Datum:03-11-2008 Voorstellen PAN evaluatie Flora en Fauna-wet, Boswet en Natuurbeschermingswet

Nieuws PAN

Nieuws Alg.

Nieuwsarchief

Startpagina

 

Op 6 november zal de Tweede kamer als alles goed gaat de evaluatie FF-wet, NB-wet en de Boswet behandelen, de PAN heeft daarom aan deze voorstellen gedaan aan diverse fracties in de Tweede Kamer voor verbetering van de huidige wetgeving.

Hierbij doe wij u de wijzigingsvoorstellen evaluatie FF-wet , Natuurbeschermingswet en de Boswet toekomen van de Platteland Alliantie Nederland, de voorstellen zijn beknopt weergegeven en de toelichting op onze voorstellen worden separaat bijgevoegd in de zelfde volgorde zoals de voorstellen zijn aangegeven.

1. Status Faunabeheereenheden en de uitvoering faunabeheerplannen, de invoeging  FBP’n in de ontwikkelen Natura 2000 gebiedsplannen

De evaluatie van de huidige FF-wet leert ons dat de wettelijke status van de Faunabeheereenheden en de voorliggende uitvoering van de faunabeheerplannen verbetert dient te worden en meer een echt verlengstuk van het provinciaal beleid in deze dient beschouwd te worden.

De status van de faunabeheerplannen dient  daarom een grotere wettelijke status (uitvoeringsverplichting) te krijgen voor alle betrokken partijen die deelnemen in de FBE. (bijvoorbeeld de wilde zwijnen regulatie in de provincie Gelderland,  ganzen omgeving Schiphol  meer inspanningsverplichtingen ) De plannen dienen als integraal beleid door de provincies te worden overgenomen, daar zij ook door GS worden goedgekeurd. De FBP’n worden door de huidige partners in de faunabeheereenheid opgemaakt hierin dienen de deelnemende organisaties duidelijk aan te geven of zij deze geheel of maar beperkt willen uitvoeren in het beheergebied en waar dit wel of niet wordt uitgevoerd en waarom, zodat alle partijen weten, wat er bedoeld wordt. Ook GS kan hierbij dan met haar goedkeuring van het FBP en haar beleid rekening mee houden. Door de uitzonderingsbepaling in de verbodsartikelen wordt het FBP, na de wet het meest belangrijke document.

-         Het is de uitvoering van het beleid. (beleid is niet vatbaar voor B&B)

-         Het is getoetst door de beleidsmaker en na een volledige inspraak procedure goedgekeurd. (goedkeuring niet vatbaar voor B&B).

-         De wet bekrachtigd het besluit vooraf. (het staat in de wet)

-         Bevorderd de zorgvuldigheid van het FBP.

-         Actualisering van het FBP n.a.v. beleidsaanpassing is noodzakelijk. Na goedkeuring van FBP-wijziging blijft het besluit intact.

-         Faunabeheerplannen dienen een integraal onderdeel te zijn van de nieuw op te stellen Natura 2000 plannen.

Zie de bijgevoegde toelichting

2 Wildbeheereenheden

De WBE dient voor het beheer van de hoefdieren een belangrijkere taak te krijgen, voor haar gehele beheergebied zoals dit is aangegeven voor schadebestrijding in art 65 lid 3 en 4. Het totaalbeheer van de grotere diersoorten (Edelhert, Damhert, Mouflon, Ree en Wild zwijn) dient uitgevoerd te worden conform het vingerende Faunabeheerplan(nen) en wat gecoördineerd en planmatig wordt uitgevoerd door de WBE in haar gehele werkgebied, Hierbij zal het FBP als een soort uitvoeringsopdracht (resultaat verplichting)van de provincie moeten gelden voor de uitvoerende FBE en de bij haar aangesloten WBE’s( resultaat verplichtingen en controle en sancties hierop moeten dan ook mogelijk zijn) De PAN vindt dat beheer van diersoorten niet thuis hoort bij de individuele grondgebruikers maar dit uitgevoerd dient te worden zoals dit al gedeeltelijk verankerd is in het “Besluit Faunabeheer” art 8 lid 1 en 2 (5000 ha en meer).In de praktijk blijkt dat bijna alle FBE’n (op 3 na in Gelderland) in Nederland provincie dekkend zijn. Van belang zal dan ook zijn dat dit voor het gehele werkgebied de WBE geldt en dat hierop alleen uitzonderingen mogelijk zijn al die in een goedgekeurd FBP zijn aangegeven.

Zie de bijgevoegde toelichting

3.Meer scheiding tussen Jacht, beheer en schadebestrijding diersoorten (BSBD)

De PAN vindt dat er een duidelijk verschil gemaakt moet worden tussen; 1)de normale Jacht,2) Beheer van diersoorten en 3)schadebestrijding van diersoorten.

Het onderscheid dient volgens de PAN op basis van de hieronder aangegeven toestemmingen plaats te vinden;

1.       Jacht op basis van een geldige jachthuurovereenkomst ( art 33 en 34).

2.       Schadebestrijding met de toestemming grondgebruiker zoals aangegeven in art 65 lid 6. Op basis van een landelijke of provinciale vrijstelling art 65, een aanwijzing art 67 of een ontheffing art 68 of 75.

3.       Beheer van de hoefdieren en andere diersoorten die aangemerkt worden als (exoot of verwilderde (huis)dieren (voorstel PAN nieuwe bijlage 3 BSBD) of opgenomen in het FBP, voor het gehele werkgebied van de FBE cq WBE op basis van door LNV cq GS en de door hen verstrekte ontheffingen art 68/75 of aanwijzingen art 67 met resultaat verplichtingen.

De PAN vindt indien er sprake is van schadebestrijding, dat dit vooral effectief en selectief moeten kunnen plaatsvinden en dat er dus meer middelen dan de huidige genoemd in artikel 5 (BSBD) en dat er ook andere tijden waarop dit mag plaats vinden, moeten worden toegestaan om de schade zoveel mogelijk effectief te kunnen beperken cq te voorkomen De navolgende middelen zouden ook bij schadebestrijding moeten worden toegelaten;

-         de zgn "duivencarrousel" aangeduide voorwerp moet worden aangemerkt als een effectieve  en selectieve methode van gebruik van een lokduif (dit is ook zo in België wettelijk vastgelegd)

-         levende lokganzen bij schadebestrijding van ganzen, (effectief/selectiever en weidelijker omdat de dieren dan op kortere afstand gedood kunnen worden)

-         lokfluiten bij ganzen en smienten(effectief/selectiever en weidelijker omdat de dieren dan op kortere afstand gedood kunnen worden)

-         geweren voorzien van een vizier met een beeldomzetter of een elektronische beeldversterker of restlichtversterker (RVL) om ’s nachts te schieten, voor de jacht op de wilde zwijnen (Het toestaan van RLV’s betekent een grootte verruiming van de effectieve tijd om afschot te plegen. Het middel geeft beter zicht en daarmee betere aanspreekmogelijkheden. Het verkleind de kans op een niet direct dodelijk schot. Het zal ook de afschotperiode kunnen bekorten, omdat het afschot eerder gerealiseerd kan worden

-         geluidsdempers voor de jacht op de wilde zwijnen

Tijdstippen  waarop schadebestrijding mag plaatsvinden;

-         Nachtjacht op de vos mogelijk maken vanaf hoogzit of aanzitten, zonder behulp van kunstlicht;( deze tijden zijn in Duitsland al altijd toegestaan geweest)

-         Schadebestrijding van smienten moet een uur voor zonsopgang en een uur na zonsopgang kunnen plaatsvinden, daar deze ’vooral’ ‘s-nachts gaan foerageren en door het toestaan alleen overdag dus van zonsopgang tot zonondergang is dit niet meer effectief ;

-         Overwinterende ganzen zouden in plaats van  zonsopkomst tot 12.00 uur in de middag, de gehele dag door verjaagd en bejaagd moeten kunnen worden, om hen te leren in de aangewezen foerageergebieden te verblijven, zij weten nu vaak dat er na de middag geen gevaar te duchten is, als men dit afwisselende dagdelen kan doen leren zij ook de gehele dag binnen de foerageergebieden te blijven.

-         Schadebestrijding ook op zon- en feestdagen met middelen zoals kastval en vangkooi moeten worden toegestaan;( In de vervallen Jachtwet art. 26, lid 1 sub k was eveneens een dergelijk verbod opgenomen, zij het dat het gebruik van kastvallen was toegestaan op boven aangehaalde dagen.)

-          

Zie de bijgevoegde toelichting en voorstellen

4. Onderbouwing van de noodzaak om tot een wetsartikel te komen voor de “Andere bevredigende oplossing”

Vreemd genoeg wordt dit zeer belangrijke begrip niet omschreven in artikel 1 van de FF-wet.

Voorstel van de PAN (woorden van gelijke strekking)

-         Art. ..) Gedeputeerde staten is verplicht de haar bekendeAndere Bevredigende Oplossing”(ABO) voor het beheer van één of meerdere diersoorten op te nemen in de provinciale beleidsnota. Indien deze zijn aangegeven in de beleidsnota betekent dit, dat er voor de genoemde diersoort(en)waar de ABO’s  zijn aangegeven, dat hiervoor niet geëist wordt, dat hiervoor een Faunabeheerplan wordt opgesteld.

-         GS omschrijft de ABO als alternatief voor een ontheffing

-         GS is verantwoordelijk voor de effectiviteit van de ABO

De inzet van werende en verjagende middelen kunnen niet als een andere bevredigende oplossing worden gezien. Er is in de praktijk, geen sprake van dat de inzet van deze middelen als een alternatief voor het afschot, ter ondersteuning van verjaging, van schade veroorzakende diersoorten kan gelden.

Het nut van de inzet van werende en verjagende middelen is slechts gelegen in het feit dat deze hooguit een schadebeperkende functie hebben. Er valt immers bijna niet aan te tonen dat in een hypothetische situatie waarbij in bijvoorbeeld, in 2007 geen verjagende middelen zijn toegepast de schade substantieel hoger zou zijn geweest

Zie de bijgevoegde toelichting

5.Wijzigingsvoorstel lid 3 art 16 FF-wet.

Artikel 16 FF-wet
3. Een ieder is verplicht te verhinderen dat een dier dat hem toebehoort of onder zijn toezicht staat, in het veld dieren opspoort, doodt, verwondt,vangt of bemachtigt

 

De PAN is van mening dat artikel 16 lid 3 gewijzigd dient te worden en dat de woorden “in het veld” hierin verwijdert moeten worden, daar dit niet alleen in het veld van toepassing moet zijn maar overal. De bescherming van art 16 De bescherming van art 16 dient in principe overal waar dieren zich vrij kunnen verplaatsen en ophouden plaats te vinden, behalve in gebouwen. Bijvoorbeeld in Nederland leven ongeveer 2 miljoen katten, waarvan minstens de 1.500.000 vrij losloopt om de huizen en in de bebouwde kommen, zonder dat de eigenaren hierop letten. Deze katten vangen en doden naar schatting meer dan 100 miljoen kleine zoogdieren,beschermde vogels en reptielen in hun directe omgeving. Dit is uit onderzoek in Amerika is gebleken, dat vooral onze huiskatten elk jaar gemiddeld meer dan 100 kleine zoogdieren en vogels en reptielen doodt. (Coleman, J.S.,S.A. Temple, and S.R. Craven. 1997. Cats and Wildlife:Conservation Dilemma. www.wisc.edu/extension/catfly3.htm).

 

Wij vinden dat gezien de bescherming en de zorgplicht art 2 van de FF-wet, in principe iedere diersoort bescherming verdient zoals ook reeds verwoord is in art 2 van de FF-wet en dat dit niet alleen in het veld van toepassing is.

Zie de bijgevoegde toelichting

6 Wijzigingsvoorstel art 2FF-wet met een derde lid (voorlichting zorgplicht)

Art. 2 FF-wet zou moeten worden uitgebreid met een lid 3,welk specifiek de maatschappelijke organisaties aanspreekt, door deze de rol toe te bedelen van voorlichter voor de zorgplicht. Met name erkende organisaties van katten en hondenbezitters, de dierenbescherming e.d. behoren die taak op zich te nemen.

Zie de bijgevoegde toelichting

7. Pootringen levende lokvogels zoals zwarte kraai en kauw art 9 lid 5a (BSBD)

De "Regeling afgifte en kenmerken gesloten pootringen en andere merktekens" heeft betrekking op gefokte vogels, behorende tot de beschermde inheemse soorten. Navraag bij de daartoe bevoegde instanties die pootringen mogen afgeven leerde ons dat er nauwelijks belangstelling bestaat voor het fokken van zwarte kraai en kauw. Gefokte exemplaren voorzien van pootringen zijn daarom niet te verkrijgen, omdat zij geen enkel geen enkel economisch belang vertegenwoordigen en dus niet aantrekkelijk zijn om te fokken.

Het voorstel van de PAN is, om de zwarte kraai en kauw vrij te stellen als gefokte lokvogels , die voorzien moeten zijn van pootringen bij het gebruik van kraaienvangkooien of kastvallen, de bepaling in artikel 9 lid 5 sub a BBS is niet uitvoerbaar, het gebruik van wilde exemplaren, zou hierbij dus moeten worden toegestaan. Ook hier is effectieve schadebestrijding van het belang waar de PAN voor wil pleiten.

Zie de bijgevoegde toelichting

8. Exoten en verwilderde diersoorten

De PAN vindt dat meer duidelijkheid dient te komen over ” de exoten en verwilderde (huis)dieren in Nederland en bij het bestrijden/bejagen van hen met het doel om de stand te beperken cq uitbreiding te voorkomen of een nul-optie na te streven.

De grote onduidelijkheid in Nederland is, op dit moment, de wetgeving en het beleid van LNV in deze wanneer een soort een exoot is en wat mag of moet er dan vervolgens mee gebeuren.

Voorstel PAN;

1.         Maak een aparte bijlage 3 Exoten en verwilderde dieren, bij het besluit beheer en schadebestrijding diersoorten, hierin dient opgenomen;

2.         Wie bepaald dat deze soorten niet beschermd zijn en gedood mogen of moeten worden volgens een aanwijzing(art 67) cq vrijstelling (art 65) van LNV of de provincies;

3.         welke middelen hiervoor zijn toegestaan en door wie deze mogen gebruiken worden (gebruik van het geweer is gebonden aan art 49 FF wet en art 10 en 11 jachtbesluit);

4.         wie hiervoor de toestemming moet geven; bijvoorbeeld jachthouder ( jachthuurcontract) of vrijstelling art 65 of aanwijzing art 67 van LNV of provincie voor het gehele werkgebied van een FBE/ WBE of via het FBP/FBE dmv een ontheffing art 68 van de provincie;

5.         een duidelijke omschrijving van de soort evt met foto en het voorkomen ervan in Nederland;

6.         Data en tijdstip waarop deze soort bejaagd cq gedood mag worden, dit is vooral van belang bijvoorbeeld bij soorten die zomers eigenlijk een exoot zijn (kolgans) en in de winter overwinteraar zijn.

Noot:Voor de bestrijding van de zgn "overzomerende" kolganzen blijft een ontheffing art 68 van de FF-wet van de provincie nodig. Dit komt omdat de kolgans als soort in de Flora- en Faunawet voorkomt op de lijst van beschermde inheemse diersoorten. Omdat in de zomer, deze diersoort als exootstatus wordt toegekend door SOVON en LNV, geldt er in de zomerperiode geen doelstelling om deze soort in stand te houden. Dat maakt een aanvraag voor een ontheffing bij schade, door deze en de andere genoemde exoten gemakkelijker, conform art 68 FF-wet

Zie de bijgevoegde toelichting

9. Spoorwegen geen scheiding meer van jachtveld

Bij artikel 10 van het Jachtbesluit (FF) wordt bepaald dat een jachtveld een aaneengesloten oppervlakte moet hebben van ten minste 40 ha. Bij art 11 van dit Besluit wordt aangegeven de berekening van de oppervlakte van een jachtveld en hetgeen niet mag worden meegerekend een spoorbaan wordt hierin niet genoemd. In afwijking van de oude Jachtwet, vormt een spoorbaan dus nu wel een scheiding in een jachtveld, als het genot van de jacht zich daartoe niet uitstrekt. In artikel 11 van het Jachtbesluit, worden spoorbanen niet meer genoemd. Het is onverantwoord, om spoorlijnen als bejaagbaar gebied aan te merken, deze dienen het zelfde als verkeerswegen beschouwd te worden.

De PAN ziet dit als een omissie en vraagt u dit te repareren in de “nieuwe natuurwet”en wij willen u voorstellen om in het Jachtbesluit artikel 11 lid c op te nemen “spoorbanen”zodat spoorbanen geen scheiding meer vormen bij de berekening van de oppervlakte van een jachtveld.

Zie de bijgevoegde toelichting

10 Nieuwe wet dient meer afgestemd te worden op de Europese wetgeving en vooral harmonisatie met de omringende buurlanden zoals België en Duitsland.

De PAN is tot de conclusie gekomen dat onze huidige FF-wet en straks dus de nieuwe “natuurwet”, veel meer dient te worden afgestemd op de wetgeving (harmonisatie)met de ons omringende landen van de EU, waarbij Duitsland en België als buurlanden van bijzonder belang zijn. Plant en diersoorten trekken zich weinig aan van landsgrenzen; daarom is het belangrijk om natuurbescherming en beheer in Europees verband aan te pakken. Het is dus van groot belang bij de huidige evaluatie en het ontwerp van de nieuwe “natuurwet”, rekening te houden,hoe dus Duitsland en België, de internationale afspraken hebben vertaald in hun “natuurwetgeving”. Zodat regelingen van gebieds- en soortenbescherming in één integraal kader aansluit bij de internationale regels op dit gebied (richtlijnen en verdragen) Hierbij speciaal gelet op de belemmerende en onduidelijke effecten die zijn vastgelegd in de wetgeving en diverse besluiten. Uiteraard zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen richtinggevend voor de wetgeving. Dit geldt ook voor de uitvoering en handhaving van de wetgeving. Een goed voorbeeld hiervan is dat in Art. 1 van de huidige FF-wet geen enkele verklaring geeft voor het woordgebruik “internationale verplichtingen”, dit zal wel moeten in de nieuwe “natuurwet” naar onze mening Indien er sprake is van het over en weer aangaan en nakomen van EU afspraken dan moet de nieuwe “natuurwet” de “harmonisatie” opzoeken in EU verband. Om nationaal en eenzijdig internationale verplichtingen, buiten de “bindende besluiten” aan te gaan vindt de PAN onzinnig, daar een onduidelijke reden niet gehanteerd moet worden in de nieuwe “natuurwet”.

 

11. Eierzoeken en rapen ter bescherming van de Kieviten en andere weidevogels

De PAN en de bij haar aangesloten Bond voor Fries Vogelwachten ( BFVW) is van mening dat er voor het rapen van kievitseieren geen andere bevredigende oplossing bestaat, aangezien het gaat om een oude volkstraditie die niet vervangen kan worden door een andere activiteit met een zelfde sociaal-culturele waarde. Het rapen van kievitseieren maakt bovendien deel uit van een reëel programma voor de bescherming van weidevogels”.

De PAN stelt voor om in de nieuwe Natuurwet op te nemen dat het zoeken en rapen van kievitseieren dient te worden toegestaan. Hierbij is het van groot belang dat jaarlijks aan de hand van de geldende weersomstandigheden ( inzaai tijdstip maïs) een uiterste sluitingsdatum voor het eieren zoeken en rapen wordt bepaald. Beperking in tijd dus en niet direct op aantallen, dit is veel doelmatiger en goed controleerbaarder dan alle andere beperkende maatregelen.

Zie de toelichting Sake Roodbergen.

 

12 Rijksbossen  v.w.b. herplantplicht onder toezicht en handhaving van de provincies brengen

De PAN is van mening dat de ontheffing voor SBB en RWS dienen te vervallen en dat iedereen , dus ook de organisaties die “de rijksbossen” beheren, onder de handhaving van de provincies dienen te vallen, om zodoende betere controle en sancties mogelijk te maken. Het huidige systeem dat de rijksbossen door alleen de AID gecontroleerd wordt werkt totaal niet, geen tijd en mankracht de (inter)nationale geloofwaardigheid komt hiermee volgens de PAN in het geding

Zie de toelichting

 

13. Verplicht stellen van het valkeniersdiploma voor iedereen die met roofvogels naar buiten wenst te treden en het loslaten van de 200  valkeniersaktes die maar afgegeven mogen worden.

Verplicht stellen van het valkeniersdiploma voor iedereen die met roofvogels naar buiten wenst te treden

Het NOVO stelt voor een valkeniersdiploma verplicht te stellen voor iedereen die met roofvogels werkt en daarmee naar buiten wil treden. Hieronder wordt begrepen jacht, demonstraties, shows, verjaging, enzovoorts.

Het afgelopen decennium neemt het houden van roofvogels een steeds grotere vlucht. Het zogenaamde arrest van Vergy heeft dat mogelijk gemaakt. Het Europese Hof velde op 8 februari 1996 een arrest (het zgn. "arrest-Vergy") dat tot gevolg heeft dat lidstaten hun vogelfokkers en -liefhebbers de mogelijkheid moeten bieden beschermde vogels, behorende tot soorten die in het wild leven op het grondgebied van EU-lidstaten, maar die zij in gevangenschap hadden gefokt, te bezitten, te vervoeren en te verhandelen.

De regels voor jacht, valkerij en de valkeniersakte zijn strikt. Van valkeniers wordt gevraagd een gedegen opleiding te volgen. Deze opleiding bestaat uit veel theorie en een tweejarige praktijkstage. De opleiding wordt afgesloten met een erkend staatsexamen. Dat is een goed en beproefd principe en draagt bij, aan een professionele/deskundige omgang met de vogels en daardoor tot het welzijn van roofvogels. Dat staat in schril contrast met mensen die met roofvogels willen werken die niet aangewezen zijn als jachtvogelsoort en die deze vogels dus niet houden om mee te jagen maar andere redenen. Het ook voor hen verplicht stellen van een valkeniersdiploma zal de professionaliteit ten goede komen en zal preventief werken tegen knoeierij.

zie de bijgevoegde toelichting voor meer informatie:

Toelichting op Evaluatie voorstellen PAN 15092008.pdf