door Martijn Koolhoven APELDOORN -
Jagers op de Veluwe klagen over een doordringende
lijklucht van honderden kadavers van zwijnen, edelherten en reeën die in
verschillende bossen liggen te rotten.
Een recordaantal beesten verkeert momenteel in
vergaande staat van ontbinding nadat ze eerder zijn afgeschoten. In totaal
moeten er deze zomer daarom alleen al op de Veluwe maar liefst 3800 zwijnen,
1200 edelherten, 250 damherten en 1000 reeën worden afgeschoten. . Omdat de
Vereniging Natuurmonumenten, de eigenaar van grote delen van de Veluwe, een
'afschotbeleid' heeft waarbij de kadavers worden achtergelaten, hangt op
plaatsen een ontbindingslucht. Woordvoerster Annet Les van Natuurmonumenten
bevestigt dat de afgeschoten dieren in de bossen achterblijven.
De vereniging is volgens haar de enige
natuurbeschermingsorganisatie die dit doet. "We willen het natuurlijke proces
zijn gang laten gaan. Net als bij het laten liggen van gekapte bomen ontstaat er
een grotere biodiversiteit. Alle dieren profiteren daarvan, tot aan muizen toe,"
aldus Les. "We willen recreanten er niet onnodig mee lastig vallen, maar als ze
gaan struinen, kunnen ze ze tegenkomen." De Vereniging Natuurmonumenten
benadrukt dat het afschotbeleid is goedgekeurd door de minister van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij.
Voederplaatsen
"Bij de voederplaatsen worden de varkens met de
biggetjes afgeschoten", zo klaagt een jager van natuurgebied het Leuvenumse
Veld. "Er hangt een doordringende stank, het is er nauwelijks uit te houden".
Gerrit-Jan Spek, secretaris van de Vereniging Wildbeheer Veluwe, zegt dat het
afschieten gebeurt in opdracht van de provincies. Het overschot aan groot wild,
met name de zwijnen en edelherten, zorgt voor schade aan bossen en
landbouwgebieden. oor een overschot aan eikels in het voorjaar is volgens de
Vereniging Wildbeheer het aantal zwijnen met maar liefst 225 procent gestegen.
Te veel reeën levert een gevaar op voor de verkeersveiligheid. In de gemeente
Epe is gisteren besloten om wilde varkens die overlast veroorzaken, gericht af
te schieten.
Het laten rotten van kadavers is volgens
Wildbeheer-secretaris Spek een " vrijheid" van de eigenaar, in dit geval
Vereniging Natuurmonumenten. " Er zijn ook eigenaren die besluiten het wild op
te eten of te verkopen. Maar die lucht is natuurlijk uitermate vervelend. Om die
reden zijn ook wel kadavers verplaatst".
Bron Telegraaf: 22 juli 2007
|
Het laten wegrotten van geschoten grootwild op
de Veluwe gebeurt al jaren. Door een serie goede eiken- en
beukemastjaren zijn de populaties van met name edelherten en wilde
zwijnen exponentieel gegroeid en gaat het inmiddels om duizenden
dieren.
Het kan ook anders zoals op de Hoge Veluwe,
particulier grondbezit, waar het wild wordt verkocht in de
landgoedwinkel. De Hoge Veluwe is het drukst bezochte natuurgebied
van Nederland en draait zonder subsidie. Er worden entreegelden
geheven.
Er geldt in Nederland Verordening van het
Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling
van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke
consumptie bestemde dierlijke bijproducten
1774/2002/EG
waarin verantwoordelijkheden voor afvoer van
kadavers wordt geregeld. Deze verordening geldt voor heel Nederland
Deze verordening is niet van toepassing
op: Hele kadavers of delen van wilde
dieren waarvan niet wordt vermoed dat
zij met op mens of dier overdraagbare ziekten zijn besmet,
met uitzondering van voor commerciële doeleinden aangevoerde vis en
kadavers of delen van wilde dieren die worden gebruikt voor de
productie van jachttrofeeën
Boeren op het platteland dienen op eigen kosten
kadavers te laten verwijderen en die begrijpen niet dat dit niet
nodig is in sommige natuurgebieden ivm met het voorkomen van
besmetting door overdraagbare ziekten. Overigens is het niet zo dat
het de “vrijheid” van de eigenaar - in casu NM - om het kadaver te
laten liggen, gezien het gelijkheidsprincipe in ons land, hetgeen
diverse recalcitrante boeren in het verleden hebben ondervonden.
Het is wel zo, dat er op beperkte schaal in de
Oostvaardersplassen (net als een dierentuin omrasterd overigens)
afschot middels beheer-met-het-geweer van alleen de zieke en
zwakkere dieren plaats vindt, deze dieren blijven echt niet allemaal
liggen, dat kunnen die drie zeearenden c.q nu eenmaal niet aan. En
aan wolven
kunnen we niet beginnen, dus het geweer blijft over.
In de Oostvaardersplassen worden verzwakte
dieren door voedselgebrek met een genadeschot afgemaakt om het
sterven door hongerdood te verlichten. Op de Veluwe worden echter in
de terreinen van Natuurmonumenten alle gezonde edelherten,damherten,
reeën en wilde zwijnen afgeschoten, ook in de tijd van de biggen als
ze voor overleving nog afhankelijk zijn van het moederzwijn (Zeug).
Deze situatie is "onnatuurlijk”. Dieren kunnen
verzwakken in koude winters of sterven van ouderdom, dan wel als in
ons dichtbevolkt land als
verkeersslachtoffer. Dat is “natuurlijk” in Nederland, door
het gebrek aan de grote predatoren.
De jacht maar ook het beheer en
schadebestrijding van deze grote hoefdieren, door ervaren jagers, gaat in ons land
traditioneel gepaard met het consumeren van het geschoten wild. Het
vlees van wilde dieren is qua kwaliteit superieur aan dat van
gehouden dieren, volgens een zeer gedegen studie enkele jaren
geleden gepubliceerd in Nature. Het wordt door het overgrote deel
der Nederlanders zeer geapprecieerd en met name tijdens grote
feestdagen gegeten. Het wordt als een luxe beschouwd. Meer als
negentig procent ervan wordt in Nederland ingevoerd.
Kadavers in het wild in de zomer stinken
vreselijk, zo erg dat het onlangs in het nieuws kwam toen een zwijn
was blijven liggen in Groesbeek (SBB terrein). Het is onverwijld
opgeruimd. Vliegen leggen hun eitjes er in, binnen drie dagen lopen
de maden eruit en er ontstaat overlast door vliegen, die bovendien
dragers van besmettelijke ziektekiemen zijn.
Er ook geconstateerd uit onderzoek, dat vliegen die
ziektekiemen kunnen dragen en die kunnen gemakkelijk in varkensstallen komen,
dus rechtstreeks contact van de grote diersoorten is niet nodig om
een besmetting te veroorzaken met alle gevolgen vandien.
Voordat de grote kadavers zijn verdwenen, dus dat alleen de botten
nog maar te vinden zijn duurt minimaal 2 maanden bij warm weer, zoals uit studies
in Duitsland hierover is gebleken en dat duurt uiteraard nog veel langer als het
koud is en er geen vliegen of kevers zijn.
Kadavers zijn ook voedsel voor aaseters zoals
de vos en de vossen op de Veluwe hebben nu de zomer van hun leven en
zullen zich als gevolg hierop ook weer exponentieel gaan
vermenigvuldigen, maar ook de andere wilde zwijnen zullen deze eten
(eiwitrijk voedsel) en dus zouden bij een besmetting van een geschoten exemplaar ook
andere groepen wilde zwijnen hierdoor besmet kunnen raken, denk
hierbij aan de vossenlintworm etc.
Het afschot van bijvoorbeeld wilde zwijnen
is door de vergaande regelgeving bemoeilijkt en zal dat tot grote
overlast leiden, want die beesten zijn nu eenmaal door hun grote
aantallen verantwoordelijk voor flinke schade aan de landbouw, maar ook de
biodiversiteit van bv bodembroeders en de kleine zoogdieren zal
hieronder flink te leiden hebben. Ze zullen bij gebrek aan voedsel
uitzwermen vanuit de natuurreservaten van de Terrein Beherende
Organisaties (TBO's) naar het boerenland.
Volgens recente studies bijeengebracht door
Ruud Lardinois in het boek: “Dood doet leven. De natuur van dode
dieren”, KNNV (ISBN 90 5011 2110) zijn er voor Nederland vele
bijzondere insecten gevonden op dode dieren, met name vele soorten
aaskevers maar ook andere groepen. Dat was een geweldige verassing
want men dacht dat velen daarvan uitgestorven waren. Hetgeen dus
klaarblijkelijk niet zo was, want anders waren ze niet
teruggevonden. Door het rottend aas werden ze talrijker en waren
goed vindbaar geworden.
Niettemin werd dit entomologisch werk
aangegrepen als argument om dode dieren in de natuur te laten
liggen: het zou de biodiversiteit verhogen. Kwantitatieve studies
zijn er echter niet of nauwelijks en het formele bewijs voor die
gedachtegang is er zeker (nog) niet. Als het al geleverd kan worden.
Een ander argument om het wild te laten liggen
is dat er met name in de winter meer voedselaanbod is voor raven
(van 3
naar 75 paar), in Nederland),
kraaien (veel te veel in Nederland), rode wouwen (zeldzaam in
Nederland), zeearenden (drie in Nederland), vossen ( veel te veel), dassen, egels en
muizen. Dit gaat zover dat men nu denkt dat het zeearendenpaar er is
vanwege de kadavers en die vogels zijn voor Vogelbescherming maar
ook Staatsbosbeheer een
boegbeeld van hun natuurbeleid.
Een wel heel banaal argument is geldgebrek bij
NM die door ledenverlies van ca. 100.000 leden krap bij kas is, ook
al is het totale budget 150 miljoen (maar met 20 miljoen voor PR).
De tientjesleden zijn lang niet zo enthousiast meer als vroeger. En
ook het afvoeren van wild en het eventueel opzetten van een
landschapswinkel gaat eerst gepaard met kosten: de kosten gaan voor
de baat uit.
In hoeverre op de 50.000 hectare die de Veluwe
groot is, enkele honderden kadavers, een rol spelen in de
voedselketen en daarmee de biodiversiteit verhogen is natuurlijk een
grote vraag. Waarschijnlijk is het een druppeltje op een gloeiende
plaat, in ieder geval tot het tegendeel bewezen is.
De oorzaak voor het gejojo van de (on)balans in
de natuur in de laatste decennia in de EHS gebieden van de TBO’s
ligt mede gelegen in het feit dat er geen regulier, verantwoord,
weidelijk afschot kan plaatsvinden van deze grote hoefdieren. De
Nederlandse jagers zijn goed opgeleid en doen dit beheerwerk pro deo, wat zeg
ik, hebben er geld voor over, mits dit op een weidelijke manier
gebeurt, terwijl betaalde jachtopzichters geld kosten. Maar dat kan
niet meer, omdat er een anti-jacht sentiment in ons land is
ontstaan, dat uniek is in haar fanatisme (denk aan het ontstaan van
de PvdD hier en nergens anders).
Men moet zich in allerlei bochten wringen om de
exponentiële groei van de grote hoefdieren, maar ook vossen en
zomerganzen, verantwoord in te perken. Daarvoor worden ecologische
studies geëntameerd, gefinancierd en “misbruikt” door de politiek en
de TBO’s en hun opdrachtgevers. Het zijn zonder uitzonderingen veldstudies met zeer veel
variabelen, niet te vangen in statistische modellen (ondanks
verwoede pogingen daartoe), geïnterpreteerd naargelang politieke
voorkeuren en opdrachtgevers, het is “narrative science” van het
slechtste soort en zonder inachtneming van de plattelandswetenschap.
Deze praktijken stroken niet meer met onze
tradities op het platteland, ze worden daar niet begrepen, ze gaan
in tegen onze zeden en gewoonten en ze gaan in tegen onze normen en
waarden. De keizers der natuur hebben geen kleren meer aan. Ze zijn
het spoor volledig bijster.
De PAN roept op tot herbezinning en deze dwaze
verspilling van biomassa een halt toe te roepen en roept de
vereniging van Natuurmonumenten op om deze dwaze theorieën niet meer
toe te passen in hun terreinen op de Veluwe, maar zorg te dragen
voor een fatsoenlijk en weidelijk wildbeheer met respect voor het
dier.
Samengevat.
De PAN komt op voor de weidelijke Jagers en zuivere en goede jacht,
die deze praktijken tegen de borst stuit. Het afschieten van
deze grote hoefdieren door NM heeft niets met jacht of wildbeheer te maken.
Wij nemen het NM kwalijk dat ze de jacht op deze manier zo’n slechte naam
bezorgen, eigenlijk een onrechtmatige daad. Jacht kent zijn eigen
tradities en regels: weidelijkheid, wildbeheer en oogsten. Ik deel
de reacties op de web site, die vooral ageren tegen het ongebruikte
kostbare vlees.
Met Groene Groet,
namens de Platteland Alliantie Nederland (PAN)
Dr. Jo Hilgers,
Voorzitter
De Veluwe ligt bezaaid met
kadavers van edelhert en zwijn
Bij zomerse
temperaturen en noordenwind stinkt het tot aan de Rijn
Vossen roofvogels en
aaskevers hebben nu de tijd van hun leven
Maar waar zijn de
mooie edelherten en de grote keilers gebleven