Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.

1 februari 2006-02-01

Terug naar Toine’s  jachtveld in Schaesberg

en

Eppie de gepensioneerde stratenmaker en beroepsdrijver

Beste Peter,

Toine stuurde me gisteren als reactie op mijn wat bozige stuk over de jachtdag gisteren in de Flevopolder een felle reactie, vooral wat betreft het bestrijden van vossen in een jachtveld. Iets dat hij doet op een manier die de grootste bewondering wekt. Het noopt mij om, enigszins verlaat weliswaar, de jachtdag in Schaesberg van vorige week vrijdag alsnog te beschrijven. Dat verhaal had ik nog niet geschreven omdat die fantastische visdag met Marco Kraal op het Nieuwe Meer en die dag met Ton Pols gisteren in de Flevopolder ook al om een verhaal schreeuwden.

Servaas kwam me donderdag in de vroege middag ophalen in Leusden vanuit Amsterdam met zijn opgelapte rode Opel Corsa. Het voertuig draaide als een tierelier en gaf deze keer geen problemen, zoals na de eerste keer dat we samen in Schaesberg jaagden en we op de terugweg via Duitsland in een sneeuwstorm terechtkwamen met een slippende V-snaar en het uitvallen van de elektriciteit. Servaas heeft er een tik van overgehouden en riep voortdurend dat wij niet via Duitsland erheen zouden rijden en ook niet terug. Heen toch nog over Venlo en de Napoleonsbaan gereden, maar terug via de A2, Eindhoven, Den Bosch, Utrecht en via de A28 naar Leusden. Dit keer terug in twee uur en een kwartier, de vorige keer in zeven-en-een-half uur.

Het de la Bourse Hotel in Maastricht op de Markt werd inwendig gerenoveerd en men was bezig een lift te bouwen. Een troep was het en niks bijzonders, maar beneden was een grote klassiek Maastrichtse kroeg waar we doorheen moesten om bij onze slaapkamers te komen, op de eerste verdieping de trappen op.

Met Marius Nap en Stijn Groen hebben we gegeten in De Drie Emmertjes, Les Trois Seaux, een visspecialiteiten restaurant, waar ik in het verleden wel vaker gegeten heb als we naar de voor carnaval gingen. De keus wat het eten betreft hadden ze niet, die had ik.

Eerst vierentwintig Platte Zeeuwse oesters, die nu eenmaal veel meer smaak hebben dan de Creuse’s ook uit Ierseke. Toen Plat Fruits de Mer met wulken, alikruiken, Sint Jacobsschelpen, scheermessen (erg smakelijk), venusschelpen, kokkels, kreeften, zoetwaterkreeftjes, garnalen (volgens mij de grote witte uit de Indische Oceaan), allemaal vers en koud, met een aantal sausjes en met stokbrood. Per ongeluk had ik een onbekende witte Italiaanse wijn gekozen die echt lekker was volgens allen aan tafel aanwezig. Daarna kabeljauw op de huid gebakken met een mosterdsaus, gevolgd door een Grand Dessert van het huis, koffie en calvados.

De ambiance was  fantastisch en Marius en Stijn waren de gezelligste gasten die we ons hadden kunnen wensen. Servaas en Stijn gingen om half twaalf stappen, maar ik zocht als dubbele kankerlijer natuurlijk het bed op want ik was inmiddels uitgeteld.

Des morgens om half acht was ik op en heb over de Markt gelopen en daar in een kraam met alleen maar wafels, van groot tot klein en alle soorten en maten, dik en duin, een enorme portie gekocht deels voor Servaas en Paula en deels voor mij. Ze zijn nog niet op, maar heerlijk. Zoiets kan alleen in Maastricht, een kraampje met alleen maar wafels. Ik althans ben zoiets nog nooit tegen gekomen in mijn lange leven.

Voor elven waren Servaas en ik in het jachtveld in Schaesberg bij de boer waar ik al eerder over schreef. Toine en Thei waren daar en vader en zoon Urlings, dus we waren met zes geweren en daarnaast twee oude drijvers van wie er een Eppie heette, een drieënzeventigjarige gepensioneerde stratenmaker, knokig, sterk, klein en pezig. Een gezellige Limburger met veel praatjes en erg behulpzaam als ik weer eens naar de volgende post moest lopen. Want gelopen heb ik dat het een lieve lust was of soms een onlieve last.

En wild zat er deze keer genoeg in dit door bebouwde kommen omringde jachtveld rond een kasteelruine met vijvers eromheen, bosschages, struikgewas, hoge braamstruwelen, natte weiden, hoge populieren, akkers, een bos op de bergrand. Kortom een zootje aan biotopen van verschillende aard, ideaal leefgebied voor konijnen en duiven, maar ook houtsnippen en fazanten. In totaal zijn tien konijnen gezien die boven lage in het zonnige, vriezende winterweertje, met hier en daar wat sneeuw op de bodem.

Tien keer heb ik geschoten vooral op hoge duiven, maar ook op twee konijnen die binnen schot waren. Fazantenhennen binnen schot heb ik laten vliegen, hanen zijn wel gezien maar niet beschoten. De ouwe Urlings schoot een hoge duif en dat was dan ook het tableau. Ik had wel meer geschoten dan de rest bijelkaar, maar steeds mis geknald. Het is niet meer was het eens was, beste Peter.

Maar we hebben wel redelijk wat wild gezien dankzij Toine, de jachthouder die hier dus de vossen inderdaad als stropers en wildterroristen te vuur en te zwaard bejaagd. Omdat ze steeds terugkomen is dat een gebed zonder end en kost het veel tijd en moeite, ook bij nacht en ontij. Anders zou het als jachtveld daar tussen de huizen niet de moeite waard zijn. Dat de Overheid de jacht nog toestaat is al een wonder boven wonder. Maar een klacht teveel door de talrijke wandelaars en fietsers hier kan het einde betekenen.

Gezeten op posten langs paden heb ik heel wat niet jagend volk voorbij zien komen en uitleg moeten geven, op een stoeltje gezeten met een geweer op de knieën.

Boerekool met worst, gehaktballen en spek was het maal in een plaatselijk cafe restaurant na de jacht rond vier uur in de middag. Waarbij Malle Eppie de stratenmaker mij uitnodigde om met hem en zijn kornuiten te gaan jagen in Noorwegen op kabeljauw in de fjorden gedurende zestien dagen in mei. Ik zei nauurlijk ja, maar Eppie wilde toen wel eerst met die kornuiten ruggespraak plegen en later bleek dat die toch liever geen kankerlijer op hun nek nemen.

Dus heb ik Eppie met een van zijn vrienden uitgenodigd om een vierentwintiguurs trip op de Noordzee te maken vanaf woensdagavond tweeëntwintig februari met de Neeltje Jans vanuit Zeeland. Daar gaat hij en zijn vismaatjes ieder jaar enkele keren mee het Grote Zoute Wijd op, waarbij dan halverwege Engeland gevist wordt op wrakken waar liefst geen vissersnetten omheen staan. Op de kabeljauw die zo lekker is. Zal wel zeeziek worden maar dat moet dan maar.

Op verzoek van Toine had ik een gedicht in het Limburgs gecomponeerd dat ik hier als afsluiting van dit verhaaltje laat volgen:

Oze gooie God heit de evolusie erg good doordach

 Zeker veur eine jaeger dee 't wier es eine bosjesman heit gebrach

En ouwe Sjarel Darwin hej det allenei good begrepe

Noadat er mit sierdoeve es nuuie soarte zien pen al hej gesjlepe

 

Ze zegge: oet de dsjungel van Afrika zind weer gekomme

V'r hubbe toen oze piel en boag mer mitgenomme

Mer hie in Sjaesberg mit 'ne halve knien en eine doevekop

Waor 't dao mit gewaore eine regelrechte flop

 

Wat neet wil zegge det 't mit 't geweir ummer zo good geit

Zeker neet mit versjrikde doeve in 't heetst van de sjtreid

En auch neet good mit flitsende knien in en oet de piepe

Veur se 't wits hofs ze de metse gaar neet ins te sjliepe

 

V'r hubbe gejaagd hie op d'r loss op dreug landj

En doa onger zit kalksjtein en mioceen zandj

Want heel vreuger woar 't hie erg naat en zjwoome hie vusj

En Mosasauriers zoate auch toen neet in de busj

 

Om te vusje moos ze hie nao de Maas gaon

En in deez verrekde kou sjtil blieve sjtaon

Daorom noe toch mer leever lopend gejaagd en gesjoate

Mer d'r Ouwe Jo op ein steulke achtergelaote

 

D'r Sjarel Darwin ummer kien op nag meer evolusie

Zou 't hie al gauw besjreve hubbe mit neuije fiducie

Want van bosjesman nao Limburger woar mer eine kleine sjtap

Vergeleke mit de sjtap noa de luj hie achter de warme hap

 

En es Sjarel dan auch nog teruuk zou komme met Carnaval

Dan hej d'r mit zekerheid en nauwkeurige studie in det geval

Mootte concluderen det  de evolusie nog lang neet aafgeloape is

En det er met de jagende Homo ludicrous in Limburg nieks mis is 

En hiermee sluit ik dan ook het verhaal over die tweede jachtdag in het Schaesbergse van Toine Ramaekers af. Een heerlijk uitje weer met Servaas en fantastische vrienden.

 Met vriendelijke groeten van,

 Jo, een ouwe misschietende stoeltjesjager

 

 

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz