Aan de Voorzitter van de Vaste Kamercommissie
LNV
Tweede Kamer der Staten Generaal
Mevrouw J.M.G. Schreijer-Pierik
Postbus 20018
2500 EA ‘s Gravenhage
Betreft : Uw kamervragen van 14 april j.l. met antwoord DN.2008/1468
Geachte Volksvertegenwoordigers,
Wij geven hierbij ons commentaar op het antwoord van de Minister van LNV
naar aanleiding van Kamervragen d.d. 14-04-2008 door Mw Schreijer-Pierik
en Ormel. over het uitzetten van wolven in de Oostvaardersplassen (OVP).
Uw vragen werden opgesteld naar aanleiding van de persberichten naar
aanleiding van de presentatie voor de pers van de Ontwikkelingsvisie
Oostvaardersplassen zoals opgesteld voor Staatsbosbeheer (SBB), april
2008. Ondergetekende, Dr G.F.de Boer, was daarbij aanwezig namens de
Plattelandsalliantie, Afd. Flevoland i.o.
Wij geven hierbij ons (ongevraagd) commentaar ten einde U bij verdere
beraadslaging te voorzien van meer achtergrond informatie. We volgen
hierbij het antwoord van de Minister van LNV, dd 25 april 2008,
DN.2008/1468
1,2 en 6,Wolven:
Wij zien de wolven, tijdens de presentatie door SBB (Frans Vera) met
veel meer nadruk gepresenteerd dan in de tekst van de Ontwikkelingsvisie
is beschreven als sleutelsoort voor herstel van de “oernatuur”, als een
strategische zet van SBB. We hebben de indruk dat SBB in de eerste
plaats wilde zwijnen wil introduceren ten einde de biodiversiteit van de
flora te bevorderen. Dit is een zeer discutabel standpunt, nog afgezien
van extra druk op het voedselaanbod in de OVP en de volgende aanwas van
de zwijnenpopulatie.
De minister vindt de discussie over introductie van wolven prematuur.
Wat zij daarna schrijft, is belangrijk. De minister wil primair de
adviezen van het International Committee on the Management of the
Oostvaardersplassen (ICMO )(1) goed implementeren. Deze commissie van
internationale deskundigen werd ingesteld nadat in het voorjaar van 2005
een maatschappelijk discussie op gang kwam. Dit nadat in korte tijd 337
edelherten, 235 heckrunderen en 131 konikpaarden verhongerden en
hierover, na overleg met de Vereniging tot Behoud van het Veluws
Hert. Kamervragen werden gesteld en een spoeddebat werd gevoerd,
aangevraagd door de heer Ormel. De commissie, onder leiding van de oud
staatssecretaris Natuurbeheer, de heer Gabor, kwam in juni 2006 met een
bindend advies.
5, Natura 2000 doelen:
De Natura 2000 doelstelling is vooral gericht op het behoud van de
biodiversiteit van flora én fauna. Dit zal o.i. niet lukken met de SBB
doelstellingen, zoals verwoord in de Ontwikkelings visie OVP. Wij
krijgen de indruk dat SBB de Natura 2000 doelstellingen ondergeschikt
maakt aan het experiment gericht op “herstel van de oernatuur” als
experiment.
Het gevoerde beheer in de afgelopen jaren heeft juist een sterke
achteruitgang van de biodiversiteit opgeleverd. Aan de hand van
representatieve waarnemingen in de jaren 1997, 2002 en 2007 heeft Rob G.
Bijlsma de teloorgang van verschillende broedvogelpopulaties
beschreven(2), zijnde een publicatie van SBB regio Oost.
Voorts hebben onderzoekers van Rijkswaterstaat/RIZA gedurende de periode
1995- 2006, in opdracht van SBB, onderzoek verricht over de flora én
fauna in de OVP. We hebben de directeur van SBB gevraagd wanneer dat
onderzoekrapport wordt vrijgegeven cq het verzoek gedaan dit rapport te
mogen inzien. Tot op heden lijkt SBB niet genegen gedetailleerde
gegevens te verstrekken. Wellicht kan uw Kamercommissie aandringen op
openbaarmaking van alle beschikbare cijfers.
De Ontwikkelingsvisie Oostvaardersplassen omschrijft ook plannen voor
het doorsteken van een (zomer)dijk tussen het natte en droge gedeelte
van de OVP. Op lange termijn zou hiermee de biodiversiteit zijn gediend.
Dit zou wederom een aanslag op zeldzame vogelsoorten inhouden. Zie
Bionieuws van 10 mei 2008(3) , artikel van Jan Vermaat ecoloog aan de
Universiteit van Utrecht. Het is van groot belang om een
holistische visie ten aanzien van het gehele Markermeergebied, en EHS,
te ontwikkelen. Het vergroten van het natte deel in de OVP is geheel
overbodig nu twee moerasgebieden in het Markeermeer zijn gepland door
het Samenwerkings-verband Markermeer-IJmeer (zie
www.markermeerijmeer.nl) ,
een toekomstvisie opgesteld in opdracht van de provincies Flevoland en
Noord-Holland.
7: Natuurlijk beheer:
De kuddes Heckrunderen en Konikpaarden worden in de wintermaanden niet
bijgevoerd en verkeren in het voorjaar voor een belangrijk deel in een
zichtbare staat van ondervoeding. Tijdens de excursie in april, met de
vertegenwoordigers van de pers, bleek dat alle nauwelijks gras of blad
een kans krijgt uit te groeien. Voor de Heckrunderen en Konikpaarden
zou het redelijk constant blijven van de huidige kuddes worden verklaard
met het overslaan van de ovulatie, eens per twee jaar. De
hertenpopulatie groeit nog wel.
Soelaas voor het voedseltekort zou worden gevonden in de uitbreiding van
het leefgebied van de OVP met 650 HA Hollandse Houtbos ten oosten van de
Knardijk, een idee dat voor het eerst in het ICMO rapport opduikt. Dit
is een bosgebied vlak bij Lelystad en in de richting waarvan een
omvangrijke stadsuitbreiding is gepland. Het afsluiten van dit bosgebied
zal publicitair slecht uitpakken. Inwoners van Lelystad zouden wel eens
massaal kunnen gaan protesteren als in het grootste recreatiebos van de
gemeente allerlei beperkingen gaan gelden. Ook zal het beleid zoals
wordt voorgestaan door SBB, het door laten groeien van populaties
richting ecologische draagkracht, op termijn ook leiden tot verdere
afname van biodiversiteit. Nog afgezien van het feit dat hiermee het
probleem van de OVP, geen jaar-rond voedselaanbod in tegenstelling tot
de Veluwe, ook niet wordt opgelost.
De uitgangspunten van het beheer in de OVP dienen te zijn: De
Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren (GWWD), de Destructiewet en de
Flora-en Faunawet. Voor meer specifieke regelgeving zijn er: de Leidraad
Grote Grazers(4) en het ICMO advies(1). In de GWWD staat artikel 36
centraal, met name lid 1 en lid 3. (zorgplicht voor elk dier).
De Leidraad heeft drie pijlers:
1) preventie,
2) ingrijpen bij lijden, en
3) bestrijding van dierziekten
SBB beheert de populaties niet preventief, maar grijpt slechts in bij
uitzichtloos lijden. Kiezen voor deze insteek staat op gespannen voet
met de wet, de Leidraad zelf én het ICMO advies. Uit het schema dat
door SBB wordt gehanteerd om zorgvuldig met afschot om te gaan worden
slechts die dieren geschoten die in conditiescore 1 worden aangetroffen
en daarbij benaderbaar zijn tot 3 meter met een auto ! (zie Grote
Grazers in de Oostvaardersplassen Procedure zorgvuldig
omgaan met afschot, juni 2007 (5) ). Dit ondanks het feit dat het ICMO
advies aangeeft dat afschot in een eerder stadium dient plaats te
vinden.
Tot slot geven wij enkele kanttekeningen bij deze SBB publicatie,
waarvan het voorblad in kopie wordt bijgevoegd om aan te geven dat de
argumentatie sterk “voor de eigen parochie” is bedoeld, o.a;
“Het ICMO gaf in haar uitgebracht advies een steun in de rug voor het
gevoerde beleid”
………….ICMO rapport: het gevoerde beleid moet anders worden
uitgevoerd.
“Een van de aanbevelingen van de commissie is het zorgvuldiger omgaan
met afschot”
…………ICMO aanbeveling 5.1: Niet zorgvuldiger maar eerder !!
“Het ICMO advies heeft geleid tot ethische richtlijnen”
…….… die waren er al eerder.
De beantwoording door de Minister, opgesteld door SBB, was in eerste
instantie voor ons aanleiding U van advies te dienen over het beheer in
de OVP in de toekomst. Namens de Plattelandsalliantie Afd. Flevoland
i.o. zouden wij graag een afspraak maken voor nader overleg over de
voorliggende toekomstvisies opgesteld door SBB en het
Samenwerkings-verband Markermeer-IJmeer.
Met vriendelijke groeten,
Dr Gerben F. de Boer
namens
de
Platteland
Aalliantie
Nederland, Afd. Flevoland i.o.
Voetnoten:
(1) ICMO advies, juni 2006
(2) Bijlsma R.G. 2008. Broedvogels van de
buitenkaadse Oostvaardersplassen in 1997, 2002 en 2007 A&W rapport 1051.
Altenburg & Wymenga, Veenwouden.
(3) Bionieuws van 10 mei 2008 artikel van
Jan Vermaat, RUU
(4) De Leidraad Grote Grazers, 19-1-2000
(5) Grote Grazers in de Oostvaardersplassen
Procedure zorgvuldig omgaan met afschot, juni 2007.