Hoofdstuk 254
26 januari 2007
Mijmeringen van een Fjildman
of
Wetenschap en biodiversiteit, dogma en dooddoener voor het
platteland
Beste Sake,
Ons telefoongesprek vanmorgen, ik geloof het derde
alweer, inspireert mij vandaag te filosoferen over dat wat
ons beider gemoed bezig houdt, de liefde voor het leven van
en op het alluviale platteland (jij) en het diluviale
heuvelland (ik), de liefde voor het boerenland en de natuur.
Wat us besielet; wat besielet us.
De Friezen hebben een woord voor mensen zoals jij en ik
en zeggen fjildman, hetgeen niet te vertalen is in het
Nederlands als alleen met een omschrijving. De Engelsen
spreken over field sports, dus zouden zij die vissen en
jagen, te voet of te paard, field sportsmen genoemd kunnen
worden. Maar dat is niet zo mooi als de aanduiding met een
woord zoals de Friezen dat doen.
Als ik dat aan vriend Han van der Berg zou zeggen, zou
hij me aankijken en roepen: bliksem. Weliswaar niet alleen
een goed Fries woord, maar tegelijkertijd ook goed
Nederlands, alleen de Limburgers zeggen dat nooit zo. Die
kennen ook de uitdrukking niet, die ik vaak in West
Friesland hoor: Zo komt Jan Splinter door de Winter. Ook
ongehoord in Limburg omdat ze daar sinds het delven van
steenkool niet zo'n moeite mee gehad hebben, vermoed ik.
Maar nu de gekheid op een stokje. Ik heb de Statenbijbel
gelezen voor de fjildman, met de originele titel B.F.V.W. in
Vogelvlucht en Perspectief, door Sake P. Roodbergen, gedrukt
bij Banda Heerenveen BV in 1999 (ISBN 90-9013219-8). De
geschiedenis van de Bond van Friese Vogelbeschermings
Wachten en de Friese roots daarvan. Het gedachtegoed van nu
zevenentwintigduizend vrijwillige vogelwachten, in de
niet-Friese volksmond, eierzoekers genoemd, alsof dat de
lading dekt. Misschien omdat ljipaaisykjen, dat veel meer is
dan kievitseieren zoeken, een slag te moeilijk was om in het
Nederlands als woord te incorporeren, in plaats van het
woord kievitseierenrapen.
Je schetst in je boek met enig detail, uitgebreidheid, ja
vasthoudendheid, de geschiedenis van het Friese land en zijn
tradities, van de vorige eeuw van Jac P.Thijjse in 1898 en
het jaar dat jouw boek uitgegeven werd in 1998. Je bent
meticuleus, fjildman en boekenwurm, historicus en
natuurliefhebber, schrijver en denker, natuurfilosoof met
beide benen in de weidegrond van je eigenste provincie. En
dat maakt het voor mij nu uiterst eenvoudig om met een serie
mijmeringen jouw visie en de mijne te verenigen, een visie
die naar een betere toekomst zal en moet leiden.
Science is like a
vast deep and living ocean
Science is a world
full of thought and emotion
Being a scientist
part of Mankind's greatest part
I reveal for the
future a vision to last
Mijn lijfspreuk en toekomstige grafspreuk.
Jouw boek en mijn Memoires "The Hilgers' Way not the
Hemingway", met hierbij het tweehonderdvierenvijftigste
hoofdstuk, zullen het baken voor onze nakomelingen zijn.
Zullen de gifgroene idioterie van de laatste decennia te
kijk zetten en veroordelen als een waanzinnige uitwas van
het denken door sommige mensen over de natuur. Ze zullen het
woord van de pseudo-natuur-ethicus "intrinsiek" tot op het
bot ontleden totdat er niks van overblijft. Hoe kon het zo
ver komen? Waarom waren de negentiger jaren de tijd van hun
volste glorie en waarom is het tij gekeerd?
Hier voldoet een korte schets van het verleden, een
exacte beschrijving van het heden en een duidelijke
boodschap voor de toekomst. God wat ben ik blij dat ik het
weer niet van voren aan hoef uit te leggen aan de
twijfelaars van geest. Met jouw boek als de grondslag, als
onze natuur-Bijbel. Want niet alleen die van Charles Darwin
mag onze natuur-Bijbel zijn.
Het toppunt van biodiversiteit werd bereikt in de twee
decennia voor de Tweede Wereldoorlog. Jac Thijsse was de
boodschapper, de halfgod van onze natuur. Dat was onze
nostalgische glorietijd. De Levende Natuur. Van het
krijtland tot het land van de weidevogels.
Na de tweede grote oorlog keerde het tij mede door de
rode boer uit Groningen Sicco Mansholt. De eerste
levensbehoefte - het voedsel - diende en masse geproduceerd
te worden tegen een concurrerende prijs met die van de
Amerikaanse boeren. Het land werd geruild en verkaveld in
grote enorme percelen met rechte lijnen, het paard en de
boerenkar werden vervangen door de tractor, de chemische
industrie produceerde de nieuwe kunstmesten in het groot en
de boeren strooiden met miljoenen zakken tegelijkertijd, en
diezelfde chemische industrie vond de verschrikkelijkste
giften uit voor alles wat leeft en bloeit, de
onkruidverdelgers voor korenbloem en klaproos, de
insecticiden zoals DDT voor het bewegende leven van insect
tot roofvogel, ja mens.
En de boer werd ongelukkig en heeft het vooroorlogse
geluk nooit meer teruggevonden.
Victor Westhof, de lantaarndrager van Heimans en Thijsse,
rende kriskras door het land om de resterende biotopen in
kaart te brengen. De duivel zat hem op de hielen en hij
schreef er een halve eeuw lang meer als zevenhonderd
publicaties over, een met mij over het heischrale grasland,
zo zeldzaam dat een Fries er nog nooit van gehoord heeft,
want het is slechts te vinden in het diepe diluviale zuiden
des lands, het land van de verdwenen nachtegaal.,In het
Krijtland.
Zijn boodschap werd gehoord. Pas op, het gaat mis met de
biodiversiteit. We verliezen de kroonjuwelen van onze
natuur, biotoop na biotoop, soort na soort.
Rachel Spring werd in 1962 de katalysator van de onrust
met Silent Spring, Stille Lente, zoals Al Gore nou, als hij
het boek zou schrijven: Warme Lente. Braks heeft het gelezen
en kwam met het idee van de Ecologische Hoofdstructuur in de
tachtiger jaren, nadat Sicco Mansholt (zoals jij het zo
treffend zegt in jouw boek) een salto mortale had gemaakt.
Hij had de eerste levensbehoefte gered, het volk was weer
goed doorvoed, maar en passant de tweede levensbehoefte, de
natuur als de plek van onze eigenste roots, kapot gemaakt,
verkaveld en geruïneerd, vergiftigd en vermest. En hij had
het begrepen en kwam tot inkeer, maar het was al te laat.
Dat was in de zeventiger jaren toen de rivieren nog
walmden van de stank en de smeerpijpen ontstonden. En de
kalkgraslanden, wat zeg ik het heischrale grasland op minder
kalkrijke grond, vergrasten door de ammoniak van de zure
regen. En de sloten, tochten, kanalen, rivieren, ja zelfs de
delta's en de zee, vergroende en verslijmde stilstaande en
stromende fosfaat- en nitraatpoelen werden.
En toen kwam de "wetenschap", toen ontstond de ecologie
van de Nederlandse flora en fauna, zo gezegd als wetenschap
nog in de Romeinse tijd en ook nu nog nauwelijks gevorderd
tot de Vroege Middeleeuwen, laat staan de Renaissance. Een
softe statistische wetenschap die zich leent voor politiek
getinte interpretatie, ook al is er nog niks te
interpreteren. Een veldstudie van laten we zeggen een jaar,
is geen veldstudie. Pas tien ervan in verschillende gebieden
en ieder in dezelfde richting qua resultaten mag leiden tot
een voorzichtige interpretatie. Om de doodeenvoudige redenen
dat de variabelen schier eindeloos zijn en vaak (nog)
onbekend.
Ja we hadden een Nobelprijswinnaar in de ethologie - met
name het gedrag van de meeuwen - onze Tinbergen, uit ons
enige Nobelprijswinnaargeslacht, maar kreeg een Nederlander
ooit de Nobelprijs in de ecologie? Kreeg überhaupt ooit een
sterveling de Nobelprijs voor de ecologie? Als het zo is heb
ik hem of haar straal vergeten. Het is een moeilijke,
moeizame, eindeloze wetenschap en tot op de dag van vandaag
minder illustratief voor de wetten in de natuur met
betrekking tot de relaties tussen dier en plant, dan de
"plattelandswetenschap", het geheel aan ervaringen uit de
traditie en overlevering en zijn eigen waarnemingen, van de
fjildman.
En wat zegt het dogma dat ecologie heet? Dat er
biodiversiteit zal en moet heersen, dat het oude dode hout
in het bos van oude dode bomen meer bijzondere paddenstoel
species kent dan het jongere dode hout in jongere bossen.
Dat een exoot, een exotische boom in Nederland, minder
ectomycorrhiza soorten kent dan een inheemse boom in de
wortels, en minder gevarieerd is wat betreft insecten in de
schors en de kruin. En dat de adem van de mens niet over het
rijkste biodiverse biotoop mag neerdalen omdat die adem
giftig is voor de aller-zeldzaamste snuitkeversoort en de
nog zeldzamere orchidee. Hij mag er niet meer bij want die
ene wantsensoort kan uitsterven met hem in de buurt en de
laatste nachtzwaluw wegvliegen.
Biodiversiteit is een dooddoener geworden, zoals de
ecologie als "wetenschap" tot gevaarlijk dogma is verheven.
Aaibare, toegankelijke biodiversiteit van vogeltjes (patrijs
en kievit), zoogdiertjes (konijn en eekhoorn), reptielen
(kikker en salamander) en vissen (baars en snoek) is tot op
zekere hoogte belangrijker voor de moderne mens, dan dat
laatste plekje met de harlekijn en het soldaatje, het
bosvogeltje en de herfstschroeforchis. Omdat die laatsten
voorkomen aan de rand van het Europese areaal en dus ook
vlak over de grens nog wel voorkomen. Het woord
biodiversiteit moet tot op het bot worden ontleed en niet
alleen voor de eigen parochie, maar in Europees verband,
alvorens we weer de goede weg vinden.
En die goede weg, waar ligt die? Dit ligt naar en in de
twee miljoen hectare boerenland, de helft van het land, niet
in het land van Braks, het Natura2000 gebied, maar wel in
het moderne onland van Mansholt. Daar werkt en woont de boer
en het ploegen is al lang niet meer het zware werk dat hij
daar doet. Hij ploegt niet meer voort, ja in
overdrachtelijke zin, op een tractor.
Daar leeft de nog steeds ontevreden boer. Zelfs Braks en
Veerman konden hem niet tevreden stellen, laat staan de
andere ministers tussen de goeien door.
En wie de boer niet heeft, heeft het platteland niet,
beste Sake. De sleutel zit in de broekzak van de boer. Laat
hem alsjeblieft niet alleen voor de eerste levensbehoefte
zorgen, maar ook voor de tweede, voor de natuur, zijn
natuur, niet de natuur van de gemiddelde staddelanders, van
de familie doorsnee van het verrekijkvolk. Laat hem zijn
gang gaan. Waardeer hem als een halfgod van het platteland
en alles "zal reg kom". En denk er om hij moet de beste
boterham van allen kunnen verdienen, eentje van Limburgs of
Fries zwartbrood, met goeie boter, kaas en stroop. Hij
verdient het.
Goeie God, laat een superboer opstaan met natuurvisie en
we zijn op de goede weg. Jij en ik Sake, wij helpen wel,
want beiden zijn we fjildman, wat zeg ik
plattelandwetenschappers. de enig echte ecologen zonder
fratsen.
Met Groene Groet,
Jo Hilgers, fjildman
|