|
Hoofdstuk |
Artikel |
Tekst omschrijving Wet |
Opmerkingen/Commentaar/voorstellen |
|
Algemeen |
1.1 |
Opnemen in de omschrijvingen |
- Geen andere bevredigende oplossing
; Geen andere bevredigende
oplossing betekent als er geen alternatieve oplossing is om het
probleem op te lossen, die met objectieve en verifieerbare factoren
dienen te zijn onderbouwd, zoals wetenschappelijke en technische
feiten.
- Bijzondere weersomstandigheden
; KNJV voorstellen
- Grondgebruiker:
degene die gerechtigd is de grond te
gebruiken, hetzij als eigenaar, hetzij krachtens een
pachtovereenkomst,
hetzij met een beperkt recht
(In Nederland wordt 43% van de
landbouwgrond niet door de eigenaar gebruikt.19% van alle
landbouwgrond wordt via een regulier contract verpacht. Vervolgens
zijn enkele procenten liberaal verpacht en in erfpacht uitgegeven.
Niet geregistreerde pacht oftewel zwarte pacht betreft ruim 24% van
het totale landbouwareaal. en kunnen dan ook hun schade bestrijden
of voorkomen); opnemen als gerechtigde.
- Wildbeheereenheid:
een rechtspersoonlijkheid bezittend
samenwerkingsverband van jacht(akte)houders en anderen dat tot doel
heeft te bevorderen dat jacht, beheer en schadebestrijding, al dan
niet ter uitvoering van het door de faunabeheereenheid opgestelde
faunabeheerplan, dat door de leden gecoördineerd wordt uitgevoerd in
het werkgebied.
- Werkgebied Wbe ivm beheer- en schadebestrijding en uitvoering
jacht;
geen perceels -maar gebieds bestrijding en beheer van
diersoorten.
- Schadebestrijding ( belang grondgebruiker en Flora- en Fauna
)‘’
is wat de grondgebruiker mag doen om op zijn grond schade aan zijn
eigendommen en aan flora en fauna te voorkomen. Dit moet ook gelden
voor de aanwezige flora- en fauna in een gebied.
- Beheer diersoorten
is een algemeen belang en wordt
uitgevoerd door zogenoemde faunabeheereenheden (erkende verbanden
van jachthouders) op basis van een faunabeheerplan, goedgekeurd door
gedeputeerde staten. In de faunabeheereenheden zijn alle type
grondgebruikers vertegenwoordigd (jagers, landbouwers,
terreinbeherende natuurorganisaties) en daarmee ook de relevante
belangen in het faunabeheer: de jacht, landbouw en natuur en flora-
en fauna, dit ivm duidelijk verschil met de jacht belang van de
jachthouder
- "internationale verplichtingen",
Indien er sprake is van het
over en weer aangaan en nakomen van EU afspraken dan moet de
"natuurwet" vooral de "harmonisatie" opzoeken in EU verband. Om
nationaal en eenzijdig internationale verplichtingen, buiten de
"bindende besluiten" aan te gaan vindt de PAN/NOJG onzinnig, daar
een onduidelijke reden niet gehanteerd moet worden.
|
|
Gebieden |
2.5 |
Gebruiker Natura 2000 gebieden |
Jachthouder als huurder genot jacht en
uitvoerder "beheer- en schadebestrijding diersoorten is gebruiker van
het gebied en dient daarom in de beheerplannen te worden opgenomen |
| |
2.9 lid 4 |
Compenserende maatregel Natura 2000 gebied |
PAN/NOJG standpunt is altijd compenseren
binnen het gebied en alleen erbuiten als het gaat om een gelijk gebied
met de zelfde gebiedsdoelstelling gaat. |
|
Soorten |
3.1. lid 4 |
Storen broedvogels in broedperiode verboden |
Tekst aanpassen met; Het is verboden om in de
natuur vogels opzettelijk te verstoren. Dit voldoet in ruime mate, daar
het overig verbod in lid 3 staat. |
| |
3.3. MvT |
Ter voorkoming van belangrijke schade aan
gewassen, vee, bossen, visserij en wateren strekt er niet toe dreigende
schade van geringe omvang te voorkomen, omdat de bescherming ook een
bepaalde omvang vereist volgens de Vogelrichtlijn, wat onder het normale
bedrijfsrisico valt wordt niet beschermd |
Opmerking; Criteria normale bedrijfsrisico
Faunafonds; € 250 per jaar per bedrijf?
PAN/NOJG vindt dat ook belangrijke schade aan
de flora- en fauna omschreven dient te worden, daar hier vaak de
gegevens van ontbreken, ook die hebben immers bescherming nodig conform
de Habitatrichtlijn en verdrag van Bern. Bijvoorbeeld alle bodembroeders
hebben heel veel te duchten van de vos. Maar hoe schade aantoonbaar
maken? |
| |
3.3 MvT |
Het criterium "onder strikt gecontroleerde
omstandigheden" toestaan van handelingen zoals het eierzoeken zoals
alleen in Friesland in gebruik is door erkende samenwerkingsverbanden
van weidevogelbeschermers. |
De BFVW en ook de PAN/NOJG vindt dat onder de
strikt gecontroleerde omstandigheden ook verstaan dient te worden dat
het eierzoeken en nestbeschermingsmaatregelen, veel beter in tijd
beperkt kan worden, dit iom de provincie en de BFVW, dan zoals nu
met sms berichten en in aantallen. In tijd is veel beter handhaafbaar
dan in aantallen en de gehele administratie handelingen er omheen. .Ook
dit is volgens ons ook de doelstelling van de wet, eenvoudiger en
robuuster. |
|
Faunabeheer en schadebestrijding |
3.4. |
Het eerste lid is niet van toepassing ten
aanzien van exoten, verwilderde dieren, de zwarte rat, de bruine rat, de
huismuis, en zoogdieren van een soort ten aanzien waarvan het bepaalde
bij of krachtens artikel 3.5, 3.6 of 3.9( Habitat- en Verdrag van Bern),
eerste of tweede lid, van toepassing is. |
- Deze mogen dus te allen tijde bestreden c.q. geschoten worden.
Op grond van een JHO en/of toestemming grondgebruiker?
- De PAN/NOJG is voor een duidelijke bijlage en omschrijving
van de soorten, dit is eenvoudiger en beter te handhaven en
duidelijker voor een ieder, die het moeten uitvoeren en handhaven.
Nu moet 2 richtlijnen nagezocht worden
|
| |
3.7 lid 3 |
Ontheffing wordt alleen verleend indien er "
geen andere bevredigende oplossing is" |
De PAN/NOJG vindt dat deze " geen andere
bevredigende oplossing is" gezien de vele juridische procedures
hierover zijn gevoerd, sinds de invoering van de Ff-wet, nu duidelijk
in de wet vast gelegd dient te worden, dit maakt de wet eenvoudiger
en robuuster.
Voorstel PAN/NOJG voor de omschrijving;
- Geen andere bevredigende oplossing betekent als er geen
alternatieve oplossing is om het probleem op te lossen, die met
objectieve en verifieerbare factoren dienen te zijn onderbouwd,
zoals wetenschappelijke en technische feiten
.
Gedeputeerde staten dienen verplicht de haar
bekende" Andere Bevredigende Oplossing"(ABO) voor het beheer van één of
meerdere diersoorten op te nemen in de provinciale beleidsnota. Indien
deze zijn aangegeven in de beleidsnota betekent dit, dat er voor de
genoemde diersoort(en)waar de ABO’s zijn aangegeven, dat hiervoor niet
geëist wordt, dat hiervoor een Faunabeheerplan wordt opgesteld.
- GS omschrijven de ABO als alternatief voor een ontheffing
- GS zijn verantwoordelijk voor de effectiviteit van de ABO
De inzet van werende en verjagende middelen
kunnen niet als een andere bevredigende oplossing worden gezien. Er is
in de praktijk, geen sprake van dat de inzet van deze middelen als een
alternatief voor het afschot, ter ondersteuning van verjaging, van
schade veroorzakende diersoorten kan gelden.
Het nut van de inzet van werende en verjagende
middelen is slechts gelegen in het feit dat deze hooguit een
schadebeperkende functie hebben. Er valt immers bijna niet aan te tonen
dat in een hypothetische situatie waarbij in bijvoorbeeld, in 2010 geen
verjagende middelen zijn toegepast de schade substantieel hoger zou zijn
geweest. |
| |
3.7.lid3 |
"Niet opgenomen zoals in de Ff-wet het
nietigheidsbeding van de grondgebruiker |
Voorstel PAN/NOJG; dit dient als recht van
de grondgebruiker weer opgenomen te worden, gebieds bestrijding
en beheer diersoorten i.p.v. perceelsniveau;
- Voorzover krachtens a, soorten zijn aangewezen, kan bij
ministeriële regeling of provinciale verordening worden toegestaan
dat de grondgebruiker, in afwijking van de artikelen 3.1, 3.6en 3.9
handelingen, bedoeld in die artikelen, verricht op de door hem
gebruikte gronden of in of aan door hem gebruikte opstallen ter
voorkoming van in het huidige of komende jaar dreigende schade als
bedoeld in het tweede lid, binnen de grenzen van het werkgebied van
de Wildbeheereenheid waarin die gronden of opstallen zijn gelegen.,
is nietig elk beding dat de grondgebruiker de uitoefening belet van
de rechten die hem krachtens die regels toekomen.
|
| |
3.11 lid 1 |
Het is verboden in het wild levende zoogdieren
te bemachtigen, opzettelijk te doden of met het oog daarop op te sporen |
Dit dient aangevuld te worden met vogels Lid 2
spreekt immers hierover en verwijst naar lid 1
Zou dit ook niet moeten gelden voor
bijvoorbeeld, de vogels, insecten en zoogdieren, die in de steden en
dorpen leven en die daar op grote schaal gevangen en gedood worden door
de loslopende katten? Meer dan 10 miljoen per jaar alleen al in
Nederland en wat door een ieder maar als normaal wordt beschouwd? |
| |
3.11 lid 2 |
Het eerste lid is niet van toepassing ten
aanzien van exoten, verwilderde dieren, de zwarte rat, de bruine rat, de
huismuis, en zoogdieren van een soort ten aanzien waarvan het bepaalde
bij of krachtens artikel 3.5, 3.6 of 3.9, eerste of tweede lid, van
toepassing is. |
Dit wordt niet begrepen; vrijstelling of
ontheffing?, maar hier zijn de verwijzingen met naar bijlagen met
bijzonder veel beschermde soorten genoemd ,
dit is in conflict met de bedoeling van deze wetsvoorstellen? Tekst
redigeren in overeenstemming met bedoelingen en duidelijker maken welke
soorten absoluut worden vrijgesteld of een ontheffing. |
| |
Artikel 3.11 MvT |
Bij de bestrijding van schade en overlast
dient onnodig lijden van dieren te worden voorkomen |
Bij schadebestrijding en overlast; Dit houdt
in dat de middelen die hiervoor ingezet worden of kunnen worden, snel
inzetbaar zijn, effectief (dodelijk) en vooral selectief dienen te zijn.
Hierdoor wordt dan ook onnodig lijden zoveel mogelijk voorkomen.
|
|
3.4.Schadebestrijding en faunabeheer |
Artikel 3.11 |
Wildbeheereenheid en gebied Wbe niet meer
vermeld zoals in huidige Ff-wet en ook niet meer als beheer- en
schadebestrijdingsgebied |
De Wbe is de belangrijkste uitvoerder
van het gecoördineerd bestrijden en voorkomen van schade en het beheer
van diersoorten in hun werkgebieden, zij dienen in de wet vermeld te
worden. Ook is het belang dat de werkgebieden worden genoemd voor
huidige of toekomstige schadebestrijding of voorkoming hiervan omdat
hiermee wordt voorkomen dat men weer een onwerkbare situatie gaat
krijgen op perceelsniveau. Diersoorten beheren wil men nu immers
gebiedsgewijs uitvoeren en niet perceelsgewijs, dat is ook het toch een
van de belangrijkste wijzigingen van deze wet.
Voorstel PAN/NOJG: de navolgende tekst weer
opnemen in de wet;
De begrenzing van het werkgebied van een
wildbeheereenheid wordt door de desbetreffende wildbeheereenheid
vastgesteld en aangegeven op een kaart. Het werkgebied van een
wildbeheereenheid strekt zich niet uit tot een gebied waarover zich de
zorg van een andere wildbeheereenheid uitstrekt. Door de tussenkomst van
gedeputeerde staten van de provincie of provincies waarin het
desbetreffende gebied is gelegen wordt de begrenzing van het werkgebied
van een wildbeheereenheid bekendgemaakt in het provinciaal blad.
Artikel 3.11. Voorzover in overeenstemming met
het eerste lid, , soorten zijn aangewezen, kan bij provinciale
verordening worden toegestaan dat de grondgebruiker, in afwijking van de
artikelen 3.1, lid 1 t/m 4 handelingen, bedoeld in die artikelen,
verricht op de door hem gebruikte gronden of in of aan door hem
gebruikte opstallen ter voorkoming van in het huidige of komende jaar
dreigende schade als bedoeld in het tweede lid, binnen de grenzen van
het werkgebied van de wildbeheereenheid waarin die gronden of opstallen
zijn gelegen |
| |
Artikel 3.12 lid 2 |
Bij een vrijstelling ten aanzien van de
diersoorten, bedoeld in artikel 1 van de Benelux-Overeenkomst op het
gebied van de jacht en de vogelbescherming, wordt op grond van het
eerste lid uitsluitend het gebruik toegestaan van de middelen, bedoeld
in de artikelen 1 tot en met 3 van de Beschikking van het Comité van
Ministers van de Benelux Economische Unie van 2 oktober 1996 inzake de
vaststelling van de middelen die toelaatbaar zijn bij de uitoefening van
de jacht |
De PAN/NOJG vindt dit geheel onjuist dat het
Benelux verdrag hier wordt vermeld .
Volgens haar gaat dit alleen over de jacht en de daarbij toegestane
middelen.
Bij schadebestrijding of het voorkomen ervan
dienen ook meer middelen te worden toegestaan dan met de normale jacht
het is immers een geheel ander doel. Het gebruik van elektronische
lokmiddelen, die hierbij snelle en effectieve en selectieve
schade bestrijding mogelijk maken, worden hierdoor niet toegestaan. In
de EU regels Habitat- en vogelrichtlijn wel toegestaan, daar mogen
alleen geen elektronische middelen gebruikt worden voor het doden van
diersoorten. Gebruik kunstlicht bij vossen en elektrisch bewogen
lokvogels en geluiden. Bijvoorbeeld De duivenmolen in België wel
toegestaan voor de schadebestrijding en voorkoming van houtduiven
(Jachtvoorwaardenbesluit Vlaanderen, HOOFDSTUK IV) .
waarom hier niet is toch ook de Benelux? (De lidstaten behoeven alleen
op toe te zien dat het behoud of het bereiken van een gunstige staat van
instandhouding van die soorten
gewaarborgd blijft. Als aan die voorwaarde
is voldaan, kunnen op basis van dit artikel regels worden gesteld over
het onttrekken aan de natuur en de exploitatie. Dus ook het gebruik van
de toegestane middelen, zoals in de ons omringende EU-landen. |
| |
Artikel 3.14 MvT |
De eisen aan het faunabeheerplan zorgen er
voor dat het plan een goede basis kan vormen voor langdurig beheer. |
Hieraan dienen ook de jachtrechten te worden
gekoppeld waardoor de minimum looptijd tenminste 6 jaar of langer dient
te zijn om langdurig beheer van dezelfde jachthouders mogelijk te maken,
die ook de deelnemers zijn van een Faunabeheereenheid. De regels over de
duur zijn geschrapt omdat dit een onnodige inperking vormt van de
contractvrijheid tussen huurder en verhuurder. Deze minimum duur
voorkomt onnodig veel onderhandelingen en onrust tussen de
grondeigenaar/gebruiker en de jachthouders voor de continuïteit van een
jachtveld Dus geen JHO die korter van duur zijn dan minimaal 6 jaar, dit
is niet in het belang van een goed wild- en faunabeheer in Nederland
ondanks de verplichting om die in je veld te handhaven. Continuïteit is
het belangrijkste uitgangspunt voor een goed wildbeheer en om er in te
investeren, dit kan niet van jaar tot jaar, dat is echt denken van
achter de groene tafel en niet gestoeld op enige kennis hoe dit in
praktijk toegaat. Veel TBO’s zullen hiervan gebruik maken en alleen nog
maar van jaar tot jaar de jacht en het wildbeheer evt. toestaan Denk
hierbij ook maar eens aan het in dienst nemen van een BOA als je niet
weet hoe lang je nog de jachtrechten kunt verkrijgen, dan dient zes jaar
het minimum te zijn en dat is al veel te kort. |
| |
Art 33 |
De regels over wederverhuur zijn geschrapt in
dit wetsvoorstel, omdat de oppervlakte-eis voor het gebruik van het
geweer voor de jacht onverkort blijft gelden en er op die wijze een
situatie van overmatige bejaging wordt voorkomen. |
Weder verhuur van jachtrechten is nodig om
aaneengesloten jachtvelden te kunnen verkrijgen, dit gebeurt vaak door
de leden van een Wbe aan de Wbe waardoor een groot jachtveld wordt
verkregen of van de Wbe aan haar leden om de gronden die zij heeft
gepacht weer in te brengen in hun jachtvelden. Welke regels gaan hierbij
dan gelden ( eenmalige doorverhuring, kortere tijd dan de overeenkomst
etc) |
| |
Art 33 |
Voorts is de regeling voor de gevallen waarin
het toegestaan is om met toestemming van de jachthouder te jagen in
diens jachtveld vereenvoudigd. Als dat in gezelschap van de
jachthouder gebeurt, dan is volgens het geldende wettelijke regime de
toestemming van de jachthouder vereist (PM art 36 lid 1. Flora- en
faunawet). Deze toestemmingseis wordt met dit wetsvoorstel geschrapt,
omdat die toestemming al voldoende blijkt uit de handeling zelf |
De toestemming heeft van de jachthouder tot
uitoefening van de jacht in een jachtveld (de huidige artikel 36
lid 2 toestemming) Het gaat hierbij dit voorstel niet alleen om de
handeling zelf(jagen) maar op welke gronden moet een jachtaktehouder dan
zijn jachtakte aanvragen, indien hij zelf geen eigen jachtveld heeft en
vaak alleen op uitnodiging kan en mag jagen. Dit gebeurt nu op een
artikel 36 lid 1 toestemming(in gezelschap van de jachthouder) in meer
dan 40% van alle jachtakten aanvragen. De regels van het jachtbesluit
zijn niet bekend. De toestemming buiten de jachthouder zijn immers
gebonden aan de 40 ha regeling en dus beperkt in aantal. |
|
Jacht |
Artikel 3.17 lid 2 |
Wildsoorten |
Artikel 3.17 Criteria Jacht; .
Er dient nog een derde reden te worden opgenoemd overige diersoorten
die wel is waar niet benut worden maar die wel in het kader van
het Faunabeheer bejaagd dienen te worden om hun stand te kunnen
beheren om faunaschade te voorkomen. Hierbij geldt bijvoorbeeld Vos 1
september tot 15 febr.
Zwarte kraai en kauw het gehele jaar. De
criteria en redenen voor de jacht en beheer gelden ook voor deze
soorten. Ook in de omringende landen worden deze diersoorten als
bijzondere wildsoort genoemd. |
| |
Artikel 3.17 lid 3 |
De jachthouder doet datgene wat een goed
jachthouder betaamt om een redelijke stand van de in zijn jachtveld
aanwezige bejaagbare soorten te handhaven dan wel, bij het ontbreken
daarvan, te bereiken en om schade door in zijn jachtveld aanwezige
bejaagbare soorten te voorkomen |
Betekent dit dat de jachthouder ook
verantwoordelijk gesteld kan worden voor de "wild" schade. Denk
hierbij aan de schade door de ganzen en wilde zwijnen, de regeling wordt
nu van het rijk doorgeschoven naar de provincies. Deze zullen volgens de
PAN/NOJG niet alleen de beleids-en uitvoeringsverantwoordelijkheid
moeten accepteren maar ook de schadeverantwoordelijkheid van de
bejaagbare soorten die nu nog geen wildsoort zijn en niet volgens de
wetsvoorstellen kunnen neerleggen bij de jachthouders of er moet een
overgangsperiode komen waarin met voldoende en geschikte middelen en
tijd, de huidige probleemsoorten zoals de gans en wild zwijn naar de
gewenste beheerstand kan worden teruggebracht. Ook dient dan goed
nabuurschap van de eigenaren/grondgebruiker van de Natuurterreinen en
Natura 2000 gebieden te worden vastgelegd in de wet als een
verplichting. |
| |
Artikel 3.18 lid 3 |
het gebruik van munitie, waarbij ook rekening
wordt gehouden met belangen van veiligheid, volksgezondheid, welzijn en
milieu. |
Hieraan dient toegevoegd te worden en het
dodelijk effect op de te bejagen, bestrijden of te beheren diersoort.
Bijv.; staalhagel is nu nog steeds afgeleid van de lodenhagel die in
diameter en shockeffect niet te vergelijken met de staalhagel. Bij
staalhagel dient deze groter te zijn , als grootte voor bijvoorbeeld de
jacht op ganzen dient staalhagel nr: 4,5 mm te zijn en niet onze 3,5 mm
dit wordt in de US ook als zodanig voorgeschreven voor de ganzen omdat
deze dodelijker en dus diervriendelijker jacht mogelijk maakt en onnodig
lijden hiermee wordt voorkomen, zoals ook in de MvT wordt aangehaald. . |
| |
Artikel 3.19 lid 2 |
Openings en sluitingstijden jacht en soort
Provinciale staten bepalen bij verordening in
hoeverre de jacht op een bejaagbare soort is geopend. |
De PAN/NOJG vindt dit een slecht voorstel,
omdat hierdoor vooral in Nederland grootte verschillen kunnen gaan
ontstaan in de benutting van de jachtrechten. Zij is voorstander van een
Ministeriële beschikking net zoals nu in de Ff-wet is opgenomen. Alle
provinciale verordeningen zullen weer voor B&B aangevochten worden, dus
nog meer rechtszaken, het streven is immers naar een robuuste wetgeving
die niet door de rechter wordt bepaald zoals nu vaak het geval is, bij
de provinciale ontheffingen, aanwijzingen of vrijstellingen Alleen bij
bijzondere omstandigheden ( lokale situaties) kan de provincie de jacht
sluiten |
| |
Artikel 3.19 lid 2 |
Bij algemene maatregel van bestuur worden
regels gesteld over de uitoefening van de jacht, indien die noodzakelijk
zijn ter uitvoering van internationale verplichtingen. |
Voorstel PAN/NOJG wijzigen in: Bij algemene
maatregel van bestuur worden regels gesteld over de uitoefening van de
jacht, indien die noodzakelijk zijn om de afspraken die Nederland in
internationale verdragen, genoemd in art. 1.1, heeft gemaakt na
te komen.
Er is nu geen enkel verdrag dat spreekt over
een internationale verplichting. Zie tekstvoorstel.
Dit is de "valkuil" in het akkoord van Ganzen
7. Hiermee sluit Vogelbescherming, al wapperend met het akkoord, de
jacht op (1.000.000 ha grasland ) grauwe ganzen en kolganzen tussen 1
november en 15 februari. |
| |
Artikel 19 lid |
Sluiting jacht in bijzondere
weersomstandigheden |
Ook hier dient in een ministeriële regeling te
worden omschreven wat de criteria hiervoor dienen te zijn. Omdat anders
al bij de eerste vorst of sneeuwvlok de jacht wordt gesloten en zeker
omdat dan in gehele land weer andere regels zullen gaan gelden per
provincie.
Duidelijkheid in deze maakt de wet robuuster
en duidelijker |
| |
Artikel 3.22 |
Jachtakte( duur jachtakte) |
De minister heeft in het verleden toegezegd om
de duur van een jachtakte te verlengen van 1 naar 3 jaar de PAN/NOJG
vindt dat dit ivm minder administratieve lasten ook doorgevoerd dient te
worden in de nieuwe wet en hieraan dienen dan ook de duur van de
verzekeringspolissen/bewijzen aangepast te worden. |
| |
Artikel 3.22 lid 2 |
Jachtexamen (overgangsregeling) |
Jachtakte Overgangsregeling (FF-wet en
Jachtwet) voor degene die nooit een jachtexamen hebben gedaan en reeds
vele jaren hun jachtakte hebben, dit geldt voor alle oudere jagers die
reeds voor 01-1-1977 in het bezit waren van een jachtakte. Men kan deze
oudere jagers niet nu ineens gaan verplichten om jachtexamen te doen. |
| |
Artikel 3.22 lid 4 |
Jachtexamen (erkenning buitenlandse
jachtexamens) |
Hiervan dient in een bijlage door de minister
te worden vermeld welke landen wel zijn erkend als gelijkwaardig voor
het jachtexamen. Dit voor de duidelijkheid aanvragers. |
| |
Artikel 3.23 |
Verzekeringsbewijs bij aanvraag jachtakte |
Duur jachtakte en duur
verzekeringspolis/bewijs dienen minimaal gelijk te zijn, dus niet laten
overlappen. Het bedrag dekking dient ook in EU verband vastgelegd te
worden. Dit ivm controle bij aanvraag jachtakte. Hoe moet iemand die via
een jagersorganisatie collectief is verzekerd dit aantonen bij de
aanvraag van zijn jachtakte? Een cpl polis tonen of alleen een
polisnr en verzekeringsmaatschappij met looptijd polis vermelden op het
aanvraagformulier? |
| |
Artikel 3.26 MvT |
Het voorgestelde artikel 3.26, tweede lid,
bepaalt voorts dat provincies bij het verlenen van een vrijstelling voor
schadebestrijding moeten bepalen welke middelen uit de
Benelux-beschikking gebruikt mogen worden. |
Artikel 3.26 middelen Schadebestrijding De
PAN/NOJG vindt dat de Benelux-beschikking als onnodig omdat hier alleen
de middelen voor de jacht worden opgesomd en niet voor
schadebestrijding, zo staat het ook in de beschikking duidelijk
aangegeven. De uitspraak van 2008 is volgens haar een belangrijk punt
wat duidelijk aandacht aan besteed moet worden en ook de politiek
overtuigd moet worden dat die uitspraak heel veel blokkeert om
effectieve schadebestrijding en beheer van diersoorten te kunnen
uitvoeren. Immers in het besluit Beheer en Schadebestrijding diersoorten
zijn ook meer middelen toegestaan dan met de normale jacht. |
| |
Artikel 3.27 lid 2 |
Een ieder verhindert dat een dier dat hem
toebehoort of onder zijn toezicht staat, in het veld dieren
opspoort, doodt, verwondt, vangt of bemachtigt. |
De PAN/NOJG vindt dat de woorden in het
veld verwijdert dient te worden. Een ieder is verplicht te
verhinderen dat een dier dat hem toebehoort of onder zijn toezicht
staat, dieren opspoort, doodt, verwondt, vangt of bemachtigt.
Ook onze huisdier als de kat veroorzaakt
jaarlijks een ecologische ramp (miljoenen stuks)onder de vogels,
zoogdieren en reptielen die in de bebouwde kommen leven, hierdoor is ook
aan deze ramp iets te doen. Nu is het in de steden en dorpen alles mag
want het is immers geen veld. Deze wet legt ook een zorgplicht op die
hierdoor wordt ondersteund . |
|
HOOFDSTUK 8. BEHOUD BIODIVERSITEIT EN
MONITORING |
Artikel 8.1 |
De provincies dragen zorg voor de biologische
diversiteit door het treffen van passende maatregelen voor het in stand
houden van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna op hun
grondgebied. |
Hoe gaat de provincie dit toetsen en welke
criteria en nulmetingen zullen hierop van toepassing zijn? |
|
9. OVERIG |
Overig |
Tegen een op grond van deze wet genomen
besluit, met uitzondering van een besluit als bedoeld in artikel 7.4,
kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State. |
Dit betekent dat de wet boter zacht is gemaakt
en ook ieder besluit door GS , wildsoorten, jacht openingstijden,
vrijgestelde of aangewezen diersoorten of ontheffingen uitvoering
handhaven nulstand exoten, verwilderde diersoorten vatbaar is voor
beroep en bezwaar. De PAN/NOJG vindt dit een onaanvaardbare zaak die de
staat maar ook de betrokkenen onnodig veel geld en werk gaat kosten |
|
10. OVERGANGSRECHT |
|
Ontheffingen soorten; |
alle ontheffingen die reeds zijn afgegeven
blijven die rechtsgeldig v.w.b. de looptijd ervan? |
| |
|
Vrijstellingen soorten :
|
Landelijke vrijstelling van de Zw Kraai, Kauw,
Vos, houtduif, konijn en Canadese gans, hiervan is geen schadeverleden
bijgehouden door het Faunafonds en de gegevens van de schade en de fauna
is niet vast te stellen .
Voorstel Ministeriële aanwijzing van de
landelijke vrijstelling behouden anders overgangstijd van minimaal 5
jaar met duidelijke criteria van wat belangrijke schade is en hoe schade
aan de fauna gemeten dient te worden. Anders opnemen als wildsoort
"overig wild" |
| |
|
Jachtakte; |
Jachtaktehouders van voor 1 januari 1972 reeds
in bezit jachtakte niet genoemd |
| |
|
Examens jachtakte; |
compensatie voor de oudere jagers die al voor
1972 in bezit van een jachtakte waren. |