|
1 februari
2006-02-01
Terug naar
Toine’s
jachtveld
in Schaesberg
en
Eppie de
gepensioneerde stratenmaker en beroepsdrijver
Beste
Peter,
Toine
stuurde me gisteren als reactie op mijn wat bozige stuk over
de jachtdag gisteren in de Flevopolder een felle reactie,
vooral wat betreft het bestrijden van vossen in een
jachtveld. Iets dat hij doet op een manier die de grootste
bewondering wekt. Het noopt mij om, enigszins verlaat
weliswaar, de jachtdag in Schaesberg van vorige week vrijdag
alsnog te beschrijven. Dat verhaal had ik nog niet
geschreven omdat die fantastische visdag met Marco Kraal op
het Nieuwe Meer en die dag met Ton Pols gisteren in de
Flevopolder ook al om een verhaal schreeuwden.
Servaas
kwam me donderdag in de vroege middag ophalen in Leusden
vanuit Amsterdam met zijn opgelapte rode Opel Corsa. Het
voertuig draaide als een tierelier en gaf deze keer geen
problemen, zoals na de eerste keer dat we samen in
Schaesberg jaagden en we op de terugweg via Duitsland in een
sneeuwstorm terechtkwamen met een slippende V-snaar en het
uitvallen van de elektriciteit. Servaas heeft er een tik van
overgehouden en riep voortdurend dat wij niet via Duitsland
erheen zouden rijden en ook niet terug. Heen toch nog over
Venlo en de Napoleonsbaan gereden, maar terug via de A2,
Eindhoven, Den Bosch, Utrecht en via de A28 naar Leusden.
Dit keer terug in twee uur en een kwartier, de vorige keer
in zeven-en-een-half uur.
Het de
la Bourse Hotel in Maastricht op de Markt werd inwendig
gerenoveerd en men was bezig een lift te bouwen. Een troep
was het en niks bijzonders, maar beneden was een grote
klassiek Maastrichtse kroeg waar we doorheen moesten om bij
onze slaapkamers te komen, op de eerste verdieping de
trappen op.
Met
Marius Nap en Stijn Groen hebben we gegeten in De Drie
Emmertjes, Les Trois Seaux, een visspecialiteiten
restaurant, waar ik in het verleden wel vaker gegeten heb
als we naar de voor carnaval gingen. De keus wat het eten
betreft hadden ze niet, die had ik.
Eerst
vierentwintig Platte Zeeuwse oesters, die nu eenmaal veel
meer smaak hebben dan de Creuse’s ook uit Ierseke. Toen Plat
Fruits de Mer met wulken, alikruiken, Sint Jacobsschelpen,
scheermessen (erg smakelijk), venusschelpen, kokkels,
kreeften, zoetwaterkreeftjes, garnalen (volgens mij de grote
witte uit de Indische Oceaan), allemaal vers en koud, met
een aantal sausjes en met stokbrood. Per ongeluk had ik een
onbekende witte Italiaanse wijn gekozen die echt lekker was
volgens allen aan tafel aanwezig. Daarna kabeljauw op de
huid gebakken met een mosterdsaus, gevolgd door een Grand
Dessert van het huis, koffie en calvados.
De
ambiance was
fantastisch en Marius en Stijn waren de gezelligste gasten
die we ons hadden kunnen wensen. Servaas en Stijn gingen om
half twaalf stappen, maar ik zocht als dubbele kankerlijer
natuurlijk het bed op want ik was inmiddels uitgeteld.
Des
morgens om half acht was ik op en heb over de Markt gelopen
en daar in een kraam met alleen maar wafels, van groot tot
klein en alle soorten en maten, dik en duin, een enorme
portie gekocht deels voor Servaas en Paula en deels voor
mij. Ze zijn nog niet op, maar heerlijk. Zoiets kan alleen
in Maastricht, een kraampje met alleen maar wafels. Ik
althans ben zoiets nog nooit tegen gekomen in mijn lange
leven.
Voor
elven waren Servaas en ik in het jachtveld in Schaesberg bij
de boer waar ik al eerder over schreef. Toine en Thei waren
daar en vader en zoon Urlings, dus we waren met zes geweren
en daarnaast twee oude drijvers van wie er een Eppie heette,
een drieënzeventigjarige gepensioneerde stratenmaker,
knokig, sterk, klein en pezig. Een gezellige Limburger met
veel praatjes en erg behulpzaam als ik weer eens naar de
volgende post moest lopen. Want gelopen heb ik dat het een
lieve lust was of soms een onlieve last.
En wild
zat er deze keer genoeg in dit door bebouwde kommen omringde
jachtveld rond een kasteelruine met vijvers eromheen,
bosschages, struikgewas, hoge braamstruwelen, natte weiden,
hoge populieren, akkers, een bos op de bergrand. Kortom een
zootje aan biotopen van verschillende aard, ideaal
leefgebied voor konijnen en duiven, maar ook houtsnippen en
fazanten. In totaal zijn tien konijnen gezien die boven lage
in het zonnige, vriezende winterweertje, met hier en daar
wat sneeuw op de bodem.
Tien
keer heb ik geschoten vooral op hoge duiven, maar ook op
twee konijnen die binnen schot waren. Fazantenhennen binnen
schot heb ik laten vliegen, hanen zijn wel gezien maar niet
beschoten. De ouwe Urlings schoot een hoge duif en dat was
dan ook het tableau. Ik had wel meer geschoten dan de rest
bijelkaar, maar steeds mis geknald. Het is niet meer was het
eens was, beste Peter.
Maar we
hebben wel redelijk wat wild gezien dankzij Toine, de
jachthouder die hier dus de vossen inderdaad als stropers en
wildterroristen te vuur en te zwaard bejaagd. Omdat ze
steeds terugkomen is dat een gebed zonder end en kost het
veel tijd en moeite, ook bij nacht en ontij. Anders zou het
als jachtveld daar tussen de huizen niet de moeite waard
zijn. Dat de Overheid de jacht nog toestaat is al een wonder
boven wonder. Maar een klacht teveel door de talrijke
wandelaars en fietsers hier kan het einde betekenen.
Gezeten
op posten langs paden heb ik heel wat niet jagend volk
voorbij zien komen en uitleg moeten geven, op een stoeltje
gezeten met een geweer op de knieën.
Boerekool met worst, gehaktballen en spek was het maal in
een plaatselijk cafe restaurant na de jacht rond vier uur in
de middag. Waarbij Malle Eppie de stratenmaker mij
uitnodigde om met hem en zijn kornuiten te gaan jagen in
Noorwegen op kabeljauw in de fjorden gedurende zestien dagen
in mei. Ik zei nauurlijk ja, maar Eppie wilde toen wel eerst
met die kornuiten ruggespraak plegen en later bleek dat die
toch liever geen kankerlijer op hun nek nemen.
Dus heb
ik Eppie met een van zijn vrienden uitgenodigd om een
vierentwintiguurs trip op de Noordzee te maken vanaf
woensdagavond tweeëntwintig februari met de Neeltje Jans
vanuit Zeeland. Daar gaat hij en zijn vismaatjes ieder jaar
enkele keren mee het Grote Zoute Wijd op, waarbij dan
halverwege Engeland gevist wordt op wrakken waar liefst geen
vissersnetten omheen staan. Op de kabeljauw die zo lekker
is. Zal wel zeeziek worden maar dat moet dan maar.
Op
verzoek van Toine had ik een gedicht in het Limburgs
gecomponeerd dat ik hier als afsluiting van dit verhaaltje
laat volgen:
|
Oze gooie God heit
de evolusie erg good doordach
Zeker
veur eine jaeger dee 't wier es eine bosjesman heit
gebrach
En ouwe Sjarel
Darwin hej det allenei good begrepe
Noadat er mit
sierdoeve es nuuie soarte zien pen al hej gesjlepe
Ze zegge: oet de
dsjungel van Afrika zind weer gekomme
V'r hubbe toen oze
piel en boag mer mitgenomme
Mer hie in Sjaesberg mit 'ne halve knien en eine
doevekop
Waor 't dao mit gewaore eine regelrechte flop
Wat neet wil zegge
det 't mit 't geweir ummer zo good geit
Zeker neet mit
versjrikde doeve in 't heetst van de sjtreid
En auch neet good
mit flitsende knien in en oet de piepe
Veur se 't wits hofs
ze de metse gaar neet ins te sjliepe
V'r hubbe gejaagd hie
op d'r loss op dreug landj
En doa onger zit
kalksjtein en mioceen zandj
Want heel vreuger
woar 't hie erg naat en zjwoome hie vusj
En Mosasauriers
zoate auch toen neet in de busj
Om te vusje moos ze
hie nao de Maas gaon
En in deez verrekde
kou sjtil blieve sjtaon
Daorom noe toch mer leever lopend gejaagd en
gesjoate
Mer d'r Ouwe Jo op ein steulke achtergelaote
D'r Sjarel Darwin ummer kien op nag meer evolusie
Zou 't hie al gauw besjreve hubbe mit neuije fiducie
Want van bosjesman nao Limburger woar mer eine
kleine sjtap
Vergeleke mit de sjtap noa de luj hie achter de
warme hap
En es Sjarel dan auch nog teruuk zou komme met
Carnaval
Dan hej d'r mit zekerheid en nauwkeurige studie in
det geval
Mootte concluderen det de evolusie nog lang
neet aafgeloape is
En det er met de jagende Homo ludicrous in Limburg nieks
mis is
|
En
hiermee sluit ik dan ook het verhaal over die tweede
jachtdag in het Schaesbergse van Toine Ramaekers af. Een
heerlijk uitje weer met Servaas en fantastische vrienden.
Met
vriendelijke groeten van,
Jo,
een ouwe misschietende stoeltjesjager
|