort verhalen maakten dat je de postbode bijna van zijn fiets rukte wanneer hij “Het Jagertje”kwam bezorgen. Je verheugde je al op de inhoud en hoopte stiekem dat je de komende anderhalf tot twee uren niet gestoord zou worden door telefoon, onverwachte aanloop, vrouw of kinderen, om de gehele inhoud van het blad in alle rust te kunnen “verslinden”. Vervolgens weg te dromen in de prachtige verhalen. Stiekem alweer denkend aan soortgelijke hele herkenbare verhalen. It Frije Fjild is het mededelingenblad van de KNJV in Fryslân . Ik ben vorig jaar benaderd om zitting te nemen in de redactie en eigenlijk zouden we het blad weer een beetje op het oude Jagertje willen laten lijken. Met veel jachtverhalen en jachtgerelateerde zaken in dit blad. Het zou zo moeten worden dat er diverse postbodes gaan klagen over het feit dat It Frije Fjild bij hun uit de handen wordt gerukt.

Ik zou graag deze en soortgelijke verhalen in het blad op willen nemen. Mag ik het gedicht en het hoofdstuk gebruiken voor het volgende Nummer?

It Frije Fjild verschijnt driemaandelijks en kost 10 euro per jaar, mogelijk ben u al lid of is een lidmaatschap iets voor u.
Ik zou u graag als lid noteren en wij zien uit naar soortgelijke kopij. It Frije Fjild brengt ook een jachtkalender uit met foto’s uit de regio

Mijn vrouw heeft nu al tweemaal geroepen dat ik moet gaan eten dus ik moet het mailtje afbreken, Graag hoor ik van u

Met waidmannsgroet,

Hilbert Tuiten.


Beste Hilbert,

Je mag deze stukken natuurlijk gebruiken voor het volgende nummer en mij lid maken van It Frije Fjild. Ik ben een gelukkig mens vandaag. Je moest eens weten hoeveel ik geschreven heb en je krijgt het voor en na allemaal, als je het hebben wil en er niet moe van wordt. Ik heb kopij voor tien en meer jaren voor jouw blad als het moet.

Zweitse Lulof en zijn KNJV zijn inderdaad te "streng" geworden en er is nog maar iets meer dan 20% bellettrie in Het Jagertje, die bovendien uiterst zorgvuldig gecensureerd wordt, hetgeen het gevolg is van het feit dat de jacht in het politieke verdomhoekje is geraakt in het laatste decennium. En de tegenpartij ieder verkeerd woord gebuikt om de jager dwars te zitten en de bestuurderen van de Koninklijke wat angsthazerig - zij noemen dat voorzichtig - zijn geworden als je het aan mij vraagt.

Wij zullen dat samen eens anders gaan doen en het gifgroenlinkse gevaar op ouderwetse manier tegemoet treden, maar vooral de jagers weer wat gelukkiger maken en te schrijven over al het goeds dat er was en niet meer is. Tezelfdertijd ook te schrijven over al het goeds wat gebleven is. Om te schrijven met dezelfde passie als waarmee we jagen beste Broeder in Hubertus.

Kom intussen alsjeblieft tzt. eens jagen bij mij in de Anna Paulowna polder, waar ik alle dagen jaag nu ik gepensioneerd ben (06 41488692, Meerweg 7, 1764 KE Breezand), behalve op zondag want dan vis ik.

Hopend op een continue samenwerking ben ik enorm verguld met het feit dat je mij wilt vergelijken met Wil Huygen, Willem Waidman en zelfs met Cartouche. Zo'n compliment heb ik nog nooit gehad en ik ben op slag van mijn minderwaardigheidscomplex af dat Zweitse me heeft opgedrongen, door mij meerdere malen te vertellen dat hij slechts dan een gedicht van mij zou publiceren als ik de PC Hooftprijs had gewonnen. En me af te schepen met een a twee korte verhaaltjes per jaar na veel gesoebat.

Weidmansheil, Jo Hilgers


Beste Jo

Ik geef je bij deze op als abonnee en zal ervoor zorgen dat je het laatste nummer van It Frije Fjild, met onder andere een verhaal van Jan Van der Laan en een kortverslag van het werkbezoek van Annie Schreijer Pierik in staat. Natuurlijk zijn we niet zo professioneel als het “Het” Jagertje, maar het is wel een blad dat door de lezers wordt gewaardeerd. Misschien kunnen we met leuke verhalen en gedichten dit ook zo houden. We zijn allemaal wel eens geschoffeerd door Zweitse en ik ben inmiddels opgehouden kopij naar de KNJV te sturen. Het wordt tijd dat Zweitse met pensioen gestuurd wordt, naar mijn mening en dat zal niet al te lang meer gaan duren. Het KNJV blad zou eigenlijk wat meer allure moeten krijgen en ik neem dan als voorbeeld het nieuwe jachtmagazine/ Jagen mag.( www.jagenmag.nl / www.jagenmag.be )ik weet niet of jou dit bekend is.
Dit is een schitterend blad, dat ook steeds meer abonnee ’s in Nederland kent. Zelfs mijn vrouw leest dit van A tot Z. Ik kan niet garanderen dat ieder stuk geplaatst wordt natuurlijk, maar kopij is altijd welkom. Voor wat betreft die uitnodiging op de jacht, daar moeten we het maar eens over hebben.

Vriendelijke groet,

Hilbert.
www.ateliertuiten.nl


Geachte heer Hilgers,

Bedankt voor uw positieve reactie ten aanzien van ons Friese jagers clubblad. Ik heb helaas dezelfde ervaring met de redactie van de KNJV. Vorig jaar een verhaal geschreven over een wilddiner in december, hetgeen uiteindelijk begin februari werd geplaatst. Om maar niet te spreken over de vele aanbiedingen die ik heb gedaan om actueel nieuws aan te leveren, waarop vervolgens niet werd
gereageerd. Over fatsoen gesproken..... Maar genoeg geklaagd, met It Frije Fjild zitten we redelijk in de lift en iedere bijdrage is meer dan welkom. Mijn verzoek aan u is, indien mogelijk, de artikelen en het naar Hilbert gestuurde gedicht aan te leveren als een bijlage in Word. Ik kan het dan gemakkelijk bewerken en het nodige knip- en plakwerk verrichten. Foto's zijn uiteraard ook welkom.
Nogmaals hartelijk dank voor uw inzet en wie weet dat we elkaar een
keer treffen.

Met vriendelijke groet,

Kees Elzinga
Eind redactie It Frije Fjild

k.elzinga3@chello.nl
tel. 06-25346004



Geachte Heer Elzinga, Beste Kees,

Hartelijk dank voor de belangstelling. Hierbij het gedicht en het verhaal in WORD als attachment. Ik heb reguliere foto's uit die dagen en zal er wat opsturen. Wat is het adres daarvoor alsjeblieft? Ook voor jou geldt dat je bent uitgenodigd hier een keertje te
komen jagen. Ik jaag alle dagen en goed gezelschap is altijd welkom.

Weidmansheil, Jo Hilgers


Jo,

Helemaal super! Mijn adres is Transvaalstraat 9, 8917 CG Leeuwarden. Uiteraard kom ik graag een keer samen met Hilbert een gezellige gewapende wandeling bij je maken. Ik overleg wel met Hilbbert wanneer dit hem het beste uitkomt. Ik heb iedere vrijdag vrij, echter 3 november zit ik in Duitsland om hopelijk bij volle maan een varken te
verschalken en op 10 november heb ik een hazenjacht in Ouwsterhoule. Zelf beschik ik over een 76 bunder, echter volledig glad gemaaid daar de boer zijn vee 365 dagen op stal heeft en alleen maar bezig is kuilgras te scoren. Maar ja, je hebt iets om de akte op te kunnen houden. We houden contact en alvast enorm bedankt voor de uitnodiging.

Met vriendelijke groet, Kees Elzinga


Wauw,

Dit wordt een stief uurtje leesgenot. Ik verheug mij nu al op een regenachtige vrije zondag, de houtkachel aan, rood wijntje, mijn korthaar lekkers slapend op mijn voeten
En dan maar lezen. Je wordt vandaag of morgen gemaild door Kees Elzinga die de eindverantwoordelijke is voor It Frije Fjild. Ik had hem jou gedicht gemaild en jou enigszins geïntroduceerd . Hij was ook enthousiast en heeft mij net gemaild dat hij, zo snel mogelijk even contact legt. Ik heb je als lid van It Frije Fjild aangemeld en je krijgt het laatste exemplaar toegestuurd. Kees is wel eens een beetje somber over de toekomst van het blad, maar nu hij weet dat er meer mensen enthousiast raken en ook kopij willen leveren wordt het voor hem ook weer leuk. Van het lidmaatschap van het blad Jagen Mag, zul je geen spijt krijgen. Ik vind het heerlijk leesbaar en zelfs leuker dan de “Wild und Hund”

Ik zal het epistel met belangstelling lezen.

Groeten Hilbert.


Hallo Jo,

We kunnen nu zeker een aantal nummers vullen! Geweldig bedankt . Ik zal contact met Hilbert opnemen. Vanochtend even in het veld geweest. Er vlogen helaas niet veel ganzen en de controle door de politie kostte veel tijd. Alles uiteraard op zak en even gezellig gebabbeld. Je kunt deze mannen maar beter te vriend houden. Nogmaals bedankt en ik hoop dat we elkaar binnekort een keer kunnen treffen.

Groet, Kees Elzinga

 

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz