Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.
Hoofdstuk 254
26 januari 2007

Mijmeringen van een Fjildman
of
Wetenschap en biodiversiteit, dogma en dooddoener voor het platteland

Beste Sake,

Ons telefoongesprek vanmorgen, ik geloof het derde alweer, inspireert mij vandaag te filosoferen over dat wat ons beider gemoed bezig houdt, de liefde voor het leven van en op het alluviale platteland (jij) en het diluviale heuvelland (ik), de liefde voor het boerenland en de natuur. Wat us besielet; wat besielet us.

De Friezen hebben een woord voor mensen zoals jij en ik en zeggen fjildman, hetgeen niet te vertalen is in het Nederlands als alleen met een omschrijving. De Engelsen spreken over field sports, dus zouden zij die vissen en jagen, te voet of te paard, field sportsmen genoemd kunnen worden. Maar dat is niet zo mooi als de aanduiding met een woord zoals de Friezen dat doen.

Als ik dat aan vriend Han van der Berg zou zeggen, zou hij me aankijken en roepen: bliksem. Weliswaar niet alleen een goed Fries woord, maar tegelijkertijd ook goed Nederlands, alleen de Limburgers zeggen dat nooit zo. Die kennen ook de uitdrukking niet, die ik vaak in West Friesland hoor: Zo komt Jan Splinter door de Winter. Ook ongehoord in Limburg omdat ze daar sinds het delven van steenkool niet zo'n moeite mee gehad hebben, vermoed ik.

Maar nu de gekheid op een stokje. Ik heb de Statenbijbel gelezen voor de fjildman, met de originele titel B.F.V.W. in Vogelvlucht en Perspectief, door Sake P. Roodbergen, gedrukt bij Banda Heerenveen BV in 1999 (ISBN 90-9013219-8). De geschiedenis van de Bond van Friese Vogelbeschermings Wachten en de Friese roots daarvan. Het gedachtegoed van nu zevenentwintigduizend vrijwillige vogelwachten, in de niet-Friese volksmond, eierzoekers genoemd, alsof dat de lading dekt. Misschien omdat ljipaaisykjen, dat veel meer is dan kievitseieren zoeken, een slag te moeilijk was om in het Nederlands als woord te incorporeren, in plaats van het woord kievitseierenrapen.

Je schetst in je boek met enig detail, uitgebreidheid, ja vasthoudendheid, de geschiedenis van het Friese land en zijn tradities, van de vorige eeuw van Jac P.Thijjse in 1898 en het jaar dat jouw boek uitgegeven werd in 1998. Je bent meticuleus, fjildman en boekenwurm, historicus en natuurliefhebber, schrijver en denker, natuurfilosoof met beide benen in de weidegrond van je eigenste provincie. En dat maakt het voor mij nu uiterst eenvoudig om met een serie mijmeringen jouw visie en de mijne te verenigen, een visie die naar een betere toekomst zal en moet leiden.

Science is like a vast deep and living ocean

Science is a world full of thought and emotion

Being a scientist part of Mankind's greatest part

I reveal for the future a vision to last

Mijn lijfspreuk en toekomstige grafspreuk.

Jouw boek en mijn Memoires "The Hilgers' Way not the Hemingway", met hierbij het tweehonderdvierenvijftigste hoofdstuk, zullen het baken voor onze nakomelingen zijn. Zullen de gifgroene idioterie van de laatste decennia te kijk zetten en veroordelen als een waanzinnige uitwas van het denken door sommige mensen over de natuur. Ze zullen het woord van de pseudo-natuur-ethicus "intrinsiek" tot op het bot ontleden totdat er niks van overblijft. Hoe kon het zo ver komen? Waarom waren de negentiger jaren de tijd van hun volste glorie en waarom is het tij gekeerd?

Hier voldoet een korte schets van het verleden, een exacte beschrijving van het heden en een duidelijke boodschap voor de toekomst. God wat ben ik blij dat ik het weer niet van voren aan hoef uit te leggen aan de twijfelaars van geest. Met jouw boek als de grondslag, als onze natuur-Bijbel. Want niet alleen die van Charles Darwin mag onze natuur-Bijbel zijn.

Het toppunt van biodiversiteit werd bereikt in de twee decennia voor de Tweede Wereldoorlog. Jac Thijsse was de boodschapper, de halfgod van onze natuur. Dat was onze nostalgische glorietijd. De Levende Natuur. Van het krijtland tot het land van de weidevogels.

Na de tweede grote oorlog keerde het tij mede door de rode boer uit Groningen Sicco Mansholt. De eerste levensbehoefte - het voedsel - diende en masse geproduceerd te worden tegen een concurrerende prijs met die van de Amerikaanse boeren. Het land werd geruild en verkaveld in grote enorme percelen met rechte lijnen, het paard en de boerenkar werden vervangen door de tractor, de chemische industrie produceerde de nieuwe kunstmesten in het groot en de boeren strooiden met miljoenen zakken tegelijkertijd, en diezelfde chemische industrie vond de verschrikkelijkste giften uit voor alles wat leeft en bloeit, de onkruidverdelgers voor korenbloem en klaproos, de insecticiden zoals DDT voor het bewegende leven van insect tot roofvogel, ja mens.

En de boer werd ongelukkig en heeft het vooroorlogse geluk nooit meer teruggevonden.

Victor Westhof, de lantaarndrager van Heimans en Thijsse, rende kriskras door het land om de resterende biotopen in kaart te brengen. De duivel zat hem op de hielen en hij schreef er een halve eeuw lang meer als zevenhonderd publicaties over, een met mij over het heischrale grasland, zo zeldzaam dat een Fries er nog nooit van gehoord heeft, want het is slechts te vinden in het diepe diluviale zuiden des lands, het land van de verdwenen nachtegaal.,In het Krijtland.

Zijn boodschap werd gehoord. Pas op, het gaat mis met de biodiversiteit. We verliezen de kroonjuwelen van onze natuur, biotoop na biotoop, soort na soort.

Rachel Spring werd in 1962 de katalysator van de onrust met Silent Spring, Stille Lente, zoals Al Gore nou, als hij het boek zou schrijven: Warme Lente. Braks heeft het gelezen en kwam met het idee van de Ecologische Hoofdstructuur in de tachtiger jaren, nadat Sicco Mansholt (zoals jij het zo treffend zegt in jouw boek) een salto mortale had gemaakt. Hij had de eerste levensbehoefte gered, het volk was weer goed doorvoed, maar en passant de tweede levensbehoefte, de natuur als de plek van onze eigenste roots, kapot gemaakt, verkaveld en geruïneerd, vergiftigd en vermest. En hij had het begrepen en kwam tot inkeer, maar het was al te laat.

Dat was in de zeventiger jaren toen de rivieren nog walmden van de stank en de smeerpijpen ontstonden. En de kalkgraslanden, wat zeg ik het heischrale grasland op minder kalkrijke grond, vergrasten door de ammoniak van de zure regen. En de sloten, tochten, kanalen, rivieren, ja zelfs de delta's en de zee, vergroende en verslijmde stilstaande en stromende fosfaat- en nitraatpoelen werden.

En toen kwam de "wetenschap", toen ontstond de ecologie van de Nederlandse flora en fauna, zo gezegd als wetenschap nog in de Romeinse tijd en ook nu nog nauwelijks gevorderd tot de Vroege Middeleeuwen, laat staan de Renaissance. Een softe statistische wetenschap die zich leent voor politiek getinte interpretatie, ook al is er nog niks te interpreteren. Een veldstudie van laten we zeggen een jaar, is geen veldstudie. Pas tien ervan in verschillende gebieden en ieder in dezelfde richting qua resultaten mag leiden tot een voorzichtige interpretatie. Om de doodeenvoudige redenen dat de variabelen schier eindeloos zijn en vaak (nog) onbekend.

Ja we hadden een Nobelprijswinnaar in de ethologie - met name het gedrag van de meeuwen - onze Tinbergen, uit ons enige Nobelprijswinnaargeslacht, maar kreeg een Nederlander ooit de Nobelprijs in de ecologie? Kreeg überhaupt ooit een sterveling de Nobelprijs voor de ecologie? Als het zo is heb ik hem of haar straal vergeten. Het is een moeilijke, moeizame, eindeloze wetenschap en tot op de dag van vandaag minder illustratief voor de wetten in de natuur met betrekking tot de relaties tussen dier en plant, dan de "plattelandswetenschap", het geheel aan ervaringen uit de traditie en overlevering en zijn eigen waarnemingen, van de fjildman.

En wat zegt het dogma dat ecologie heet? Dat er biodiversiteit zal en moet heersen, dat het oude dode hout in het bos van oude dode bomen meer bijzondere paddenstoel species kent dan het jongere dode hout in jongere bossen. Dat een exoot, een exotische boom in Nederland, minder ectomycorrhiza soorten kent dan een inheemse boom in de wortels, en minder gevarieerd is wat betreft insecten in de schors en de kruin. En dat de adem van de mens niet over het rijkste biodiverse biotoop mag neerdalen omdat die adem giftig is voor de aller-zeldzaamste snuitkeversoort en de nog zeldzamere orchidee. Hij mag er niet meer bij want die ene wantsensoort kan uitsterven met hem in de buurt en de laatste nachtzwaluw wegvliegen.

Biodiversiteit is een dooddoener geworden, zoals de ecologie als "wetenschap" tot gevaarlijk dogma is verheven. Aaibare, toegankelijke biodiversiteit van vogeltjes (patrijs en kievit), zoogdiertjes (konijn en eekhoorn), reptielen (kikker en salamander) en vissen (baars en snoek) is tot op zekere hoogte belangrijker voor de moderne mens, dan dat laatste plekje met de harlekijn en het soldaatje, het bosvogeltje en de herfstschroeforchis. Omdat die laatsten voorkomen aan de rand van het Europese areaal en dus ook vlak over de grens nog wel voorkomen. Het woord biodiversiteit moet tot op het bot worden ontleed en niet alleen voor de eigen parochie, maar in Europees verband, alvorens we weer de goede weg vinden.

En die goede weg, waar ligt die? Dit ligt naar en in de twee miljoen hectare boerenland, de helft van het land, niet in het land van Braks, het Natura2000 gebied, maar wel in het moderne onland van Mansholt. Daar werkt en woont de boer en het ploegen is al lang niet meer het zware werk dat hij daar doet. Hij ploegt niet meer voort, ja in overdrachtelijke zin, op een tractor.

Daar leeft de nog steeds ontevreden boer. Zelfs Braks en Veerman konden hem niet tevreden stellen, laat staan de andere ministers tussen de goeien door.

En wie de boer niet heeft, heeft het platteland niet, beste Sake. De sleutel zit in de broekzak van de boer. Laat hem alsjeblieft niet alleen voor de eerste levensbehoefte zorgen, maar ook voor de tweede, voor de natuur, zijn natuur, niet de natuur van de gemiddelde staddelanders, van de familie doorsnee van het verrekijkvolk. Laat hem zijn gang gaan. Waardeer hem als een halfgod van het platteland en alles "zal reg kom". En denk er om hij moet de beste boterham van allen kunnen verdienen, eentje van Limburgs of Fries zwartbrood, met goeie boter, kaas en stroop. Hij verdient het.

Goeie God, laat een superboer opstaan met natuurvisie en we zijn op de goede weg. Jij en ik Sake, wij helpen wel, want beiden zijn we fjildman, wat zeg ik plattelandwetenschappers. de enig echte ecologen zonder fratsen.

Met Groene Groet,

Jo Hilgers, fjildman

 

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz