H O O F D L I J N E N W E
T S V O O R S T E L N A T U U R
De
Platteland Alliantie Nederland
mocht als deelnemer van het
overleg over de nieuwe
Natuurwetgeving het onderstaand
wetsvoorstel natuur van mevrouw
Heukers, directeur van het
Programma Juridisch
instrumentarium natuur en
gebiedsinrichting i.o. van het
Ministerie van EL&I,
ontvangen.
De PAN zal in begin juni de verdere uitgewerkte details
van de nieuwe wet Natuur ontvangen en deelnemen aan de geplande sessies hierover
in Utrecht in juni zullen plaatsen vinden.
U zult daar door ons van op de hoogte
worden gesteld.
H O O F D L I J N E N W E T S V O O R S T E L
N A T U U R
Natuurlijk Eenvoudiger – In het Hart van de
Samenleving
Met het wetsvoorstel natuur zullen onnodige
belemmeringen worden weggenomen die ondernemers en burgers in de praktijk
ondervinden als gevolg van de huidige natuurwetgeving. Dat betekent dat er
alleen nog wettelijke voorschriften zullen gelden die daadwerkelijk nodig zijn.
In Europees en internationaal verband zijn door Nederland al veel afspraken
gemaakt, zoals onder meer vastgelegd in de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn,
het verdrag van Bern en het Biodiversiteitsverdrag. Er zullen geen regels gelden
die strenger zijn dan waartoe de EU en verdragen verplichten.
Hierdoor wordt de natuurwetgeving eenvoudig en beter.
Daarmee wordt het tij gekeerd: de natuur als bondgenoot voor mens en economie in
plaats van een technocratische hindermacht.
Soorten
Uitgangspunt: minder ontheffingen, meer duidelijkheid, nadruk op
populaties van soorten in plaats van exemplaren.
Voor de bescherming van soorten van de Vogelrichtlijn (ca. 700
vogelsoorten) en 100 andere dier- en plantensoorten van de Habitatrichtlijn
en het verdrag van Bern (bijv. bever, gewone dwergvleermuis, boomkikker,
zandhagedis, grote vuurvlinder, gevlekte witsnuitlibel, kruipend
moerasscherm) geldt een ‘nee, tenzij’-regime, zoals vereist door de Vogel-
en Habitatrichtlijn (in beginsel verbod op o.m. opzettelijk vangen en doden,
en het beschadigen van nesten; tenzij ontheffing is verleend t.b.v. bijv.
voorkoming ernstige schade eigendommen, volksgezondheid, openbare
veiligheid).
Activiteiten mogen binnen het ‘nee, tenzij’-regime tot op zekere hoogte
leiden tot verontrusting van vogels; alleen wanneer de staat van
instandhouding van vogelsoorten hierdoor in gevaar komt, is een ontheffing
vereist (FF-wet: nu elke opzettelijke verstoring van vogels verboden).
Voor andere dier- en plantensoorten (bijv. vuursalamander, ringslang,
grote modderkruiper, vliegend hert) geldt ter uitvoering van het
Biodiversiteitsverdrag dat zij worden beschermd via een ‘ja, mits’-regime:
activiteiten zijn toegestaan, maar de initiatiefnemer moet er wel voor
zorgdragen dat de staat van instandhouding van soorten door zijn activiteit
niet in het geding komt (Ff-wet kent nu ‘nee, tenzij-regime’).
Met voorgaande maatregelen zal in veel minder gevallen dan nu (Ff-wet)
een ontheffing nodig zijn voor een activiteit, zodat het minder vaak voor
zal komen dat een project moet worden stilgelegd wanneer er een beschermd
exemplaar wordt aangetroffen.
Verder: optimaal gebruikmaken van mogelijkheid om soorten gebiedsgericht
te beschermen. Door in bepaalde gebieden actieve maatregelen te treffen ten
gunste van een soort, waarmee het voortbestaan is gegarandeerd, is buiten
die gebieden minder snel een ontheffing nodig voor activiteiten, of kan deze
makkelijker worden verleend.
De Databank Flora en Fauna voorziet in duidelijkheid over de
aanwezigheid van beschermde soorten in gebieden en locaties.
Meer ruimte voor het bestrijden van schade en overlast, door het
bejaagbaar maken van meer soorten (grauwe gans, Canadese gans en kolgans,
smient en wild zwijn) en meer bestrijdingsmogelijkheden voor exoten.
Aanvullende nationale regels inzake de handel en het bezit van
beschermde soorten worden geschrapt als die niet bijdragen aan een
effectieve bestrijding van illegale handel. Het één-document-principe staat
bij de uitvoering van CITES voorop. Geschrapt worden onder meer de
individuele bezitsontheffingen (in plaats daarvan algemene regels) en
bepaalde administratieve verplichtingen voor particulieren.
Gebieden
Het wetsvoorstel natuur stelt het Rijk alleen inhoudelijke kaders voor
Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn); geen bescherming
natuurmonumenten, landschapsgezichten en leefomgevingen. De ruimtelijke
bescherming van de ecologische hoofdstructuur geschiedt overigens via het
ruimtelijk ordeningsregime (bestemmingsplan), niet via het wetsvoorstel
natuur.
In het wetsvoorstel daarom ook alleen Europese eisen voor
instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000 (Vogelrichtlijn,
Habitatrichtlijn); geen extra doelen voor natuurschoon (bijv. stilheid,
donkerheid, weidsheid).
Waar door de externe werking van Natura 2000 knelpunten ontstaan, kan er
worden gewerkt aan een oplossing via een programmatische aanpak (vgl.
reductie stikstof). Daardoor meer ruimte voor ontwikkeling van activiteiten,
en een makkelijker toestemming voor projecten (industrie, infrastructuur,
veehouderijen, energie).
Minder formaliteiten: uitwerking instandhoudingsdoelstellingen Natura
2000 en afspraken over instandhoudingsmaatregelen hoeven niet persé in een
beheerplan te worden opgenomen; dat mag ook in een ander programma of plan
dat (mede) betrekking heeft op dat gebied (bijv. provinciaal milieuplan).
Uitgangspunt blijft dat voldoende duidelijkheid geboden moet worden aan
ondernemers, burgers en initiatiefnemers.
Minder formaliteiten betekent ook: alleen toestemming vooraf waar de
Habitatrichtlijn dat eist: voor projecten met ernstige gevolgen voor Natura
2000. In andere gevallen (kleinschalige evenementen) is het weliswaar van
belang dat met het bevoegd gezag wordt afgestemd, maar daarvoor is geen
formele toestemming vooraf nodig ("ja, tenzij"). Door deze maatregelen is
minder vaak (ca. 20% van de gevallen) toestemming nodig dan nu (Nb-wet).
Meer duidelijkheid over situatie waarin een project al dan niet
schadelijk is (‘significant’): kapstok voor vaststellen rekenmodellen,
aanwijzen gevallen waarin er geen sprake kan zijn van schadelijke gevolgen.
Houtopstanden (bos)
Meld- en herplantplicht blijven bestaan buiten de bebouwde kom (binnen
de bebouwde kom is het aan gemeenten om beleid te voeren).
Geen herplantplicht als de kap plaatsvindt voor natuurontwikkeling
(‘hout voor groen’).
Omgevingsrecht
Van belang is dat alle onderzoeken en maatregelen die
nodig zijn ten behoeve van de natuur in een zo vroeg mogelijk stadium worden
betrokken bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen en projecten. De
commissie Elverding wees in haar rapport uit 2008 al op het belang van
investering in het voortraject. Met het oog daarop wordt voorzien in integratie
van de natuurtoetsen in andere planvorming en besluitvorming van het
omgevingsrecht:
voor locatiegebonden ingrepen waarvoor een Natura 2000-vergunning of een
soortenontheffing vereist is, maakt de natuurtoets onderdeel uit van de
omgevingsvergunning (nu al via WABO).
instandhoudingsmaatregelen en uitwerking instandhoudingsdoelstellingen
Natura 2000 kunnen onderdeel uitmaken van een ander plan dat voor hetzelfde
gebied wordt vastgesteld (bijv. beheer- en ontwikkelplan rijkswateren).
de voor plannen en projecten verplichte passende beoordeling kan
onderdeel uitmaken van de milieu-effectrapportage; dit wordt gecontinueerd.
Handhaving
Voorzien wordt in een modern
handhavingsinstrumentarium waarmee onder meer de illegale handel in bedreigde
soorten en producten daarvan, met een lik-op-stuk-beleid effectief (boete) kan
worden bestreden.
Decentralisatie
De afspraken tussen Rijk en provincies over
decentralisatie van het natuurbeleid die gevolgen hebben voor de toedeling van
wettelijke bevoegdheden (deelakkoord natuur), zullen in het wetsvoorstel natuur
worden uitgewerkt. Deze zijn in dit stuk buiten beschouwing gelaten.
Reikwijdte
Het wetsvoorstel natuur bestrijkt de onderwerpen die
nu worden geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de
Boswet. Andere regimes die ook van belang zijn voor de natuur, zoals de
ruimtelijke ordening, vallen hier buiten. Dat betekent bijvoorbeeld dat de
bescherming van de ecologische hoofdstructuur, die via bestemmingsplannen wordt
verwezenlijkt, buiten dit wetsvoorstel valt.