I HAVE A DREAM 

 

"I have a dream" hoeft niet in het Nederlands vertaald te worden. Sterker nog "I have a dream" doet meer bellen rinkelen dan "ik heb een droom". Het werd keer op keer dwingend herhaald in een beroemde toespraak van Martin Luther King toen hij opkwam voor de gelijkberechtiging van het zwarte volk in zijn land. In die toespraak zette hij zich niet af tegen de onderdrukker, dat was irrelevant voor hem. Hij beschreef de droom van een Amerika waar iedereen gelijk is voor de wet – iedere zwarte man en vrouw werk heeft en ieder zwart kind naar school kan - en hoe in zijn land geluk zou zijn weggelegd voor eenieder onafhankelijk van de huidskleur.

"I have many a hunter’s dream", dromen van een gepassioneerd jager, na een rijk jachtleven en een scala van ervaringen op jachtgebied, vooral in Nederland, maar ook in de Verenigde Staten inclusief Alaska, Canada, Schotland en Engeland, Zweden, Duitsland, België, Frankrijk, Tsjechië, Hongarije en in Afrika met name in Namibië en Zuid-Afrika en tenslotte in Azië in Indonesië, over de toekomst van het jachtveld, de jacht en jager daarin in Nederland. Alsof de jacht nog toekomst heeft in Nederland, zal menigeen zich hier afvragen?

Alsof de jacht geen barbaarse bezigheid is uit lang vervlogen tijden en allang niet meer van deze tijd is? Niets is minder waar, want er is een "revival" van de jacht wereldwijd, waarvan de meesten onder U niet op de hoogte zijn. Want het tijdperk van de "sustainable" jacht is aangebroken, waarbij de opbrengsten vooral ten goede komen aan de lokale bevolking. Die vaak te arm is om zelfs maar goede gezondheidszorg te krijgen, met name in oostelijk Afrika.

En in hoeverre is de jacht in Nederland vergelijkbaar met de jacht in andere landen? Wat voor maatschappelijke betekenis heeft de jacht hier en elders? In Kenia is in de zeventiger jaren van de vorige eeuw de jacht verboden en dat land is zonder meer het mooiste jachtland ter wereld. Hoe wordt er nu in Kenia tegen de jacht aangekeken en hoe staat het nu met de appreciatie van de jacht, nu aan het begin van de 21ste eeuw en in vergelijking met – pakweg - honderd jaar geleden?

 

Honderd jaar geleden toen het vuurwapen voor de jacht vervolmaakt was en de grote slachtingen begonnen van de trekduif die uitstierf en de bizon die net niet uitstierf in Noord-Amerika en de vernietiging van het schitterende grootwild en hun enorme kuddes antilopen van het Zuid-Afrikaanse veld tot de Oost-Afrikaanse savannes.

De droom van een jager in Afrika

Toen als onmiddellijke reactie daarop de grootwildjagers Roosevelt en Kruger de eerste natuurreservaten creëerden, het Yellowstone en het Kruger Park. Totdat een halve eeuw later Kenia’s Serengeti beschermd werd voor de onverantwoordelijke blanke jager en uiteindelijk de jacht geheel en al werd afgeschaft, nu ongeveer een kwart eeuw geleden.

Op slechts enkelen na van de lezers van dit essay en die enkeling zal waarschijnlijk in Afrika gejaagd hebben, zullen ze zich niet realiseren dat de jacht nu beschouwd wordt als de redding van de grote Afrikaanse landschappen met al die prachtige hoefdieren en roofdieren en de enige redding van de bevolking van de droge gebieden om uit de armoede spiraal te raken. Ik refereer hierbij aan een boek uitgebracht precies in het jaar 2000 door Kluwer, waarvan de hooggeleerde Herbert Prins van de Resource Ecology leerstoelgroep in Wageningen de belangrijkste auteur was. Een boek dat ik gisteren, toen ik hem voor het eerst ontmoette, cadeau kreeg.

De titel is "Wildlife conservation by sustainable use" en in hoofdstuk 22 met conclusies van Grootenhuis en Prins staat in een zin de essentie van de boodschap: "If you want to make money out of wildlife go to South Africa, if you want to enjoy seeing wildlife go to Kenya". In Kenia is zowel binnen als buiten de reservaten de helft der grote grazers en roofdieren verdwenen ondanks het verbod op de jacht drie decennia geleden. In Zuid-Afrika is de wildstand en tegelijkertijd daarmee het ecosysteem behouden en zelfs enorm verbeterd, met behulp van het vele geld dat jachttoeristen er voor over hebben om te mogen jagen en een trofee plus mooie herinnering – een spannend verhaal bij het kampvuur na de jacht - er aan over te houden.

De rijkste toeristen zijn jachttoeristen, zij besteden kapitalen en met dat geld kan winst gemaakt worden en daarbij milieu en de fauna weer opgeknapt worden uit eigenbelang, maar alleen als het volk zelf dat geld krijgt. Is dat geld er niet, verdwijnt het naar de overheden toe, dan loopt de hoeveelheid wild niet alleen terug, maar dan verkommerd ook het biotoop.

afzoeken Savanne door Jo Hilgers en zijn gids

Van alle manieren om het land te benutten, van nomadische veehouderij tot vleeshouderij van gedomesticeerde runderen en zelfs geïrrigeerde landbouw, is het jachttoerisme het meest lucratief gebleken in de meeste savannes en halfwoestijnen. Het is in de termen van de auteurs: "A justified option for sustainable land use in African savannas".

De jacht door kapitaalkrachtige toeristen moet de afname van het biotoop en zijn wild tot staan brengen, de jacht is de redding voor het fantastische schouwspel der trekkende wildebeesten, zebra’s, impala’s etc. met hun grote roofdieren zoals de leeuwen en cheetahs en alles wat daarmee samenhangt. De jacht is de belangrijkste bron van inkomsten geworden in het Zuidafrikaanse veld, de Namibische bush en de Tanzaniaanse savanne. Het is van economisch groot belang voor de landen van zuidelijk en oostelijk Afrika om de jacht zo te regelen dat het geld ten goede komt aan de lokale bevolking, die daarmee een groot eigenbelang krijgt in het onderhouden van de natuur en zijn fantastische fauna.

Met andere woorden, jagers van de hele wereld help de mooiste fauna op aarde in stand te houden, door goed te sparen voor een jachttrip naar zuidelijk of oostelijk Afrika. Zoals mijn laatste jachttrip van een week naar Namibië, in Okahandja waar de zwarte en witte Nossob ontspringen, met een vriend in het voorjaar van 2006, toen we pakweg tienduizend euro hebben besteed om vijf dieren te schieten, waarvan de trofeeën nu aan muren hangen in Nederland. Een wildebeest, een kudu, een hartebeest, een springbok en een wrattenzwijn. Oude dieren met kapitale trofeeën voor hun soort.

Een jachttrip waarover niet alleen gesproken wordt na een jachtdag in Nederland, maar ook met familie, vrienden en gasten die thuis komen en de trofeeënverhalen graag horen, waarbij mannelijke tieners vaak aan je lippen hangen en jouw dromen overnemen. Verhalen die nog tot in het nageslacht zullen voortleven, waarschijnlijk meerdere generaties.

Jo en zijn grootste blauwe wilde beestEn waarbij de oude halfblinde wildebeest bul, die al uit de kudde was gestoten, het verhaal van de dag is, omdat zijn trofee bij de tien grootste hoorde van Namibia van de laatste eeuw. En als U meer over dit avontuur wil weten, lees dan mijn Memoires die ik "The Hilgers’ Way not the Hemingway" heb genoemd. Hier een voorproefje in de vorm van een gedicht, want voor mij is jagen passie en daar horen niet alleen dromen en verhalen maar ook gedichten bij.


Ode aan een blauw Wildebeest

 

De immense kuddes op de savannes van Kenia

Vredig grazende gnoes als symbool van Afrika

Trekkend door de gevaarlijke krokodillenrivier

Waren op mijn netvlies gebrand maar ver van hier

 

Hier in het land van de Kalahari en de Namib

Hier in de nu grazige graswoestijnen van Karibib

Hier jaagde ik op het blauwe wildebeest

Hier vierde ik mijn mooiste jagersfeest

 

Oude bullen worden door de kuddes verstoten

Ze blijven in de buurt van hun soortgenoten

Ze vormen territoria rond hun gezamenlijke kroost

Slechts dit is in hun ouderdom hun schrale troost

 

De ouden blijven op gepaste afstand van elkaar

Wie weet helpen ze nog tezamen bij dreigend gevaar

Wie weet wat er in hun hersenen speelt

Wie weet hoeveel liefde en leed ze hebben gedeeld

 

De halfblinde was een gouden gnoe groot en sterk

Van koptrofee tot schouder tot schoftig achterwerk

Hij was slim en uitgekookt en nog immer snel

Hij zag de jager komen en herkende hem wel

 

Nog was daar het gebrom van dat grote vierkante dier

Weer waren daar de tweebenige stippen nu bijna hier

Ze kwamen geluidloos en onzichtbaar naar hem toe

Hij schrok nog een keer wakker werd daarna dodelijk moe

 

Hij zal worden opgetekend in de annalen van Namibia

Hij is het ultieme symbool van de jacht in Afrika

Hij leefde nog in uitgestrekte vrije wildbaan

Niemand die hem ooit zei waar hij moest gaan

De droom van een jager in Amerika

Maar zult U zeggen, zuidelijk en oostelijk Afrika is Nederland niet en qua jacht is het totaal onvergelijkbaar. Goed waarde lezer dan neem ik U mee korter bij huis. Als wetenschapper in de medische biologie reisde ik vaak en veel naar de USA en Canada.

En ik heb er vele malen gejaagd en daarnaast ook gevist met de vliegenhengel op steelhead, forel en zalm. Met name op eenden en ganzen jaagde ik, waarbij ik dan voor mijn jachtvergunning een zegel moest kopen, een "stamp" met een eend erop. De eend van "Ducks Unlimited" - vrij vertaald - de club die streeft naar een ongelimiteerde eendenstand.

Voor iedere jager in Noord-Amerika een begrip, voor Europeanen abracadabra, zelfs voor de meeste jagers. De club werd opgericht in de twintiger jaren toen er grote droogte heerste ten tijde van de "dustbowl", toen de moerassen waar de eenden zich in ophielden massaal droogvielen. De eendenstand, toch al onnoemelijk gedecimeerd met het geweer vanaf het einde van de 19de eeuw, liep terug tot een historisch dieptepunt. Er moest iets drastisch gebeuren om dit nog te redden.

Jo en zijn ganzen en eenden in AmerikaIedere Amerikaan met een modaal salaris moet kunnen jagen, de jacht is er volledig gedemocratiseerd en in zogenaamde "public areas", die wij niet kennen voor de jacht in Nederland (we kennen ze wel in de vorm van reservaten maar daar is jacht niet toegestaan) kan gejaagd worden mits je een "duckstamp" koopt, maar dan afhankelijk van de stand bijvoorbeeld maar twee weken van het jaar – het opengestelde seizoen voor dat jaar – mag jagen en maar twee eenden per keer mag buitmaken. Bij een hogere stand wordt het volgend jaar het jachtseizoen verlengd en de limiet per dag verhoogd en omgekeerd.

Het werd een van de grootste financiële succesverhalen van het wereldwijde jachtgebeuren. Het leverde en levert tot de dag van vandaag zeer veel geld op, geld dat in zijn geheel wordt gebruikt om het biotoop voor eenden en tezelfdertijd ook ganzen te optimaliseren en zoveel mogelijk wetlands in stand te houden en daarnaast de trekwegen en de broedgebieden in Alaska te beschermen. De stand aan eenden maar ook ganzen is fenomenaal te noemen en eenieder, ook met een kleine portemonnaie kan er jagen met kans op een redelijke buit voor de pot. Ook jachttoeristen uit Europa.

Voor de goede gang van het betoog val ik hier in herhaling: het behoud van de wetlands in verband met de jacht op eenden en ganzen is al bijna een eeuw lang en wordt tot nu toe, tot op grote hoogte betaald met geld van de gebruikers ervan, de jagers. Hoe verhoudt zich dit tot Nederland - tot vier jaar geleden - het mooiste Europese land voor de waterwildjacht?

Met een schathemeltjerijke jachtvriend jaagde ik een tiental jaren op de Friese Meren – de zuidelijke en noordelijke Fluesssen, het Zandmeer en Grote Gaestmeer, de Morra en de Geeuw - en daarvoor werd ca. tachtigduizend gulden aan jachthuur betaald per seizoen - een Godsvermogen dus - waarvan twee a drie loonwerkers werden betaald door de jachthouder, de Rijksdienst der Domeinen, voor onderhoud aan hun plasgebieden.

Na de Europese Vogelrichtlijn werd dit onmogelijk en werd de jager beleefd verzocht niet meer te jagen in de mooiste gebieden van Nederland en mocht hij zijn geld op zak houden en alleen nog maar erover dromen. Er was inmiddels van Rijkswege geld genoeg en voldoende ecologen die het eeuwenoude systeem op de helling wilde zetten en wisten wat goed, wat beter was voor het volk op het platteland, voor de natuur, de wildstand en de biodiversiteit in het algemeen.

En daar hoorde de spectaculaire waterwildjacht niet meer bij. De politiek begon zich te bemoeien met de jacht onder druk van een nieuwe filosofie over de manier waarop de mens met de natuur moest omgaan. De jacht diende uitgebannen te worden, die was immers niet meer van deze tijd. Ondanks een overvloed aan eenden en meer en meer ganzen. De geest was uit de fles, waarvoor de ecologie (a narrative science!) met vaak onthutsend politiek gekleurde conclusies van veldwaarnemingen, medeverantwoordelijk gesteld mag worden en waarbij de Nederlandse anti-jachtlobby – uniek in de wereld in fanatisme - haar "finest hour" had. Het vertrouwen van de jager in de politiek werd verbroken en is tot nu toe niet hersteld.

Een droom was vervlogen, een droom over de mooiste waterwildjacht die ik genoten heb in Friesland. Slechts verhalen en gedichten bleven over.

Met Henk op d’Olde Karre van de zuidelijke Fluessen

Met in de rug een stevige bries uit het zuidwesten,

Tussen bruine, zachtwuivende rietstengelresten,

Op het kabbelende water in de drijvende hut,

Met stevige palen tegen stormen gestut,

De ochtend glorend in het gezicht,

De lokkers zachtjes trekkend aan hun gewicht,

Zich richtend aan hun touwen in de wind,

Lint na evenwijdig lint,

Met als achtergrond de verre vaargeultonnen,

Is de dag en de jacht aan d’Olde Karre nu begonnen.

Eerst nog stippen aan een schemerende lucht,

Snel wiekend in zwenkende vlucht,

Gekleurd en getekend nu en duidelijk zichtbaar,

Cirkelen de smienten zonder misbaar,

Zoekend naar hun vermeende soortgenoten,

Komen ze over de lokstal aangefloten.

Eer de jager verbouwereerd zijn wapen richt,

Stijgen ze omhoog, geschrokken van zijn gezicht.

Maar de grote groep draait fluitend weer erbij

En nu spreken de geweren zij aan zij.

Kaarsrecht peddelend boven de horizon

Snellen de kuifeenden tussen wolk en zon.

Donkerzwart van boven met felwitte buik,

Plotseling reagerend in zeilende duik,

Vallen ze tussen de lokkers in

En zwemmen nietsvermoedend naar hun zin.

Wij maken ons staande kenbaar

En met tegenzin en een schrikkend gebaar,

Vliegen ze stijl uit het water omhoog

En verlaten de onheilsplek in grote boog.

Het karren van de roodkoppen klinkt als muziek in de oren,

De tafeleenden laten zich luid en duidelijk horen.

We karren terug in dit spel van hoogverraad,

Maar de vogels bespeuren het onraad.

Vliegensvlug wordt weer geaccelereerd,

Ze buigen af buiten schot en ongedeerd.

Valinger, roskop en kareend zijn de oude Friese namen.

Die zullen uitsterven nu tezamen.

Want de waterwildjagers en hun taal van weleer

Zijn er eigenlijk al nauwelijks meer

De droom van een jager in Europa

Nog dichter bij huis is de jacht in bijvoorbeeld vele nog arme Oost-Europese landen een enorme bron van inkomsten, mits het goed geregeld is en de gelden ten goede komen aan de plaatselijke bevolking en ook hier niet afgeroomd worden door de overheidsinstanties. De jacht op edelherten, wilde zwijnen en hoe noordelijker en oostelijker op elanden en gemzen in de bergen, behoort tot de droomwereld van de Europese jagers, waaronder meer en meer uit Nederland.

Hongaarse zesenderOp de puszta in Hongarije heeft een typisch groter dorp of klein stadje de jachtrechten verpacht aan enkele tientallen lokale jagers die bijvoorbeeld een gebied van tienduizend hectaren kunnen bejagen, maar de pacht niet kunnen betalen voor dat jachtgenot. Dus organiseren de plaatselijke jagers en hun goed universitair opgeleide jachtopzichters van het Hongaarse platteland – het land beroemd om zijn Grote Trap - in de eerste mei trofeeënafschot van reebokken door internationale jachttoeristen uit Oostenrijk, Italië, Duitsland, Nederland etc. De reetrofeeën van de Hongaarse puszta zijn van wereldklasse.

 

In het najaar wordt dit gevolgd door drijfjachten op hazen, fazanten en patrijzen die als het veld goed onderhouden wordt – en daarbij hoort met name het afschot van een teveel aan roofdieren - veel geld opleveren. Genoeg geld voor voldoende eigen jachtgenot der lokale jagers en voor de lokale hotels waar de jachttoeristen verblijven, meestal voor en na het reguliere toeristenseizoen in de zomer.

Met dat geld dient - in eigenbelang - het biotoop geoptimaliseerd te worden, te zijn en te blijven en dient de relatie tussen roofdieren en jachtwild niet verstoord te raken. Waar dan ook de niet bejaagde dieren van profiteren en indirect de "biodiversiteit".

De jacht in Engeland, Wales en Schotland is voor met name jachttoeristen uit Nederland zeer aantrekkelijk maar niet altijd goedkoop. Met name voor de "grouse", het ultieme symbool van jachtgenot op kleinwild, wellicht in de hele wereld. Die is vrijwel onbetaalbaar, maar alles van Grouse scotlandBrits blauw bloed, dukes, earls en baronets uit de hele wereld komt nog steeds op de Glorious Twelfth – de twaalfde augustus – naar Engeland en Schotland om aanwezig te kunnen zijn bij de opening van het grouse seizoen.

Daar staat tegenover dat de jacht op duiven, konijnen, fazanten, hazen en eenden voor weinig geld vaak grote tableaus oplevert. Daarnaast is ook de jacht op grootwild in Engeland en met name Schotland, zoals edelherten en reeën, goed betaalbaar. De "Estates" die hun jachtvelden goed beheren, het roofwild bejagen en de kwaliteit van het biotoop op peil houden, verdienen er goed aan. Nederlanders jagen er in steeds grotere getale. De regelgeving is niet al te streng en alleszins te begrijpen.

Omgekeerd vindt er nauwelijks jachttoerisme plaats vanuit het buitenland naar Nederland omdat de jachtmogelijkheden hier enorm zijn ingeperkt en aan banden gelegd, met vaak onbegrijpelijke en onzinnige regelgeving na het ontstaan van de Flora en Faunawet van 2002. Jagers uit omringende landen kwamen tot voor een decennium graag op de waterwildjacht op onze grote wateren, maar dat feest is letterlijk "ontregeld".

De droom van een Nederlandse Jager

Toch blijft voor de moderne Nederlandse jager de droom bestaan, over een glorieuze toekomst van de jacht in zijn eigen landje. Een droom wat betreft de rehabilitatie van de jacht ook hier, met de hierboven aangehaalde voorbeelden van elders.

De droom van de Nederlandse jager is dat hij in het gehele land mag jagen behalve, zoals dat in de wet gesteld wordt, in de bebouwde kom. Niet alleen jacht in het boerenland, het alledaagse land, maar ook jacht in de ecologische hoofdstructuur, onze natuurreservaten. Hierin met name het beheer met het geweer mag uitvoeren van vossen, ganzen en wilde zwijnen, die nadelig kunnen zijn in grote getale voor de omringende jachtvelden en het productieland van de boer buiten de reservaten.

In feite heeft de recente wetgeving van 2002 een gezonde basis gelegd voor verantwoord jachtbeleid en faunabeheer in ons dichtbevolkte land. Voor de jager bestaat Nederland uit 330 "gemeenten" oftewel wildbeheereenheden van tenminste 5000 ha per eenheid en 19 "provincies" oftewel faunabeheereenheden. Het hele landelijke gebied valt onder de jachtwetgeving met al zijn rechten en plichten.

FlevopolderMaar het boerenland, het productieland voor het voedsel, is een minderwaardig en slecht biotoop voor een gevarieerde flora en fauna, niet alleen voor het jachtwild maar ook alle andere dieren die daar lopen en vliegen, met uitzondering van vele soorten opportunistisch roofwild, zoals de vos, de zwarte kraai, de kauw, de blauwe reiger, de aalscholver en de buizerd.

In het boerenland van aardappelen, suikerbieten, tarwe en andere granen, maïs en bloembollen worden te veel onkruidverdelgers en insecticiden gebruikt en de monocultures die zo ontstaan zijn funest voor een goede biodiversiteit van zowel flora als fauna en een "gezonde"natuur. In onze ontwaterde weidegebieden vernietigen moderne mestinjecteurmachines niet alleen jonge haasjes maar zelfs het bodemleven en alleen Engels raaigras overleeft het, zodat er soms tot vijf keer en meer gehooid kan worden per seizoen. En waar meer en meer dag en nacht gewerkt wordt en de rust continue verstoord is in het veld, tot groot nadeel van de wildstand.

Dode patrijs van honger omgekomen in de landbouwwoestijnen van het Nederlandse platteland

De droom van de Nederlandse jager is dat de twee miljoen hectare boerenland, meer dan de helft van ons gehele landoppervlak, het alledaagse productieland, voor een deel omgetoverd wordt in niet bemeste en vergiftigde biotopen, waar de natuur zich opnieuw in al zijn diversiteit weer goed kan ontwikkelen. We snakken naar de tijd van de ouderwetse kieviten- en patrijzenbiotopen, van weidegebieden respectievelijk akkerlanden. Wij snakken allang niet meer naar de romantische "oernatuur" der moderne Wageningse ideologen, als die ontoegankelijk blijft zelfs voor verstandig beheer van schade met het geweer

Klein LandschapselementHet alledaagse land kan opgeknapt worden door randen van percelen weer te beplanten met kruiden en bloemen, struikgewas, hagen, bosjes en bomenrijen als evenzovele miniverbindingszones voor de fauna, die zich dan weer opnieuw optimaal kan ontwikkelen in het hele productieland. Er is uitgerekend dat het terugbrengen in de staat van het land met al zijn honderdduizenden kilometers mooie randen tussen akker- en weidepercelen en van veld-, fiets- en ruiterpaden, uit toeristisch oogpunt veel extra geld zal opleveren. Als het karakteristieke landschap der wereldberoemde Hollandse landschapschilders – zoals de landschappen van Turner in Engeland – weer gerecreëerd gaan worden.

De jager vindt het prima als hij maar niet wordt buitengesloten en dat geldt voor de sportvisser, de eierzoeker, de verzamelaar van paddestoelen en andere vruchten van veld en bos, het kind dat kikkervisjes wil vangen en bloemen wil plukken. Het weren van deze activiteiten in Natura 2000 gebieden middels een vergunningenstelsel zal het draagvlak voor de natuur grotelijks ondermijnen. Toegankelijkheid voor de mens dient optimaal te zijn en een verbodsbord dient een zeldzaamheid te worden in de natuur. Een voorbeeld kan genomen worden aan de Public Access Act uit Schotland.

Waarbij daarnaast tenminste drie procent van het productieland, liefst meer, omgetoverd wordt tot natuureilandjes met voedsel en dekking tegen roofwild in de winter voor het haas, het konijn, de fazant, de eend en de duif, om al het jachtwild te noemen, maar ook voor de kievit en de grutto, voor de leeuwerik en de patrijs. De boeren doen het graag, ook het onderhoud, als het binnen de bedrijfsvoering past en op langere termijn vastigheid garandeert, bijvoorbeeld voor 20 jaar. De SAN (subsidie agrarisch natuurbeheer) regeling is daar een goede opstap voor.

Biotoopverbetering door WBE De droom van de jager is dat hijzelf actief betrokken wordt bij het optimaliseren van het biotoop om een hogere stand aan jachtwild te verkrijgen, maar wel zo dat het zinvol is en dat het roofwild dat soort werk niet weer ongedaan maakt. Dat hij samen met zijn wildbeheereenheid voor vol wordt aangezien door de overheid, bij het opknappen van de boerennatuur door al die andere instanties die zich tegenwoordig bemoeien met de "verrommeling" van het land en de uitdijende bebouwing, waarbij het landschap zijn waarde verliest. Waar hij vooral van geniet in najaar en winter als de meeste toeristen zich al weer binnen hun bebouwde kommen hebben teruggetrokken.

De droom van de Nederlandse jager is dat hij samen met de mensen van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, de Landschappen en Particulier Grondbezit om de tafel kan zitten om gemeenschappelijke belangen in de natuur te bespreken en samen zo goed mogelijk het roofwild te bestrijden en excessieve populatiegroei van Overzomerende grauwe gansde overzomerende ganzen aan te pakken. Niet gescheiden van elkaar en in een sfeer van wantrouwen, maar samen, met respect voor eenieders mening. En geëntameerd door de politiek, die zich inhoudelijk goed moet oriënteren en zich niet moeten laten lijden door allerlei moderne waanideeën over natuur en landschap en op de hoede moet zijn voor nog meer valse natuurprofeten.

Binnen het kader van de Flora en Faunawet van 2002 zijn hiervoor de provinciale faunabeheereenheden in het leven geroepen, maar ze functioneren nog niet goed, omdat visies over hoe de natuur zo goed mogelijk te laten gedijen van enerzijds de grote terreinbeherende instanties en anderzijds de wildbeheereenheden, nog steeds te veel uiteenlopen.

De droom van onze topecologen van wereldfaam, uit de Wageningse Boeroeboedoer der Universitaire Alma Maters, wereldburgers die de jacht in Nederland kunnen vergelijken met die van Afrika en andere werelddelen, is anders dan die van de jagers zelf. Meer esoterisch en filosofisch, niet praktisch genoeg.

Ze reizen graag naar Kenia, maar vertonen zich niet de wildbeheereenheden uit Voerendaal, de Hoekse Waard of de Noordkop en de Marren, van Zuid-Limburg via Zuid-Holland tot noordelijk Noord-Holland en Friesland, om veldwerk te doen en te praten met al die "plattelandswetenschappers" die het jachtveld kennen van haver tot gort en er het hele jaar in vertoeven. Er is een kloof tussen theorie en praktijk. Biologen kijk niet neer op de jagers en jagers kijk niet op naar biologen. Gebruik beiden je gezonde boerenverstand.

Zo kan ik me voorstellen dat onze ecologen Duck’s Unlimited entameren voor heel Noordwest Europa en dat het voorbeeld van de Amerikaanse democratie waarbij vrijwel iedereen kan jagen voor relatief weinig geld met een beperkt tableau per dag, onze ecologen erg aanspreekt. Maar is het een realistische droom? En hoeveel wetgeving moet aangepast worden, hoeveel ergernis zal het met zich meebrengen, hoeveel tradities gaan ermee overboord?

De ecologen kunnen wellicht beter communiceren met de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging (KNJV) die nu een Leerstoel voor het Faunabeheer in Wageningen hebben ingesteld, bij hun 100 jarig bestaan, maar kunnen ze ook gehoor vinden bij de jagers zelf ? De grondgebruikers en jagers die zelf in het jachtveld wonen en er het beste ervoor zullen zorgen, als ze het vruchtgebruik ervan ook voor weinig geld kunnen genieten? Want in Nederland is de jacht en het beheer van schade bestrijden, nauw verbonden met het vruchtgebruik.

De eendenlokstal ligt klaar voor de eendentrekjachtNatuurlijk is de jacht hier niet meer nodig om te overleven – ikzelf jaagde overigens nog tot in het midden der negentiger jaren met een der laatste broodjagers van Nederland, die behalve van de jacht ook van de visserij leefde - maar wel om de kwaliteit van het landleven en zijn tradities aantrekkelijk te houden. De tradities van het mooie jachthoornblazen, van de slipjachten, van onze jachtschrijvers en – dichters en de grote jachtschilders tot en met de 20ste eeuw, ja zelfs van het ten Grave dragen van een jager door zijn jachthoornblazende jachtvrienden. Denk ook aan de enorme culinaire traditie die samenhangt met de kwaliteit en de goede smaak van ons eigen verse jachtwild, de traditie van de kerstmaaltijd met een haas of gans als hoofdgerecht.

Volgens de Amerikaanse Indianen en Afrikaanse pastoraltisten is land van niemand. Geen mens kan land bezitten, hij mag het hooguit gebruiken in de korte tijd dat hij leeft. Hij kan gebruiker zijn van het land maar hij kan en mag het niet bezitten. Den Uyl zou geglimlacht hebben en het idee hebben herkend als een van zijn eigen stokpaardjes. Ja goed en wel, er is wat te zeggen voor deze filosofie, maar geldt dat ook voor Nederland in de huidige tijd? Mag de boer onteigend worden op zijn "eigen" land. Ja hoor, beste agrariërs, dat mag en dat kan volgens nogal wat recente wetgeving die met ontwikkeling van natuur te maken heeft.

Maar is dat wel verstandig, want wie onderhoudt het land als het onteigend en omgetoverd is in wat wij als ons ideaal van natuur nu voorstellen? Zou de boer daarbij niet het beheer van het biotoop moeten behouden in plaats van het te "schenken" aan de grote terreinbeherende instanties, die voortdurend in geldgebrek zijn en waarvan we nu weten dat ze het onderhoud niet meer aan kunnen, waardoor vele reservaten verwaarloosd zijn en worden? Waar het geld voor de natuur bestemd "verdwijnt" aan de kosten verbonden aan enorme hoofdkantoren en een leger van ambtenaren achter bureaus. Geld waarvan je intuïtief voelt dat het beter besteedt zou zijn in de natuur.

Hoe het ook mag uitpakken, mijn droom is dat de jacht blijft bestaan en een grote rol blijft spelen, een steeds grotere, in het beheer van de biotopen met een schitterende fauna en daarin optimale biodiversiteit. Dat de wildwoestijnen die de Flevopolders heten –damwild pal naast een werelderfgoed dat Oostvaardersplassen heet, met een teveel aan grote grazende runderen en paarden – weer vol hazen, fazanten, patrijzen en eenden zijn en niet meer dienen als tafeltje-dek-je voor, vossen, buizerds en ander roofwild uit de kraamkamer van wat sommigen oernatuur noemen.

Mijn droom is dat de jager toegang zal krijgen en hebben tot iedere plek in Nederland waar beheer met het geweer "moet" en dat er jachtwild in overvloed zal zijn, als gevolg van goed faunabeheer en verantwoordelijke, niet over-geïnterpreteerde research. En wat goed is voor het rijke Nederland is het ook voor het arme Kenia, waar het jachtverbod eerstdaags – uit economische nood geboren om de biodiversiteit van de fauna en optimale ecologische voorwaarden te behouden – opgeheven zal worden, of ik zou me sterk moeten vergissen.

De mens is - als schepsel van de evolutie - geboren als de ultieme predator en verstandig genoeg om uit de natuur te oogsten als een goede rentmeester middels verantwoorde jacht en optimale benutting van wat de natuur ons te bieden heeft. Zelfs de ergste dwazen en antijacht lobbyisten, waarvan de ergste een politicus vermoordde – een criminele "animal liberator" zoals ook wij ze kennen in Nederland - zijn op den duur kansloos. Het verstand met inhoudelijke kennis over de natuur, niet de emotie, zal zegevieren.

JagenDe jager zal weer als een zeer gerespecteerde medeburger in den lande bejegend worden, niet alleen in een klein landelijk dorp in het oosten van ons land, waar zijn prestige nooit verdween. Waar een gast in de dorpskroeg blij is als hij wordt uitgenodigd om plaats te nemen aan de stamtafel der plaatselijke jagers, heren en boeren met elkaar. En mee mag genieten van de mooiste avonturen die "de jager in de mens" te vertellen heeft, ook al is het niet altijd een verhaal uit de savannes van Afrika of de "wetlands" van Noord-Amerika.

Dit is mijn droom, ook straks nog als ik vertrek naar de eeuwige jachtvelden. Het Weidmansheil moet ook voor mijn nageslacht blijven klinken in de Nederlandse jachtvelden en in de natuur zoals wij die met zijn allen maken en willen.

 

Limburg mijn jagersland niet dat van de dwazen

 

Waar op de kalkhoudende lössige grond

Waar van fruit nog een hoogstamboomgaard stond

Daar gloorde nu het schaapjesgewolkte morgenlicht

Vanuit het  Ransdalerveld met zuidelijk zicht

 

Vanaf mijn hoogzit voelde ik mij van adelstand

Speurend naar de vos in het dal van heuvelland

Bij vijven floten de flierefluiters hun ochtendnatuurconcert

Waarvan het nog nooit een mens te moede werd

 

Tegen zessen rommelde de miljoenentrein door het dal

Een tractor kwam te voorschijn uit een boerenstal

Langzaam werd mij het zicht op de lampenlichtjes ontnomen

Zonnelicht was in de heiige morgenlucht gekomen

 

Een geelgroene dalwei gaf reeds een eerste snit van hooi

Ernaast een hooiland donkergroen van bloemen mooi

Op de kale goudbruine aarde van de velden

Kwamen zich nu in mei de aardappelplanten melden

 

Grote witgeflankte koeien liepen loom en traag

Eerst nog ver maar naderend gestaag

Geïnteresseerd starend naar de tweebenige mens

Als ware tweebenigheid hun liefste wens

 

Elegant golfde het vossenlijf door de natuur

Het slanke roofdier voelde zich veilig in dit morgenuur

De jager keek naar hem en door de kijker bleef maar turen

Maar een halve kilometer ver was te ver om er op te vuren

 

Houtduiven vlogen toen de kraaien al krasten

Zwevend van fruitbomen naar hoogspanningsmasten

Roeken zaten als zwarte schaakstukken bij elkaar

In een veld met regenwormen en een maaltijd daar

 

De laatste sterren verdwenen uit het morgenlicht

Tot ver bij de Berghoeven reikte nu het zicht

Hier ben ik geboren hier voel ik me thuis

In het land van de vos de kraai en de eikelmuis

 

Of de nachtegaal er nog zingt weet ik niet

 Een compliment maak ik voor wie de leeuwerik ziet

Maar waar zijn toch het haas en de fazant gebleven

Die hoeven toch niet allemaal door de vos te sneven

 

Zevenhonderd jaren werd hier het beste bier gebrouwen

Van de jacht en het bier zal ik altijd houden

Tot mijn dood wil ik hier op de jachthoorn blazen

Dit is mijn jagersland en niet dat van de dwazen

 

Jo Hilgers, bioloog en jager

Bevrijdingsdag 2007