Amsterdam - Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de
provincies en de douane slaan de handen ineen voor een gerichte aanpak
van overtredingen van de natuurwetgeving en de internationale regels
voor de handel in bedreigde dieren en planten.
De handhavende instanties gaan structureel samenwerken, beter informatie
uitwisselen, investeren in kennis en op basis van risicoanalyses
controle- en opsporingsacties ondernemen.
Minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft dinsdag
1 juli samen met staatssecretaris De Jager van Financiën, de provincies,
verenigd in het Interprovinciaal Overleg, het Openbaar Ministerie en de
politie in het convenant “Nalevingsstrategie Natuurwetgeving” harde
afspraken voor de samenwerking vastgelegd.
In een brief aan de Tweede Kamer meldt de minister dat de afspraken in
het convenant leiden tot meer eenheid en afstemming bij de handhaving
van de natuurwetgeving.
Doel van de aanpak is met een gecoördineerde inzet de naleving door
burgers en bedrijven van de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet
1998 en de Boswet te verbeteren. Ook is er een gezamenlijke strategie
bepaald voor de handhaving van de regels voor de handel in bedreigde
dieren en planten, de zogeheten CITES-regelgeving.
Uitgangspunt bij de aanpak is dat de betrokken handhavers, zoals de
politie, de AID en toezichthouders van de provincies, minder op basis
van incidenten opereren, maar aan de hand van signalen en analyses
prioriteiten in de handhaving stellen en proactief te werk gaan.
Minister Verburg wijst er in de brief aan de Tweede Kamer op dat de
nadruk niet per definitie op de inzet van repressieve instrumenten zoals
controles, opsporing en sancties hoeft te liggen. “Soms kan juist
preventie of voorlichting een effectieve aanpak van grote risico’s
vormen”, aldus de minister.
Natuurwetten
In de Nalevingsstrategie Natuurwetgeving, die is vastgesteld voor de
komende vier jaar, hebben de betrokken partijen afgesproken dat de
gezamenlijke acties er vooral op gericht zijn te voorkomen dat
natuurwetten worden overtreden. Dit is van belang omdat het vaak veel
tijd kost en soms bijna onmogelijk is om de aangerichte schade aan de
natuur te herstellen.
Doel is door middel van voorlichting burgers en natuurbeschermers te
stimuleren “als ogen en oren in het veld” op te treden en personen die
een activiteit willen ondernemen die mogelijk schadelijk is voor
natuurwaarden te wijzen op de vergunningplicht op grond van de
natuurwetgeving.
Op basis van analyses zijn landelijk prioriteiten aangegeven voor de
handhaving van de natuurwetgeving die per regio nader kunnen worden
ingevuld. De handhavende instanties hebben besloten hun pijlen de
komende tijd vooral te richten op handhaving van de Flora- en faunawet
en de Natuurbeschermingswet.
Bij de handhaving van de Natuurbeschermingswet gaat de aandacht vooral
uit naar potentieel schadelijke bouwactiviteiten in beschermde
natuurgebieden en milieuovertredingen.
Bijzondere aandacht is er ook voor mogelijke schade die wordt aangericht
door recreatie in de gebieden. Terreinbeheerders zullen er op worden
aangesproken dat ze een gebied zo inrichten dat de kwetsbare delen
worden beschermd tegen (onbedoelde) verstorende activiteiten van
recreanten.
Bij de handhaving van de Flora- en faunawet wordt de aandacht vooral
gericht op ruimtelijke ingrepen die de leefgebieden aantasten, zoals de
aanleg van wegen, en op stroperij.