5 april 2004
Kerstmis 1993 met
overstromingen in Limburg langs de Maas
en
de Hemel op Aarde voor de waterwildjager in Friesland op
d'Olde Karre en de Morra
Beste Peter,
Nu ik het in mijn vorige verhaal van vandaag toch had
over 1993, het jaar dat Paars, met wat ons jagers beteft,
Van Aartsen aan het hoofd actief werd, grijp ik nogmaals in
mijn rode klapper naar een oud verhaal. Het speelt rond de
Kerst van dat jaar toen de Maas weer eens behoorlijk buiten
haar oevers is getreden en de laag gelegen dorpen in Limburg
langs haar mooie rivier, weer eens behoorlijke wateroverlast
hadden.
Er was toen ondanks de enorme regenval niks aan de hand
in noordelijk en westelijk Nederland waterland, want we
hebben het water heus wel onder controle natuurlijk in ons
polderland en het grote merenland dat Friesland heet. Alleen
de Rijn en de Maas met hoge waterstanden geeft nog problemen
nu en dan, maar voor de rest wordt gepompt en gemaald dat
het een lieve lust is en krijgen we geen natte voeten. Ook
niet in Amstelveen waar mijn huis vier meter onder zeeniveau
staat.
En zo'n regentijd met veel wind en storm is ideaal voor
de waterwildjager. Als iedereen thuis voor de TV naar de
rampspoed kijkt en de Koningin zich opmaakt om de getroffen
gebieden - in dit geval Maastricht - te bezoeken, gaat de
waterwildjager er op uit en heeft de tijd van zijn leven. Is
hier niet het gezegde van toepassing: de een zijn dood is de
ander zijn brood?
Had je niet gedacht he ouwe jongen, maar na onderstaand
ouwe verhaal gelezen te hebben vergeet je dit nooit meer, zo
mooi is het en zo overtuigend. Maar toen, meer als tien
jaren geleden kon het nog, nu mag het niet meer en is
Nederland er onnoemelijk veel armer op geworden. Lees maar.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Veel eenden en ganzen op de Fluessen in de donkere dagen
voor de kerst van 1993
Met recht de donkere dagen voor de Kerst. Grote
overstromingen in Duitsland en Belgie nu al en bij
Maastricht en het verdere Limburg zouden die weldra volgen.
Donker weer met de ene depressie na de andere. Nat was het
ook in Friesland. De ruitenwissers van mijn 240GD Fourwheel
jachtgroene Mercedes - bouwjaar 1980 - stonden op hun
maximale stand op weg naar het jachthuis van Henk Weijburg
in Warns gelegen in het zuidwestelijke puntje van Friesland.
De echte vaart kon ik er niet inzetten want dat ding reed
maar net over de honderd kilometer per uur, maar daar was ik
aan gewend geraakt. Henk reed in zijn Mercedes 600 sedan wel
wat sneller van Hilversum naar Warns, dus die zou me wel
triomfantelijk toeterend voorbij zoeven zo dadelijk, want ik
was in mijn unieke mobiel niet te missen op de weg en het
Amsterdamse in die dagen.
Het was maandagavond nu en na het avondeten had ik de
tank van de auto en de kleine tankjes voor de
buitenboordmotoren van onze jachtboten laten vullen bij het
plaatselijk tankstationetje. In de avondwinkel had ik
boodschappen gedaan: harde broodjes, goeie boter, pate,
zilveruitjes en chocola gekocht, want de rest was wel in
huis nog. Henk Vink zou er ook zijn en we hadden twee
jachtdagen voor de boeg op de Morra en d'Olde Karre, de
zuidelijkste delen van de grote Fluessen.
De windwijzer in het Jachthuis in het haventje van Warns
gaf aan dat de weinige wind uit het oosten kwam. Geen enkel
weerbericht, tot het laatste toe, had ook maar gerept over
oostenwind. Alle wind en goeds zou uit het westen moeten
komen volgende de weergoden. Maar op onze windwijzer werd
oost die avond eerder noordoost en noord dan west, terwijl
zuidoost ook best zou zijn geweest.
Voor de waterwildjacht op eenden op de grote Friese meren
is de wind van enorm belang: die kan een dag maken of
breken. De hele avond kwam daar het gesprek op terug een na
geluisterd en gekeken te hebben naar het laatste weerbericht
uit De Bilt, besloten we met twee boten naar d'Olde Karre te
gaan. Maar ideaal zou het daar niet zijn want daar is wind
met zuid erin de favoriete.
Het seizoen was tot nu toe prima geweest. Voor de
vorstperiode van eind november waren de meeste eenden
geschoten. Tijdens de vorst waren de eenden verdwenen en
hierna had het even geduurd, voordat er weer grotere groepen
smienten gesignaleerd werden. De flinke winden van de
laatste weken en de vele regen hadden weer wat roodkoppen en
halfjes vanaf het IJsselmeer binnengebracht. En vollen waren
er zoals altijd nog genoeg en volop in deze tijd van de
winter.
Zo vet dat ik ze na het plukken van hun vette vel ontdeed
en het eendevet eruit bakte voor in een Keuls potje in de
koelkast als surrogaat voor boter in de kerstperiode en
januari, bijvoorbeeld in de boerenkool en de hutspot. Met
het bovenlandse goed gaat zoiets niet want dat is niet vet
genoeg in deze tijd van het jaar, die komen pas weer op
trekgewicht met veel vet onder de huid, voor de trek naar de
broedgebieden, als het jachtseizoen al afgelopen is.
Dit waren de langste nachten van het jaar en het ontbijt
was er om half zeven. Pas om kwart over acht zou het licht
genoeg zijn om iets te kunnen zien. Henk W. en Henk V.
zouden samen jagen uit een boot of eventueel een hut. Zelf
zou ik de tweede boot bij de Kuilaart nemen. Maar nog steeds
wees de windwijzer naar noordoost en nog steeds zei de
Weerman dat er een flinke noodwester zou waaien.
Langzaam varend zochten we in de donkerte naar de hut
waar ik zou beginnen. Hij was voor de zoveelste keer
losgeslagen van de ankers, maar gelukkig nog net aan een
paal blijven hangen. Het riet bood niet veel dekking meer.
Bruine dunne stengels met een laatste pluimrest. Het
wilgenstruikgewas achter de hut was kaal en stak zwart af
tegen de glorende ochtendlucht.
Kabbelende golven tegen het riet aan merkte ik pas op
nadat ik de eerste lokkers had uitgegooid. De wind stak
schuin van voren over vanaf het kanaaltje. Die zat dus niet
in de goeie hoek verdomme. Maar er waren eenden genoeg.
Kleinere en grotere groepen vlogen nu al rond zo vroeg en ik
was alles bijelkaar optimistisch. Maar de ganzen trokken te
hoog.
Nee niet zoals bij die sneeuwstorm bij IJlst achter de
boerderij in de polder bij Libbe Kersma. Toen dwarrelden ze
laag over ons heen en konden de wind bijna niet trotseren.
En ook niet zoals eerder in het seizoen op het Gaastmeer met
Job en zijn hond Oscar, toen ze tegen de sterke wind in,
laag over het water kwamen met honderden, wat zeg ik
duizenden tegelijkertijd.
Friesland is een wereldwonder wat ganzen betreft. Ieder
jaar leken er weer meer te zijn. Hele wolken verschenen aan
de horizon uit de richting van Koudum om in tientallen
groepen en groepjes richting Himmelum achter ons te
verdwijnen. Van de slaapplaatsen op het IJsselmaar naar de
eeuwige graslanden van hun Friese winterhemel achter ons.
Een enkele middelste zaagbek kwam eens kijken, al spoedig
gevolgd door en groep van wel tien van deze mooie slanke
visetende niet bejaagbare eendjes. Ook de eerste kuifeenden
vlogen langs. Prachtige zwartwit getekende eenden die veel
namen hebben onder de jagers, zoals halfjes, bontjes en
zwartjes. Ze bleven buiten schot. De wind zat verkeerd en
bovendien zagen ze de hut.
Tussen de hoge ganzen vloog een nog hogere groep
smienten, fluitend verkenden ze de omgeving. Maar die waren
nu wel flink op hun hoede want ze hadden al te veel
meegemaakt in het Friese sinds hun aankomst uit het hoge
noorden. Mijn gefluit op de smienten en de kollen mocht niet
baten, de ganzen bleven ver weg en de smienten veel te hoog.
De ene groep eenden na de andere, ook een behoorlijke
groep vollen, streken neer op zo'n honderd meter voor me. Ik
kreeg het spul niet tussen de lokkers. Een keer had ik
geschoten op een snelle roodkop, toen ik me begon te
realiseren dat ik inderdaad goed fout zat. Henk en Henk
hadden een salvo van vijf schoten afgevuurd in de verte aan
de overkant, maar verder was het daar ook stil gebleven. We
hadden de walkie talkies vergeten mee te nemen. Ik besloot
te verkassen, viste mijn lokkers op. Het was al tien uur
geweest.
Tuffend in de richting van het kanaaltje van Kolderwolde
was ik verbaasd over de grote aantallen eenden die in deze
hoek bijelkaar lagen en nu voor de boot opvlogen. Ook de
tweede hut, die nu precies in de goede bocht lag wat de wind
betreft, was losgeslagen en in dit geval helemaal tegen de
kant aan gedreven. Dan maar wat verderop in het weinige riet
dat daar nog stond gaan liggen en vanuit de boot jagen. Gaf
nog wat meer dekking ook.
Deze keer zat ik goed. In kleine groepjes kwamen de
verjaagde eenden terug. Eerst de vollen die zich hier veilig
waanden en zich thuis voelden. Een eerste woerd viel zo'n
dertig meter verderop tegen de riekraag, na een schot
staalhagel. Het was nog wennen met die nieuwe hagel, je
moest ze dichterbij laten komen om ze goed dood te kunnen
schieten.
Lood was verboden dit jaar. De minister was gezwicht op
dit punt. De argumenten waren zwak geweest om niet te zeggen
controversieel. Loodvergiftiging van waterwildjacht met name
in de Verenigde Staten was weliswaar aangetoond maar zeker
niet ernstig te noemen. In Europa was het niet of nauwelijks
beschreven en met het geringe aantal waterwildjagers in
Nederland was het belachelijk te veronderstellen dat het een
ernstig probleem zou zijn. Er werden spijkers op laag water
gezocht vanaf die tijd en ze werden voortdurend gevonden tot
de dag van vandaag.
Staal en bismuth en nog wat andere metalen ook waren nu
het gesprek van de dag. Het waterwild was er zeker niet bij
gebaat. Zoals het zich nu liet aanzien werd er meer wild
ziek geschoten, alhoewel dat natuurlijk nog aan de geringe
vertrouwdheid met de nieuwe patronen kon liggen. In ieder
geval was een kleinere schootsafstand een vereiste en meer
discipline bij het omhoog komen uit de dekking alvorens te
schieten.
Henk en Henk hadden sporadisch geschoten, terwijl ik nu
regelmatig kansen kreeg maar er kwamen toch minder eenden
terug naar mijn hoek dan ik gedacht had in eerste instantie.
Een mooie roodkop en nog twee vollen kwamen binnen. De
ganzentrek werd minder nu en de wind begon te draaien,
binnen een uur en kwartslag naar noordwest, de wind van de
weerman, en ik lag opnieuw verkeerd. Ik zou moeten verkassen
maar daarvoor was het nu wat laat geworden.
Mijn metgezellen kwamen er aan tuffen en een kijkje
nemen. Op mijn verzoek schoven de heren bij in het riet met
hun boot. Zij hadden twee kollen, een grote rieter met zes
eenden waarvan een smient. Mede dankzij Zita, de bruine
Griffon, de trouwe en prima waterwildhond van Henk, waardoor
de jagers niet uit de dekking hoeven te komen omdat de hond
het geschoten wild ophaalt. Uiteindelijk toch nog een
redelijk tableau.
Met middaguur ging geruisloos voorbij en we besloten om
in te pakken en de lokkers op te vissen. Rondvaren om
eventuele zieke en aangeschoten ganzen door de landjagers
uit hun lijden te verlossen was een vereiste nu. Het leverde
nog een jonge kolgans op. Vier ganzen en tien eenden met
zijn drieen en dat ondanks de van richting veranderende
wind. De voorspelde regen was niet gekomen. De wind was te
zwak ook geweest, maar de eerste van de twee jachtdagen was
toch nog tot een rustig en mooi einde gekomen. Het Friese
ganzenwonder had zich weer voor onze ogen voltrokken en
eenden waren er zat van alle soorten en maten.
Als in godsnaam en die van de Prinsen Bernhard en
Willem-Alexander - verwoede jagers zoals je weet beste Peter
- de minister maar niet zou besluiten de jacht op
watertrekwild te gan verbieden. Nederland en vooral
Friesland zouden minder waard worden. Het oeroude jachtgenot
- zo goed gereguleerd middels en der beste jachtwetten in de
wereld - zou verloren gaan en jagers zoals Henk en ik zouden
een beetje sterven.
Henk Vink was al weer op weg naar zijn Beijerland in het
Zeeuwse, waar we af en toe achteroverliggend in de bieten
wel op de grauwe ganzen gingen, enorme vogels die daar veel
broeden en steeds meer in de loop der jaren. Waar we wel
meededen op drijfjachten op hazen en fazanten, die er nog
volop waren daar in het Zeeuwse. Henk, een rijke boer, was
gewaardeerd lid van een der wildschade commissies in het
westen van het land.
We hadden nog en restaurantje gevonden dat niet gesloten
was in deze horeca vakantiedagen in de Friese winter. Maar
het Ponkje van Woudsend was wel het neusje van de zalm. Niet
dat we nu vis aten, maar wel gerookte ganzenborst met
pijnboompitten, gevolgd door fazanteborst met pruimen, met
gebakken aardappeltjes, een rolletje spinazie in dunne
speklapjes en met andere heerlijke groenten zoals witlof en
spruitjes. Een kopje koffie na met een Calvados vervolmaakte
de maaltijd. De mooie volfriese dochter des huizes had ons
goed bediend en geholpen en enkele wijsheden over jacht- en
kookgeneugten hadden het gesprek en het verpozen
vervolmaakt.
De windwijzer had het niet meer. Hij trilde fel van west
naar zuidwest terug over west naar noordwest en terug en
heen en weer in snel tempo. De wind was nu pas werkelijk
opgestoken en het miezerde en regende weer. Een nieuwe
donkere dag voor de kerst diende zich aan. Het weerbericht
uit De Bilt leek er wat beter op vandaag. Itteren en
Borgharen stonden nu behoorlijk onder water en Roermond werd
bedreigd. De hoogste waterstand sinds mensenheugenis was op
komst in het Limburgse. Mijn familie zat echter hoog en
droog in de oostelijke mijnstreek, te weten broer Louis die
met vrouw en dochter in het ouderlijk huis in Hoensbroek aan
de Hommerterweg wonen.
De koffier die Henk in de morgen zet is goed en sterk.
Daar wordt je wakker van. Ik neem er altijd wat extra
koffiemelk van Friese vlag bij. Het brood wordt altijd vers
gehaald de avond tevoren en het beleg boven de goeie boter
is het beste boterhammenvlees en de lekkerste kaas. Het
brood wordt ook geroosterd en Henk is zonder meer een ideale
gastheer en een waterwildjager van het zuiverste water met
een leven vol rijke ervaring.
Een kenner als geen ander, die er alles voor over heeft
en wiens leven draait om het Friese middelpunt ook al woont
hij in Hilversum tussen de rijken deze aarde, speciaal die
van het Gooi. Hij was gevleid als ik zei dat er een goeie
bioloog aan hem verloren was gegaan.
Een natuurmens, een bonafide jager, een geweldige
kameraad zonder poespas die genoot en nog geniet van het
leven, ook al nadert hij nu de tachtig. Altijd klagend over
zijn gezondheid, maar ondertussen zo gezond als een vis en
zo sterk als een beer. Hij was net weer jarig op
vijfentwintig maart, zoals ieder jaar in het midden van het
kievitseieren seizoen dat ik nu gemist heb, dit jaar.
De wind was aangewakkerd en kracht vier tot vijf nu. We
hadden gekozen voor de Morra en zouden in de zuidwesthoek op
de ganzentrek gaan tot tienen. Rustig waren we in het riet
gaan liggen op de kop van het kanaaltje ten zuiden van
Himmelum op weg naar Warns. Vroege snoekbaarsvissers waren
net als gisteren trouwens op d'Olde Karre stevig in de weer
met hun netten. Er werd volop gevangen en ze verdwenen niet
voor het middaguur. Werk aan de winkel voor deze
broodvissers in deze winderige depressiedagen.
De Hoekstra's kennen we goed en ik heb ze wel eens
uitgenodigd bij mij op het Gaastmeer terwijl we ook wel eens
met hun achterom op de ganzen zijn geweest in de polder vlak
onder de IJsselmeerdijk waar ze erover komen aanvliegen,
naar het achterland met Himmelum.
Wij waren de enigen nu op de grote Friese wateren, nu de
watertoeristen verdwenen waren en er zelfs geen
vogeltjeskijkers te zien waren, want die zaten thuis hun
vogeltjesgidsen te bestuderen en hun vogeltjeskijklijstjes
te maken. Dit was geen zeldzamevogeltjeskijkdag ook al waren
die zeldzame vogeltjes er wel (schoot een keer de
Amerikaanse wintertaling, zeer zeldzaam in Europa, niet te
herkennen van de onze en heel smakelijk), maar
vogeltjeskijkverzamelaartjes houden van lekker weer. Ze zijn
te vergelijken met mooi-weer vissers, niet met jagers zoals
Henk en ik, waarvoor geen storm te sterk is en het
pijpestelen mag regenen.
En een stiekeme fotograaf loerend op een prijs van die
klote dierenbeschermingsorganisatie, te vergeven voor een
foto met een stervend dier in de hand van een jager, was ook
al niet in velden of wegen te zien. Ook die zat achter de
kachel bij zijn moeder thuis.
Hou op met dat gefluit op die gekke fluit riep Henk me
toe. Je jaagt ze weg en hebt absoluut geen gevoel voor
pratende ganzen. Het deed het voor met zijn mond en ik borg
mijn speciaal voor de kollen gemaakte fluit - door onze
zakelijke jachtvriend in Koudum - weer op. Langzaam en
gedoseerd praatte Henk met de overvliegers. Van over de
Morra uit Koudum kwamen ze aan als even zovele squadrons
straaljagers, netjes in V-vorm om de wind zo goed mogelijk
te kunnen trotseren. Nog te hoog vandaag maar niet meer
zoals gisteren. De broodvissers waren aan de gang precies
tussen ons en de ganzen en links en rechts vlogen ze ons om
de oren zonder behoorlijk onder schot te komen.
Er viel geen eend te bekennen in deze hoek. Vreemd want
de wind zat goed nu. Zuid tot zuidwest was hij geworden
waarmee een draai van 360 graden binnen twee etmalen een
feit was geworden. Om kwart voor tien tuften we langzaam
door de zuidwestbocht voorbij de vaargeul naar de Geeuw en
verder Warns en Stavoren, in de richting van de
Galamadammen. De wind trok aan en kwam van schuin linksvoor
nu. De eerstvolgende hut die we bereikten was nog in prima
staat en op zijn plaats. Tegen veel hoop in werden de
lokkers nogmaals uitgelegd. Geen smientenlokkers nu, maar
wel een extra portie halfjes en wat meer roodkoplokkers ook.
Ook nog wat vollen wat meer links naar de hoek tussen en
vlak voor het riet.
Om elf uur kwam de eerste kuifeend binnenvliegen,
letterlijk en figuurlijk. Een sprankje hoop en nog meer
wakkerde de wind aan. Zit hardstikke verkeerd vergeleken met
de vorige week mopperde Henk. Henk moppert gauw en constant
over het weer zoals een echte waterwildjager het betaamt.
Meer eenlingen kwamen snel en laag regelrecht vanuit het
noorden binnen nu. Voor ze over de rechts liggende lokkers
konden wegdraaien had Henk geschoten en regelmatig zwom Zita
ze na om ze vakkundig binnen te brengen zonder veel poespas.
Hij apporteerde ze naar achter op het land, maar kwam ook
naar de hut zwemmen ermee. Zijn standplaats was linksonder
aan de hut op de plank die regelrecht op de drijvende buizen
was vastgemaakt.
Een troep van zes roodkoppen scheerde laag binnen en een
salvo uit de twee Winchester drieschots repeteergeweren
leverde er vier op. Nog geen twee uur later was de trek
afgelopen. Een snel en fascinerend spel tusen vogels en
jagers was het geweest in uiterste concentratie. Slechts een
keer had ik met de boot eruit gemoeten omdat van de vijf
afgedreven eenden Zita er maar drie binnen kreeg.
Tegen tweeen was het minder gaan waaien en hadden we de
Morra - waar het kan spoken - overgestoken zonder gevaar
voor eigen leven. Nou ja. Oppassen moesten we hier altijd
want had ons aller jachtvriend Antonisse hier zijn leven
niet gelaten bij de waterwildjacht? De schrijver van het
cursusboek van de jacht in Nederland, de grondlegger van de
veelgeprezen jachtcursus waar alle jagers van houden, net
als van Poortvliet en Schreinder, de onvolprezen
jachtschilders van deze eeuw.
Maar hij - Antonisse - was op het veld van eer, wat zeg
ik in het water van de grootste eer, niet gesneuveld maar
gewoon verzopen en dat was altijd in onze gedachten als met
met onze jachtboten met lage boord op deze ondiepe
verraderlijke Friese plassen ronddwaalden.
Negentien eenden, waarvan negen prachtige roodkoppen en
ook negen halfjes en nog een volle eend was ons tableau die
tweede dag en op een na hadden we dus negenentwintig eenden
en vier ganzen geschoten die twee dagen in het Friese, als
ik goed geteld heb. Schoonmaakwerk aan de winkel dat ik
thuis in Amstelveen zou doen en waarvoor ik mijn schuurtje
had laten ombouwen tot een soort aangepaste bijkeuken met
twee grote vriezers voor al het wild dat ik in die dagen
schoot.
Venlo en Roermond staan nu pas goed onder water. Koningin
en ministers reizen op en neer tussen Limburg en het Haagse.
Van achter de warme kachel in Henk's smaakvol ingerichte -
met veel opgezette jachtvogels van alle soorten in het
Friese, zowel staand als vliegend en hangend van het plafond
- en bij het open haardvuur zien we hoe het water niks als
misere brengt, in Brabant en Gelderland nu ook.
Job had trouwens vrijdag al niet kunnen jagen in het
Vossemeer naast de IJssel, zijn hut stond een meter onder
water. Hoog water was er toen al op de IJssel vanuit de Rijn
en het zal je maar overkomen dat je met de Kerst met een
huis vol water in plaats van goed eten zit nietwaar beste
Peter.
Maar Friesland, waterland bij uitstek is en blijft dan
"droog" genoeg en de hemel op aarde voor de waterwildjager,
zelfs in zulke tijden van waterrampspoed en watersnoodrampen
in de normaal drogere delen van ons eendenland.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Beste Peter,
Eri Rosita en haar vriendin hebben net boodschappen
gedaan nadat ze hun kiesplicht hebben vervuld en zijn nu
bezig mijn maaltje te bereiden. Ik had nog een mooi stuk
yellowfin tuna liggen dat ik van Pangandaran had meegenomen
en daar worden biefstukjes van gesneden nu. Ze hebben ik
weet niet hoeveel kruiden aangeschaft en het beloofd Indisch
lekker te worden.
Hoop dat je een goede reis zult hebben, want het zal wel
niet lang meer duren voor die een aanvang neemt, omdat je
immers de zevende al bij Dr. Gero aankomt. En morgen is het
de zesde en moet ik weer aan het werk voor Pak Jahja. Nog
drie dagen en dan vertrek ik op vrijdag naar mijn geliefde
Limburg. Tot donderdag dus wanneer Kishnu jou en Yuliana
Theresia komt ophalen in Jakarta.
Met vriendelijke groeten uit Bandung waar het weertje
heerlijk koel is en waar nu de verkiezingsgekte tot een
einde is gekomen. Die maak je dus net niet meer mee en
relletjes waarschijnlijk ook niet want die zijn er gewoon
niet meer hier in Indonesie. Waar woon je nog veiliger in de
wereld dan hier nietwaar Peter? Jij en ik weten dat.
Jo in weemoedige herinneringen verzonken.
Jo ,
Een geweldig verhaal. We kunnen bijna een special van jou
gaan uitgeven. Kun je mij dit verhaal ook als bijlage in
Word sturen? Alvast bedankt en een goed weekend toegewenst,
Kees Elzinga
|