Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.
5 april 2004

Kerstmis 1993 met overstromingen in Limburg langs de Maas
en
de Hemel op Aarde voor de waterwildjager in Friesland op d'Olde Karre en de Morra


Beste Peter,

Nu ik het in mijn vorige verhaal van vandaag toch had over 1993, het jaar dat Paars, met wat ons jagers beteft, Van Aartsen aan het hoofd actief werd, grijp ik nogmaals in mijn rode klapper naar een oud verhaal. Het speelt rond de Kerst van dat jaar toen de Maas weer eens behoorlijk buiten haar oevers is getreden en de laag gelegen dorpen in Limburg langs haar mooie rivier, weer eens behoorlijke wateroverlast hadden.

Er was toen ondanks de enorme regenval niks aan de hand in noordelijk en westelijk Nederland waterland, want we hebben het water heus wel onder controle natuurlijk in ons polderland en het grote merenland dat Friesland heet. Alleen de Rijn en de Maas met hoge waterstanden geeft nog problemen nu en dan, maar voor de rest wordt gepompt en gemaald dat het een lieve lust is en krijgen we geen natte voeten. Ook niet in Amstelveen waar mijn huis vier meter onder zeeniveau staat.

En zo'n regentijd met veel wind en storm is ideaal voor de waterwildjager. Als iedereen thuis voor de TV naar de rampspoed kijkt en de Koningin zich opmaakt om de getroffen gebieden - in dit geval Maastricht - te bezoeken, gaat de waterwildjager er op uit en heeft de tijd van zijn leven. Is hier niet het gezegde van toepassing: de een zijn dood is de ander zijn brood?

Had je niet gedacht he ouwe jongen, maar na onderstaand ouwe verhaal gelezen te hebben vergeet je dit nooit meer, zo mooi is het en zo overtuigend. Maar toen, meer als tien jaren geleden kon het nog, nu mag het niet meer en is Nederland er onnoemelijk veel armer op geworden. Lees maar.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Veel eenden en ganzen op de Fluessen in de donkere dagen voor de kerst van 1993
Met recht de donkere dagen voor de Kerst. Grote overstromingen in Duitsland en Belgie nu al en bij Maastricht en het verdere Limburg zouden die weldra volgen. Donker weer met de ene depressie na de andere. Nat was het ook in Friesland. De ruitenwissers van mijn 240GD Fourwheel jachtgroene Mercedes - bouwjaar 1980 - stonden op hun maximale stand op weg naar het jachthuis van Henk Weijburg in Warns gelegen in het zuidwestelijke puntje van Friesland. De echte vaart kon ik er niet inzetten want dat ding reed maar net over de honderd kilometer per uur, maar daar was ik aan gewend geraakt. Henk reed in zijn Mercedes 600 sedan wel wat sneller van Hilversum naar Warns, dus die zou me wel triomfantelijk toeterend voorbij zoeven zo dadelijk, want ik was in mijn unieke mobiel niet te missen op de weg en het Amsterdamse in die dagen.

Het was maandagavond nu en na het avondeten had ik de tank van de auto en de kleine tankjes voor de buitenboordmotoren van onze jachtboten laten vullen bij het plaatselijk tankstationetje. In de avondwinkel had ik boodschappen gedaan: harde broodjes, goeie boter, pate, zilveruitjes en chocola gekocht, want de rest was wel in huis nog. Henk Vink zou er ook zijn en we hadden twee jachtdagen voor de boeg op de Morra en d'Olde Karre, de zuidelijkste delen van de grote Fluessen.

De windwijzer in het Jachthuis in het haventje van Warns gaf aan dat de weinige wind uit het oosten kwam. Geen enkel weerbericht, tot het laatste toe, had ook maar gerept over oostenwind. Alle wind en goeds zou uit het westen moeten komen volgende de weergoden. Maar op onze windwijzer werd oost die avond eerder noordoost en noord dan west, terwijl zuidoost ook best zou zijn geweest.

Voor de waterwildjacht op eenden op de grote Friese meren is de wind van enorm belang: die kan een dag maken of breken. De hele avond kwam daar het gesprek op terug een na geluisterd en gekeken te hebben naar het laatste weerbericht uit De Bilt, besloten we met twee boten naar d'Olde Karre te gaan. Maar ideaal zou het daar niet zijn want daar is wind met zuid erin de favoriete.

Het seizoen was tot nu toe prima geweest. Voor de vorstperiode van eind november waren de meeste eenden geschoten. Tijdens de vorst waren de eenden verdwenen en hierna had het even geduurd, voordat er weer grotere groepen smienten gesignaleerd werden. De flinke winden van de laatste weken en de vele regen hadden weer wat roodkoppen en halfjes vanaf het IJsselmeer binnengebracht. En vollen waren er zoals altijd nog genoeg en volop in deze tijd van de winter.

Zo vet dat ik ze na het plukken van hun vette vel ontdeed en het eendevet eruit bakte voor in een Keuls potje in de koelkast als surrogaat voor boter in de kerstperiode en januari, bijvoorbeeld in de boerenkool en de hutspot. Met het bovenlandse goed gaat zoiets niet want dat is niet vet genoeg in deze tijd van het jaar, die komen pas weer op trekgewicht met veel vet onder de huid, voor de trek naar de broedgebieden, als het jachtseizoen al afgelopen is.

Dit waren de langste nachten van het jaar en het ontbijt was er om half zeven. Pas om kwart over acht zou het licht genoeg zijn om iets te kunnen zien. Henk W. en Henk V. zouden samen jagen uit een boot of eventueel een hut. Zelf zou ik de tweede boot bij de Kuilaart nemen. Maar nog steeds wees de windwijzer naar noordoost en nog steeds zei de Weerman dat er een flinke noodwester zou waaien.

Langzaam varend zochten we in de donkerte naar de hut waar ik zou beginnen. Hij was voor de zoveelste keer losgeslagen van de ankers, maar gelukkig nog net aan een paal blijven hangen. Het riet bood niet veel dekking meer. Bruine dunne stengels met een laatste pluimrest. Het wilgenstruikgewas achter de hut was kaal en stak zwart af tegen de glorende ochtendlucht.

Kabbelende golven tegen het riet aan merkte ik pas op nadat ik de eerste lokkers had uitgegooid. De wind stak schuin van voren over vanaf het kanaaltje. Die zat dus niet in de goeie hoek verdomme. Maar er waren eenden genoeg. Kleinere en grotere groepen vlogen nu al rond zo vroeg en ik was alles bijelkaar optimistisch. Maar de ganzen trokken te hoog.

Nee niet zoals bij die sneeuwstorm bij IJlst achter de boerderij in de polder bij Libbe Kersma. Toen dwarrelden ze laag over ons heen en konden de wind bijna niet trotseren. En ook niet zoals eerder in het seizoen op het Gaastmeer met Job en zijn hond Oscar, toen ze tegen de sterke wind in, laag over het water kwamen met honderden, wat zeg ik duizenden tegelijkertijd.

Friesland is een wereldwonder wat ganzen betreft. Ieder jaar leken er weer meer te zijn. Hele wolken verschenen aan de horizon uit de richting van Koudum om in tientallen groepen en groepjes richting Himmelum achter ons te verdwijnen. Van de slaapplaatsen op het IJsselmaar naar de eeuwige graslanden van hun Friese winterhemel achter ons.

Een enkele middelste zaagbek kwam eens kijken, al spoedig gevolgd door en groep van wel tien van deze mooie slanke visetende niet bejaagbare eendjes. Ook de eerste kuifeenden vlogen langs. Prachtige zwartwit getekende eenden die veel namen hebben onder de jagers, zoals halfjes, bontjes en zwartjes. Ze bleven buiten schot. De wind zat verkeerd en bovendien zagen ze de hut.

Tussen de hoge ganzen vloog een nog hogere groep smienten, fluitend verkenden ze de omgeving. Maar die waren nu wel flink op hun hoede want ze hadden al te veel meegemaakt in het Friese sinds hun aankomst uit het hoge noorden. Mijn gefluit op de smienten en de kollen mocht niet baten, de ganzen bleven ver weg en de smienten veel te hoog.

De ene groep eenden na de andere, ook een behoorlijke groep vollen, streken neer op zo'n honderd meter voor me. Ik kreeg het spul niet tussen de lokkers. Een keer had ik geschoten op een snelle roodkop, toen ik me begon te realiseren dat ik inderdaad goed fout zat. Henk en Henk hadden een salvo van vijf schoten afgevuurd in de verte aan de overkant, maar verder was het daar ook stil gebleven. We hadden de walkie talkies vergeten mee te nemen. Ik besloot te verkassen, viste mijn lokkers op. Het was al tien uur geweest.

Tuffend in de richting van het kanaaltje van Kolderwolde was ik verbaasd over de grote aantallen eenden die in deze hoek bijelkaar lagen en nu voor de boot opvlogen. Ook de tweede hut, die nu precies in de goede bocht lag wat de wind betreft, was losgeslagen en in dit geval helemaal tegen de kant aan gedreven. Dan maar wat verderop in het weinige riet dat daar nog stond gaan liggen en vanuit de boot jagen. Gaf nog wat meer dekking ook.

Deze keer zat ik goed. In kleine groepjes kwamen de verjaagde eenden terug. Eerst de vollen die zich hier veilig waanden en zich thuis voelden. Een eerste woerd viel zo'n dertig meter verderop tegen de riekraag, na een schot staalhagel. Het was nog wennen met die nieuwe hagel, je moest ze dichterbij laten komen om ze goed dood te kunnen schieten.

Lood was verboden dit jaar. De minister was gezwicht op dit punt. De argumenten waren zwak geweest om niet te zeggen controversieel. Loodvergiftiging van waterwildjacht met name in de Verenigde Staten was weliswaar aangetoond maar zeker niet ernstig te noemen. In Europa was het niet of nauwelijks beschreven en met het geringe aantal waterwildjagers in Nederland was het belachelijk te veronderstellen dat het een ernstig probleem zou zijn. Er werden spijkers op laag water gezocht vanaf die tijd en ze werden voortdurend gevonden tot de dag van vandaag.

Staal en bismuth en nog wat andere metalen ook waren nu het gesprek van de dag. Het waterwild was er zeker niet bij gebaat. Zoals het zich nu liet aanzien werd er meer wild ziek geschoten, alhoewel dat natuurlijk nog aan de geringe vertrouwdheid met de nieuwe patronen kon liggen. In ieder geval was een kleinere schootsafstand een vereiste en meer discipline bij het omhoog komen uit de dekking alvorens te schieten.

Henk en Henk hadden sporadisch geschoten, terwijl ik nu regelmatig kansen kreeg maar er kwamen toch minder eenden terug naar mijn hoek dan ik gedacht had in eerste instantie. Een mooie roodkop en nog twee vollen kwamen binnen. De ganzentrek werd minder nu en de wind begon te draaien, binnen een uur en kwartslag naar noordwest, de wind van de weerman, en ik lag opnieuw verkeerd. Ik zou moeten verkassen maar daarvoor was het nu wat laat geworden.

Mijn metgezellen kwamen er aan tuffen en een kijkje nemen. Op mijn verzoek schoven de heren bij in het riet met hun boot. Zij hadden twee kollen, een grote rieter met zes eenden waarvan een smient. Mede dankzij Zita, de bruine Griffon, de trouwe en prima waterwildhond van Henk, waardoor de jagers niet uit de dekking hoeven te komen omdat de hond het geschoten wild ophaalt. Uiteindelijk toch nog een redelijk tableau.

Met middaguur ging geruisloos voorbij en we besloten om in te pakken en de lokkers op te vissen. Rondvaren om eventuele zieke en aangeschoten ganzen door de landjagers uit hun lijden te verlossen was een vereiste nu. Het leverde nog een jonge kolgans op. Vier ganzen en tien eenden met zijn drieen en dat ondanks de van richting veranderende wind. De voorspelde regen was niet gekomen. De wind was te zwak ook geweest, maar de eerste van de twee jachtdagen was toch nog tot een rustig en mooi einde gekomen. Het Friese ganzenwonder had zich weer voor onze ogen voltrokken en eenden waren er zat van alle soorten en maten.

Als in godsnaam en die van de Prinsen Bernhard en Willem-Alexander - verwoede jagers zoals je weet beste Peter - de minister maar niet zou besluiten de jacht op watertrekwild te gan verbieden. Nederland en vooral Friesland zouden minder waard worden. Het oeroude jachtgenot - zo goed gereguleerd middels en der beste jachtwetten in de wereld - zou verloren gaan en jagers zoals Henk en ik zouden een beetje sterven.

Henk Vink was al weer op weg naar zijn Beijerland in het Zeeuwse, waar we af en toe achteroverliggend in de bieten wel op de grauwe ganzen gingen, enorme vogels die daar veel broeden en steeds meer in de loop der jaren. Waar we wel meededen op drijfjachten op hazen en fazanten, die er nog volop waren daar in het Zeeuwse. Henk, een rijke boer, was gewaardeerd lid van een der wildschade commissies in het westen van het land.

We hadden nog en restaurantje gevonden dat niet gesloten was in deze horeca vakantiedagen in de Friese winter. Maar het Ponkje van Woudsend was wel het neusje van de zalm. Niet dat we nu vis aten, maar wel gerookte ganzenborst met pijnboompitten, gevolgd door fazanteborst met pruimen, met gebakken aardappeltjes, een rolletje spinazie in dunne speklapjes en met andere heerlijke groenten zoals witlof en spruitjes. Een kopje koffie na met een Calvados vervolmaakte de maaltijd. De mooie volfriese dochter des huizes had ons goed bediend en geholpen en enkele wijsheden over jacht- en kookgeneugten hadden het gesprek en het verpozen vervolmaakt.

De windwijzer had het niet meer. Hij trilde fel van west naar zuidwest terug over west naar noordwest en terug en heen en weer in snel tempo. De wind was nu pas werkelijk opgestoken en het miezerde en regende weer. Een nieuwe donkere dag voor de kerst diende zich aan. Het weerbericht uit De Bilt leek er wat beter op vandaag. Itteren en Borgharen stonden nu behoorlijk onder water en Roermond werd bedreigd. De hoogste waterstand sinds mensenheugenis was op komst in het Limburgse. Mijn familie zat echter hoog en droog in de oostelijke mijnstreek, te weten broer Louis die met vrouw en dochter in het ouderlijk huis in Hoensbroek aan de Hommerterweg wonen.

De koffier die Henk in de morgen zet is goed en sterk. Daar wordt je wakker van. Ik neem er altijd wat extra koffiemelk van Friese vlag bij. Het brood wordt altijd vers gehaald de avond tevoren en het beleg boven de goeie boter is het beste boterhammenvlees en de lekkerste kaas. Het brood wordt ook geroosterd en Henk is zonder meer een ideale gastheer en een waterwildjager van het zuiverste water met een leven vol rijke ervaring.

Een kenner als geen ander, die er alles voor over heeft en wiens leven draait om het Friese middelpunt ook al woont hij in Hilversum tussen de rijken deze aarde, speciaal die van het Gooi. Hij was gevleid als ik zei dat er een goeie bioloog aan hem verloren was gegaan.

Een natuurmens, een bonafide jager, een geweldige kameraad zonder poespas die genoot en nog geniet van het leven, ook al nadert hij nu de tachtig. Altijd klagend over zijn gezondheid, maar ondertussen zo gezond als een vis en zo sterk als een beer. Hij was net weer jarig op vijfentwintig maart, zoals ieder jaar in het midden van het kievitseieren seizoen dat ik nu gemist heb, dit jaar.

De wind was aangewakkerd en kracht vier tot vijf nu. We hadden gekozen voor de Morra en zouden in de zuidwesthoek op de ganzentrek gaan tot tienen. Rustig waren we in het riet gaan liggen op de kop van het kanaaltje ten zuiden van Himmelum op weg naar Warns. Vroege snoekbaarsvissers waren net als gisteren trouwens op d'Olde Karre stevig in de weer met hun netten. Er werd volop gevangen en ze verdwenen niet voor het middaguur. Werk aan de winkel voor deze broodvissers in deze winderige depressiedagen.

De Hoekstra's kennen we goed en ik heb ze wel eens uitgenodigd bij mij op het Gaastmeer terwijl we ook wel eens met hun achterom op de ganzen zijn geweest in de polder vlak onder de IJsselmeerdijk waar ze erover komen aanvliegen, naar het achterland met Himmelum.

Wij waren de enigen nu op de grote Friese wateren, nu de watertoeristen verdwenen waren en er zelfs geen vogeltjeskijkers te zien waren, want die zaten thuis hun vogeltjesgidsen te bestuderen en hun vogeltjeskijklijstjes te maken. Dit was geen zeldzamevogeltjeskijkdag ook al waren die zeldzame vogeltjes er wel (schoot een keer de Amerikaanse wintertaling, zeer zeldzaam in Europa, niet te herkennen van de onze en heel smakelijk), maar vogeltjeskijkverzamelaartjes houden van lekker weer. Ze zijn te vergelijken met mooi-weer vissers, niet met jagers zoals Henk en ik, waarvoor geen storm te sterk is en het pijpestelen mag regenen.

En een stiekeme fotograaf loerend op een prijs van die klote dierenbeschermingsorganisatie, te vergeven voor een foto met een stervend dier in de hand van een jager, was ook al niet in velden of wegen te zien. Ook die zat achter de kachel bij zijn moeder thuis.

Hou op met dat gefluit op die gekke fluit riep Henk me toe. Je jaagt ze weg en hebt absoluut geen gevoel voor pratende ganzen. Het deed het voor met zijn mond en ik borg mijn speciaal voor de kollen gemaakte fluit - door onze zakelijke jachtvriend in Koudum - weer op. Langzaam en gedoseerd praatte Henk met de overvliegers. Van over de Morra uit Koudum kwamen ze aan als even zovele squadrons straaljagers, netjes in V-vorm om de wind zo goed mogelijk te kunnen trotseren. Nog te hoog vandaag maar niet meer zoals gisteren. De broodvissers waren aan de gang precies tussen ons en de ganzen en links en rechts vlogen ze ons om de oren zonder behoorlijk onder schot te komen.

Er viel geen eend te bekennen in deze hoek. Vreemd want de wind zat goed nu. Zuid tot zuidwest was hij geworden waarmee een draai van 360 graden binnen twee etmalen een feit was geworden. Om kwart voor tien tuften we langzaam door de zuidwestbocht voorbij de vaargeul naar de Geeuw en verder Warns en Stavoren, in de richting van de Galamadammen. De wind trok aan en kwam van schuin linksvoor nu. De eerstvolgende hut die we bereikten was nog in prima staat en op zijn plaats. Tegen veel hoop in werden de lokkers nogmaals uitgelegd. Geen smientenlokkers nu, maar wel een extra portie halfjes en wat meer roodkoplokkers ook. Ook nog wat vollen wat meer links naar de hoek tussen en vlak voor het riet.

Om elf uur kwam de eerste kuifeend binnenvliegen, letterlijk en figuurlijk. Een sprankje hoop en nog meer wakkerde de wind aan. Zit hardstikke verkeerd vergeleken met de vorige week mopperde Henk. Henk moppert gauw en constant over het weer zoals een echte waterwildjager het betaamt.

Meer eenlingen kwamen snel en laag regelrecht vanuit het noorden binnen nu. Voor ze over de rechts liggende lokkers konden wegdraaien had Henk geschoten en regelmatig zwom Zita ze na om ze vakkundig binnen te brengen zonder veel poespas. Hij apporteerde ze naar achter op het land, maar kwam ook naar de hut zwemmen ermee. Zijn standplaats was linksonder aan de hut op de plank die regelrecht op de drijvende buizen was vastgemaakt.

Een troep van zes roodkoppen scheerde laag binnen en een salvo uit de twee Winchester drieschots repeteergeweren leverde er vier op. Nog geen twee uur later was de trek afgelopen. Een snel en fascinerend spel tusen vogels en jagers was het geweest in uiterste concentratie. Slechts een keer had ik met de boot eruit gemoeten omdat van de vijf afgedreven eenden Zita er maar drie binnen kreeg.

Tegen tweeen was het minder gaan waaien en hadden we de Morra - waar het kan spoken - overgestoken zonder gevaar voor eigen leven. Nou ja. Oppassen moesten we hier altijd want had ons aller jachtvriend Antonisse hier zijn leven niet gelaten bij de waterwildjacht? De schrijver van het cursusboek van de jacht in Nederland, de grondlegger van de veelgeprezen jachtcursus waar alle jagers van houden, net als van Poortvliet en Schreinder, de onvolprezen jachtschilders van deze eeuw.

Maar hij - Antonisse - was op het veld van eer, wat zeg ik in het water van de grootste eer, niet gesneuveld maar gewoon verzopen en dat was altijd in onze gedachten als met met onze jachtboten met lage boord op deze ondiepe verraderlijke Friese plassen ronddwaalden.

Negentien eenden, waarvan negen prachtige roodkoppen en ook negen halfjes en nog een volle eend was ons tableau die tweede dag en op een na hadden we dus negenentwintig eenden en vier ganzen geschoten die twee dagen in het Friese, als ik goed geteld heb. Schoonmaakwerk aan de winkel dat ik thuis in Amstelveen zou doen en waarvoor ik mijn schuurtje had laten ombouwen tot een soort aangepaste bijkeuken met twee grote vriezers voor al het wild dat ik in die dagen schoot.

Venlo en Roermond staan nu pas goed onder water. Koningin en ministers reizen op en neer tussen Limburg en het Haagse. Van achter de warme kachel in Henk's smaakvol ingerichte - met veel opgezette jachtvogels van alle soorten in het Friese, zowel staand als vliegend en hangend van het plafond - en bij het open haardvuur zien we hoe het water niks als misere brengt, in Brabant en Gelderland nu ook.

Job had trouwens vrijdag al niet kunnen jagen in het Vossemeer naast de IJssel, zijn hut stond een meter onder water. Hoog water was er toen al op de IJssel vanuit de Rijn en het zal je maar overkomen dat je met de Kerst met een huis vol water in plaats van goed eten zit nietwaar beste Peter.

Maar Friesland, waterland bij uitstek is en blijft dan "droog" genoeg en de hemel op aarde voor de waterwildjager, zelfs in zulke tijden van waterrampspoed en watersnoodrampen in de normaal drogere delen van ons eendenland.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Beste Peter,

Eri Rosita en haar vriendin hebben net boodschappen gedaan nadat ze hun kiesplicht hebben vervuld en zijn nu bezig mijn maaltje te bereiden. Ik had nog een mooi stuk yellowfin tuna liggen dat ik van Pangandaran had meegenomen en daar worden biefstukjes van gesneden nu. Ze hebben ik weet niet hoeveel kruiden aangeschaft en het beloofd Indisch lekker te worden.

Hoop dat je een goede reis zult hebben, want het zal wel niet lang meer duren voor die een aanvang neemt, omdat je immers de zevende al bij Dr. Gero aankomt. En morgen is het de zesde en moet ik weer aan het werk voor Pak Jahja. Nog drie dagen en dan vertrek ik op vrijdag naar mijn geliefde Limburg. Tot donderdag dus wanneer Kishnu jou en Yuliana Theresia komt ophalen in Jakarta.

Met vriendelijke groeten uit Bandung waar het weertje heerlijk koel is en waar nu de verkiezingsgekte tot een einde is gekomen. Die maak je dus net niet meer mee en relletjes waarschijnlijk ook niet want die zijn er gewoon niet meer hier in Indonesie. Waar woon je nog veiliger in de wereld dan hier nietwaar Peter? Jij en ik weten dat.

Jo in weemoedige herinneringen verzonken.





Jo ,

Een geweldig verhaal. We kunnen bijna een special van jou gaan uitgeven. Kun je mij dit verhaal ook als bijlage in Word sturen? Alvast bedankt en een goed weekend toegewenst,

Kees Elzinga

 

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz