|
Hoofdstuk 255
2 februari 2007
De Oprichtingsvergadering van de Limburgse Plattelandsalliantie
of
De Terugkeer van de Verloren Zoon
Beste Peter,
Vrijdagmorgen is
het nu, al weer drie dagen na de oprichtingsvergadering van de Limburgse
Plattelandsalliantie op dinsdagavond de dertigste januari van het Jaar onzes
Heren 2007. In Roosteren in de Roosterhoeve waar Nederland op zijn smalst is, in
de taille van Limburg. Niet wat mentaliteit betreft overigens, want Piet Croughs
denkt ruim en breed en heeft visie en is de gedrevenheid zelve. Hij en ik waren
de gastheren voor de happening in de rustieke boerderij. De hierboven genoemde
personen waren de gelukkigen bij deze historische ontmoeting, waarbij ik het
gevoel kreeg, dat de cirkel in mijn leven nu rond is en ik als de Verloren Zoon
terugkeerde naar mijn Vaderland. Iets dat zeker zou gebeuren heeft mijn Moeder
Zaliger me altijd voorspeld, als kind.
Piet, mijn secretaris/penningmeester/webmaster, zou de ammunitie
voor deze notulen-in-dagboekvorm aandragen en dat heeft
hij onder andere gedaan middels het opmaken van het
lijstje hieronder. Het lijstje van mijn Twaalf nieuwe
Discipelen.
|
Coussement, Marc |
Platform
Buitengebied Vlaanderen |
|
Bertrand de Lophem |
Platform
Buitengebied Vlaanderen |
|
Marc Budé |
Hengelsportfederatie
Limburg |
|
Toine
Ramakers |
Bronsgroene
Keilers |
|
Bert
van Geffen |
Individueel
sympathisant |
|
Paul
Debey |
De stichting IKL
VZ |
|
Henk
Schmitz |
De stichting IKL |
|
Henk
Timmerman |
Plattelandsalliantie Overijssel |
|
Sake
Roodbergen |
Bond Friese
Vogelwachten |
|
Arie
Schakel |
Ned Ver voor
Natuurtoezicht |
|
Leo
Steinbusch |
FBE Graetheide |
|
Gerrie
Dorrestein |
NOIVBD |
|
Martin
Ramaekers |
Natuureenheid
Heerlen/Voerendaal |
|
Jo
Hilgers |
Voorzitter
Plattelandsalliantie |
|
Piet
Croughs |
Secretaris
Plattelandsalliantie |
Notulen op de gebruikelijke wijze
geschreven vallen al gauw ten prooi aan de vergetelheid
en in dit geval laat ik dat niet gebeuren, omdat nu
duidelijk is geworden dat ik inderdaad geschiedenis
schrijf en het als een verhaal opgenomen dient te worden
in mijn eigenste bijbel – die voor de minnaar van de
natuur, die van de plattelander, de buitenmens - mijn
Memoires die ik genoemd heb “The Hilgers’ Way not the
Hemingway”. Met als voorwoord aan jou beste Peter, onder
andere: “Gij zijt Petrus en aan dit Klankbord toets ik
mijn Memoires”. Toen we nog woonden in de Gordel van
Smaragd, ver van huis. Toen onze VOC
mentaliteitshormonen nog door het lichaam gierden.
Omdat het werk dat Franz Joseph
ooit begon nu wordt afgemaakt. Hij was de Visser die
niet alleen vissen ving maar ook zieltjes. Zieltjes van
mensen die met plezier de natuur in gaan vanuit hun
stenen woondozen om er te genieten en voor zover
mogelijk ook te oogsten. Denk er om beste Peter dat een
eigen gevangen vis honderd maal lekkerder is dan een
gekochte. Zoals ook een eigen geschoten eend vele malen
lekkerder is, laat staan een eigen gevonden kievitsei.
En dat wij allen daar “In Petrus”(de vissers), “In
Hubertus” (de jagers) dan wel “In Bonifatius” (de
eierzoekers) zijn, ook al hebben de laatsten in een
vlaag van verstandsverbijstering hun Heilige de schedel
gekliefd bij Dokkum.
Sake
Roodbergen kwam vanuit het verste oord, uit Akkrum,
namens de Friese Plattelandsalliantie en haar
gedachtegoed, maar ook namens de Bond van Friese
Vogelbeschermingswachten en haar erfgoed. Dat kent hij
als geen ander omdat hij er de bijbel voor geschreven
heeft, een boek met de historie van de Friese
vrijwilligers in het veld, van de Fjildman (dit is Fries
waarbij je de a als o uit moet spreken) en zijn
betrokkenheid bij de alluviale weiden-natuur met name in
het diepe midden van het land der Friezen. Hij was de
man van de minste woorden want hij vertoonde een film
die de Friese PA heeft laten maken, ingesproken door een
echte Stem des Volks, Hans Wiegel, over de schoonheid
van Friesland en de mensen die daarin op het platteland
het meest van genieten, de ljipaaisykers, de jagers en
vissers, de ruiters en de menners, de boeren zelf, de
kooikers en de valkeniers, kortom de buitenmensen,
vooral de liefhebbers van vogels. Sake hoefde ook niet
veel te zeggen, de film sprak voor zich.
Wie wel veel zeiden waren onze
Vlaamse Broeders en Zusters in het Groen, Marc
Coussement (spreek niet uit op zijn Frans, maar op zijn
Vlaams) en Bertrand de Lophem (een naam waarvan jij zei
dat hij niet zou misstaan in een verhaal van Maarten
Toonder).
De eerste, Voorzitter van het
Platform Buitengebied, de tweede Bestuurslid. De eerste
ook als Voorzitter van de Vlaamse Vereniging van
Hengelsport Verbonden, de tweede ook als
Secretaris-Generaal van Landelijk Vlaanderen, de
Vereniging van Bos-, Land- en Natuureigenaars. Als ik
het goed begrepen heb ook de Kasteelheer van Sint
Aldegonde met als voorzaat uit de tijd van onze Vader
des Vaderlands, Marnix, die het Wilhelmus schreef.
En wat de beide heren zeiden sneed
hout. Twee gedreven zielen die sinds het beginjaar van
het prille derde millennium, binnen zes jaar dus, een
volksbeweging van plattelanders hebben opgericht met
600.000 afgeleide leden van dertien plattelandsclubs.
Die op Brussel hebben gemarcheerd met tachtigduizend
zielen, die vanaf de barricades en eerst als katten in
het nauw nu de opbouwende fase hebben bereikt en
politiek meetellen in Vlaanderen. Die het platteland
vrijwaren van al te grote idiotie der natuurfreaks, die
maar van geen ophouden weten en op drift zijn geraakt.
Het zijn al lang geen idealistische geitenwollensokken
dragende jonge biologen meer die door het veld struinen
met een blik van opperste zaligheid en een begrijpende
enigszins medelijdende glimlach, voor allen in de natuur
die het licht en het witte bosvogeltje nog niet gezien
hebben.
Nee het zijn fanatieke ideologen en
ambtenaren nu, wat zeg ik pseudo-ethici geworden, die er
brood aan verdienen om het land op de schop te brengen
en op de schop te houden, keer op keer. Zij die idealen
hadden en arm waren zijn er rijk, verwend en egoïstisch
van geworden en hebben de intieme band met de natuur
verloren. De benen die de weelde moesten dragen waren
niet sterk genoeg.
Een
sportvisser en een kasteelheer hebben het tij gekeerd.
Marc Coussement’s benen konden de weelde wel dragen ook
al is hij ecoloog, bioloog. Hij heeft zijn gezonde
verstand bewaard. De Limburgers werden stil bij het
horen van zoveel wijsheid, gebracht met zoveel
gedrevenheid. Alleen Sake, de Fries, merkte later op dat
hij toch hier en daar een woord en de betekenis van een
zin had gemist, maar dat is natuurlijk niet zo
belangrijk. Hebben we niet ook tegelijkertijd nieuwe
woorden gehoord die mooier zijn dan de onze en is onze
taal niet weer verrijkt die avond? De mijne wel Peter.
Ik let bij zoiets altijd extra goed op. Zij werken aan
“de kennis”. Wat vroegen wij “de kennis”? O ja, “de
jeugd” noemen jullie dat. Educatie.
Zelf gaf ik de openingsspeech -
mijn maidenspeech - als Voorzitter van de landelijke
Alliantie. Vanuit het gedachtegoed van Jac Thijsse en
Victor Westhoff, de grote botanici en natuurkenners van
de vorige eeuw. De voormannen, de guru’s die nooit
zweefden, die altijd weer streefden naar vermeerdering
van eindeloze kennis en het genoegen dat het levende om
ons heen met zich mee brengt. Die een levensfilosofie
hadden en een wijsheid goed genoeg om het hele volk mee
te krijgen in hun denken, waardoor het tij werd gekeerd
in de tachtiger jaren toen Braks met het idee van de
Ecologische Hoofdstructuur kwam. De kroonjuwelen van
onze natuur zijn gered nu vijfentwintig jaar later.
Tegelijkertijd is het productieland verwaarloosd en
vergiftigd en dienen we ons opnieuw te bezinnen.
Wordt het in Europees verband, in
onze globaliserende wereld, nog groter van schaal zoals
nu het geval lijkt te zijn met de intensieve veehouderij
en de gigantisch stijgende melkquota? Er zijn al boeren
met een quotum van zeven tot acht miljoen kilo boter.
Ongekend tot nu toe. Houdt het dan nooit meer op? En
hoe vinden we de balans tussen land voor de eerste
levensbehoefte (het voedsel) en de tweede (de natuur
waar we af en toe naar toe willen, wat zeg ik moeten,
omdat we eruit voortgekomen zijn). Dat is de grote vraag
van deze tijd. Dat is het probleem dat we aanduiden met
de inrichting van het land, dat met gezond
boerenverstand behouden moet blijven voor ons
nageslacht.
Marc
en Bertand hebben de visie en de kracht om in België het
tij te keren. Wat zeg ik, ze hebben het tij al gekeerd.
En de problemen en oplossingen die zij beschreven en
aandroegen zijn dezelfde, zijn identiek, aan die in
Nederland. De Engelsen gaven het voorbeeld, de Belgen
hebben de fakkel overgenomen. Nu is het onze beurt. Niet
een fakkel maar een miljoen fakkels moeten aangestoken
worden daar waar het Groene Waas ontstaat en desnoods
naar Den Haag gedragen worden. Geen tachtigduizend zoals
Brussel, nee een miljoen naar Den Haag als het nodig is.
Marc memoreerde de dagen van de kat
in het nauw, het kraken der noten en de defensieve
opstelling, culminerend in een kleine opstand van het
plattelandsvolk. Nu echter de fase van het harmoniemodel
en de offensieve opbouwende opstelling om samen de
schouders eronder te zetten en het platteland vooral met
goed verstand en goede zorg te optimaliseren, voor de
mens die er in leeft en recreëert, nu en tot in de
eeuwigheid.
Marc is mijn lichtend voorbeeld. Ik
heb zijn visie naar Limburg gebracht, het Land van mijn
Vaderen, van Joep van Franz van Karelejoep. Van Franz
Joseph die vissen en zieltjes ving en van Joseph zijn
zoon die zijn fakkel overnam, geholpen door onze
Broeders en Zusters ten Westen van de Grensmaas, de
Vlamingen. Die het Licht al zagen en die dezelfde Taal
spreken, de Taal van het Platteland met al zijn
facetten, de Taal ook van de Natuur waar wij ons in de
hemel op aarde wanen.
De Taal ook van Friezen, Tukkers
(Henk Timmerman kwam uit Bentelo om de fakkel op te
halen en naar Overijssel te brengen) en Limburgers, de
Dietsche Taal die als eerste door Henrik van Veldeke
werd opgeschreven in het begin van het Tweede Millennium
in Maastricht, in de stad van Sint Servatius, de Heilige
naar wie ik mijn jongste jagende zoon – die Neerlandicus
is - genoemd heb, Servaas van Joep van Frans van
Karelejoep.
Nu weet je wie ik ben, beste Peter.
Met Groene Groet,
De (Heilige) Joseph van
Kerensheide, De Verloren Zoon die nog net op tijd
terugkeerde naar het Land van zijn Vaderen, het land van
Herkenbosch en Posterholt. |