Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.
 

Het voorjaar begint vroeg in het land van de kieviten
of
Paasboodschap uit het land met te weinig seizoenen.

 

Beste Peter,

Het voorjaar begint vroeg in het land van de kieviten. Al in maart begint het te kriebelen bij het selecte gilde der kievitseierenzoekers, die ik tot groot verdriet van Henk Weijburg, kievitseierenrapers noemde. Een Limburger zoekt geen kievitseieren, een Fries vaak wel, om de doodeenvoudige reden dat kieviten vooral in het Friese weidelandschap hun nestje bouwen en hun eieren leggen. In Limburg trekken ze hooguit door op najaars- en voorjaarstrek. Alhoewel Rem Schmitz, een der jachtvrienden uit het Limburgse wel eens een enkel eitje van een enkele broedende kievit in het Limbrichtse vindt. En langs de Maas zitten er wel in de groene uiterwaarden.

Jagers zoeken vaak kievitseieren onder andere om een smoes te hebben, in het vroege voorjaar toch weer in het veld te komen, nadat de kleinwildjacht op 31 januari is afgelopen. De jacht op vrouwelijk reewild en een enkele drijfjacht op vossen vormen de "brug" tussen de winter en het voorjaar van de kievitseieren waarvan het eerste pakweg in de eerste twee weken van maart wordt gevonden. En zoals iedere Nederlander weet in vroeger tijden met veel ophef naar de Koningin werd gebracht.

Toen het gifgroenlinkse volk die mooie traditie naar de knoppen had geholpen, nam Hans Wiegel als Gouverneur (ik noem zo iemand geen Commissaris der Koningin want dat klinkt mij te politieachtig in de oren) van Friesland, dat ei nog in ontvangst. En kievitenstand heeft nooit "geleden" van het rapen, wel van het verdwijnen van het biotoop natuurlijk, de oer-Hollandse weiden en graslanden.

Alhoewel een fanatieke gifgroenlinkse bioloog dat natuurlijk nooit "echt bewezen" zal vinden omdat er nooit een "zuivere" wetenschappelijke studie van is gemaakt. Die zeikerds denken dat ze wetenschappers zijn, maar het zijn verdwaasde geitenwollensokken sukkelaars en sommigen officiële professoren ook nog, God betere het.

Ons aller Hans was en is gebleven een rechtse, traditionele VVD'er, een stem des volks, die tegen alle groene geweld en prietpraat in, volhield dat de jacht moest kunnen blijven bestaan als die maar zeer "geëngageerd" wordt beoefend in goede verstandhouding met alle anderen die om de een of andere reden in het veld iets te zoeken hebben. Zowel met boeren als ook met vogeltjeskijkers zou het toch tot een gentleman's agreement moeten kunnen komen om samen optimaal van de natuur te genieten en van de vruchten des velds te oogsten.

Henk, de aanvankelijk pindapotten- en toverballenhandelaar, later gokautomaten producent in het Utrechtse, de zoon van een kruidenier uit het Tielse aan de grote rivier, de tafeltennisster in jonge jaren en de verwoede jager en Heer van Stand - nu schilderijenverzamelaar en handelaar - had me de beginselen van het zoeken van kievitseieren bijgebracht, pakweg in het begin van de negentiger jaren. Niet als een blind paard het veld inlopen had hij me duizend keer al toegeroepen. Eerst kijken en nog eens kijken van achter een hek of andere schuilplaats. En als je heel goed gekeken had met je grote kijker waar ze duikelden en aan de grond kwamen, dan bleef je nog staan en keek je nog eens. Pas als je samen honderd keer gekeken had en een plan de campagne had opgemaakt stapte je voorzichtig het veld in met je groene laarzen en nog bleef je kijken totdat het vermeende nest of de nesten in de buurt waren.

En dan pas keek je naar de grond en niet vlak voor je voeten, nee je scande vijf tot tien meter vooruit, van links naar rechts en van rechts naar links, op je gemak, rustig en met oog voor ieder detail, want een kievitseierennest, zelfs in het dan nog lage gras zo rond de twintigste maart (want wij gingen nooit voor het eerste ei, we begonnen pas als het wat warmer was geworden later in maart) is een prachtig staaltje van camouflage. Voor je het wist stond je er op en ik denk dat ik in die tien jaar toch zeker op drie a vier nestjes heb gestaan. Je bleef een beetje bijelkaar in de weilanden en als je een nest zag dan liet je niks merken maar liep je nog effe door om je maat toe te roepen dat er wat te beleven viel bij jou.

Je maat kwam er dan aan en mocht het ook proberen te vinden en een keer stond ik toen zelfs op een nest, nog voor hij kon roepen dat ik met mijn stomme kop beter uit mijn doppen moest leren kijken. Waren het er vier met de punten naar elkaar toe dan was het nog even opnieuw spannend en moest geschouwd worden in de dichtstbijzijnde sloot. Rolde de eitjes om en kwamen ze boven drijven dan waren ze bebroed en gingen ze terug in het nest.

Bij Wilnis onder de Vinkeveense Plassen waar we ook jachtgebieden hadden met Willem van Vliet, een jachtvriend, waren we het vaakst. In de morgen gingen we en liefst in de week als door anderen niet gezocht werd. Want er was daar een behoorlijke competitie en soms was het veld helemaal leeg als we kwamen. Het is trouwens niet slecht om regelmatig dezelfde nesten te legen - en de kieviten te "melken" en de leg aan de gang te houden - omdat in het vroege voorjaar de kans op broedsucces nu eenmaal nogal laag is. Zoeken was er niet meer bij na de 12de april - in vroeger tijden - en na heel wat gekrakeel in de Tweede Kamer en tot op Europees niveau toe na 9 april nu en uiteindelijk werd het slechts toegestaan in Friesland. Na die tijd werd beschermd en een jaar hebben we na een tip van de boer die ging gieren, twaalf nesten in het aangrenzend grasland gelegd, rond de 15de april.

Een Fries is dus een Europeaan met extra rechten die niet te onderschatten zijn en daarbij is een Limburger ronduit rechteloos.

Eigenlijk zou de Limburger ook een extra recht moeten krijgen namelijk de jacht op de patrijs die vooral in midden Limburg op de zandgronden ten oosten van de Maas en tegen de Duitse grens nog veel voorkomt en daar echt niet op de Rode Lijst hoeft te staan voor dat gebied. Het is een standvogel die niet trekt en die plaatselijk heel veel voorkomt. Als een Fries een kievitsei mocht rapen en eigenlijk als jager ook een verdwaalde winterkievit op zijn tableau zou moeten kunnen hebben (arme boerenjagers in het Friese van honderd jaar geleden aten vaak aardappelen met gebakken kievit), dan moest een Limburger zijn patrijs kunnen schieten.

Hoe dan ook, ieder voorjaar kriebelde het en pas dit voorjaar heb ik voor het eerst geen eieren meer kunnen zoeken. Vorig jaar nog wel, toen mijn Moeder Zaliger - God hebbe haar ziel - half maart overleed. Enkele tientallen hebben Henk en Jaap van Ekris, een bijzondere vriend waar ik het nog over zal hebben, en ik er nog gevonden. Honderden zijn het al lang niet meer want we hebben nu nog maar een klein veldje. We gingen vaak lekker eten na afloop in de middag, bijvoorbeeld bij restaurant van der Valk, dat in Chinees gebouwde stijlgedrocht, langs de rijksweg bij Breukelen, maar met goede keuken en altijd verse tong omdat er zoveel gasten zijn dat die niet oud kan worden en redelijk goedkoop aan de man gebracht kan worden ook al komen ze helemaal uit Chili.

Heb jij nog een nest met jonge hazen gezien? Waren er al eendennesten langs de slootkant? Zou het een goed seizoen voor hazen en eenden worden? Heb je al die smienten nog gezien die nog niet naar het Noorden zijn? Lagen er al grutto eieren? Nogal wat grote kraaien nietwaar. Grote eierrovers. Weinig eksters gelukkig dit jaar. En weer meer knobbelzwanen, nog meer als vorig jaar. Fris koud windje nog nietwaar. De gatjes zitten nog dicht. Ik had er lekker tien en jullie met zijn tweeën nog geen vol nestje bijelkaar. Had je moeder je maar beter moeten leren kijken.

Kijkcijfers: Jaap nummer een, Henk nummer twee en ik een laatste plaats op nummer drie. Nee kijken was mijn sterkste kant niet, dat was ondertussen wel duidelijk. Je loopt te hard. Je kijkt te veel vlak voor je voeten. Je hebt geen "rust". Je 'knalt" gelijk het land in zonder de situatie zorgvuldig te bestuderen. Je bent dan misschien wel intelligente en een goeie bioloog, maar een goeie kievitseierenzoeker wordt je nooit, daar heb jij als Limburger geen kaas van gegeten.

Thuis werden ze een kwartier gekookt met een zakdoek in het pannetje zodat ze niet kapot gingen door het klotsen tegen de pannetjeswand. Op Paasdag was het voorgerecht meer dan eens gekookte kievitseitjes met rauw tuinkruid met citroen, de eerste radijsjes en een stukje Fries zwartbrood, dat donkere kleffe, of het Limburgse, dat grijze droge.

Rechtop op de palm van de hand gezet werd op het gepelde eitje een flinke klap op gegeven met de andere handpalm, waarna een merkwaardig puntje overbleef op een overigens plat eitje, waaraan het tussen de vingers kon worden opgepakt en in zijn geheel maar zonder puntje - na wat zout erover gestrooid te hebben - opgepeuzeld werd met een extra zalige glimlach op het gelaat en waarna een radijsje - waar niet op geslagen werd - met een plukje tuinkruid en een stukje zwartbrood erachter aan ging.

Die puntjes - zo luidt een oude Friese legende - werden dan naar het plafond in de keuken - toegeschoten waar ze bleven plakken en als statussymbool diende van de rijkdom van de boer en zijn graslanden. Ik heb wel eens geschoten maar bereikte zelden of nooit het plafond en maakte daarmee alleen mijn vrouw maar erg boos. Want die wilde geen vies plafond.

Dit alles als prelude voor de hoofdmaaltijd van het zuiglam, aardappelpuree, voorjaarsgroenten, met een goed glas rode wijn. Gevolgd door een bavarois met slagroom, koffie met chocolade kersenbonbons, een cognac en verzin de rest van al dat lekkers er maar bij.

Ja beste Peter, het is voorbij die mooie tijd. Wat zeg ik, het is inmiddels voltooid verleden tijd.

Hier zoek ik hooguit nog eens naar een verstopt kippenmest en naar ganzeneieren af en toe als die een hangende buikbobbel vertonen. Hier zoek je zelfs geen gekleurde eieren met de Paas, althans tot nu toe nog niet. En hier is er geen vroeg voorjaar. Hier is er ook geen laat voorjaar als het forellenseizoen op de Roer in de Eifel begint op 16 april, eergisteren alweer (deze Paasmaaltijd zou dus met een blauwgekookte forel zijn begonnen). Hier is er überhaupt geen voorjaar. Of het moest zijn dat de trenggiri terug is en het kreeftenseizoen ten einde loopt nu de paaitrek vrijwel afgelopen is en de "r" uit de maand gaat. En hier gaat ook op de eerste mei het reebokkenseizoen niet open, want reebokken komen hier niet voor.

Misschien dat ik winter-voorjaar-zomer-najaar voor mezelf ga definiëren hier op basis van de veranderingen in de natuur en dan vooral de Indische Oceaan. Misschien maak ik van die twee seizoen hier er wel vier. Want ik mis ze, de Hollandse seizoenen en ik zal ze in mijn herinnering blijven ophalen tijdens het schrijven van dit dagboek. Want de herinnering aan de seizoenen zal nooit vervagen in het brein van welke Hollander dan ook die deze Gordel van Smaragd ooit heeft opgezocht en nog zal opzoeken.

En zeker niet in het brein van een bioloog, een jager, een snoekvisser, een kievitseierenraper, een tuinier, een paddenstoelenplukker, een vogeltjeskijker, een smulpaap, een egoïst die nooit een goudplevier weggaf en altijd zelf opat (het vetste vogeltje uit de najaarswei), een vliegvisser op forellen, een grootwildjager, een verzamelaar van klavertjesvier, een vlindervanger, de ontdekker van het eendagsmos in Limburg (herontdekking helaas), orchideeën liefhebber, schelpenraper op het strand en ga zo nog maar even door.

Met vriendelijke groeten op Paaszondag en een Zalig Pasen toegewenst aan jou, beste Peter, maar ook aan al mijn trouwe dagboeklezers, niet in het minst natuurlijk mijn kinderen Vincent, Christine en Servaas, mijn schoonkinderen Linda en Marcel, aan Paula, vriendin van Servaas en mijn kleinkinderen Sara, Mees en Victor,


Opa zocht vaak kievitseitjes
In Hollands vroege voorjaarsweitjes
Maar Opa keek niet altijd uit zijn dop
En stond er af en toe boven op.

(Linda lees dit voor en wens Sara en Mees een Zalig Paasfeest van Opa)
(Christine lees het ook maar even voor, ook al verstaat Victor Joseph het nog niet) en tot meeuws van Jo

PS: Jouw treffend nieuw woord voor sommige van mijn gedichten - ik hoop niet allemaal - een "Sinterklaasje", vind ik een aanwinst voor de Nederlandse taal en zou in de Dikke van Dale moeten worden opgenomen. Want "gedicht" klinkt zo plechtig, terwijl het vaak relatief eenvoudige woordspelinkjes zijn, dan wel rijmpjes. En het woord "rijmpje" is wel erg mager voor mijn (kinder)taalkunststukjes zo uit het leven gegrepen nietwaar, beste Peter, of wel waar?

 

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz