Hoofdstuk 78
24 april 2004
The Test and the Itchen: early summer on the chalk
streams
Beste Peter,
De titel is in het Engels
omdat een vertaling in het Nederlands mij niet zo goed
in de oren klinkt. De Test en de Itchen zijn kleine
riviertjes die vanuit kalkrijke heuvels in het midden van
zuidelijk Engeland zuidwaarts naar de zee stromen in de
buurt van Southampton.
Het land van Isaac
Walton, die vereeuwigd is als een soort Heilige in een
gebrandschilderd raam van de prachtige kathedraal van
Winchester even ten noorden van Southampton, een zeer
rijke streek omdat er een bodem is die kalkrijk is, net
als die van het zuidelijkste stukje Limburg, nog
zuidelijker dan het loss district, dat nog een
voedzamere bodem heeft en waar ik dus ben "opgetrokken".
Niet uit de klei getrokken maar opgetrokken uit de loss.
Vader Zaliger hield er
een grote moestuin op na - op die loss dus - met veel
fruitbomen en als fijnste fruit de mirabellen, de kleine
gele lekkerste pruimpjes. En Moeder had een grote
collectie wekpotten en maakte jam en van alles en nog
wat in de jaren met vijf opgroeiende kinderen. Veel
rijker daar in Hoensbroek dan in Posterholt en
Herkenbosch waar Moeder en Vader vandaan kwamen en waar
arme zandgronden zijn, behalve langs de beekjes en de
Roer waar rivierklei is afgezet en de bodem ook goed is.
Ten Noorden van
Southampton en vandaar helemaal richting Londen is dus
een rijke streek, met prachtige boerderijen en
buitenhuizen van veel Engelse adel. Een schitterend
parklandschap dat door de Engelsen op voortreffelijke
wijze al eeuwenlang wordt onderhouden. Prachtige pubs en
restaurants met de karakteristieke grote uithangborden
en heerlijke bieren, maar ook vaak genoeg prima eten,
ook al doen ze wat dit betreft onder voor de Fransen.
En de natuur is er
fantastisch, vooral in het voorjaar en in de vroege
zomer als de meidoorns bloeien. Meidoorns bloeien echter
veel te kort en maar pakweg een lange week. Foutje van
de goede God die effe niet uit zijn doppen heeft gekeken
want een bloeiende en welriekende meidoornstruik is een
lust voor het oog en de neus. En hun bloei valt samen
met een van de grote wonderen der natuur, het uitkomen
in de stromende wateren, in de "chalk streams"
(krijtriviertjes klinkt zo gek), van de grootste soort
der eendagsvliegen, Ephemera danica, in massale
hoeveelheden.

"Meivlieg" is eigenlijk
geen goede naam omdat het meestal in de eerste week van
juni is dat de "hatch" ervan begint en alleen bij een
erg warm voorjaar in de laatste week van mei. Meivliegen
en meidoorns zijn gesynchroniseerd zullen we maar
zeggen: terwijl de een uit het water omhoog stijgt,
gemetamorphoriseerd vanuit een grote onderwater levende
nymph, begint de andere van louter geluk en blijdschap
te bloeien.
Omdat dan ook de eenden
en vele andere vogels jongen hebben, die zich beginnen
te vertonen in de natuur en omdat dan de forellen al
goed op krachten zijn gekomen van de voorjaarsinsecten
en nog een der grootste schranspartijen voor de boeg
hebben voor de luie zomer begint, is het dan de tijd om
met de vlieg te vissen, de imitatie van de meivlieg in
al zijn stadia. Daar gaan alle forellen "voor" van klein
tot groot, want het is een vette carbohydraatrijke hap,
de biefstuk voor de forel en alle andere vissen ook. Je
moet het gezien hebben om het te geloven, hele velden
van duizenden en nog eens duizenden dode insecten
bijeengedreven in een luwe hoek of bocht van de rivier
Het is verschrikkelijk
duur te mogen vissen, een dag of zelfs maar een middag,
op een klein stukje rivier met pas uitgezette forellen -
want erg "natuurlijk" gaat het er al lang niet meer aan
toe en de forellen worden er per week uitgezet - kost
vaak honderd Engelse ponden of soms nog meer. Maar het
is dan ook het vliegvisparadijs op aarde en heeft velen
de inspiratie gegeven om er prachtige boeken over te
schrijven. Ik kon niet achterblijven en heb ook een stuk
geschreven over het vissen aan The River Test and the
River Itchen.
De redactie van "De
Nederlandse Vliegvisser" gaf er het volgende commentaar
bij, middels een oude visvriend die ook Vader Zaliger
nog heeft gekend en die Jan Veenhuysen heet. Met zelfs
nog een illustratie van Isaac Walton als heilige in dat
kerkraam met een grote zalm in zijn hand, want toen
kwamen er ook nog veel zalmen voor op deze zuidelijke
rivieren.
Als ze mij ooit nog in
een kerkraam willen afbeelden, beste Peter, probeer dan
te regelen dat ik tussen de Heilige Patrus en Isaac
Walton kom te staan alsjeblieft, beste jongen.
Hier is het commentaar:
Dr. Hilgers doet op geheel eigen, literaire wijze
verslag van een unieke viservaring. Een van Engelands
meest exclusieve wateren inspireert hem to het
navolgende verslag. Daar sta je toch wel even van te
kijken nietwaar. Zoveel lof door zo'n goed blad.
Aanvankelijk ging ik in
mijn eentje naar die contreien, later nam ik Peter
Kinenemans mee, nog later Peter en zijn vrouw Kootje
Kenemans die ook vliegvisser is en op het laatst kwam
Henk Weijburg, de jager, ook mee, maar dan visten we
niet alleen, maar gingen ook op de duivenjacht (duiven
trekken in die tijd massaal op kiemende erwten) en op de
reebokkenjacht.
Het waren schitterende voorjaarstrips, de meest
decadente in mijn leven, maar ze hebben niet langer dan
vier tot vijf jaar geduurd, toen er de klad in kwam. En
hoe die klad er in kwam vertel ik later nog wel eens. Nu
ben ik in "voorjaarsstemming" en komt in mijn brein de
klad er voorlopig niet in.
Je hebt inmiddels
begrepen dat het onderstaande verhaal een van de vier
verhalen is die mijn opschepperij dat ik een hele goeie
vliegvisser ben kracht moet bijzetten. Ik schrijf ze
vooral voor Toine en Marco, maar ook en beetje voor
Servaas, mijn jongste, die wel heeft leren vliegvissen
en jagen, maar die nooit de passie heeft meegekregen van
zijn vader, de passie die ik heb meegekregen van mijn
vader, zijn grootvader Franz Joseph Zaliger.
Met vriendelijke groeten
uit Bandung van,
Jo
De
niet zo perfecte vliegvisser: een middag aan de Itchen
in
De Nederlandse Vliegvisser,
Jaargang 1996, Nr. 3, pp 17-18
"The far from compleat
angler" van Tom Fort, met daarin het gefantaseerde
interview met Izaac Walton zelf, afgebeeld in het raam
van Winchester Cathedral, was me uit het hart gegrepen;
ik las het boek in de City Hopper, naar Amsterdam
terugvliegend, naar huis vanuit Southampton. Ik had het
boek gevonden in ons aller Mekka, in Stockbridge aan de
Test, in de viswinkel tegenover het Grosvenor Hotel. Als
devoot pelgrim had ik vader Izaac's graf bezocht.
Een "carrier" van de Itchen onder Twyfford was een
middag mijn eigen vliegvisparadijs geweest. Heerlijk
zonnig weer, een lichte wind, gemaaid gras, bloeiende
meidoorns, krioelende konijnen, kokkende fazanten, grote
tomen eenden en witbloeiende slierten waterranonkel
onder overhangende essen en elzen, zachtstromend en
kabbelend glashelder water, met wolken eendagsvliegen,
waaronder de glorieuze meivlieg als de koningin der
insecten, omhoog dansend vanuit het water tot in de
struiken. De lichte plonsgeluiden en uitdijende kringen
klonken als muziek in de oren en waren een lust voor het
vissersoog; prikkels die het hart in de keel lieten
bonzen.
De eerste worpen
"Upstream dry fly only"
stond er in de instructie in de vissershut. "Two brace
may be taken". Een kilometer aan weerszijden van de
"carrier", een brede nevenstroom, voor een dag a raison
van 75 Engelse ponden. En ponden tikken aan. Wel wetend
dat vissen met de vlieg in zulke omstandigheden alleen
iets oplevert en ook alleen maar echt fascinerend is als
de "rise" bevist wordt, begon ik maar hier en daar te
werpen. Zonder succes dus. Maar de benodigde precisie om
de droge vlieg op de centimeter nauwkeurig te plaatsen
kwam terug.
Bomen en struiken op de
juiste afstand, genoeg open plekken enerzijds om te
kunnen werpen, genoeg schaduw en de dekking anderzijds
om het geheel zo aantrekkelijk en afwisselend mogelijk
te maken. Een "cultuurlandschap" zoals alleen de
Engelsen met hun eeuwenlange traditie en hun gevoel voor
die traditie gecreëerd hebben. Hogeschool vliegvissen op
je zondagse schoenen met rustbankjes op strategische
uitkijkjes, tussen de waterweilanden van het Engelse
mergelland met zijn enorme voedselrijkdom voor vis en
vogel. Een waar vliegvisparadijs. Zonovergoten nu en op
de beste vliegvisdag van het jaar in de eerste week van
juni.
Vruchtbaarheidsdansend
insect
Meivliegen zijn de
grootste eendagsvliegen langs de Itchen, een slordige
vier a vijf centimeter en beduidend groter dan de "Olives",
de "Iron blues" en ga zo maar even door. Vier stadia
zijn er vanaf ei tot de onderwater levende nymph en de
bovenwater vliegende imago's, van bleker subimago tot
prachtig goudgeel, volwassen, vruchtbaarheidsdansend
insect. Met glasgeaderde grote vleugels, plat
uitgestrekt op het kristalheldere water, na het afzetten
van de eieren dwars door de waterspiegel en de snel erop
volgende dood.
De "nymph", de "dun", de
"spinner" en de "spent" heten ze, als gevederde
imitaties op een grote haak. De droge moeten rechtop
staan, maar men gebruikt al lang geen nekveren met de
stijfste veertjes meer, van tenminste drie jaar oude
hanen die met de Kerst geslacht moesten worden Daar is
de tijd te jachtig voor geworden. En van een droge naar
een half verzopen vlieg gaat veel te snel. Halford zou
zich in zijn graf hebben omgedraaid als hij de
meivliegen had moeten kopen in de chique winkels langs
de Test en de Itchen. Een schande. Was ik nog maar jong
en arm, dan had ik ze zelf wel geboden. Ook mijn leven
werd te jachtig. Veel meer valse worpen en droog "slaan"
van de vlieg dan nodig, extra worpen die slechts
verstorend werkten en dat voor een pond per vlieg.
De jager in de visser
Als op kousevoeten,
sluipend stroomopwaarts, licht gebogen zo ver mogelijk
van het water, bracht ik de zoevende lijn op lengte in
de lucht. Met de linkerarm deze keer. Door een opening
in het geboomte die net niet te nauw en te laag was,
presenteerde ik de droge vlieg op een meter voor de "rise".
Langzaam, een eeuwigheid durend, eerst als schaduw,
daarna als een roodgestippelde gouden torpedo, gleed
Salmo trutta mee met de kabbelende haakverbergende bos
veren. Een nerveuze aanslag leidde tot niets. Vis weg:
nooit meer gezien. Niet een keer zo, maar meerdere
keren. Opnieuw beginnen, beter uitkijken. Langer wachten
met slaan misschien? Of had de vis op het laatste moment
in de gaten dat die bos niet pluis was? Flitsende
gedachten en een bonzend hart in de keel. De zachte roes
van een hoog adrenaline-stadium in het bloed was
aangebroken. De jager in de visser was opgestaan en het
suizen van de lijn en de grote vlieg werd sneller en
intenser.
De zomeravondschaduwen
werden langer, de wind iets koeler, maar de
eendagsvliegen talrijker. Ver weg een "rise", nog een en
nog een binnen enkele minuten. De lijn op de juiste
lengte gebracht vanuit de meest strategische plaats,
pakweg vijf meter achter de forel, op het laatste moment
afremmend om niet de tip maar de vlieg "van voren" te
hebben, de schaduw vanuit de diepte tussen de deinende
slierten groen, de aanbeet, de aanslag. Pats: leader
kapot. Punt zestien-en-een-half van dubbele sterkte en
natuurlijk op de knoop gebroken. Ook dat nog. Stom.
Wanneer word je nu eens rustig? Waarom kun je na een
volmaakt eeuwenlang vliegvisleven nu nog steeds niet
gewoon doen wat je doen moet? Omdat verstand door emotie
wordt overmand.
Volgens Halford's regelen
der kunst
Bijkomend op het halfhoge
bankje met nieuwe leader en vers geoliede
niet-tot-verzuipen-genegen meivliegimitatie op haak
tien, probeer ik het verstand en de passie met elkaar in
evenwicht te brengen. Verschillende "rises" nu: het uur
van de azende statige "Browns" van de Houghton Hatchery
van de Lunn's, de beroemdste familie er "riverkeepers",
was aangebroken. En "two brace" werden het. Schitterende
vissen, meerdere ponden zwaar aan de droge meivlieg
"upstream" gevangen volgens Halford's regelen der kunst.
Op het juiste moment met de juiste kracht aangeslagen,
rustig gedrild, de "runs" geanticipeerd, de sprongen van
de krachtige forellen opgevangen met de hengeltop, het
landingsnet er kalm ondergebracht, waren ze een voor een
in het gemaaide gras gelegd.
De avond was toch nog te
vroeg gevallen. De insectenwolken waren dichter en
donkerder en lager over het water nu. De schaduwen nog
langer. De gedachten dwaalden af, weg van het viswater.
Ze bleven hangen in de Pub en bij een volle pint met
goudgeel gerstenat.
De City Hopper bracht ons met zijn vijven thuis:
The four fat
brown trout of the Itchen
Were cooked blue
in my Dutch kitchen
My dining silver
was the final rest
For the
glorious
fish
from the River
Test