Beste Peter,
Het voorjaar begint vroeg in het land
van de kieviten. Al in maart begint het te kriebelen bij
het selecte gilde der kievitseierenzoekers, die ik tot
groot verdriet van Henk Weijburg, kievitseierenrapers
noemde. Een Limburger zoekt geen kievitseieren, een
Fries vaak wel, om de doodeenvoudige reden dat kieviten
vooral in het Friese weidelandschap hun nestje bouwen en
hun eieren leggen. In Limburg trekken ze hooguit door op
najaars- en voorjaarstrek. Alhoewel Rem Schmitz, een der
jachtvrienden uit het Limburgse wel eens een enkel eitje
van een enkele broedende kievit in het Limbrichtse
vindt. En langs de Maas zitten er wel in de groene
uiterwaarden.

Jagers zoeken vaak kievitseieren
onder andere om een smoes te hebben, in het vroege
voorjaar toch weer in het veld te komen, nadat de
kleinwildjacht op 31 januari is afgelopen. De jacht op
vrouwelijk reewild en een enkele drijfjacht op vossen
vormen de "brug" tussen de winter en het voorjaar van de
kievitseieren waarvan het eerste pakweg in de eerste
twee weken van maart wordt gevonden. En zoals iedere
Nederlander weet in vroeger tijden met veel ophef naar
de Koningin werd gebracht.
Toen het gifgroenlinkse volk die
mooie traditie naar de knoppen had geholpen, nam Hans
Wiegel als Gouverneur (ik noem zo iemand geen
Commissaris der Koningin want dat klinkt mij te
politieachtig in de oren) van Friesland, dat ei nog in
ontvangst. En kievitenstand heeft nooit "geleden" van
het rapen, wel van het verdwijnen van het biotoop
natuurlijk, de oer-Hollandse weiden en graslanden.
Alhoewel een fanatieke gifgroenlinkse
bioloog dat natuurlijk nooit "echt bewezen" zal vinden
omdat er nooit een "zuivere" wetenschappelijke studie
van is gemaakt. Die zeikerds denken dat ze
wetenschappers zijn, maar het zijn verdwaasde
geitenwollensokken sukkelaars en sommigen officiële
professoren ook nog, God betere het.
Ons aller Hans was en is gebleven een
rechtse, traditionele VVD'er, een stem des volks, die
tegen alle groene geweld en prietpraat in, volhield dat
de jacht moest kunnen blijven bestaan als die maar zeer
"geëngageerd" wordt beoefend in goede verstandhouding
met alle anderen die om de een of andere reden in het
veld iets te zoeken hebben. Zowel met boeren als ook met
vogeltjeskijkers zou het toch tot een gentleman's
agreement moeten kunnen komen om samen optimaal van de
natuur te genieten en van de vruchten des velds te
oogsten.
Henk, de aanvankelijk pindapotten- en
toverballenhandelaar, later gokautomaten producent in
het Utrechtse, de zoon van een kruidenier uit het Tielse
aan de grote rivier, de tafeltennisster in jonge jaren
en de verwoede jager en Heer van Stand - nu
schilderijenverzamelaar en handelaar - had me de
beginselen van het zoeken van kievitseieren bijgebracht,
pakweg in het begin van de negentiger jaren. Niet als
een blind paard het veld inlopen had hij me duizend keer
al toegeroepen. Eerst kijken en nog eens kijken van
achter een hek of andere schuilplaats. En als je heel
goed gekeken had met je grote kijker waar ze duikelden
en aan de grond kwamen, dan bleef je nog staan en keek
je nog eens. Pas als je samen honderd keer gekeken had
en een plan de campagne had opgemaakt stapte je
voorzichtig het veld in met je groene laarzen en nog
bleef je kijken totdat het vermeende nest of de nesten
in de buurt waren.
En dan pas keek je naar de grond en
niet vlak voor je voeten, nee je scande vijf tot tien
meter vooruit, van links naar rechts en van rechts naar
links, op je gemak, rustig en met oog voor ieder detail,
want een kievitseierennest, zelfs in het dan nog lage
gras zo rond de twintigste maart (want wij gingen nooit
voor het eerste ei, we begonnen pas als het wat warmer
was geworden later in maart) is een prachtig staaltje
van camouflage. Voor je het wist stond je er op en ik
denk dat ik in die tien jaar toch zeker op drie a vier
nestjes heb gestaan. Je bleef een beetje bijelkaar in de
weilanden en als je een nest zag dan liet je niks merken
maar liep je nog effe door om je maat toe te roepen dat
er wat te beleven viel bij jou.
Je maat kwam er dan aan en mocht het
ook proberen te vinden en een keer stond ik toen zelfs
op een nest, nog voor hij kon roepen dat ik met mijn
stomme kop beter uit mijn doppen moest leren kijken.
Waren het er vier met de punten naar elkaar toe dan was
het nog even opnieuw spannend en moest geschouwd worden
in de dichtstbijzijnde sloot. Rolde de eitjes om en
kwamen ze boven drijven dan waren ze bebroed en gingen
ze terug in het nest.
Bij Wilnis onder de Vinkeveense
Plassen waar we ook jachtgebieden hadden met Willem van
Vliet, een jachtvriend, waren we het vaakst. In de
morgen gingen we en liefst in de week als door anderen
niet gezocht werd. Want er was daar een behoorlijke
competitie en soms was het veld helemaal leeg als we
kwamen. Het is trouwens niet slecht om regelmatig
dezelfde nesten te legen - en de kieviten te "melken" en
de leg aan de gang te houden - omdat in het vroege
voorjaar de kans op broedsucces nu eenmaal nogal laag
is. Zoeken was er niet meer bij na de 12de april - in
vroeger tijden - en na heel wat gekrakeel in de Tweede
Kamer en tot op Europees niveau toe na 9 april nu en
uiteindelijk werd het slechts toegestaan in Friesland.
Na die tijd werd beschermd en een jaar hebben we na een
tip van de boer die ging gieren, twaalf nesten in het
aangrenzend grasland gelegd, rond de 15de april.
Een Fries is dus een Europeaan met
extra rechten die niet te onderschatten zijn en daarbij
is een Limburger ronduit rechteloos.
Eigenlijk zou de Limburger ook een
extra recht moeten krijgen namelijk de jacht op de
patrijs die vooral in midden Limburg op de zandgronden
ten oosten van de Maas en tegen de Duitse grens nog veel
voorkomt en daar echt niet op de Rode Lijst hoeft te
staan voor dat gebied. Het is een standvogel die niet
trekt en die plaatselijk heel veel voorkomt. Als een
Fries een kievitsei mocht rapen en eigenlijk als jager
ook een verdwaalde winterkievit op zijn tableau zou
moeten kunnen hebben (arme boerenjagers in het Friese
van honderd jaar geleden aten vaak aardappelen met
gebakken kievit), dan moest een Limburger zijn patrijs
kunnen schieten.
Hoe dan ook, ieder voorjaar kriebelde
het en pas dit voorjaar heb ik voor het eerst geen
eieren meer kunnen zoeken. Vorig jaar nog wel, toen mijn
Moeder Zaliger - God hebbe haar ziel - half maart
overleed. Enkele tientallen hebben Henk en Jaap van
Ekris, een bijzondere vriend waar ik het nog over zal
hebben, en ik er nog gevonden. Honderden zijn het al
lang niet meer want we hebben nu nog maar een klein
veldje. We gingen vaak lekker eten na afloop in de
middag, bijvoorbeeld bij restaurant van der Valk, dat in
Chinees gebouwde stijlgedrocht, langs de rijksweg bij
Breukelen, maar met goede keuken en altijd verse tong
omdat er zoveel gasten zijn dat die niet oud kan worden
en redelijk goedkoop aan de man gebracht kan worden ook
al komen ze helemaal uit Chili.
Heb jij nog een nest met jonge hazen
gezien? Waren er al eendennesten langs de slootkant? Zou
het een goed seizoen voor hazen en eenden worden? Heb je
al die smienten nog gezien die nog niet naar het Noorden
zijn? Lagen er al grutto eieren? Nogal wat grote kraaien
nietwaar. Grote eierrovers. Weinig eksters gelukkig dit
jaar. En weer meer knobbelzwanen, nog meer als vorig
jaar. Fris koud windje nog nietwaar. De gatjes zitten
nog dicht. Ik had er lekker tien en jullie met zijn
tweeën nog geen vol nestje bijelkaar. Had je moeder je
maar beter moeten leren kijken.
Kijkcijfers: Jaap nummer een, Henk
nummer twee en ik een laatste plaats op nummer drie. Nee
kijken was mijn sterkste kant niet, dat was ondertussen
wel duidelijk. Je loopt te hard. Je kijkt te veel vlak
voor je voeten. Je hebt geen "rust". Je 'knalt" gelijk
het land in zonder de situatie zorgvuldig te bestuderen.
Je bent dan misschien wel intelligente en een goeie
bioloog, maar een goeie kievitseierenzoeker wordt je
nooit, daar heb jij als Limburger geen kaas van gegeten.
Thuis werden ze een kwartier gekookt
met een zakdoek in het pannetje zodat ze niet kapot
gingen door het klotsen tegen de pannetjeswand. Op
Paasdag was het voorgerecht meer dan eens gekookte
kievitseitjes met rauw tuinkruid met citroen, de eerste
radijsjes en een stukje Fries zwartbrood, dat donkere
kleffe, of het Limburgse, dat grijze droge.
Rechtop op de palm van de hand gezet
werd op het gepelde eitje een flinke klap op gegeven met
de andere handpalm, waarna een merkwaardig puntje
overbleef op een overigens plat eitje, waaraan het
tussen de vingers kon worden opgepakt en in zijn geheel
maar zonder puntje - na wat zout erover gestrooid te
hebben - opgepeuzeld werd met een extra zalige glimlach
op het gelaat en waarna een radijsje - waar niet op
geslagen werd - met een plukje tuinkruid en een stukje
zwartbrood erachter aan ging.
Die puntjes - zo luidt een oude
Friese legende - werden dan naar het plafond in de
keuken - toegeschoten waar ze bleven plakken en als
statussymbool diende van de rijkdom van de boer en zijn
graslanden. Ik heb wel eens geschoten maar bereikte
zelden of nooit het plafond en maakte daarmee alleen
mijn vrouw maar erg boos. Want die wilde geen vies
plafond.
Dit alles als prelude voor de
hoofdmaaltijd van het zuiglam, aardappelpuree,
voorjaarsgroenten, met een goed glas rode wijn. Gevolgd
door een bavarois met slagroom, koffie met chocolade
kersenbonbons, een cognac en verzin de rest van al dat
lekkers er maar bij.
Ja beste Peter, het is voorbij die
mooie tijd. Wat zeg ik, het is inmiddels voltooid
verleden tijd.
Hier zoek ik hooguit nog eens naar
een verstopt kippenmest en naar ganzeneieren af en toe
als die een hangende buikbobbel vertonen. Hier zoek je
zelfs geen gekleurde eieren met de Paas, althans tot nu
toe nog niet. En hier is er geen vroeg voorjaar. Hier is
er ook geen laat voorjaar als het forellenseizoen op de
Roer in de Eifel begint op 16 april, eergisteren alweer
(deze Paasmaaltijd zou dus met een blauwgekookte forel
zijn begonnen). Hier is er überhaupt geen voorjaar. Of
het moest zijn dat de trenggiri terug is en het
kreeftenseizoen ten einde loopt nu de paaitrek vrijwel
afgelopen is en de "r" uit de maand gaat. En hier gaat
ook op de eerste mei het reebokkenseizoen niet open,
want reebokken komen hier niet voor.
Misschien dat ik
winter-voorjaar-zomer-najaar voor mezelf ga definiëren
hier op basis van de veranderingen in de natuur en dan
vooral de Indische Oceaan. Misschien maak ik van die
twee seizoen hier er wel vier. Want ik mis ze, de
Hollandse seizoenen en ik zal ze in mijn herinnering
blijven ophalen tijdens het schrijven van dit dagboek.
Want de herinnering aan de seizoenen zal nooit vervagen
in het brein van welke Hollander dan ook die deze Gordel
van Smaragd ooit heeft opgezocht en nog zal opzoeken.
En zeker niet in het brein van een
bioloog, een jager, een snoekvisser, een
kievitseierenraper, een tuinier, een
paddenstoelenplukker, een vogeltjeskijker, een smulpaap,
een egoïst die nooit een goudplevier weggaf en altijd
zelf opat (het vetste vogeltje uit de najaarswei), een
vliegvisser op forellen, een grootwildjager, een
verzamelaar van klavertjesvier, een vlindervanger, de
ontdekker van het eendagsmos in Limburg (herontdekking
helaas), orchideeën liefhebber, schelpenraper op het
strand en ga zo nog maar even door.
Met vriendelijke groeten op Paaszondag
en een Zalig Pasen toegewenst aan jou, beste Peter, maar
ook aan al mijn trouwe dagboeklezers, niet in het minst
natuurlijk mijn kinderen Vincent, Christine en Servaas,
mijn schoonkinderen Linda en Marcel, aan Paula, vriendin
van Servaas en mijn kleinkinderen Sara, Mees en Victor,
Opa zocht vaak kievitseitjes
In Hollands vroege voorjaarsweitjes
Maar Opa keek niet altijd uit zijn dop
En stond er af en toe boven op.
(Linda lees dit voor en wens Sara en
Mees een Zalig Paasfeest van Opa)
(Christine lees het ook maar even voor, ook al verstaat
Victor Joseph het nog niet) en tot meeuws van Jo
PS: Jouw treffend nieuw woord voor
sommige van mijn gedichten - ik hoop niet allemaal - een
"Sinterklaasje", vind ik een aanwinst voor de
Nederlandse taal en zou in de Dikke van Dale moeten
worden opgenomen. Want "gedicht" klinkt zo plechtig,
terwijl het vaak relatief eenvoudige woordspelinkjes
zijn, dan wel rijmpjes. En het woord "rijmpje" is wel
erg mager voor mijn (kinder)taalkunststukjes zo uit het
leven gegrepen nietwaar, beste Peter, of wel waar?