|
Bron: DE STENTOR
door Paul Hartman
VELUWE - Op de Veluwe is een zeldzame
aasvlieg (Meroplius Minutus) gespot die sinds begin vorige
eeuw te boek stond als uitgestorven, zo meldt Vereniging
Natuurmonumenten.
De vlieg is aangetroffen in een dood
dier, deze laat Natuurmonumenten altijd liggen op haar
terrein. Het gaat hier om kadavers die door de organisatie
zelf zijn geschoten.
De werkwijze stuit echter op veel
verzet, vooral onder jagers. Dr. Jo Hilgers van de
Platteland Alliantie Nederland (PAN) is fel tegenstander van
de aanpak van Natuurmonumenten en neemt het, naar eigen
zeggen, op voor de jager. "Kadavers in het wild stinken
vreselijk, vooral 's zomers", zegt hij. "Daarnaast ontstaat
er overlast van vliegen. De insecten leggen hun eitjes in de
overblijfselen en binnen drie dagen lopen de maden eruit."
Hilgers maakt verder bezwaar tegen de "vleesverspilling."
Eddie Nijenhuis en Jaap Hovenkamp van
Natuurmonumenten Noordwest-Veluwe zijn het niet eens met de
beweringen van Hilgers. "Allereerst leggen wij de karkassen
op ruime afstand van de wandelpaden, op plaatsen waar geen
publiek komt", zegt Nijenhuis. "Daarnaast valt het wel mee
met die vermeende stankoverlast. Zelfs van grote kadavers is
de stank binnen enkele uren verdwenen." Daar komt volgens de
boswachters bij dat overblijfselen relatief snel zijn
verdwenen. "De afbraak van een dood dier verloopt zeer snel.
Binnen een paar dagen tot enkele weken wordt een pas gedood
dier compleet opgegeten." Ook de genoemde verspilling van
vlees vindt Nijenhuis geen argument. "Op een gemiddelde dag
in Amsterdam wordt meer vlees weggegooid dan door ons in een
heel jaar", aldus de boswachter.
Hilgers beweert verder dat het
vossenbestand explosief groeit door de aanpak van de
organisatie. "Vossen zijn aaseters", zegt Hilgers. "De
vossen op de Veluwe hebben nu de zomer van hun leven en
zullen zich als gevolg hierop ook weer exponentieel gaan
vermenigvuldigen."
Volgens Nijenhuis valt dit wel mee.
"Vossen jagen voornamelijk op klein wild, zoals muizen, en
leven niet noodzakelijk van grote karkassen. Wij hebben
zelfs gemerkt dat het vossenbestand op ons terrein lager is
dan op andere locaties." Het jagen op vossen acht Nijenhuis
ook overbodig. "Als je de dieren afschiet dan gaan zij hun
doden compenseren. Meer voortplanten dus. Laat je ze met
rust dan stabiliseert de stand zich."
Natuurmonumenten heeft zich als doel
gesteld het natuurlijk proces zoveel mogelijk zijn gang te
laten gaan op haar terreinen. "De betekenis van dode dieren
op de Veluwe voor de biodiversiteit is zeer groot",
verklaart Nijenhuis. "Uit onderzoek is gebleken dat zo'n
20.000 insecten leven van het lijk van een wild zwijn."
'Kadavers in het wild zorgen voor
overlast. Zij stinken vreselijk, vooral 's zomers.'
|