Hoofdstuk 194
15 oktober 2005
De opening van het
jachtseizoen in 2005
of
een haas, een fazant, een eend en twee duiven in de Anna
Paulowna polder
Beste Peter,
Voor het eerst na mijn ziekte heb ik weer gejaagd. De
laatste keer dat ik op jacht ging was in Limburg in het
seizoen 2003. Ik had niet meer gedacht dat het nog eens
zover zou komen. Een soort test case om te kijken of het
fysiek nog ging. En om te zien hoe ik de draad van mijn
leven in Nederland - na de wilde jaren in Indonesië - weer
zou kunnen oppakken. Met vissen was ik al begonnen in de
zomer en ik heb ook al weer een aantal keren paddestoelen
gezocht waarbij veel gelopen moest worden. Nu heb ik dus
weer gejaagd van acht uur in de morgen tot acht uur in de
avond bij Jan Tijssen in de Anna Paulowna polder, het
jachtveld dat grenst aan mijn vroegere jachtveld dat nu in
handen is van Henk Weijburg. Op de vijftiende oktober, de
traditionele opening van het seizoen.
Die opening van de jacht was vroeger een ware happening.
Nu is dat anders want het gaat eigenlijk alleen nog maar
over de opening van het seizoen op twee soorten, te weten
het haas en de fazant. De jacht op eenden gaat al in
augustus/september open, terwijl die op de duiven eigenlijk
het hele jaar open is. Het grootwild heeft zo zijn eigen
openingstijden. Het is in feite het begin van de tijd van de
drijfjachten, de gezelligste tijd voor de jagers die dan hun
vriendschappen hernieuwen en elkaar na een jaar weer tegen
komen. De tijd dat er nieuwe vrienden worden gemaakt. De
tijd van de Hubertusmissen en de jachthoorns. De tijd dat
tradities herleven en in stand gehouden worden. In een
woord, de mooiste tijd van het jaar. De tijd van het
oogsten. De tijd van de jacht op hazen en fazanten.
Het had lang geduurd alvorens Toine Ramakers de
gastverklaringen voor mij en Servaas had kunnen regelen.
Toen die kwamen had ik binnen twee dagen een jachtakte omdat
de politieman van de Bijzondere Wetten van Amersfoort naar
mij thuis kwam binnen het uur dat ik hem belde. Hij nam alle
benodigde papieren mee naar kantoor inclusief het geld en de
volgende dag lag de jachtakte in mijn postbus. Servaas is
tot nu toe minder gelukkig en heeft een onwillige
Amsterdamse politie tegenover zich. Hier is zijn recente
boodschap:
Hey papa,
ben je weer thuis? hoe voel je je? ik ben net bij de
politie geweest voor mijn jachtakte. kon mijn diploma even
niet meer vinden dus had mijn oude jachtakte meegenomen als
bewijs dat ik mijn examen heb gehaald, maar dat was
natuurlijk weer niet genoeg. Slaat natuurlijk nergens op
want zonder geldig diploma had ik natuurlijk nooit een
jachtakte in het verleden gekregen. regelneukers zijn het!
gewoon rustig gebleven hoor. zat ook nog een verklaring bij
die ik moest invullen met de vraag of ik de laatste vier
jaar in aanraking met geweest met politie of
justitie...aangezien ze toch een antecedentenonderzoek gaan
doen, heb ik ingevuld dat dat inderdaad het geval is
geweest. Ik vrees dat ze me door dat akkefietje geen
jachtakte zullen verstrekken maar dat is afwachten.
Verder zei die agent dat ik met die gastverklaring ALLEEN
MAAR in het desbetreffende jachtgebied mag jagen en dus niet
op andere velden...jij zei dat dat niet zo was....hoe zit
dat nou? dat beperkt de mogelijkheden natuurlijk enorm!
als het klopt betekent dat ook dat jij morgen niet mag jagen
in de kop van Noord-Holland. gaat dat nog door trouwens? zo
ja, dan wil ik langskomen.
groetjes, Servaas
en het commentaar van Toine:
Hallo Jo en Servaas,
dat de politie kommaneukers zijn wisten we al. Hier was
het altijd tamelijk vriendschappelijk in Landgraaf en
Brunssum, maar nu zijn bijzondere wetten van geheel
Zuid-Limburg samengevoegd in Heerlen en zitten er van die
strebers uit Sittard en Maastricht die alles op hun manier
uitleggen. Vervelend. Ik vind het verbijsterend dat je je
diploma moet tonen. Hoogst ongebruikelijk. Heb je geen
hooggeplaatste vrienden binnen het korps? In Limburg wil dat
wel eens helpen.
Voor een akkefietje wordt doorgaans geen jachtakte
geweigerd, tenzij het gaat om geweldpleging, verboden
wapenbezit of iets dergelijks zwaars.
Verder toon je met je gastverklaring aan dat je
structureel gelegenheid hebt om te jagen en dat 1 jaar lang.
Dat is de basis om een jachtakte te verkrijgen. Als je dan
die akte hebt, kun je op uitnodiging door heel Nederland
jagen!
Groet, Toine
Omdat ik vervoer en hulp nodig heb, had ik Toine gevraagd
mee te gaan, maar die wilde met de volle maan van oktober
liever op de Hunsrűck op wilde zwijnen jagen van de hoogzit
en hij heeft Marcus Bemelmans gestuurd, jou welbekend uit
mijn dagboeken als een van het clubje der jonge studenten
uit Maastricht die jagen, samen met Maarten Fijnaut en Stijn
Groen. Markus wilde maar wat graag en arriveerde al op
vrijdagavond om bij mij op het logeerbed te overnachten. Dat
bed was nog niet gebruikt en had ik destijds aangeschaft
toen jij zou komen zoals je weet. Tot na middernacht hebben
we gezellig bijgekletst.
Ik had Jan Tijssen - die in zijn jachtveld van ongeveer
honderd hectare in een mooie bungalow met schitterende tuin
woont - gevraagd of er wild was en of ik mocht komen op
zaterdag de vijftiende. Het mocht want er waren erg veel
nijlgansen en ook eenden op de morgentrek op een stuk met
ingeplante bloembollen die voor de winter bedekt worden met
een laag stro, waar op gefoerageerd wordt omdat daar nog
graankorrels tussen zitten. Zo'n bloembollenveld heeft
stroken van 120 centimer brede bedden voor de bollen, met
smalle looppaadjes ertussen, waarin hazen graag hun leger
maken.
Om klokslag acht uur draaiden we bij Jan het erf op en
die stond al aan de deur nog voor we konden uitstappen. Hij
en zijn vrouw Gery zijn vriendelijke gezellige erudiete
mensen van het recht voor zijn raap type. Ze hebben hun
leven lang geboerd. No nonsense, geen geleuter, eerlijk als
goud. Met onder andere enkele prachtige jachtschilderijen
van Pieter Dik, een beroemde jachtschilder uit de vorige
eeuw. Henk Weijburg handelt in Dik's schilderijen en heeft
een goede relatie met de weduwe van de te vroeg overleden
(aan kanker) jonge schilder. Die tijdens zijn ziekte bleef
schilderen maar de kwaliteit werd toen minder dan in zijn
jonge jaren. Jan had recent een vroege Dik gekocht, een
avondgezicht met zonsondergang en vijf vliegende ganzen.
Ronduit schitterend. Een meesterstuk in de traditie van de
Nederlandse schilderkunst.
Het ontbijt was zoals het hoort met lekkere koffie, vers
brood en prima beleg. Marcus en ik voelden ons als
Koninklijke gasten bij zoveel vriendschap en gastvrijheid.
Het was als in een droom, alsof er geen vijf lange
tropenjaren waren geweest dat we mekaar niet zagen. De goeie
ouwe tijd herleefde op de mooiste dag van het jachtjaar.
Jan bracht ons. Er was daar een nieuw fietspad aangelegd
tussen de bollenvelden en aan het eind ervan zaten we
precies op die foerageerplaats van de nijlgansen en de
eenden. Bij aankomst vlogen ze op. Tientallen eenden en
honderden ganzen.

Een wolk van felwitte buiken met donkere en roestbruine
bovenkanten, de karakteristieken van de contrastrijke
felgekleurde Nijlen. Goed te onderscheiden van alle andere
ganzensoorten. Er vlogen ook vijf grauwe ganzen weg, waarvan
we later op de dag en de avond - met een grote volle maan -
gigantische luidruchtige vluchten in V vorm mochten
aanschouwen. Ze waren in die vijf jaar dat ik er niet was
aangegroeid tot een groot leger, zo groot dat een bepaald
zeldzaam plantje langs het Amstelmeer aan het verdwijnen was
en de jacht op de Grote Grauwe het jaar rond geopend was nu,
zelfs in de broedtijd, hetgeen een jager tegen de borst
stuit.
Marcus begon met het plaatsen van de luie
regisseursstoel, een karpervisstoel die ik al eerder had
gekocht om aan de Eem te vissen met mijn nieuwe vriend Ton
Dokter. Dat ding zit makkelijker dan mijn stoelen thuis, wat
zeg ik, makkelijker dan in alle stoelen waarin ik mijn leven
lang heb gezeten. Zo'n stoel waarin je uitrust in plaats van
moe wordt en dus gezien mijn verzwakte spiergestel ideaal.
Voeg daar aan toe een heerlijk rustig zonnig weertje en
bijna twintig graden Celsius en ziedaar de basisvoorwaarde
voor een heerlijke jachtdag. Temeer omdat op de brede zachte
leuningen het hagelgeweer dwars gelegd kon worden, gereed om
onmiddellijk te kunnen schieten. Toine has Marcus een
camouflagenetje meegegeven en omdat er geen stokken bij
waren heeft Marcus er nog snel vier opgehaald bij Jan thuis.
Het netje nog doorstoken met afgesneden rietstengels en ik
zat in prima dekking, de belangrijkste voorwaarde om wild te
schieten want als de dekking niet goed is buigen de vogels
vlak voor ze binnen schot komen gegarandeerd af en kan er
niet geschoten worden of wordt er vaak misgeschoten.
Toine had voor patronen met zware staalhagel - nummers
drie - gezorgd, die slechts met een geweer dat 1050 bar kan
doorstaan, geschoten kunnen worden. Met mijn oude klassieke
Winchester - van superstaal gemaakt - kon dat prima, maar
met het geweer van Marcus niet. Dat kon maar 900 bar hebben
dus hij schoot met Tungsten nummer vijf patronen. De eerste
uren vloog er veel wild. Groepen eenden en de nijlganzen af
en aan van foerageerplaats verderop in het bollenveld naar
de rustplaatsen aan het Amstelmeer en terug. Tegen het eind
van de morgen vloog het minder.
Vergeleken met de 15de augustus in 1999 toen Toine,
Robert Winckens en ondergetekende hier bijna honderd duiven
schoten, vlogen er nu op de 15de oktober maar weinig duiven.
meestal enkelingen, af en toe een groepje. Er was een matig
noordoostenwindje dus ze vlogen hoog, veel hoger dan jaren
geleden, toen er een straffe oostenwind stond en en nog veel
voedsel in de Oostpolder lag.
Mijn eerste schot op een kleine groep eenden leverde een
woerd op, perfect geraakt. Mijn zelfvertrouwen dat het nog
ging was in een klap optimaal. Ook Marcus zei later nog dat
dit het beste schot van de dag was. Maar de groepen eenden
en ook nijlganzen kwamen toch niet echt goed binnen schot en
ik schoot enkele malen mooi mis. Toen het wat rustiger werd
vroeg ik Marcus om een wandeling te maken naar een achter
ons - met betrekking tot de noordoostenwind - gelegen stuk
met een dijk er in. Op het verste punt hoorde ik een schot
en Marcus bleek een jonge fazantehen geschoten te hebben,
een dier met stompe sporen. Hij had een zestal fazanten
gezien, veel voor dit gebied. Maar ik wist al van Henk dat
er in de laatste jaren toch zo nu en dan wel wat fazanten
geschoten werden in mijn vroegere jachtgebied.
Dat ze hier tegenwoordig meer succesvol tot broeden komen
is gelegen in het feit dat er geen vossen zijn in dit gebied
en dat het met de kiekendieven die vooral jonge fazanten
slaan wel meevalt. De dekking met riet is ook sterk
verbeterd na de herinrichting van klassiek boerenland tot
bollenland, waarbij zuiveringsbassins zijn aangelegd in de
laagste hoek van de westpolder, te weten mijn vroegere
jachtgebied. De bestrijdingsmiddelen die worden aangewend in
de bollenteelt komen in het water terecht dat afgevoerd
wordt via deze ondiepe waterbassins, met veel riet en alg
begroeiing. Deze plaatsen zijn nu ideale dagverblijven voor
honderden eenden uit de omringende polders. In hoeverre de
bestrijdingsmiddelen in de rustende eenden terechtkomen is
niet bekend natuurlijk, maar dat zou wel een onderzoek waard
zijn vind ik.
De tweede trip van Marcus ging richting het westen tot
aan de rand van het jachtgebied. Ik hoorde hem een paar keer
schieten en het duurde erg lang voor hij terug kwam. Hij had
een duif geschoten maar die ondanks lang zoeken niet terug
kunnen vinden in een bolgewas dat op gladiolen leek, maar
dat volgens Jan Thijssen een nieuwe kruising was met gele,
rode, roze en anderskleurige bloemen, een regenboog aan
kleuren per bloemtak. Hij kon niet zo gauw op de naam van de
soort komen. Hier in de Kop van Noord Holland kweken ze veel
bijgoed en klein bollenspul en experimenteren de kwekers
volop met nieuwe varieteiten en kruisingen.
De derde trip door het jachtveld van Marcus was richting
het oosten en de grens met mijn vroegere jachtgebied. Marcus
schoot toen hij aankwam en doodde daarbij een zwarte kraai.
Op dat moment vlogen naar zijn zeggen wel driehonderd eenden
op uit het zuiveringsplas in oostelijke richting. Een
groepje eenden kwam in mijn richting maar ik miste. Op de
terugweg miste Markus nog een duif.
Terug van weg geweest bleef Marcus een tijd bij mij in de
buurt waarbij we - omdat ik een fractie van een seconde te
vroeg uit de dekking kwam - vier nijlganzen net niet konden
beschieten. Dat was behoorlijke pech want ze waren nog geen
twintig meter hoog en kwamen recht op ons af. Timing en
afstandsbepaling zijn nu eenmaal van het grootste belang en
gebrek aan recente ervaring was de reden dat ik de doodzonde
beging om te vroeg uit de dekking te komen en te vroeg mijn
gezicht liet zien. De ganzen stegen met enorme kracht
loodrecht omhoog en zwaaiden af, net buiten schot.
Er was een haas niets vermoedend mijn kant opgekomen
langs het fietspad aan de overkant maar die merkte mij ook
al op door een te vroege beweging dus die kon ik ook niet
beschieten. Later kwam zijn maatje huppelend onze kant op.
We zagen het mooie goudbruine dier al vanaf een voetbaldveld
ver aan komen. Op mijn schot sprong het haas een meter
loodrecht de lucht in maar was niet dood. Markus gaf het
genadeschot en het eerste en enige haas was binnen.
In de middag schoten we beiden nog een duif, maar ook
twee duiven ziek, die niet binnen kwamen bij gebrek aan een
goede speurhond. Met nog een tweede kraai voor Markus hadden
we dus tien dieren geschoten, maar een tableau van slechts
vijf eetbare soorten. Die heb ik aan Markus geschonken
wegens zijn goede diensten en bedoeld voor het
studentenjagersclubje in Maastricht. Met het wilde zwijntje
van tien kilo dat Toine op de hoogzit in Duitsland schoot
kunnen de heren een gezellige wildmaaltijd genieten zou ik
zeggen. Misschien ga ik wel mee eten in Maastricht als het
zover is en als ik me sterk genoeg voel.
We genoten het avondeten bij Jan en Gery, lekkere
Hollandse kost. Na een Berenburger en een Amstel biertje als
kopstootje vooraf. De discussie was levendig, zelfs heftig
met vele herinneringen.

De avondtrek leverde niks meer op. We zagen nog wel een
stuk of twintig eenden maar die kwamen niet onder schot. De
lucht was echter helemaal vol ganzen, squadron na squadron
luidruchtige Grote Grauwen. Een natuurspektakel dat in heel
Europa nauwelijks zijn weerga vindt. Met het gakken en
praten van de ganzen nog in onze oren trokken we richting
Leusden. Een dag om nooit meer te vergeten.
Marcus bedankt voor je hulp en je spirit. Ik hoop dat je
veel geleerd hebt en dat je mijn student in de jacht en het
jagen wil blijven tot mijn dood.
Met vriendelijke groeten,
Jo Hilgers, de herboren jager.
|