Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.
Hoofdstuk 194
15 oktober 2005

De opening van het jachtseizoen in 2005
of
een haas, een fazant, een eend en twee duiven in de Anna Paulowna polder

Beste Peter,

Voor het eerst na mijn ziekte heb ik weer gejaagd. De laatste keer dat ik op jacht ging was in Limburg in het seizoen 2003. Ik had niet meer gedacht dat het nog eens zover zou komen. Een soort test case om te kijken of het fysiek nog ging. En om te zien hoe ik de draad van mijn leven in Nederland - na de wilde jaren in Indonesië - weer zou kunnen oppakken. Met vissen was ik al begonnen in de zomer en ik heb ook al weer een aantal keren paddestoelen gezocht waarbij veel gelopen moest worden. Nu heb ik dus weer gejaagd van acht uur in de morgen tot acht uur in de avond bij Jan Tijssen in de Anna Paulowna polder, het jachtveld dat grenst aan mijn vroegere jachtveld dat nu in handen is van Henk Weijburg. Op de vijftiende oktober, de traditionele opening van het seizoen.

Die opening van de jacht was vroeger een ware happening. Nu is dat anders want het gaat eigenlijk alleen nog maar over de opening van het seizoen op twee soorten, te weten het haas en de fazant. De jacht op eenden gaat al in augustus/september open, terwijl die op de duiven eigenlijk het hele jaar open is. Het grootwild heeft zo zijn eigen openingstijden. Het is in feite het begin van de tijd van de drijfjachten, de gezelligste tijd voor de jagers die dan hun vriendschappen hernieuwen en elkaar na een jaar weer tegen komen. De tijd dat er nieuwe vrienden worden gemaakt. De tijd van de Hubertusmissen en de jachthoorns. De tijd dat tradities herleven en in stand gehouden worden. In een woord, de mooiste tijd van het jaar. De tijd van het oogsten. De tijd van de jacht op hazen en fazanten.

Het had lang geduurd alvorens Toine Ramakers de gastverklaringen voor mij en Servaas had kunnen regelen. Toen die kwamen had ik binnen twee dagen een jachtakte omdat de politieman van de Bijzondere Wetten van Amersfoort naar mij thuis kwam binnen het uur dat ik hem belde. Hij nam alle benodigde papieren mee naar kantoor inclusief het geld en de volgende dag lag de jachtakte in mijn postbus. Servaas is tot nu toe minder gelukkig en heeft een onwillige Amsterdamse politie tegenover zich. Hier is zijn recente boodschap:

Hey papa,

ben je weer thuis? hoe voel je je? ik ben net bij de politie geweest voor mijn jachtakte. kon mijn diploma even niet meer vinden dus had mijn oude jachtakte meegenomen als bewijs dat ik mijn examen heb gehaald, maar dat was natuurlijk weer niet genoeg. Slaat natuurlijk nergens op want zonder geldig diploma had ik natuurlijk nooit een jachtakte in het verleden gekregen. regelneukers zijn het! gewoon rustig gebleven hoor. zat ook nog een verklaring bij die ik moest invullen met de vraag of ik de laatste vier jaar in aanraking met geweest met politie of justitie...aangezien ze toch een antecedentenonderzoek gaan doen, heb ik ingevuld dat dat inderdaad het geval is geweest. Ik vrees dat ze me door dat akkefietje geen jachtakte zullen verstrekken maar dat is afwachten.
Verder zei die agent dat ik met die gastverklaring ALLEEN MAAR in het desbetreffende jachtgebied mag jagen en dus niet op andere velden...jij zei dat dat niet zo was....hoe zit dat nou? dat beperkt de mogelijkheden natuurlijk enorm!
als het klopt betekent dat ook dat jij morgen niet mag jagen in de kop van Noord-Holland. gaat dat nog door trouwens? zo ja, dan wil ik langskomen.

groetjes, Servaas

en het commentaar van Toine:


Hallo Jo en Servaas,

dat de politie kommaneukers zijn wisten we al. Hier was het altijd tamelijk vriendschappelijk in Landgraaf en Brunssum, maar nu zijn bijzondere wetten van geheel Zuid-Limburg samengevoegd in Heerlen en zitten er van die strebers uit Sittard en Maastricht die alles op hun manier uitleggen. Vervelend. Ik vind het verbijsterend dat je je diploma moet tonen. Hoogst ongebruikelijk. Heb je geen hooggeplaatste vrienden binnen het korps? In Limburg wil dat wel eens helpen.
Voor een akkefietje wordt doorgaans geen jachtakte geweigerd, tenzij het gaat om geweldpleging, verboden wapenbezit of iets dergelijks zwaars.

Verder toon je met je gastverklaring aan dat je structureel gelegenheid hebt om te jagen en dat 1 jaar lang. Dat is de basis om een jachtakte te verkrijgen. Als je dan die akte hebt, kun je op uitnodiging door heel Nederland jagen!

Groet, Toine
 


Omdat ik vervoer en hulp nodig heb, had ik Toine gevraagd mee te gaan, maar die wilde met de volle maan van oktober liever op de Hunsrűck op wilde zwijnen jagen van de hoogzit en hij heeft Marcus Bemelmans gestuurd, jou welbekend uit mijn dagboeken als een van het clubje der jonge studenten uit Maastricht die jagen, samen met Maarten Fijnaut en Stijn Groen. Markus wilde maar wat graag en arriveerde al op vrijdagavond om bij mij op het logeerbed te overnachten. Dat bed was nog niet gebruikt en had ik destijds aangeschaft toen jij zou komen zoals je weet. Tot na middernacht hebben we gezellig bijgekletst.

Ik had Jan Tijssen - die in zijn jachtveld van ongeveer honderd hectare in een mooie bungalow met schitterende tuin woont - gevraagd of er wild was en of ik mocht komen op zaterdag de vijftiende. Het mocht want er waren erg veel nijlgansen en ook eenden op de morgentrek op een stuk met ingeplante bloembollen die voor de winter bedekt worden met een laag stro, waar op gefoerageerd wordt omdat daar nog graankorrels tussen zitten. Zo'n bloembollenveld heeft stroken van 120 centimer brede bedden voor de bollen, met smalle looppaadjes ertussen, waarin hazen graag hun leger maken.

Om klokslag acht uur draaiden we bij Jan het erf op en die stond al aan de deur nog voor we konden uitstappen. Hij en zijn vrouw Gery zijn vriendelijke gezellige erudiete mensen van het recht voor zijn raap type. Ze hebben hun leven lang geboerd. No nonsense, geen geleuter, eerlijk als goud. Met onder andere enkele prachtige jachtschilderijen van Pieter Dik, een beroemde jachtschilder uit de vorige eeuw. Henk Weijburg handelt in Dik's schilderijen en heeft een goede relatie met de weduwe van de te vroeg overleden (aan kanker) jonge schilder. Die tijdens zijn ziekte bleef schilderen maar de kwaliteit werd toen minder dan in zijn jonge jaren. Jan had recent een vroege Dik gekocht, een avondgezicht met zonsondergang en vijf vliegende ganzen. Ronduit schitterend. Een meesterstuk in de traditie van de Nederlandse schilderkunst.

Het ontbijt was zoals het hoort met lekkere koffie, vers brood en prima beleg. Marcus en ik voelden ons als Koninklijke gasten bij zoveel vriendschap en gastvrijheid. Het was als in een droom, alsof er geen vijf lange tropenjaren waren geweest dat we mekaar niet zagen. De goeie ouwe tijd herleefde op de mooiste dag van het jachtjaar.

Jan bracht ons. Er was daar een nieuw fietspad aangelegd tussen de bollenvelden en aan het eind ervan zaten we precies op die foerageerplaats van de nijlgansen en de eenden. Bij aankomst vlogen ze op. Tientallen eenden en honderden ganzen.

 

Een wolk van felwitte buiken met donkere en roestbruine bovenkanten, de karakteristieken van de contrastrijke felgekleurde Nijlen. Goed te onderscheiden van alle andere ganzensoorten. Er vlogen ook vijf grauwe ganzen weg, waarvan we later op de dag en de avond - met een grote volle maan - gigantische luidruchtige vluchten in V vorm mochten aanschouwen. Ze waren in die vijf jaar dat ik er niet was aangegroeid tot een groot leger, zo groot dat een bepaald zeldzaam plantje langs het Amstelmeer aan het verdwijnen was en de jacht op de Grote Grauwe het jaar rond geopend was nu, zelfs in de broedtijd, hetgeen een jager tegen de borst stuit.

Marcus begon met het plaatsen van de luie regisseursstoel, een karpervisstoel die ik al eerder had gekocht om aan de Eem te vissen met mijn nieuwe vriend Ton Dokter. Dat ding zit makkelijker dan mijn stoelen thuis, wat zeg ik, makkelijker dan in alle stoelen waarin ik mijn leven lang heb gezeten. Zo'n stoel waarin je uitrust in plaats van moe wordt en dus gezien mijn verzwakte spiergestel ideaal. Voeg daar aan toe een heerlijk rustig zonnig weertje en bijna twintig graden Celsius en ziedaar de basisvoorwaarde voor een heerlijke jachtdag. Temeer omdat op de brede zachte leuningen het hagelgeweer dwars gelegd kon worden, gereed om onmiddellijk te kunnen schieten. Toine has Marcus een camouflagenetje meegegeven en omdat er geen stokken bij waren heeft Marcus er nog snel vier opgehaald bij Jan thuis. Het netje nog doorstoken met afgesneden rietstengels en ik zat in prima dekking, de belangrijkste voorwaarde om wild te schieten want als de dekking niet goed is buigen de vogels vlak voor ze binnen schot komen gegarandeerd af en kan er niet geschoten worden of wordt er vaak misgeschoten.

Toine had voor patronen met zware staalhagel - nummers drie - gezorgd, die slechts met een geweer dat 1050 bar kan doorstaan, geschoten kunnen worden. Met mijn oude klassieke Winchester - van superstaal gemaakt - kon dat prima, maar met het geweer van Marcus niet. Dat kon maar 900 bar hebben dus hij schoot met Tungsten nummer vijf patronen. De eerste uren vloog er veel wild. Groepen eenden en de nijlganzen af en aan van foerageerplaats verderop in het bollenveld naar de rustplaatsen aan het Amstelmeer en terug. Tegen het eind van de morgen vloog het minder.

Vergeleken met de 15de augustus in 1999 toen Toine, Robert Winckens en ondergetekende hier bijna honderd duiven schoten, vlogen er nu op de 15de oktober maar weinig duiven. meestal enkelingen, af en toe een groepje. Er was een matig noordoostenwindje dus ze vlogen hoog, veel hoger dan jaren geleden, toen er een straffe oostenwind stond en en nog veel voedsel in de Oostpolder lag.

Mijn eerste schot op een kleine groep eenden leverde een woerd op, perfect geraakt. Mijn zelfvertrouwen dat het nog ging was in een klap optimaal. Ook Marcus zei later nog dat dit het beste schot van de dag was. Maar de groepen eenden en ook nijlganzen kwamen toch niet echt goed binnen schot en ik schoot enkele malen mooi mis. Toen het wat rustiger werd vroeg ik Marcus om een wandeling te maken naar een achter ons - met betrekking tot de noordoostenwind - gelegen stuk met een dijk er in. Op het verste punt hoorde ik een schot en Marcus bleek een jonge fazantehen geschoten te hebben, een dier met stompe sporen. Hij had een zestal fazanten gezien, veel voor dit gebied. Maar ik wist al van Henk dat er in de laatste jaren toch zo nu en dan wel wat fazanten geschoten werden in mijn vroegere jachtgebied.

Dat ze hier tegenwoordig meer succesvol tot broeden komen is gelegen in het feit dat er geen vossen zijn in dit gebied en dat het met de kiekendieven die vooral jonge fazanten slaan wel meevalt. De dekking met riet is ook sterk verbeterd na de herinrichting van klassiek boerenland tot bollenland, waarbij zuiveringsbassins zijn aangelegd in de laagste hoek van de westpolder, te weten mijn vroegere jachtgebied. De bestrijdingsmiddelen die worden aangewend in de bollenteelt komen in het water terecht dat afgevoerd wordt via deze ondiepe waterbassins, met veel riet en alg begroeiing. Deze plaatsen zijn nu ideale dagverblijven voor honderden eenden uit de omringende polders. In hoeverre de bestrijdingsmiddelen in de rustende eenden terechtkomen is niet bekend natuurlijk, maar dat zou wel een onderzoek waard zijn vind ik.

De tweede trip van Marcus ging richting het westen tot aan de rand van het jachtgebied. Ik hoorde hem een paar keer schieten en het duurde erg lang voor hij terug kwam. Hij had een duif geschoten maar die ondanks lang zoeken niet terug kunnen vinden in een bolgewas dat op gladiolen leek, maar dat volgens Jan Thijssen een nieuwe kruising was met gele, rode, roze en anderskleurige bloemen, een regenboog aan kleuren per bloemtak. Hij kon niet zo gauw op de naam van de soort komen. Hier in de Kop van Noord Holland kweken ze veel bijgoed en klein bollenspul en experimenteren de kwekers volop met nieuwe varieteiten en kruisingen.

De derde trip door het jachtveld van Marcus was richting het oosten en de grens met mijn vroegere jachtgebied. Marcus schoot toen hij aankwam en doodde daarbij een zwarte kraai. Op dat moment vlogen naar zijn zeggen wel driehonderd eenden op uit het zuiveringsplas in oostelijke richting. Een groepje eenden kwam in mijn richting maar ik miste. Op de terugweg miste Markus nog een duif.

Terug van weg geweest bleef Marcus een tijd bij mij in de buurt waarbij we - omdat ik een fractie van een seconde te vroeg uit de dekking kwam - vier nijlganzen net niet konden beschieten. Dat was behoorlijke pech want ze waren nog geen twintig meter hoog en kwamen recht op ons af. Timing en afstandsbepaling zijn nu eenmaal van het grootste belang en gebrek aan recente ervaring was de reden dat ik de doodzonde beging om te vroeg uit de dekking te komen en te vroeg mijn gezicht liet zien. De ganzen stegen met enorme kracht loodrecht omhoog en zwaaiden af, net buiten schot.

Er was een haas niets vermoedend mijn kant opgekomen langs het fietspad aan de overkant maar die merkte mij ook al op door een te vroege beweging dus die kon ik ook niet beschieten. Later kwam zijn maatje huppelend onze kant op. We zagen het mooie goudbruine dier al vanaf een voetbaldveld ver aan komen. Op mijn schot sprong het haas een meter loodrecht de lucht in maar was niet dood. Markus gaf het genadeschot en het eerste en enige haas was binnen.

In de middag schoten we beiden nog een duif, maar ook twee duiven ziek, die niet binnen kwamen bij gebrek aan een goede speurhond. Met nog een tweede kraai voor Markus hadden we dus tien dieren geschoten, maar een tableau van slechts vijf eetbare soorten. Die heb ik aan Markus geschonken wegens zijn goede diensten en bedoeld voor het studentenjagersclubje in Maastricht. Met het wilde zwijntje van tien kilo dat Toine op de hoogzit in Duitsland schoot kunnen de heren een gezellige wildmaaltijd genieten zou ik zeggen. Misschien ga ik wel mee eten in Maastricht als het zover is en als ik me sterk genoeg voel.

We genoten het avondeten bij Jan en Gery, lekkere Hollandse kost. Na een Berenburger en een Amstel biertje als kopstootje vooraf. De discussie was levendig, zelfs heftig met vele herinneringen.

De avondtrek leverde niks meer op. We zagen nog wel een stuk of twintig eenden maar die kwamen niet onder schot. De lucht was echter helemaal vol ganzen, squadron na squadron luidruchtige Grote Grauwen. Een natuurspektakel dat in heel Europa nauwelijks zijn weerga vindt. Met het gakken en praten van de ganzen nog in onze oren trokken we richting Leusden. Een dag om nooit meer te vergeten.

Marcus bedankt voor je hulp en je spirit. Ik hoop dat je veel geleerd hebt en dat je mijn student in de jacht en het jagen wil blijven tot mijn dood.

 


Met vriendelijke groeten,

 

Jo Hilgers, de herboren jager.

 

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz