Naar de Zak van Beveland
of
Goes waar de PvdA gooide
met eieren
in
Het land van Jan van
Borssele en Jacoba van Beieren
Beste Peter,
Het is
dinsdag tegen het middaguur nu en Henk de Boer kwam weer
met kievitseieren, in ruil waarvoor ik hem een entrecote
en biefstuk van een jonge Schotse Hooglander heb
gegeven, klaargemaakt door mijn nieuwste vriend de
Leusdense slager Jan-Dirk Zonnenberg, die vorige week
donderdagavond op de Jachtsoos van Amersfoort en
omstreken, nog een ree heeft uitgebeend, tot en met de
spiergroepen die de "ezel" en de "haring" heten. Het
stukje de ezel is zo mals dat zelfs een ezel er niks aan
kan verprutsen als hij de culinair wil uithangen,
althans zo luidt het verhaal achter de naam van dit
spiergroepje in het dijbeen van een viervoeter. Door Ton
Pols ter plekke bevestigd en Ton, de voorzitter van ons
jachtcluppie, was een beste slager in Scheveningen.
Bij
opbod bracht dat ree uit Den Treek toch nog bijna 200
euro op, maar ik beging de grote fout om de rollade te
kopen van het buikvlees en dat was niet al te best, zo
bleek bij het Paasdiner bij Vincent en Linda thuis. Zo
zie je, zelfs een oude jager is nooit te oud om te
leren. Maar nu al dwaal ik af van mijn verhaal over
afgelopen weekend in Zeeland, van mijn eerste treinreis
in pakweg twee jaar tijd, sinds ik ziek werd. Van
Leusden met de taxi naar Amersfoort, met de trein via
Utrecht en Rotterdam Centraal, waar ik moest overstappen
van perron elf naar zes, op de trein naar Vlissingen via
Roozendaal en Goes natuurlijk. Loes, de vrouw van
vriend Gert pikte me daar op en bracht me naar het
Bolsjoi, Grandcafé en Hotel, op de Markt.
De
Markt had dankzij Loes, die een hoog baantje heeft op
het Gemeentehuis, een opknapbeurt ondergaan en nieuwe
stenen en plavuizen gekregen plus speciaal ontworpen
hoge moderne lantaarnpalen van slingerend staal denk ik,
prachtige nieuwe dingen tussen de klassieke panden
rondom en het imposante Stadhuis, schuin voor de Grote
Kerk. Een straatje verderop liggen hier de fundamenten
van het Slot van Jacoba van Beieren en haar Heer Jan van
Borssele, zichtbaar in de kelder van een Grieks
restaurant. En Loes en haar VVD wethoudster Sophie van
't W. hebben daar plannen mee. Het zal worden
uitgegraven en in ere hersteld, zonder afbreuk te doen
aan de historie.
Er
was eens een wethouder van de PvdA in Goes
Die werd onlangs gewipt door Blonde Sophie en
Rooie Loes
Het linkse volk heeft van de weeromstuit gegooid
met eieren
In het land van Jan van Borssele en Jacoba van
Beieren
Het college is nu gevormd door de VVD en SGP met
het CDA
Tot de volgende verkiezingen bleef slechts de
oppositie voor de PvdA
Nu kan het Slot van Jacoba en Jan
versneld herrijzen in Goes
Dankzij de vooruitstrevende politiek van Blonde
Sophie en Rooie Loes
Ja en
vergis je niet beste Peter die politiek van die sterke
vrouwen in Goes heeft de landelijke pers gehaald.
Terwijl het land naar links boog onder leiding van
Wouter Bos, boog Goes naar rechts en wipte een geachte
PvdA wethouder die er van zijn 34ste tot zijn 49ste had
gezeten en die dwars lag bij vele vooruitstrevende
ideeën om Goes weer op de wereldkaart te krijgen. Hij
was meer van de status quo dan voor de vooruitgang.
Althans zo is het me verteld door Loes en Sophie (Sophie
is niet Sophietje van Kleef van dat liedje en ranja met
een rietje).
Voor de
gelegenheid en om mijn herinneringen op te
frissen, blader ik even in mijn nieuwste aanwinst van de
boekenkast "Het Land van Maas en Waal" van Vic van de
Reijt uitgegeven door ons aller Bert Bakker en citeer:
Sophietje van Johnny Lion (1965)
laatste strophe
Zij dronk ranja met een rietje
Mijn Sophietje
Op een Amsterdams terras
Toen wist ik dat mijn Sophie
De liefste was
Laat ik
nu, al bladerend in het deel van het boek dat Liedjes
over Meisjes heet, er ook nog een tegenkomen over Loesje,
het liedje "Wie is Loesje", zodat ik me genoodzaakt
zie, om jaloersheid uit de weg te gaan, ook hier een
klein stukje van te citeren:
Wie is Loesje van
The Ramblers met Wim Poppink (1939)
refrein
Wie is Loesje?
Wie is toch dat snoesje?
Loesje is het meisje van de drummer van de band
Daar gaat Loesje
Met dat mooie bloesje
Loesje vindt de drummer toch zo'n echte leuke
vent
Hoor daar speelt hij net een break
Zij voelt in haar hart en steek
Wie is Loesje?
Wie is toch dat snoesje?
Loesje is het snoesje van de drummer van de band
Overigens kent dat deel van het Liederenboek nog wel
meer liedjes met een meisjesnaam, zoals Johanna een
meisje van zeventien jaren; Louise zit niet op
je nagels te bijten; Marina, Marina, Marina kom
dans nog een keertje met mij; kleine kokette Katinka;
Sien laat eens zien, Sien laat eens zien; Margootje,
Margootje, ze klom op mijn broodje; Marietje van
"Maar in het bos daar zijn de jagers". Mooie
flarden van herinneringen aan Neerland's liedjescultuur,
de poezie ervan en de deuntjes erbij. Neurie er maar
even lekker op los beste Peter bij het vervolgen van dit
verhaal. Van Rijk de Gooyer, Lou Bandy, Rocco Granata en
Beuno de Mesquita, De Spelbrekers, Toon Hermans, Wim
Sonneveld, Hydra.
Zaterdag in de middag kwam ik dus aan in mijn hotel,
maar niet nadat ik al bij Gert en Loes thuis in 's Heer Hendrikskinderen was
geweest, een Zeeuws dorp met een ziel en opbloeiende
lentetuinen nu. Gert stond zijn bemoste grasveld te
verticuteren met een gehuurd apparaat en daarbij komt
wonder boven wonder het mos omhoog van tussen het gras,
dat daarbij nauwelijks zelf wordt uitgetrokken. De
klassieke bordertuin met veel vaste planten, zoals de
schoenlappersplant nu in weelderige paarse bloei en hier
en daar wat bloeiende bolgewassen en de alom
vertegenwoordigde gele narcis, omringd door struiken en
met een roze Japanse kers in volle bloei, was precies
het soort tuin dat hier mee helpt met het bezielen van
dit kerkdorp. En de harmonie met de tuinen ernaast,
enigszins in de schaduw van hoge platanen in het
kronkelige straatje, grenzend aan boerenweilanden.
De
witte wijn, een Slowaakse Furmint, was fruitig en fris
en had ik al meer dan half op toen het tijd werd om naar
het Bolsjoi te gaan. Mijn favoriete hotel in Goes, wat
zeg ik van heel Zeeland. Met onder een café restaurant
en aan de wand twee enorme olieverfschilderijen met
Russische hoftaferelen en springende dansende Kozakken.
Hoe die Russische banden zijn gelegd weet ik niet maar
er is natuurlijk heel wat gebeurd sinds Jacoba en Jan
Goes hebben gesticht in de diepe donkere Middeleeuwen.
Dat was
pakweg zevenhonderd jaar geleden en denk er om dat over
nog eens zevenhonderd jaren Jacoba van Beieren in een
adem zal worden genoemd met Sophie en Loes van Goes,
omdat die vrouwen de edele Jacoba en haar Jan aan de
vergetelheid zullen hebben ontrukt. Het Zeeuwse meisje
is tot Zeeuwse vrouw geworden. En de Hollandse kenau is
uit haar as herrezen nu Rita recht door zee gaat. Lang
Leve de VVD alhoewel ik nu van het CDA ben.
Helaas
was het in de Michelin gids genoemde restaurant Het
Binnenhof gesloten wegens vakantie en daardoor
het beste en beroemdste restaurant van Goes tijdelijk
dicht. Mijn herinneringen van het culinaire deel van
mijn hersenen zijn nooit meer uit te wissen en daarbij
spelen Zeeuwse platte, Oosterscheldekreeften, lamsoor en
zeekraal en zelfs jonge patrijzen een dominante rol. De
gerant en Gert zijn bevriend en de eerste meende het
toen hij me eens zei dat Gert's keuken van de twee de
betere is en dat wens ik hier van ganser harte verder te
illustreren en voor het nageslacht vast te leggen. Dus
blijf nog effe aan de lijn beste Peter, culinair Delfts
genie in het Zwitserse.
Dwaal
weer even noodgedwongen af van mijn verhaal uit het
Zeeuwse, nu ik zojuist gegeten heb. Gekookte aardappels
met gekookte spinazie, een entrecot van een Schotse
Hooglander met een rode wijnsaus gemaakt met fond van
eend en morieljes. Met mijn favoriete wijn van Wijnhuis
Thiessen die een uitgebreid palet van heerlijke
wijnzuren aan de dag legt. Een prima vervolg op wat
kievitseitjes en verse radijsjes om het voorjaar in de
Gelderse Vallei aan de rand van de Utrechtse
Heuvelrug eer te betuigen.
Terug
bij af heb ik net een dutje gedaan in het Bolsjoi en
staan Gert en Loes klaar om met mij over het Marktplein
richting Maria Magdalena (sinds kort de gedoodverfde
echtgenote van Jezus met kinderen en vandaar de Franse
Merovingische geslachten) Kerk te lopen en om de hoek
naar het op een na beste Restaurant van Goes te gaan.
Mooie ambiance waar, zo vertrouwt de waard ons al gauw
toe, ook de sympathieke enigszins mysterieuze vrouw van
onze huidige Minister President Jan Peter wel eens komt
eten. Jan Peter B. een man uit het Zeeuwse hier niet
ver vandaan die in Goes op de middelbare school ging.
Dus denk er om, de Zeeuwen zijn nog immer sterk, wat zeg
ik in opkomst en niet alleen de vrouwen.
Het was
alleszins de moeite waard. We namen het voorkeursmenu
van de Kok met asperges, alhoewel ik er daar maar eentje
van in drieën gesneden bij het lamsvlees kreeg, waar wel
natuurlijk lamsoren bij geserveerd werden en dan de
groene wel te verstaan. Gert de fijnproever mopperde er
een beetje over omdat ze volgens hem nu gekweekt worden
in zoutwater en niet in zeewater, volgens zijn
smaakpapillen een verschil van dag en nacht, met de
echte wilde van de schorren. De vele wijnen, ik meen
vijf, paste bij de liflafjes zoals een rolletje van
verse rauwe tarbot om te beginnen. Ik dronk en praatte
erg veel. Er was ook zoveel om bij te praten. De tijd
vloog als die van het licht. Zo zat ik en zo stond ik
weer met jagershoed, extra lange jas van Henk Weijburg
die ik net erfde, met wandelstok en stijve botten.
De
zondag kwam laat op gang. Ik haalde het ontbijt nog net
om half elf en at twee sneetjes brood met kaas en een
zachtgekookt eitje. Ik dronk koffie met melk, nu vaak
koffie verkeerd genoemd al was er vroeger niks verkeerds
aan. Café au lait in Frankrijk met weinig koffie onderin
en heel veel hete gekookte melk erboven, was toch ook
niet verkeerd Peter? Of was iedere Hollandse koffie na
de opkomst van de Italiaanse espresso verkeerd? Gek
toch, de ontwikkeling van de taal zelfs in een
generatie, die van mezelf. Ze kijken je vreemd aan als
je geen espresso wil. Ik wil gewoon ouderwetse koffie
met melk. Niks verkeerds aan toch?
We
togen naar Vlindertuin de Berkenhof in de Zak van
Beveland, in Kwadendamme waar ook het stoomtreintje
rijdt tussen Oudelande, Hoedekenskerke (het torentje van
het dorpje lijkt niet op een hoedeken trouwens),
Langeweegje naar 's-Heer Abtskerke. Een overdekte
tropische tuin met passie (van de vele passiebloemen met
de vele passievlinders) van 1200 vierkante meter, de
grootste in Europa werd me door de eigenaar en zijn
vlinderende dochter medegedeeld. Want ik was nog niet
binnen of ze ontdekten dat ik een vlinderspecialist ben,
althans vergeleken met het overgrote merendeel der
mensheid.
Mijn
voorstel om de Aristolochia tagala aan te
planten en daarop van de grote ornithoptera's de soort
priamus te kweken werd in dank aanvaard, maar was reeds
gepoogd zonder veel succes. Maar ze zouden het opnieuw
proberen. Ik zal je niet vermoeien met details uit het
leven der Papillionaceae beste Peter, want die
kun je nalezen in mijn eerdere hoofdstukken van deze
Memoires, toen ik nog mijn uitgebreide verzameling van
opgezette vlinders in Indonesië had en Ornitoptera
paradisea van een juta roepia's, gekocht op
Bali, in mijn verzameling had.
Vooral
georiënteerd was deze tuin op Midden Amerika met poppen
van vlinders van passiebloemen uit Honduras, die door
inheemse families daar worden gekweekt. Een soort
boerenjunglebedrijf waarbij de natuur niet wordt
aangetast. Goeie indirecte ontwikkelingshulp vind ik
dat, waar mijns inziens best subsidie voor verleend mag
worden. Maar vader en dochter vertelden me dat ze zelf
de broek moeten ophouden, daarom hier hun internet site
www.vlindertuindeberkenhof.nl
Het
eten thuis bij Gert en Loes, nu met Sophie erbij was een
lust voor de neus en de tong en ook het oog kwam niet
tekort. Een lust der zinnen. Met als hoofdgerecht
reebiefstuk van Den Treek aangebraden en zacht gesmoord
bij zestig graden in het ganzenvet. Daarbij een
geclassificeerde Cru van de Pauillac uit 1976 en het
geluk kon niet meer op. Met Slowaakse zoete
dessertwijnen, zoals een Tokaji gemaakt met druiven
uit vijf mandjes, omdat Gert in Slowakije zaken doet,
onbekend maar voortreffelijk. Beter dan de beroemde
Hongaarse naamgenoot.
Rijdend
door het Land van Borssele, de Zak van Beveland, telden
we wild en zagen we regelmatig fazanten en af en toe een
haas. Ook in de trein heen en terug telde ik het wild en
op de terugweg aan de noordelijke kant tussen Goes en
voor Breda aan de Brabantse grens telde ik twaalf
houtduiven, zes fazanten, zes eenden en twee hazen. Daar
kwam goed de klad in bij het binnenrijden van Brabant en
later de routes door Holland en Utrecht. Daar zie je wel
nog duiven en hier en daar wat eenden, maar fazanten en
hazen nauwelijks of niet. Zeeland is een jachtland en ik
heb zin om er met Toine te gaan jagen bij de Rambo van
Zeeuws Vlaanderen die een Franse voornaam
(Alain?) draagt en die een veld heeft naast het veld
waar onze toekomstige koning jaagt met zijn kornuiten.
Ongetwijfeld op fazanten waarvoor Zeeland de Hollandse
hemel op aarde is.
Ongelukkigerwijs zijn de Zeeuwen niet blij met de
ontpolderingsplannen van Boer Cees op LNV. Land, ooit
met veel moeite gewonnen van de zee, moet teruggegeven
worden aan diezelfde zee om natuur te herstellen. Ik
weet er het fijne niet van. Ben geen voor- of
tegenstander maar zal me er in verdiepen, want het is
belangrijk. Zeeland, een land om lief te hebben.
Met
vriendelijke groeten, Jo in een historisch nostalgische
bui