Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.

Hoofdstuk 255
2 februari 2007 

De Oprichtingsvergadering van de Limburgse Plattelandsalliantie

of

De Terugkeer van de Verloren Zoon

Beste Peter,

Vrijdagmorgen is het nu, al weer drie dagen na de oprichtingsvergadering van de Limburgse Plattelandsalliantie op dinsdagavond de dertigste januari van het Jaar onzes Heren 2007. In Roosteren in de Roosterhoeve waar Nederland op zijn smalst is, in de taille van Limburg. Niet wat mentaliteit betreft overigens, want Piet Croughs denkt ruim en breed en heeft visie en is de gedrevenheid zelve. Hij en ik waren de gastheren voor de happening in de rustieke boerderij. De hierboven genoemde personen waren de gelukkigen bij deze historische ontmoeting, waarbij ik het gevoel kreeg, dat de cirkel in mijn leven nu rond is en ik als de Verloren Zoon terugkeerde naar mijn Vaderland. Iets dat zeker zou gebeuren heeft mijn Moeder Zaliger me altijd voorspeld, als kind.

Piet, mijn secretaris/penningmeester/webmaster, zou de ammunitie voor deze notulen-in-dagboekvorm aandragen en dat heeft hij onder andere gedaan middels het opmaken van het lijstje hieronder.  Het lijstje van mijn Twaalf nieuwe Discipelen.

Coussement, Marc

Platform Buitengebied Vlaanderen

Bertrand de Lophem

Platform Buitengebied Vlaanderen

Marc Budé Hengelsportfederatie Limburg
Toine Ramakers

Bronsgroene Keilers

Bert van Geffen

Individueel sympathisant

Paul Debey

De stichting IKL VZ

Henk Schmitz

De stichting IKL

Henk Timmerman

Plattelandsalliantie Overijssel

Sake Roodbergen

Bond Friese Vogelwachten

Arie Schakel

Ned  Ver  voor Natuurtoezicht

Leo Steinbusch

FBE Graetheide

Gerrie Dorrestein

NOIVBD 

Martin Ramaekers

Natuureenheid Heerlen/Voerendaal

Jo Hilgers

Voorzitter Plattelandsalliantie

Piet Croughs

Secretaris Plattelandsalliantie

Notulen op de gebruikelijke wijze geschreven vallen al gauw ten prooi aan de vergetelheid en in dit geval laat ik dat niet gebeuren, omdat nu duidelijk is geworden dat ik inderdaad geschiedenis schrijf en het als een verhaal opgenomen dient te worden in mijn eigenste bijbel – die voor de minnaar van de natuur, die van de plattelander, de buitenmens - mijn Memoires die ik genoemd heb “The Hilgers’ Way not the Hemingway”. Met als voorwoord aan jou beste Peter, onder andere: “Gij zijt Petrus en aan dit Klankbord toets ik mijn Memoires”. Toen we nog woonden in de Gordel van Smaragd, ver van huis. Toen onze VOC mentaliteitshormonen nog door het lichaam gierden.

Omdat het werk dat Franz Joseph ooit begon nu wordt afgemaakt. Hij was de Visser die niet alleen vissen ving maar ook zieltjes. Zieltjes van mensen die met plezier de natuur in gaan vanuit hun stenen woondozen om er te genieten en voor zover mogelijk ook te oogsten. Denk er om beste Peter dat een eigen gevangen vis honderd maal lekkerder is dan een gekochte. Zoals ook een eigen geschoten eend vele malen lekkerder is, laat staan een eigen gevonden kievitsei. En dat wij allen daar “In Petrus”(de vissers), “In Hubertus” (de jagers) dan wel “In Bonifatius” (de eierzoekers) zijn, ook al hebben de laatsten in een vlaag van verstandsverbijstering hun Heilige de schedel gekliefd bij Dokkum.

Sake Roodbergen Bond van Friese VogelbeschermingwachtenSake Roodbergen kwam vanuit het verste oord, uit Akkrum, namens de Friese Plattelandsalliantie en haar gedachtegoed, maar ook namens de Bond van Friese Vogelbeschermingswachten en haar erfgoed. Dat kent hij als geen ander omdat hij er de bijbel voor geschreven heeft, een boek met de historie van de Friese vrijwilligers in het veld, van de Fjildman (dit is Fries waarbij je de a als o uit moet spreken) en zijn betrokkenheid bij de alluviale weiden-natuur met name in het diepe midden van het land der Friezen. Hij was de man van de minste woorden want hij vertoonde een film die de Friese PA heeft laten maken, ingesproken door een echte Stem des Volks, Hans Wiegel, over de schoonheid van Friesland en de mensen die daarin op het platteland het meest van genieten, de ljipaaisykers, de jagers en vissers, de ruiters en de menners, de boeren zelf, de kooikers en de valkeniers, kortom de buitenmensen, vooral de liefhebbers van vogels. Sake hoefde ook niet veel te zeggen, de film sprak voor zich.

Wie wel veel zeiden waren onze Vlaamse Broeders en Zusters in het Groen, Marc Coussement (spreek niet uit op zijn Frans, maar op zijn Vlaams) en Bertrand de Lophem (een naam waarvan jij zei dat hij niet zou misstaan in een verhaal van Maarten Toonder).Marc Coussement en Bertrand de Lophem

De eerste, Voorzitter van het Platform Buitengebied, de tweede Bestuurslid. De eerste ook als Voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Hengelsport Verbonden, de tweede ook als Secretaris-Generaal van Landelijk Vlaanderen, de Vereniging van Bos-, Land- en Natuureigenaars. Als ik het goed begrepen heb ook de Kasteelheer van Sint Aldegonde met als voorzaat uit de tijd van onze Vader des Vaderlands, Marnix, die het Wilhelmus schreef.

En wat de beide heren zeiden sneed hout. Twee gedreven zielen die sinds het beginjaar van het prille derde millennium, binnen zes jaar dus, een volksbeweging van plattelanders hebben opgericht met 600.000 afgeleide leden van dertien plattelandsclubs. Die op Brussel hebben gemarcheerd met tachtigduizend zielen, die vanaf de barricades en eerst als katten in het nauw nu de opbouwende fase hebben bereikt en politiek meetellen in Vlaanderen. Die het platteland vrijwaren van al te grote idiotie der natuurfreaks, die maar van geen ophouden weten en op drift zijn geraakt. Het zijn al lang geen idealistische geitenwollensokken dragende jonge biologen meer die door het veld struinen met een blik van opperste zaligheid en een begrijpende enigszins medelijdende glimlach, voor allen in de natuur die het licht en het witte bosvogeltje nog niet gezien hebben.

Nee het zijn fanatieke ideologen en ambtenaren nu, wat zeg ik pseudo-ethici geworden, die er brood aan verdienen om het land op de schop te brengen en op de schop te houden, keer op keer. Zij die idealen hadden en arm waren zijn er rijk, verwend en egoïstisch van geworden en hebben de intieme band met de natuur verloren. De benen die de weelde moesten dragen waren niet sterk genoeg.

Een sportvisser en een kasteelheer hebben het tij gekeerd. Marc Coussement’s benen konden de weelde wel dragen ook al is hij ecoloog, bioloog. Hij heeft zijn gezonde verstand bewaard. De Limburgers werden stil bij het horen van zoveel wijsheid, gebracht met zoveel gedrevenheid. Alleen Sake, de Fries, merkte later op dat hij toch hier en daar een woord en de betekenis van een zin had gemist, maar dat is natuurlijk niet zo belangrijk. Hebben we niet ook tegelijkertijd nieuwe woorden gehoord die mooier zijn dan de onze en is onze taal niet weer verrijkt die avond? De mijne wel Peter. Ik let bij zoiets altijd extra goed op. Zij werken aan “de kennis”. Wat vroegen wij “de kennis”? O ja, “de jeugd” noemen jullie dat. Educatie.

Zelf gaf ik de openingsspeech - mijn maidenspeech - als Voorzitter van de landelijke Alliantie. Vanuit het gedachtegoed van Jac Thijsse en Victor Westhoff, de grote botanici en natuurkenners van de vorige eeuw. De voormannen, de guru’s die nooit zweefden, die altijd weer streefden naar vermeerdering van eindeloze kennis en het genoegen dat het levende om ons heen met zich mee brengt. Die een levensfilosofie hadden en een wijsheid goed genoeg om het hele volk mee te krijgen in hun denken, waardoor het tij werd gekeerd in de tachtiger jaren toen Braks met het idee van de Ecologische Hoofdstructuur kwam. De kroonjuwelen van onze natuur zijn gered nu vijfentwintig jaar later. Tegelijkertijd is het productieland verwaarloosd en vergiftigd en dienen we ons opnieuw te bezinnen.

Wordt het in Europees verband, in onze globaliserende wereld, nog groter van schaal zoals nu het geval lijkt te zijn met de intensieve veehouderij en de gigantisch stijgende melkquota? Er zijn al boeren met een quotum van zeven tot acht miljoen kilo boter. Ongekend tot nu toe. Houdt het dan nooit meer op?  En hoe vinden we de balans tussen land voor de eerste levensbehoefte (het voedsel) en de tweede (de natuur waar we af en toe naar toe willen, wat zeg ik moeten, omdat we eruit voortgekomen zijn). Dat is de grote vraag van deze tijd. Dat is het probleem dat we aanduiden met de inrichting van het land, dat met gezond boerenverstand behouden moet blijven voor ons nageslacht.

Marc Coussement legt duidelijk uit wat hun ervaringen waren en de problemen die zij daarbij hebben ondervonden bij de oprichting van het Platform Buitengebied.Marc en Bertand hebben de visie en de kracht om in België het tij te keren. Wat zeg ik, ze hebben het tij al gekeerd. En de problemen en oplossingen die zij beschreven en aandroegen zijn dezelfde, zijn identiek, aan die in Nederland. De Engelsen gaven het voorbeeld, de Belgen hebben de fakkel overgenomen. Nu is het onze beurt. Niet een fakkel maar een miljoen fakkels moeten aangestoken worden daar waar het Groene Waas ontstaat en desnoods naar Den Haag gedragen worden. Geen tachtigduizend zoals Brussel, nee een miljoen naar Den Haag als het nodig is.

Marc memoreerde de dagen van de kat in het nauw, het kraken der noten en de defensieve opstelling, culminerend in een kleine opstand van het plattelandsvolk. Nu echter de fase van het harmoniemodel en de offensieve opbouwende opstelling om samen de schouders eronder te zetten en het platteland vooral met goed verstand en goede zorg te optimaliseren, voor de mens die er in leeft en recreëert, nu en tot in de eeuwigheid.

Marc is mijn lichtend voorbeeld. Ik heb zijn visie naar Limburg gebracht, het Land van mijn Vaderen, van Joep van Franz van Karelejoep. Van Franz Joseph die vissen en zieltjes ving en van Joseph zijn zoon die zijn fakkel overnam, geholpen door onze Broeders en Zusters ten Westen van de Grensmaas, de Vlamingen. Die het Licht al zagen en die dezelfde Taal spreken, de Taal van het Platteland met al zijn facetten, de Taal ook van de Natuur waar wij ons in de hemel op aarde wanen.

De Taal ook van Friezen, Tukkers (Henk Timmerman kwam uit Bentelo om de fakkel op te halen en naar Overijssel te brengen) en Limburgers, de Dietsche Taal die als eerste door Henrik van Veldeke werd opgeschreven in het begin van het Tweede Millennium in Maastricht, in de stad van Sint Servatius, de Heilige naar wie ik mijn jongste jagende zoon – die Neerlandicus is - genoemd heb, Servaas van Joep van Frans van Karelejoep.

Nu weet je wie ik ben, beste Peter.

Met Groene Groet,

De (Heilige) Joseph van Kerensheide,  De Verloren Zoon die nog net op tijd terugkeerde naar het Land van zijn Vaderen, het land van Herkenbosch en Posterholt. 

Laatste wijziging 12 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz