Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.

Hoofdstuk 78
24 april 2004

The Test and the Itchen: early summer on the chalk streams

Beste Peter,

De titel is in het Engels omdat een vertaling in het Nederlands mij niet zo goed in de oren klinkt. De Test en de Itchen zijn kleine riviertjes die vanuit kalkrijke heuvels in het midden van zuidelijk Engeland zuidwaarts naar de zee stromen in de buurt van Southampton.

Het land van Isaac Walton, die vereeuwigd is als een soort Heilige in een gebrandschilderd raam van de prachtige kathedraal van Winchester even ten noorden van Southampton, een zeer rijke streek omdat er een bodem is die kalkrijk is, net als die van het zuidelijkste stukje Limburg, nog zuidelijker dan het loss district, dat nog een voedzamere bodem heeft en waar ik dus ben "opgetrokken". Niet uit de klei getrokken maar opgetrokken uit de loss.

Vader Zaliger hield er een grote moestuin op na - op die loss dus - met veel fruitbomen en als fijnste fruit de mirabellen, de kleine gele lekkerste pruimpjes. En Moeder had een grote collectie wekpotten en maakte jam en van alles en nog wat in de jaren met vijf opgroeiende kinderen. Veel rijker daar in Hoensbroek dan in Posterholt en Herkenbosch waar Moeder en Vader vandaan kwamen en waar arme zandgronden zijn, behalve langs de beekjes en de Roer waar rivierklei is afgezet en de bodem ook goed is.

Ten Noorden van Southampton en vandaar helemaal richting Londen is dus een rijke streek, met prachtige boerderijen en buitenhuizen van veel Engelse adel. Een schitterend parklandschap dat door de Engelsen op voortreffelijke wijze al eeuwenlang wordt onderhouden. Prachtige pubs en restaurants met de karakteristieke grote uithangborden en heerlijke bieren, maar ook vaak genoeg prima eten, ook al doen ze wat dit betreft onder voor de Fransen.

En de natuur is er fantastisch, vooral in het voorjaar en in de vroege zomer als de meidoorns bloeien. Meidoorns bloeien echter veel te kort en maar pakweg een lange week. Foutje van de goede God die effe niet uit zijn doppen heeft gekeken want een bloeiende en welriekende meidoornstruik is een lust voor het oog en de neus. En hun bloei valt samen met een van de grote wonderen der natuur, het uitkomen in de stromende wateren, in de "chalk streams" (krijtriviertjes klinkt zo gek), van de grootste soort der eendagsvliegen, Ephemera danica, in massale hoeveelheden.

"Meivlieg" is eigenlijk geen goede naam omdat het meestal in de eerste week van juni is dat de "hatch" ervan begint en alleen bij een erg warm voorjaar in de laatste week van mei. Meivliegen en meidoorns zijn gesynchroniseerd zullen we maar zeggen: terwijl de een uit het water omhoog stijgt, gemetamorphoriseerd vanuit een grote onderwater levende nymph, begint de andere van louter geluk en blijdschap te bloeien.

Omdat dan ook de eenden en vele andere vogels jongen hebben, die zich beginnen te vertonen in de natuur en omdat dan de forellen al goed op krachten zijn gekomen van de voorjaarsinsecten en nog een der grootste schranspartijen voor de boeg hebben voor de luie zomer begint, is het dan de tijd om met de vlieg te vissen, de imitatie van de meivlieg in al zijn stadia. Daar gaan alle forellen "voor" van klein tot groot, want het is een vette carbohydraatrijke hap, de biefstuk voor de forel en alle andere vissen ook. Je moet het gezien hebben om het te geloven, hele velden van duizenden en nog eens duizenden dode insecten bijeengedreven in een luwe hoek of bocht van de rivier

Het is verschrikkelijk duur te mogen vissen, een dag of zelfs maar een middag, op een klein stukje rivier met pas uitgezette forellen - want erg "natuurlijk" gaat het er al lang niet meer aan toe en de forellen worden er per week uitgezet - kost vaak honderd Engelse ponden of soms nog meer. Maar het is dan ook het vliegvisparadijs op aarde en heeft velen de inspiratie gegeven om er prachtige boeken over te schrijven. Ik kon niet achterblijven en heb ook een stuk geschreven over het vissen aan The River Test and the River Itchen.

De redactie van "De Nederlandse Vliegvisser" gaf er het volgende commentaar bij, middels een oude visvriend die ook Vader Zaliger nog heeft gekend en die Jan Veenhuysen heet. Met zelfs nog een illustratie van Isaac Walton als heilige in dat kerkraam met een grote zalm in zijn hand, want toen kwamen er ook nog veel zalmen voor op deze zuidelijke rivieren.

Als ze mij ooit nog in een kerkraam willen afbeelden, beste Peter, probeer dan te regelen dat ik tussen de Heilige Patrus en Isaac Walton kom te staan alsjeblieft, beste jongen.

Hier is het commentaar: Dr. Hilgers doet op geheel eigen, literaire wijze verslag van een unieke viservaring. Een van Engelands meest exclusieve wateren inspireert hem to het navolgende verslag. Daar sta je toch wel even van te kijken nietwaar. Zoveel lof door zo'n goed blad.

Aanvankelijk ging ik in mijn eentje naar die contreien, later nam ik Peter Kinenemans mee, nog later Peter en zijn vrouw Kootje Kenemans die ook vliegvisser is en op het laatst kwam Henk Weijburg, de jager, ook mee, maar dan visten we niet alleen, maar gingen ook op de duivenjacht (duiven trekken in die tijd massaal op kiemende erwten) en op de reebokkenjacht.
Het waren schitterende voorjaarstrips, de meest decadente in mijn leven, maar ze hebben niet langer dan vier tot vijf jaar geduurd, toen er de klad in kwam. En hoe die klad er in kwam vertel ik later nog wel eens. Nu ben ik in "voorjaarsstemming" en komt in mijn brein de klad er voorlopig niet in.

Je hebt inmiddels begrepen dat het onderstaande verhaal een van de vier verhalen is die mijn opschepperij dat ik een hele goeie vliegvisser ben kracht moet bijzetten. Ik schrijf ze vooral voor Toine en Marco, maar ook en beetje voor Servaas, mijn jongste, die wel heeft leren vliegvissen en jagen, maar die nooit de passie heeft meegekregen van zijn vader, de passie die ik heb meegekregen van mijn vader, zijn grootvader Franz Joseph Zaliger.

Met vriendelijke groeten uit Bandung van,

Jo

De niet zo perfecte vliegvisser: een middag aan de Itchen
in
De Nederlandse Vliegvisser,
Jaargang 1996, Nr. 3, pp 17-18


"The far from compleat angler" van Tom Fort, met daarin het gefantaseerde interview met Izaac Walton zelf, afgebeeld in het raam van Winchester Cathedral, was me uit het hart gegrepen; ik las het boek in de City Hopper, naar Amsterdam terugvliegend, naar huis vanuit Southampton. Ik had het boek gevonden in ons aller Mekka, in Stockbridge aan de Test, in de viswinkel tegenover het Grosvenor Hotel. Als devoot pelgrim had ik vader Izaac's graf bezocht.

Een "carrier" van de Itchen onder Twyfford was een middag mijn eigen vliegvisparadijs geweest. Heerlijk zonnig weer, een lichte wind, gemaaid gras, bloeiende meidoorns, krioelende konijnen, kokkende fazanten, grote tomen eenden en witbloeiende slierten waterranonkel onder overhangende essen en elzen, zachtstromend en kabbelend glashelder water, met wolken eendagsvliegen, waaronder de glorieuze meivlieg als de koningin der insecten, omhoog dansend vanuit het water tot in de struiken. De lichte plonsgeluiden en uitdijende kringen klonken als muziek in de oren en waren een lust voor het vissersoog; prikkels die het hart in de keel lieten bonzen.

De eerste worpen

"Upstream dry fly only" stond er in de instructie in de vissershut. "Two brace may be taken". Een kilometer aan weerszijden van de "carrier", een brede nevenstroom, voor een dag a raison van 75 Engelse ponden. En ponden tikken aan. Wel wetend dat vissen met de vlieg in zulke omstandigheden alleen iets oplevert en ook alleen maar echt fascinerend is als de "rise" bevist wordt, begon ik maar hier en daar te werpen. Zonder succes dus. Maar de benodigde precisie om de droge vlieg op de centimeter nauwkeurig te plaatsen kwam terug.

Bomen en struiken op de juiste afstand, genoeg open plekken enerzijds om te kunnen werpen, genoeg schaduw en de dekking anderzijds om het geheel zo aantrekkelijk en afwisselend mogelijk te maken. Een "cultuurlandschap" zoals alleen de Engelsen met hun eeuwenlange traditie en hun gevoel voor die traditie gecreëerd hebben. Hogeschool vliegvissen op je zondagse schoenen met rustbankjes op strategische uitkijkjes, tussen de waterweilanden van het Engelse mergelland met zijn enorme voedselrijkdom voor vis en vogel. Een waar vliegvisparadijs. Zonovergoten nu en op de beste vliegvisdag van het jaar in de eerste week van juni.

Vruchtbaarheidsdansend insect

Meivliegen zijn de grootste eendagsvliegen langs de Itchen, een slordige vier a vijf centimeter en beduidend groter dan de "Olives", de "Iron blues" en ga zo maar even door. Vier stadia zijn er vanaf ei tot de onderwater levende nymph en de bovenwater vliegende imago's, van bleker subimago tot prachtig goudgeel, volwassen, vruchtbaarheidsdansend insect. Met glasgeaderde grote vleugels, plat uitgestrekt op het kristalheldere water, na het afzetten van de eieren dwars door de waterspiegel en de snel erop volgende dood.

De "nymph", de "dun", de "spinner" en de "spent" heten ze, als gevederde imitaties op een grote haak. De droge moeten rechtop staan, maar men gebruikt al lang geen nekveren met de stijfste veertjes meer, van tenminste drie jaar oude hanen die met de Kerst geslacht moesten worden Daar is de tijd te jachtig voor geworden. En van een droge naar een half verzopen vlieg gaat veel te snel. Halford zou zich in zijn graf hebben omgedraaid als hij de meivliegen had moeten kopen in de chique winkels langs de Test en de Itchen. Een schande. Was ik nog maar jong en arm, dan had ik ze zelf wel geboden. Ook mijn leven werd te jachtig. Veel meer valse worpen en droog "slaan" van de vlieg dan nodig, extra worpen die slechts verstorend werkten en dat voor een pond per vlieg.

De jager in de visser

Als op kousevoeten, sluipend stroomopwaarts, licht gebogen zo ver mogelijk van het water, bracht ik de zoevende lijn op lengte in de lucht. Met de linkerarm deze keer. Door een opening in het geboomte die net niet te nauw en te laag was, presenteerde ik de droge vlieg op een meter voor de "rise". Langzaam, een eeuwigheid durend, eerst als schaduw, daarna als een roodgestippelde gouden torpedo, gleed Salmo trutta mee met de kabbelende haakverbergende bos veren. Een nerveuze aanslag leidde tot niets. Vis weg: nooit meer gezien. Niet een keer zo, maar meerdere keren. Opnieuw beginnen, beter uitkijken. Langer wachten met slaan misschien? Of had de vis op het laatste moment in de gaten dat die bos niet pluis was? Flitsende gedachten en een bonzend hart in de keel. De zachte roes van een hoog adrenaline-stadium in het bloed was aangebroken. De jager in de visser was opgestaan en het suizen van de lijn en de grote vlieg werd sneller en intenser.

De zomeravondschaduwen werden langer, de wind iets koeler, maar de eendagsvliegen talrijker. Ver weg een "rise", nog een en nog een binnen enkele minuten. De lijn op de juiste lengte gebracht vanuit de meest strategische plaats, pakweg vijf meter achter de forel, op het laatste moment afremmend om niet de tip maar de vlieg "van voren" te hebben, de schaduw vanuit de diepte tussen de deinende slierten groen, de aanbeet, de aanslag. Pats: leader kapot. Punt zestien-en-een-half van dubbele sterkte en natuurlijk op de knoop gebroken. Ook dat nog. Stom. Wanneer word je nu eens rustig? Waarom kun je na een volmaakt eeuwenlang vliegvisleven nu nog steeds niet gewoon doen wat je doen moet? Omdat verstand door emotie wordt overmand.

Volgens Halford's regelen der kunst

Bijkomend op het halfhoge bankje met nieuwe leader en vers geoliede niet-tot-verzuipen-genegen meivliegimitatie op haak tien, probeer ik het verstand en de passie met elkaar in evenwicht te brengen. Verschillende "rises" nu: het uur van de azende statige "Browns" van de Houghton Hatchery van de Lunn's, de beroemdste familie er "riverkeepers", was aangebroken. En "two brace" werden het. Schitterende vissen, meerdere ponden zwaar aan de droge meivlieg "upstream" gevangen volgens Halford's regelen der kunst. Op het juiste moment met de juiste kracht aangeslagen, rustig gedrild, de "runs" geanticipeerd, de sprongen van de krachtige forellen opgevangen met de hengeltop, het landingsnet er kalm ondergebracht, waren ze een voor een in het gemaaide gras gelegd.

De avond was toch nog te vroeg gevallen. De insectenwolken waren dichter en donkerder en lager over het water nu. De schaduwen nog langer. De gedachten dwaalden af, weg van het viswater. Ze bleven hangen in de Pub en bij een volle pint met goudgeel gerstenat.

De City Hopper bracht ons met zijn vijven thuis:

The four fat brown trout of the Itchen

Were cooked blue in my Dutch kitchen

My dining silver was the final rest

For the glorious fish from the River Test

Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz