|
De PAN mocht vandaag weer enkele wijziging ontvangen op de wet
Natuur, die nu in het vervolg Natuurbeschermingswet gaat worden
genoemd.
Zie hieronder de voor ons belangrijke wijzingvoorstellen;
6. Jacht
Streekgebonden en planmatige jacht
Mijn uitgangspunt is dat jacht – als wildbeheer – een
maatschappelijk doel moet hebben, en als instrument kan fungeren
voor de bestrijding van schade en overlast en voor
populatiebeheer. Jacht is dus geen doel op zich.
Naar aanleiding van de geleverde kritiek heb ik het
maatschappelijk doel van de jacht in het wetsvoorstel een plek
gegeven door haar een streekgebonden karakter te geven, tegen de
achtergrond van het internationale principe van duurzaam
gebruik. Dat houdt in dat de jacht overeenkomstig een door een
faunabeheereenheid opgesteld afschotplan moet plaatsvinden. Dit
afschotplan maakt onderdeel uit van het faunabeheerplan, dat
moet zijn goedgekeurd door de provincie. De wildbeheereenheden
voeren het afschotplan uit. Dat betekent dat wie wil jagen, zich
moet aansluiten bij een wildbeheereenheid waarbinnen zijn
jachtveld is gelegen. In het wetsvoorstel is geëxpliciteerd dat
ook anderen dan jachthouders lid kunnen worden van
faunabeheereenheden, waarbij in de memorie van toelichting
duidelijk wordt gemaakt dat dit ook geldt voor organisaties die
het belang van natuur en dieren behartigen. In de memorie van
toelichting wordt tevens
duidelijk gemaakt dat voor soorten waarvan het leefgebied groter
is dan het werkgebied van een faunabeheereenheid, het in de rede
dat de betrokken faunabeheereenheden de inhoud van hun
faunabeheerplannen voor deze soorten op elkaar afstemmen, zo
nodig na interventie op rijksniveau.
Wildlijst
Vragen zijn gesteld over de uitbreiding van het aantal
wildsoorten dat mag worden bejaagd.
Enkele organisaties hebben in hun adviezen gepleit om de lijst
bejaagbare soorten uit te breiden met alle soorten waar de
Vogelrichtlijn en de Beneluxovereenkomst de jacht op toestaan.
Mijn uitgangspunt is een maatschappelijk aanvaardbare invulling
van de wildlijst, wat meebrengt dat voor elke bejaagbare
wildsoort die wordt aangewezen, een afweging moet plaatsvinden.
Daarbij hanteer ik drie criteria:
-
de wildsoorten lenen zich voor benutting,
-
ze komen algemeen voor en kunnen jachtdruk verdragen en
-
de jacht kan de bestrijding en het beheer van deze soorten
ondersteunen.
In de memorie van toelichting onderbouw ik mijn keuzes.
Ganzen
Over de aanwijzing van ganzen als wildsoort is ook kritiek
geleverd, in het bijzonder in relatie tot de stappen die worden
gezet in het kader van het G7-akkoord. Naar aanleiding daarvan
heb ik nu in de toelichting duidelijk gemaakt dat de jacht de
maatregelen die worden genomen voor de schadebestrijding en het
populatiebeheer zal moeten ondersteunen.
Op dit punt is maatwerk nodig. Als een goed beheer van de
populaties of de bestrijding van schade wordt gefrustreerd door
de openstelling van de jacht, dan moet de jacht wat mij betreft
gesloten blijven. Het wetsvoorstel biedt mij de bevoegdheid
daartoe en daarbij te differentiëren naar plaats, tijd en
wildsoort, al naar gelang de behoefte vanuit regionale
initiatieven voor beheer en schadebestrijding. Om de provincies
de ruimte te bieden voor een zorgvuldige afweging of en op welke
wijze de jacht op ganzen een functie kan vervullen in de
totaalaanpak voor de reductie van de ganzenpopulaties in de
verschillende regio’s, is het mijn voornemen om de jacht op de
kolgans en de grauwe gans in elk geval tot 2015 niet te
openen.
Jachthuurovereenkomsten
Naar aanleiding van het schrappen van regels omrent de huur van
de jacht in het consultatievoorstel
hebben Staatsbosbeheer en de Koninklijke Nederlandse Jagers
Vereniging (Ook de NOJG en de PAN hebben hier in alle
bijeenkomsten en commentaren om verzocht en zijn blij dat het
voorstel zoals opgenomen in de wetsvoorstellen zijn verwijdert)
enkele opmerkingen gemaakt. Gevreesd wordt voor
onduidelijkheid in de praktijk maar ook dat te korte
huurtermijnen onvoldoende prikkelen tot investeringen in het
jachtveld. Daarom zijn de regels over jachthuurovereenkomsten,
weer opgenomen in
het wetsvoorstel.
Jachthouders
In het wetsvoorstel wordt naar aanleiding van het commentaar
expliciet geregeld wie gerechtigd is tot het uitoefenen van de
jacht. Het betreft dezelfde regeling als thans in de Flora- en
faunawet is opgenomen
7. Schadebestrijding
Planmatige en streekgebonden aanpak
De grondgebruiker kan net als onder de Flora- en faunawet worden
vrijgesteld met het oog op de bestrijding van schadelijke dieren
op zijn grond en in of aan zijn opstallen.
Het wetsvoorstel geeft de kaders aan waarbinnen provinciale
staten voornoemde vrijstellingen kunnen verlenen. De provinciale
vrijstelling kan uitsluitend worden verleend voor de bestrijding
van dieren van bij algemene maatregel aangewezen vogelsoorten en
zoogdiersoorten. De schade waarvoor vrijstelling kan worden
verleend is beperkt tot schade in de directe omgeving en in het
huidige en volgende jaar. De vrijstelling is tevens beperkt tot
de categorieën schade waarvoor ingevolge het voor de betreffende
soort voorziene beschermingsregime een afwijking van de verboden
toelaat.
Voor het gebruik van deze vrijstelling met gebruikmaking van het
geweer is het handelen op grond van een afschotplan, onderdeel
van het faunabeheerplan, vereist. In het afschotplan kunnen de
beperkingen ten aanzien van de verwachte schade in tijd en naar
plaats worden uitgewerkt. Gedeputeerde staten kunnen het
faunabeheerplan voorts beoordelen op de overeenstemming met de
voorwaarden voor de vrijstelling. Het plan zal echter ook ruimte
moeten laten voor het bestrijden van acuut optredende schades.
Nietigheidsbeding
Het consultatieontwerp bevat – net als de Flora- en faunawet –
de bepaling dat elk beding dat de grondgebruiker belet gebruik
te maken van zijn rechten op grond van een vrijstelling voor
schadebestrijding, nietig is. Verschillende organisaties hebben
kritiek geuit op dit zogenoemde nietigheidsbeding. Zo zou deze
bepaling het aangaan van overeenkomsten tussen terreinbeherende
organisaties en agrariërs voor het beheer van natuurgebieden
bemoeilijken, omdat schadebestrijding vanuit ecologische
overwegingen niet altijd gewenst is. Voorts kan de
grondgebruiker in de overeenkomst een lagere prijs bedingen
indien hij uit hoofde van de overeenkomst in bepaalde gevallen
geen gebruik zal kunnen maken van een vrijstelling voor
schadebestrijding. Ik heb daarom besloten deze bepaling te
schrappen.
Exoten
De zorgplicht is ook van toepassing op exoten. Dat betekent dat
grondgebruikers exoten op hun grond kunnen bestrijden – en
jachtaktehouders met het geweer - mits daarmee een redelijk doel
is gediend, de noodzakelijke maatregelen worden getroffen om
nadelige gevolgen zo veel mogelijk te voorkomen, er geen
verboden middel worden gebruikt en geen onnodig lijden wordt
veroorzaakt.
zie voor meer informatie de gehele brief met de voorstellen;
wetsvoorstel wijzigingen natuurbescherming |