Dr. Jo Hilgers, bioloog, kankeronderzoek, natuurliefhebber, jager, visser en verteller en dichter
GedichtenVerhalenFotogalerijPlatteland AlliantieDit zijn de verhalen en gedichten van Dr. Jo Hilgers, die zijn hele leven had gewijd aan het kankeronderzoek, hij was een groot natuurliefhebber en een echte Bourgondische Limburger, waar alles perfect moest zijn. Hij overleed helaas veel te vroeg op 29 december 2007 op 67 jarige leeftijd te Leusden.
 

Hoofdstuk 239
31 juli 2006

Waar is het ganzenroer gebleven?

Een voorlopige samenvatting

Beste Floris en Annie,


Hier opnieuw een samenvatting van mijn stellingen tot nu toe. Geenszins volledig want ik heb me bijvoorbeeld nog geen mening gevormd over de gedooggebieden in dit geheel. Dat vergt nog verdere studie.

Op 12 september zal LNV dus een Handreiking doen voor het provinciaal beleid voor jaarrond verblijvende ganzen. Het rapport is in concept gereed en bereikte mij half juli.

Nu al bespeur ik onvrede in jagers- en vooral ook boerenkringen wat de Handreiking betreft en denkt men dat de nieuwe richtlijnen niet veel zullen uithalen met betrekking tot het enigszins chaotische, in ieder geval zeer wisselende provinciale beleid, mbt. de enorm groeiende problematiek van de overzomerende ganzen. Terwijl er nu in de meeste provincies met ontheffingen gewerkt wordt zijn er in Zuid Holland en Friesland nog steeds vrijstellingen o.a. bij gebrek aan faunabeheerplannen.


Ondergetekende, lid van het CDA, bioloog en jager, als adviseur van de Voorzitster van de Vaste Commissie van de Tweede Kamer voor de Natuurwetgeving, Mevr. Annie Schreijer-Pierik van het CDA, heeft inmiddels vier maanden werkzaamheden verricht om tot een eventuele wetswijziging te komen wat betreft jacht en afschot van met name de grauwe gans. Samen met de betrokken faunabeheereenheden in den lande, met name uit Zeeland, Noord Brabant, Utrecht, Zuid Holland, Noord Holland, de Flevolanden en Friesland, waar jaarrond verblijvende ganzen een enorm probleem zijn geworden.

Zijn conclusie is dat er met de huidige wetgeving in de hand niet zomaar een oplossing in zicht is en dat het terugbrengen van de gans als jachtvogel, waar overigens de KNJV in 2002 niet voor was, wel een oplossing biedt, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.

Om dit aan U te verduidelijken zal ik eerst komen met kritieken op de:  "Handreiking voor het provinciaal beleid voor jaarrond verblijvende ganzen. Richtlijnen voor de uitwerking van het rijksbeleid provincies en faunabeheereenheden". Gedateerd september 2006 en tot stand gekomen met Vogelbescherming, SOVON, LTO, Staatsbosbeheer, IPO en Faunafonds, met een voorwoord van Dr. C. P Veerman, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Ik heb nu drie stellingen van kritiek afgerond en reeds eerder rondgestuurd aan de meest betrokken Fbe's met name de (adjunct)secretarissen, waarmee ik in productieve samenspraak ben. De twee eerste vormen van kritiek betreffen niet zozeer de Handleiding zelf, maar twee achterliggende studies door SOVON en Vogelbescherming. De derde stelling van kritiek betreft de Handreiking zelf.

1. De studie van Van der Jeugd en medewerkers uit 2006: "Overzomerende Ganzen in Nederland: Grenzen aan de Groei" (Sovon/RUG/Oldenburg)

Mijnheer de Voorzitter,

Mijn naam is Dr. Jo Hilgers. Mijn Alma Mater is de RUU. Ik ben gepensioneerd medisch bioloog na veertig jaren toponderzoek op het gebied van kanker. Ik ben ook jager en als lid van het CDA, adviseur voor de reparatie van de Flora en Faunawetgeving van de Voorzitster van de Vaste Kamercommissie Mevr. Annie Schreijer-Pierik, onder andere gekozen met meer dan 20.000 voorkeursstemmen uit boerenkringen in het Overijsselse.

Mijn kritiek, opmerkingen en vraag betreft de oplossingsrichting die in de beleidshandreiking valt onder predatie van broedende ganzen, met name door vossen. Ik heb daartoe het rapport van Henk van der Jeugd en medewerkers bij Sovon nauwkeurig bestudeerd en geanalyseerd.

Er worden vijf waarnemingen vermeld van predatie door vossen (1) plaatstrouw wordt verstoord nadat de vos in een broedkolonie terechtkwamen, (2) een snelgroeiende brandganzen broedpopulatie op een stuweiland bij Driel werd in twee jaar door de vos geëlimineerd, (3) Op een eiland voor de Zweedse kust werd door de vos een brandganzen broedkolonie teruggebracht van 2450 tot 1400 broedparen, (4) in de Ooypolder stellen ganzen het broeden uit bij overlast door de vos (5) in de Biesbosch zijn ganzenbroedsels niet meer veilig voor (zwemmende) vossen.

Op basis van deze incidentele waarnemingen die overigens suggestief zijn, verschijnt er vervolgens een getalsmatige prognose over het predatie effect van vossen op de uitbreiding van de broedganzen in Nederland. Zonder vossen een maximum van 90.000 broedparen in 2040 en met vossen van hooguit 60.000 broedparen in 2030. Op basis van zogenaamde dichtheidsafhankelijke groeicurven der populaties.

Op pagina 125 van het rapport dan een sweeping statement. Ik citeer: "Het is niet ondenkbaar dat predatie door Vossen, maar ook bijvoorbeeld door geherintroduceerde Otters, verdere toename van Steenmarters en de te verwachten vestiging van Zeearenden op termijn zal leiden tot een natuurlijke regulatie van de aantallen in Nederland broedende ganzen tot een aanvaardbaar niveau voor agrariërs en natuurbeheerders". Einde citaat.

Dat brengt mij vervolgens tot de Handreiking voor het Provinciaal beleid van jaarrond verblijvende ganzen, dat in grote mate is afgeleid van het Sovon rapport van Van der Jeugd en medewerkers en gefinancierd is door LNV, tot de maatregel "fluctueren van de waterstand" met o.a. de zinsnede 'Het vervolgens laten zakken van de waterstand geeft vossen een kans de overgebleven nesten te bereiken".

Begrijp ik het goed? Dat vossen en andere predatoren - het wellicht belangrijkste wapen zijn in de strijd tegen al te grote broedganzen populaties? Dat een derde van die broedpopulaties voorkomen kan worden in ons lage waterrijke vosarme westen, waar het overgrote merendeel aan broedende ganzen zich bevindt. En dat de otter die er nog niet is en de zeearend met een broedgeval daar aan gaan bijdragen? Dat gelooft U zelf toch niet?


En zo ja waar zijn dan de historische cijfers om dit wetenschappelijk enigszins aannemelijk te maken? Of vindt U die vijf suggestieve anekdotes daarvoor voldoende? En zo ja, is dit dan een wetenschappelijk rapport of slechts wishful thinking vanuit een politieke voorkeur?

Ik zeg U bij voorbaat en onafhankelijk van uw antwoord dat ik dit van alle schaamteloze pseudowetenschappelijke zaken in het voorliggende rapport het ernstigste vind, ook al omdat het tegen de Geest van de huidige gerepareerde Wet is, namelijk om vossen weer zo snel mogelijk terug te dringen in de natuur, nadat de ramp die Flora en Faunawet heet in 2002 over ons allen is neergedaald. En de broedende ganzen zich hebben vermeerderd als nooit tevoren.

Mijn voorstel Mijnheer de Voorzitter is om deze Handreiking onverwijld terug te trekken en onder verantwoording van een bonafide hoogleraar in de ecologie opnieuw te laten opstellen, maar dan naar echte wetenschappelijke maatstaven.


Hier kreeg ik het volgende antwoord op van Ensink van LNV:

Mijnheer Hilgers

Uit uw reactie begrijp ik dat de vos naar uw mening iets te vaak in het rapport wordt aangehaald, maar als het om zomerganzen gaat, is er voor de vos geen grote rol weggelegd. De door u aangehaalde passages zijn enkel bedoeld om aan te geven dat ganzen niet los staan van de rest van het ecosysteem en dat predatie ook een rol speelt bij de populatieregulatie. Ik hoop dan ook dat we de discussie op het symposium kunnen beperken tot de vraag hoe we het verstandigst met de overzomerende ganzen om kunnen gaan, discussies over vossen horen volgens mij ergens anders plaats te vinden.


Floris


Mijn repliek


Mijnheer Ensink,

Natuurlijk is er geen grote rol voor de vos weggelegd in de strijd tegen de groeiende populaties van de ganzen. Dat stel ik immers, middels cynische vragen, zelf aan de orde. Maar daar gaat het dan ook niet om.

Het gaat om het feit dat de wetenschappelijke methodologie van de heren ornithologen in het rapport niet buiten kijf staat en dat er daarom geen recht van spreken aan ontleend kan worden middels een beleidshandreiking van het Rijk aan de Provincies. Het is puur slechte wetenschap en leidt alleen maar tot verwarring en zoals U zult merken op de 12de september tot grote onenigheid met de bekende partijen ter linker- en ter rechterzijde die zich nog dieper zullen ingraven in hun al bij voorbaat betrokken stellingen. Of simpel gezegd: het wordt een pan die dag.

Met nog andere woorden het is weggegooid geld door de Overheid die niet heeft gezocht naar wetenschappelijke integriteit. Maar ja, mijn discussiepunt fnuikt dan ook de hele discussie en het doel waarna U streeft. Dus ik had eerlijk gezegd niets anders verwacht en moet spijtig vaststellen dat U niet boven de partijen staat.

 Met vriendelijke groeten,

 
Dr. Jo Hilgers



Zijn repliek

Mijnheer Hilgers

Ik hoop dat u mij op mijn woord zult geloven dat ik er werkelijk alleen maar op uit ben om tot een bevredigende oplossing voor het probleem van de overzomerende ganzen te komen. Dat hierover verschillen van mening bestaan is een feit. Dat SOVON dit rapport heeft uitgebracht is ook een feit. Waar ik in geïnteresseerd ben is hoe we nu tegen deze achtergrond verder gaan. Wanneer u of iemand anders hiervoor een zinnige bijdrage kan leveren, ben ik daar zeer in geïnteresseerd. Ik hoop dus op een vruchtbare bijeenkomst op 12 september.

Het symposium zal vanaf 9.30 plaatsvinden op het Vechthuis in Utrecht. Wanneer u mij een adres geeft, zal ik u een uitnodiging toesturen.
Met vriendelijke groet

Floris Ensink



2. De studie van Schekkerman en medewerkers uit 2000 getiteld "Overzomerende grauwe ganzen in het Noordelijk Deltagebied. Een modelmatige benadering van de aantalontwikkeling bij verschillende beheersscenario's" (Alterra en Sovon

Beste Mariette (FBE ZH) (Floris van LNV, Gerard van de KNJV en Annie van de Tweede Kamer),

Hartelijk dank voor de rapporten Mariëtte uit het Zuid-Hollandse, waarvan dat van Schekkerman et al uit 2000 van ALTERRA/SOVON getiteld: "Overzomerende grauwe ganzen in het Noordelijk deltagebied", een modelmatige benadering van de aantal ontwikkeling bij verschillende beheersscenario's, m.i. het belangrijkste is.

Die studie met Bart Ebbinge als senior author heeft duidelijk zelf "model" gestaan voor het recente stuk van Van der Jeugd uit 2006 met Kees Koffijberg als laatste auteur: "Overzomerende ganzen in Nederland: grenzen aan de groei? ". Het komt allemaal uit dezelfde ecologische school, met Berend Voslamber als link tussen deze studies.

Volgens Schekkerman et al in 2000, groeiden in de negentiger jaren het aantal grauwe ganzen broedparen van 100 in 1991 tot minimaal 600 in 1999 in het Noordelijk Deltagebied. Merkwaardigerwijs spreekt hij echter van 5000 in totaal, eigenlijk veel te veel bij maar 600 broedparen, dat m.i. dus wel al 1000 zal zijn geweest in 2000 in de noordelijke Delta toen. Figuur 1 in dat rapport geeft die populatiegroei aan vergeleken met die van een Zweedse populatie en die van de Ooypolder, die beiden veel minder snel groeien (Zweden) dan wel reeds hun eindpunt lijken te hebben bereikt qua groei (Ooypolder) en dus niet representatief zijn voor de bestudeerde sterk groeiende populaties vooral in het vosarme westen van Nederland.

En dan komen de modellen en allerlei berekeningen waar ik me niet in hebt verdiept, omdat dat niet niks is en tijd vergt. Al die simulaties voorspellen een totaal aantal van 10.000 tot 20.000 vogels, 2-4x de grootte in 2000. Nog een getal is 15.000 ganzen voor het gebied als climax tegen 2030 dat ik vanaf nu aanhoud.

We zijn nu ca. 6 jaar verder (1999-2005) en zien dan recente getallen in het rapport van Van der Jeugd voor heel Zuid-Holland te weten bijna 4000 broedparen. 4000x2x2= 16.000 in totaal met deze formule voor heel Zuid Holland. Als we aannemen dan driekwart daarvan voorkomt in het Deltagebied (ik sla echter een slag) dan zitten we dus al gauw aan 12.000 ganzen in totaal nu in 2005 (laatste telling). Ik maak me sterk dat we dan in 2006 die 15.000 hebben bereikt die als climax wordt berekend op basis van de gehanteerde modellen in 2000. (NB: Kun jij deze getallen alsjeblieft nauwkeuriger aangeven?).

Dus 15000 in 2006 al aanwezig maar pas voorspeld voor 2030, pakweg een kwart eeuw later op basis van die modellen.

Doet me denken aan die climax populaties in het Van der Jeugd rapport voor 2030, te weten 60.000 broedparen voor heel Nederland met veel vossen en 90.000 broedparen zonder vossen in 2040. Voorspellingen voor periodes van 25 en zelfs 35 jaar. Terwijl ze over 5 jaar al niet uitkomen, overigens ook niet in het Utrechtse (zie FBE plan Provincie Utrecht), waar de voorspellingen 3500 ganzen waren voor 2005 terwijl er toen al meer dan 10.000 waren in de Provincie.

Tja en wat moet ik daar nu in Godsnaam van denken? Dat de groei er nu uit is in de Delta en dat de climax bereikt is, zodat we over 25 jaar nog steeds met 15.000 overzomeraars zitten zoals in 2000 voorspeld door Schekkerman en medewerkers?

Ik zou zeggen tegen de heren ecologen probeer dat maar eens aan de boeren te verkopen of maak dat maar de kat wijs. Met andere woorden ze zitten er met hun modellen grandioos naast. En als ze dat weten, waarom wordt dat dan nu niet geanalyseerd en maken ze nieuwe modellen, in aanmerking nemend de gigantische groei tussen 2000 en 2005 in het hele land, behalve misschien de Ooypolder. Waarom niet eerst een analyse van de kwaliteit van gehanteerde modellen ipv nog weer een rapport met die oude modellen?

Een echte wetenschapper zoekt naar de waarheid en als hij in het verleden iets heeft beweerd wat uiteindelijk niet waar is, dan begint hij dat te analyseren om voor de toekomst wijzer te worden. Is dat gedaan en waar staat dat? En als het niet gedaan is, waarom dan niet? Omdat daar geen geld/subsidie voor was misschien?

Hoe meer ik me verdiep in deze materie hoe kwader ik word. Wordt aan deze mensen gevraagd om een beleidshandreiking te geven voor Rijks- en Provinciale beleid? Wordt aan deze mensen voortdurend overheidsgeld gegeven om nog meer waanzin te verkopen? Welke hooggeleerde ecoloog in Nederland stelt daar als onderzoeker paal en perk aan? Of is er geen een daar competent genoeg voor? En wat zegt Hoogleraar Prins van Wageningen hiervan? Waarom roept hij zijn discipelen niet de integriteit van de wetenschap hoger in het vaandel te houden? Hebben we inderdaad en Canadees, Rus of Zuid-Afrikaan nodig om hier orde op zaken te komen stellen?


Hoe dan ook, ik ga verder met mijn analyses, ook al is dit mijn vak niet. Maar alles is te leren nietwaar. Moet nog wat biologenvriendjes inschakelen hiervoor.


Beste Mariëtte, Het is fijn om je te kennen en al zo snel met elkaar van gedachten te kunnen wisselen. Jouw inspanningen om ook de statistiek te leren kennen waardeer ik ten zeerste en betekent dat je een stap verder bent dan de meeste collega's die het moeten hebben van de praktijk alleen. Echter praktijk zonder (goeie) theorie kan niet meer tegenwoordig. Het is de slechte theorie die momenteel roet in het eten gooit en de discussies vertroebeld als je het mij vraagt.

De voorspellingen van de ornithologen zijn op dramatische wijze veel en veel te laag gebleken. Bij nieuwe voorspellingen op basis van de oude modellen zou ik zeggen, vermenigvuldig ze met een factor vijf.

Met vriendelijke groeten,

Jo Hilgers, adviseur Annie Schreijer-Pierik

cc: Floris Ensink (LNV): Is bovenstaande wellicht een beter discussiepunt voor de 12de september?

cc. Gerard Alferink (KNJV): Ook dit kun je wat mij betreft regelrecht naar de Minister van LNV sturen, net als dat eerste discussiestuk voor 12 september over berekende  predatie voor vossen van ganzen.



3. Kritiek op de enige tekst van de Handreiking zelf.

Beste Floris 

Tot nu toe heb ik op De Handreiking twee kritische essays geschreven, maar die waren vooral gericht op de achterliggende studies, de belangrijkste bronnen voor De Handreiking (Van der Jeugd et al., 2006; en Schekkerman et al., 2000). Een stuk betrof de mate waarin predatie door de vos een rol zou spelen bij het terugdringen van de groei van ganzen en het tweede stuk betrof de analyse van de modellen en de statistiek die gebruikt wordt om de groei te voorspellen. Daarmee heb ik afdoende aangetoond dat de methologie van de studies belabberd is en het woord wetenschap niet waardig. Er zit te veel politiek wishful thinking in het rapport, zeker tussen de regels.

Ik kon nu met mijn eerste stuk van kritiek op De Handreiking zelf en richt me in eerste instantie op het hoofdstuk Schadebeperkende Maatregelen en met name op het stukje onder Het Afschot.

Dit stuk is zo tendentieus en duidelijk niet geschreven door specialisten c.q. ganzenjagers, dat het een doorn in het oog is van heel jagend Nederland, neem dat van mij aan beste Floris. En ik zal dat hieronder zin voor zin aan je uitleggen en als laatste deel van de exercitie het stuk herschrijven.

Zin 1: "Afschot van ganzen als middel om de populatie te verkleinen is alleen effectief indien een zeer groot aandeel van de vogels jaarlijks wordt geschoten".

Dit statement is vnl. gebaseerd op cijfers uit de VS waar 42% van Canadese ganzenafschot op de vier vluchtroutes (anderhalf miljoen totaal) alleen niet voldoende is om de groei te stoppen die nog 6-8% blijft bedragen. De vraag, die voor de hand ligt, is dan hoe groot zou die groei zijn zonder afschot? Enorm natuurlijk. De methodiek van de ganzenjacht in de VS is veel en veel effectiever dan in Nederland. Ze schieten veel beter, met veel minder restricties, zwaardere geweren, zwaardere patronen, met geluidsapparatuur van gakkende ganzen, lokkers, vanuit goede "hides" overal langs de trekroutes etc.

In Nederland is er veel minder traditie wat het jagen van ganzen betreft met uitzondering misschien Friesland en Zeeland. De Friezen hebben speciale afgezonken hutten ontwikkeld voor in de sloot, jaagden van oudsher veel en frequent met levende en later plastic lokkers, met fluiten, op de routes tussen slaapplaatsen op het water en foerageergebieden etc. In de rest van Nederland is dat veel minder het geval omdat daar vroeger weinig of geen ganzen waren. Er is een veel kortere traditie, van decennia, niet van eeuwen, in de andere delen van Nederland. Er zijn maar weinig relatieve goede schuilhutten, er worden daarom door gebrek aan dekking en veel oefening relatief veel ganzen ziek geschoten, de geweren en kalibers zijn niet optimaal etc.

En als klap op de vuurpijl allerlei idiote regels en restricties voor het geweer met als doel de kans op het doden te minimaliseren, regels het laatste decennium geboren achter de schrijftafels van de anti-jacht lobbyisten. Zoals de regel dat er niet op overvliegende ganzen maar wel op dalende ganzen geschoten mag worden. Zoiets is oncontroleerbaar met als gevolg dat heel gemakkelijk een proces-verbaal - ook onterecht - uitgeschreven kan worden. Eigenlijk pure pesterij van de jager om het dodende afschot (maar niet het ziekmakende) te minimaliseren.

Nu is iedere jager in Nederland nog lang geen ganzenjager en er zou een nationale cursus moeten komen bijvoorbeeld in Friesland, misschien wel met een brevet om ganzen te mogen bejagen, zoals dat gold voor de drijfjacht op wilde zwijnen en het zogenaamde zwartwildbrevet. Dit idee viel wat mij betreft in goede aarde in alle jachtkringen die ik dat voorlegde met name ook bij de KNJV en ook Mevr. Annie Schreijer-Pierik. Eerst op vrijwillige basis en als het werkt wellicht verplicht.

Zin 1 volgens mij: Afschot van ganzen als middel om de populaties te verkleinen kan een effectieve, relatief goedkope maatregel zijn.

Zin 2: "In grote populaties wordt afschot als populatiebeperkende maatregel met klem afgeraden".

In de VS worden kleine en grote populaties allemaal bejaagd. Er zijn geen restricties wat dit betreft. En wat is een kleine en wat is een grote populatie? De grootte van populaties wisselt nogal en kleine populaties worden vaak snel groot, zoals we overal zien in den lande. Zo was er in een polder in Zeeland een jaar geen enkele overzomeraar en het jaar daarna had er zich een populatie van niet minder dan 300 ganzen gesetteld. Zomaar van het ene jaar op het andere. Dit is een arbitrair statement dat verwarring zal scheppen en ongenoegen zal opleveren. Daarom ook deze zin verwijderen zou ik zeggen.

Zin 3. "In kleinere populaties en bij nieuwe vestigingen is het wel mogelijk vogels te schieten, maar dan altijd als duwtje in de rug voor meer duurzame methoden". Het principe geldt kennelijk nog steeds: eerst alles proberen alvorens tot afschot over te gaan. Een uiterst subjectieve stelling die alleen maar discussies oplevert tussen voor- en tegenstanders van jacht en bestuurlijke complicaties.  En argumenten voor rechters om faunabeheerplannen af te schieten (inmiddels door de Raad van State onmogelijk gemaakt). Afschot is een weidelijke methode op zich, die niet afhankelijk gesteld mag worden van de effectiviteit van andere methoden zoals verjagen met linten, poppen etc. etc waarmee de beesten natuurlijk niet worden opgeruimd en rustig door kunnen gaan met schade aan te richten maar dan elders. Daarom ook deze zin verwijderen en het principe overboord zetten.

Zin 4. "Aan verjaging ondersteunend afschot op gevoelige percelen, bijvoorbeeld in combinatie met opvanggebieden van niet-broedende vogels, kan het lerend vermogen van de ganzen aanspreken". So what? Dat geldt voor alle diersoorten. En van poppen schrikken ze ook niet zo lang en worden ze al gauw wijs. Het betekent dat je dan de jacht professioneler moet uit kunnen voeren, want het maakt afschot moeilijker. In Friesland worden slimme ganzen ook heus wel geschoten als alles maar optimaal is, in dit geval de dekking van goede schuilhutten met lokkers, liefst levende en lokmogelijkheden met CD-spelers of met goede fluiten. Deze zin is helemaal overbodig.

Zin 5. "Hierbij is het belangrijk dat op kwetsbare percelen foeragerende of invallende ganzen wordt geschoten en niet op overvliegende vogels of vogels die opvliegen van hun slaapplaats in een natuurgebied". Ja dan zul je niet veel mogen en kunnen schieten en is de jacht als effectieve maatregel van de baan. Ook deze zin kan weg.

Het hele stukje "Afschot" is eigenlijk een stukje "Antiafschot" en heeft als achterliggende gedachte de jacht met het geweer ineffectief te maken als voorbereiding op totale afschaffing in de toekomst. Zeer tendentieus en anti-jacht. Zeker niet tot stand gekomen in overleg met de professionals op dit gebied. Alle echte ganzenjagers halen er nu hun schouders over op, over zoveel onbenul en pesterij, om de jacht uiteindelijk afgeschaft te krijgen. Ze zijn getergd en ontevreden, maken ruzie onderling en met de boeren vanwege al die onmogelijke en nergens in den lande eenduidige regels.

Daarom stuur ik je hierbij mijn tekst onder het hoofdje "Afschot" :

Afschot van ganzen als middel om de populaties te verkleinen kan een effectieve relatief goedkope maatregel zijn. Echter dit vergt een specifiek brevet voor de ganzenjager te verwerven na het jachtexamen, waarin effectiviteit en weidelijkheid hoog in het vaandel dienen te staan. Beperkende regels die tot nu toe gelden wat betreft gebruik van hagelgeweren, kalibers van patronen, gebruik van lokmiddelen en schuilmogelijkheden dienen zo veel mogelijk te worden afgeschaft of bijgesteld. Financiële middelen voor jagers en faunabeheerders om tot optimaal afschot te komen (schuilmogelijkheden op trekroutes) ook in daartoe aan te wijzen natuurgebieden, dienen met rede beschikbaar gesteld te worden om schade-uitkeringen door Faunafonds te beperken. Met als doel zo effectief mogelijk de ganzen te kunnen bestrijden enerzijds en het percentage ziek geschoten dieren anderzijds te verlagen.

Optioneel:

De buit dient zo goed mogelijk terecht te komen waartoe faciliteiten ingesteld dienen te worden om verkwisting en mistoestanden (in de grond stoppen van gedode vogels) te voorkomen en tegen te gaan (bijvoorbeeld aanbod van vlees van ganzen en andere soorten, in natuurwinkels, met pluk- en koelfaciliteiten, op te zetten door  Provincies, LTO, Faunafonds SBB, NM en andere grondbeherende instanties en de jagers etc. etc., ook voor ander schadelijk wild of af te schieten dieren zoals bijvoorbeeld grote grazers). Reclame maken voor wild als voedsel in samenwerking met keurslagers.


Beste Floris,

Dat is natuurlijk heel andere koek. Zo kan het ook en als dit als handreiking gegeven wordt, geloof mij dan maar, dat de Provincies er zeer dankbaar onmiddellijk en uitvoerig gebruik van gaan maken. Dat ze opgelucht ademhalen dat er eindelijk eens een frisse wind waait door het jagersland. Dan kan ook de KNJV middels een nieuw op te zetten cursus zich weer wat meer richten op hoofddoelen in jagend Nederland en niet zozeer vanuit de verdediging blijven opereren. Dan komt er een nieuwe spirit in het land, dan voelen jagers zich weer geaccepteerd en zullen ze hun best doen om hun image verder op te vijzelen en mee wil helpen het probleem op te lossen.

Nu kijken ze sceptisch naar Den Haag, vragen zich af waarom er zo Gods gruwelijk veel beperkende regels zijn die per Provincie verschillen, gaan van de weeromstuit een paar keer aan afschot "doen" omdat het moet, maar fiducie erin dat het helpt, hebben ze al lang niet meer.

De huidige ganzenjager is een ontevreden Nederlander,  een mopperende man of vrouw in het veld, die het allemaal al lang niet meer begrijpt, te weten sinds Geke Faber de jacht op de gans in 1999 afschafte, drie jaar voordat de FF-wet wet er kwam. Vele jagers hebben reeds het geweer aan de wilgen gehangen. Maar ach dat was immers de bedoeling van de anti-jachtlobby, als verlengstuk van veel stemmen van het verrekijkvolk, dat aaibaarheid hoog in het vaandel heeft. Nietwaar beste Floris?

Vroeger beste Floris, in de goeie ouwe tijd, waren ganzenjagers gelukkige mensen die met grote verantwoording en liefde voor de natuur, een groot deel van hun leven daar ook leefden, in diezelfde natuur. En die een gans meer liefhadden dan een ornitholoog nu.

Echte traditionele ganzenjacht, aangevuld met zinvol en effectief afschot, met inachtneming van traditionele waarden en weidelijkheidsprincipes, tot stand gekomen in eeuwen, begonnen met koningen, is voor Nederland plotseling te mooi om waar te zijn? Nederland is armer geworden en zeker geen voorbeeld op dit gebied voor omringende landen en de wereld van het Wise Use Principle van het WWF en Het Goed Rentmeesterschap van het CDA.

Het roer moet om, wat zeg ik: "Waar is het ganzenroer gebleven?"

Met vriendelijke groeten,

Jo Hilgers



Vervolgens heb ik na werkbezoeken door Annie (Utrecht, Zeeland)( Noord Holland, Zuid Holland en Friesland komen nog aan de beurt) en maandenlange discussies een aantal argumenten bij elkaar gezet om middels een reparatie van de Flora en Faunawet de gans weer terug te krijgen als jachtvogel in de wildlijst.
 

Beste Annie,

Heb weer uitvoerige gesprekken gevoerd per telefoon met Piet van Houten (secretaris FBE NH) en Erik Koffeman (secretaris FBE Noord Brabant). Slimme jagers en bestuurders. Ik leer voortdurend en kom nu even met het rijtje argumenten om de grauwe gans weer doodleuk tot jachtvogel te verklaren net als de eend:

1. Vanuit Brussel en de Europese Richtlijnen is geen kritiek te verwachten omdat de gans tot categorie II hoort van de Conventie van Bern en in de hele EU bejaagd mag worden. Ik probeer alle details nog te achterhalen.

2. In vijf deelstaten van Duitsland gaat de jacht op de grauwe gans per 1 augustus open wegens grote overlast. Ik probeer nog meer gegevens uit omringende landen op te duikelen via FACE en Brussel.

3. De Friese ganzenjagers - met name die van de zuidwesthoek en WBE De Marren - met de grootste tradities op dit gebied, verklaren met de hand op het hart dat normale bejaging van de grauwe gans het probleem daar binnen enkele jaren oplost. Vele jagers uit den land buiten Friesland bevestigen dit, maar enkelen denken dat het niet zal lukken.

4. Door de grote problemen met ontheffingen en de enorme overlast hier en daar begint steeds meer burgerlijke ongehoorzaamheid de kop op te steken (a) in Texel zijn 200 dode grauwen gevonden, op mysterieuze wijze overleden, volgens SBB een teken dat de natuur zichzelf controleert (kul natuurlijk), (b) in Zuid Holland zijn honderden dode ganzen gevonden met onbekende doodsoorzaak en (3) in de zuidwesthoek van Friesland weigeren jagers op verzoek van SBB ganzen nu af te schieten, ganzen bejagen in de zomer is tegen hun traditie (je zoekt ook geen kievitseieren in het najaar).

5. Sabotage van de huidige provinciale wetgeving door Faunabescherming middels de gang naar de rechter met het faunabeheerplan is woensdag jl. door de Raad van State een halt toegeroepen, in processen van de Fbe's van Utrecht en Friesland. Echter in Noord Holland wordt al weer op vele andere groenlinkse wijzen gesaboteerd (zie vertrouwelijk stuk van FBE NH.

6. We gingen terug van 32 tot 6 bejaagbare vogels (minus de patrijs, bij ons op de rode lijst, maar in alle deelstaten van Duitsland bejaagbaar) en met de grauwe erbij hopelijk weer omhoog naar 7. In het kielzog dan eventueel de smient (nu al?) en niet-schadelijke soorten zoals de kuifeend/tafeleend voor de jacht op het grote water en de houtsnip (bejaagbaar in alle deelstaten van Duitsland) voor de bosjacht en we hebben het grote merendeel van ons jachtgenot van voor de FF-wet wet weer terug. De grauwe gans is dus het voorbeeld dat goed gevolgd moet worden en een springplank kan zijn voor verdere reparatie. Nu al, of nog wachten is mijn politieke vraag aan jou?

7. Als grauwe gans jachtvogel wordt hoeft het Faunafonds minder schade uit te keren. Om boeren en jagers terwille te zijn omdat het volledig uit de klauwen is gelopen, wordt een overgangsperiode van drie jaar ingelast waarin schade niet verhaald kan worden op de jager maar wel nog uitgekeerd wordt (voorstel Piet van Houten, NH) door het Faunafonds. Dit is een belangrijk onderhandelingspunt voor de boerenorganisaties die met lede ogen aanzien dat er veel geld is voor natuurgebieden terwijl zij slechts schade lijden en niks krijgen of onvoldoende.

8. Openingstijden grauwe gans net als eend van 15 augustus tot 1 februari. Ontheffingen door Provincies buiten die tijd bij al te grote overlast. Nooit meer ontheffingen geven van 1 maart tot tenminste 1 juli (zoals nu in NBr en U het geval is) omdat het indruist tegen het weidelijkheidsprincipe van de jager en uit emotioneel oogpunt niet te verkopen is aan het reviaanse verrekijkvolk.

9. Vraag aan Brussel in hoeverre de trekkende grauwe gans die in de winter trekt in Nederland tenminste beschermd dient te worden. Bijvoorbeeld in gebieden van SBB en NM waar jacht verboden blijft. Brussel zegt dat omringende landen zeker geen bezwaar hebben tegen de jacht op trekkende grauwe ganzen in herfst en winter. Dat doen de omringende landen zelf ook.

Tot zover voorlopig,


Jo Hilgers



Laatste wijziging 13 May 2008  |  © Jo Hilgers Naar bovenzijde blz