|
Leusden, |
16 januari 2007 |
Brief: |
PA-U002-2007 |
|
Betreft: |
“Het Groene Waas” versus “De Ecologische Hoofdstructuur”; een
wetenschappelijk instituut voor de natuur;
weiland- en akkerlandbeheer; eendenkooien
als werelderfgoed |
|
Aan: |
Informateur |
|
T.a.v: |
Dr. H.H.F. Wijffels |
|
Adres: |
Postbus 20008 |
|
Postcode: |
2500 EA
|
|
Woonplaats |
Den Haag |
Geachte Heer Wijffels,
Deze brief kunt U beschouwen
als een vervolg op mijn eerdere brief van 31
december jl waarin ik reageerde op een brief van 21
december aan U van de “Coalitie Red de
Dierenwelzijnswet”, die U voor kennisgeving hebt
aangenomen met als vermelding uw kenmerk F1 07/179
van 9 januari.
Voor uw gemak, die brief
schreef ik namens een sterk groeiend “politiek front
ter rechterzijde” , een samenwerkingsverband tussen
vogelbeschermingswachten, agrariërs, vissers,
natuurbeherende instanties, ruiters, jagers en
kooikers etc. Dit Front ontstond in 2002 in
Friesland en breidt zich sterk uit in den lande
onder de naam Platteland Alliantie Nederland,
opvolger van de Engelse Countryside Alliance en het
Vlaamse Platform Buitengebied, zusterorganisaties
die zich sterk maken voor en succes hebben met hun
filosofie van verstandig gebruik van en goede zorg
voor de groene ruimte. Ook onze doelstelling in
meest algemene zin.
Het Nederlandse platteland is
van oudsher een schitterend platteland geweest en
vereeuwigd door onze beste schilders door de eeuwen
heen. Het is een voorbeeld voor de hele wereld
temeer omdat het voor een groot deel aan de zee
onttrokken is. Het was kleinschalig en gevarieerd en
heeft door de eeuwen een grote biodiversiteit
gekend.
Het aantal biotopen is op een
relatief klein oppervlak immens en daarmee ook het
aantal soorten planten en dieren, waaronder vele
zeldzaamheden.
In de laatste halve eeuw is het
grootschaliger geworden hetgeen iedere luchtreiziger
aankomend op Schiphol kan zien. Eindeloze vlaktes
met graan, maïs, bieten en aardappelen, als even
zovele biljartlakens, zonder een rommelig vergeten
overhoekje.
En meer en meer beklemd tussen
bouwsels van allerlei aard, groter en lelijker dan
ooit.
De knusse bebouwing van de
Gouden Eeuw tot en met de Negentiende zijn nog
slechts kleine plekken daartussen in.
De grootschalige monoculturen
noodzakelijk om economisch te blijven werken voor de
boer, zijn van geringe biodiversiteit en bieden
weinig aan de natuurliefhebber. Dat heeft in het
laatste decennium geleid tot grootse plannen en ik
noem voor Nederland de Ecologische Hoofdstructuur en
voor Europa Natura 2000. Het doel is om de verloren
gegane biodiversiteit een halt toe te roepen, liefst
weer terug te brengen naar die van vroegere tijden.
Een loffelijk nostalgisch streven dat uitgevoerd
moet worden over vele jaren, over decennia.
Die plannen betreffen ca. een
miljoen vierkante kilometer van het Nederlandse
grondoppervlak plus de kustzee. Een kwart daarvan.
Een typisch kaartje ervan laat de Zeeuwse delta en
kustzee, die van het Waddengebied en de
buitenliggende strook Noordzee, het IJsselmeer en de
Veluwe daaronder zien als grote “groene” vlekken.
De rest van het Nederlandse
platteland is een schaakbord van groen en laten we
zeggen grijs. Van vele vlekken, vlekjes, plekken en
kleine plekjes. Groen en grijs scherp gescheiden.
In het grijs mag iedereen
komen, in het groen niet want dat kan de
biodiversiteit schaden.
Er zou eens een zeldzame
orchidee geplukt worden. Het laatste broedgeval van
de nachtzwaluw zou eens verstoord kunnen worden.
Staatsnatuurreservaten en andere beschermde gebieden
zijn vaak veel minder toegankelijk dan nodig en niet
alleen jagers, vissers en ruiters, maar ook
fietsers, wandelaars en andere recreanten worden
buitengesloten van de mooiste plekjes van Nederland.
Ze zouden net zo goed in Nieuw Zeeland kunnen liggen
wat hun betreft.
Zelf beschreef ik ooit als
student biologie met mijn mede studenten het biotoop
dat nu heet het “heischrale grasland” en wel dat van
de Berghofweide bij Wylre boven Stokhem. Een
uiterst zeldzaam biotoop, waarin machtig veel zeer
zeldzame orchideeën en met hoge biodiversiteit van
plant, paddenstoel en dier. Het is ontoegankelijk
voor het publiek. Wie heeft daar wat aan? Een
openbaar pad erdoor heen kan heus geen kwaad.
De Ecologische Hoofdstructuur
zal een verdere scheiding gaan inluiden van groen en
grijs met scherpe grenzen. Denk aan de corridor door
Flevoland van de Oostvaardersplassen naar de Veluwe,
om de uitgezette (die daar niet thuishoren) meer
Lebensraum te bieden. Ten koste van moderne
winstgevende melkveebedrijven?
Maar is dat wat we nog steeds
willen? Waarom niet minder scherpe grenzen tussen
groen en grijs? Waarom geen natuurlijke overgangen
zoals vroeger? Waarom hekken en verbodsbordjes?
Waarom wel een patrijs – als indicator van een
prachtig akkerland biotoop nu grotendeels verdwenen
– in een groen gebied en niet in een grijs gebied?
Waarom niet dat biotoop van
akkeronkruiden vol muizen, leeuweriken, torenvalkjes
en fazanten terugbrengen in alle akkerbouwgebieden
ook al leidt dat niet tot nog meer zeldzame soorten?
Liever minder zeldzame soorten, maar meer flora- en
fauna en variatie in het landschap. Hiervan kan
iedereen genieten, wanneer men in het buitengebied
is. Dus niet alleen de bezoeker van een
natuurreservaat, die weken van te voren een
vergunning heeft aangevraagd en dan onder
begeleiding het groene heilige der heiligen in mag.
Waarom niet opteren voor Een
Groen Waas over Nederland als alternatief voor
het groene en grijze dambord van de Ecologische
Hoofdstructuur? Waarom niet de boeren de
mogelijkheid geven, daar in het hele land aan mee te
helpen? Middels langdurige contracten van twintig
jaar met “vastigheid”voor de bedrijfsvoering van de
betrokken agrariërs, dus geen kortdurende
braaklegregelingen met marginale vergoedingen zolang
als het duurt. Bijvoorbeeld voor drie procent van
het hele boerenland en zonder betutteling. Geef
creativiteit een kans ook al zou dat
”wetenschappelijk” niet verantwoord zijn. Het
gezonde boerenverstand bestaat nog, sterker nog, het
is nooit weg geweest
De Platteland Alliantie bestaat
uit mensen die de natuur liefhebben, maar die
tegelijkertijd met beide benen op de grond staan en
zich meer en meer afkeren van de excessen die het
streven naar maximale biodiversiteit met zich
meebrengen. Het kan best wel wat minder en tradities
dienen te blijven en niet hiervoor ondergesneeuwd te
worden.
Het rapen en beschermen van
kievitseieren is zo’n oeroude traditie, niet alleen
geworteld in het plattelandsleven van de nuchtere
Friezen, maar ook buiten die provincie. Het gevecht
om dit te behouden is ronduit pathetisch. Het kost
nog steeds tienduizenden euro’s per jaar om een en
ander juridisch ieder jaar weer in orde te krijgen.
En het compromis is daarna zo slecht, dat het de
kievitenpopulatie niet ten goede komt.
De tegenstanders hebben zich
wat dit prestige project van het platteland betreft
ingegraven, waarbij ze vaak volledig gespeend zijn
van inhoudelijke kennis en echte liefde voor de
natuur en het platteland. Ze willen het platteland
herinrichten naar hun eigen ideeën niet gestoord
door kennis van zaken. De “echte” wetenschap is
verheven boven die van de plattelandwetenschapper
(ik citeer gedeputeerde Vos van GroenLinks, die toen
ze nog in de Tweede Kamer zat en een rapport over de
rol van vossen verdedigde dat inhoudelijk zo slecht
was dat heel Nederland op het platteland er eens
hard om gelachen heeft). Maar die “echte wetenschap”
is vaak zo vals als maar zijn kan.
Zie wat dit betreft ook mijn
uitgebreide rapportage aan de Tweede Kamer – en
kritiek van vele kanten - als voorbereiding op het
AO van vijf oktober jongstleden en de motie over de
overzomerende ganzen, waarin van het rapport van Van
der Jeugd c.s in opdracht van LNV in het kader van
het Beleidskader Ganzen, geen spaan heel bleef en
het Beleidskader Ganzen uit elkaar spatte.
Om voornoemde reden heb ik
vorig jaar onze Minister President schriftelijk
gevraagd om in Nederland te komen tot een
Wetenschappelijk Instituut voor de Natuur, waarvoor
wellicht nu de tijd rijp is, naar het goede
voorbeeld in Engeland. Politiek neutrale wetenschap
hebben we hard nodig . De beunhazerij met subsidies
her en der, richt grote schade aan en schept
verwarring bij de leek.
Voor inhoudelijke details
betreffende het weidevogelbeheer, refereer ik naar
een brief van Dr. Ir. A Osinga van 15 juni 2006,
destijds de voorzitter van de Friese Bond van
Vogelwachten, aan de Minister van LNV, namens de
Friese Platteland Alliantie. In het kader van de
vorig jaar afgesloten evaluatie van de Flora en
Faunawet.
Een ander voorbeeld waar
Nederland in zijn bestuur schromelijk tekort schiet
is het handhaven in goede staat van vangende
eendenkooien waarvan er nog 118 zijn en er duizend
waren. Prachtige stiltepunten met grote
biodiversiteit in het land, in negen van de twaalf
provincies,met een totaal oppervlak van 30.000
hectare.
Staatsbosbeheer is eigenaar van
wel dertig eendenkooien maar velen zijn niet meer in
gebruik en in verval. Verstoring en predatie rondom
de kooien is slecht geregeld, van herregistratie is
nog nauwelijks sprake en de verlenging van het
jachtseizoen voor de kooikers is tussen wal en schip
gevallen.
Voor inhoudelijke argumentatie
hieromtrent verwijs ik naar brieven van de
Eendenkooikersvereniging van 1 juni 2006 aan de
Voorzitster van de Vaste LNV commissie in de Kamer
en van 8 december jl aan de Minister van LNV, door
F.J.A. baron van Verschuer, Voorzitter.
Waar ik me als Voorzitter van
de Nederlandse Platteland Alliantie bij aansluit. En
het wil memoreren omdat het in deze rijke dagen van
het Koninkrijk een regelrechte schande is, want U
weet als geen ander, als voormalig Directeur van
Natuurmonumenten, dat het bedrijf der eendenkooikers
een Nederlands werelderfgoed is en als zodanig
geregistreerd zou moeten worden. Al is het alleen
maar om de biodiversiteit die zo hoog in het vaandel
staat te behouden. En niet alleen binnen de EHS.
Met kieviten in weiland en patrijzen in akkerland
Groeit de biodiversiteit op ‘t platteland
Met d’eendekooien als werelderfgoed
Smaakt het zuur voor ons weer zoet
Geachte Informateur,
Er is nog veel meer aan de hand
op het platteland dat onder de voet wordt gelopen in
deze dynamische tijden van globalisering. Ik smeek U
aan de fractieleiders deze boodschap door te geven.
Ga het land in en leg uw oor te luisteren, ben geen
gewillig dienaar van wat zich wetenschap noemt en
maar al te vaak zijn eigen doel nastreeft, met name
in de waze wetenschap die we ecologie noemen en die
nog lang niet tot volle wasdom is gekomen. En te
sterk politiek gekleurd is.
U opnieuw sterkte toewensend in
uw pogingen om dit land – met name het platteland -
op de rails te houden in deze woelige tijden,
verblijf ik met de meeste hoogachting en een Groene
Groet,
Dr. J.H.M. Hilgers (bioloog)
Voorzitter Platteland Alliantie
Nederland